Man van de Plaat van het Jaar: The War On Drugs spreekt

Lang geleden dat er wereldwijd nog zo veel eensgezindheid was over wie de plaat van het jaar had gemaakt. Echt precies hebben wij het eerlijk gezegd niet nageteld, maar in drieëntachtig komma zes procent van alle eindejaarslijsten staat dezer dagen ‘Lost in the Dream’ van The War On Drugs op één te blinken.

De man die onze plaat van het jaar heeft gemaakt, zal straks in een allang uitverkochte AB (dit interview vond plaats op de dag van dat concert, begin november) met The War On Drugs weer een spetterend concert geven, maar hier en nu in de backstage wijst nog helemaal niets daarop. Het plaatje komt overeen met dat van Pukkelpop, toen hij laat op de avond zijn oude kompaan Kurt Vile (die onze plaat van 2013 maakte, en in een vorig leven nog mee in The War On Drugs zat) mee op het podium riep om de Club in vuur en vlam te helpen zetten, maar in de namiddag nog moedeloos door het artiestendorp had gesloft.

HUMO Is dit nu wat men noemt ‘living the dream’?

Adam Granduciel «Je mag het gewoon ‘living’ noemen.»

HUMO Volgende keer denk je wel twee keer na voor je een geweldige plaat maakt?

Granduciel «De periode waarin ik nadacht over de dingen heb ik lang geleden achter mij gelaten (lacht).»

HUMO Ik heb The War On Drugs voor het eerst gezien in 2009, in Antwerpen...

Granduciel «In Trix!»

HUMO Ik heb ze niet geteld, maar in mijn herinnering waren daar toen vijftien à twintig toeschouwers.

Granduciel «In mijn herinnering was er zelfs geen podium.»

HUMO Er wás geen podium. Jullie stonden in de hal bij de bar, kwestie van het toch nog een beetje gezellig te maken. Mijn vraag: was het toen leuker dan nu?

Granduciel «Ik vond het toen leuk en nu nog steeds. Alleen is het iets totaal anders geworden, en dan heb ik het vooral over het laatste jaar. ’t Is professioneler, gecontroleerder, en… Ik wil niet zeggen dat er meer op het spel staat, omdat ik niet in die termen wil denken, maar toch: ik kan niet ontkennen dat het wel zo aanvoelt. Ik heb mijzelf moeten bijsturen, heruitvinden, ik ben een bandleider nu, een baas. Toen was ik gewoon ‘de kerel die zong’. Die eerste tour, dat was een kleine organisatie, just the band, en maar hopen dat er mensen kwamen opdagen. Nu is het: ‘Sold out!’ Om zo laat dit, na het eten dat, en na de soundcheck nog even een meet-and-greet met zus en zo. Maar we hebben samen genoeg meegemaakt om dankbaar te zijn voor wat ons vandaag overkomt. Hoe moe en geradbraakt ik ook ben, als ik hier de AB binnenwandel, dan denk ik: ‘Dit zou weleens een magische avond kunnen worden.’ En ik heb genoeg vertrouwen in mijn groep om te weten dat het wel goed zal komen, op voorwaarde dat ík goed ben.»

HUMO Ben je graag bandleider?

Granduciel «Ja, ik denk het wel. Ik heb me ook al geweldig geamuseerd in groepen waar ik gewoon de gitarist was, one of the guys, maar de voldoening die ik met The War On Drugs heb als alles goed is, als de show top was, is onmiskenbaar veel groter. Dat gezegd zijnde voel ik me op sommige avonden een entertainer, en dat zit me dan weer veel minder lekker. Ik ben een performer, geen entertainer.»

HUMO Is dat wat je zegt als het oude vrouwtje naast je in het vliegtuig vraagt wat je doet?

Granduciel «Dan zeg ik: ‘Ik zit in een groepje.’ Ik zeg niet: ‘I’m in The War On Drugs.’ (lacht)»

HUMO Je succes is niet van vandaag op morgen gekomen. Had je een plan B?

Granduciel «Nee, ik was behoorlijk vastberaden. Ik was er niet van overtuigd dat ik hier mijn beroep van zou kunnen maken, maar ik wist wel dat ik zou slagen in mijn initiële opzet: een plaat maken, touren, en daar goed in zijn. Of het financieel iets zou opleveren, was een heel andere zaak. Los van het feit dat ik geen plan B had, zag ik me om brood op de plank te brengen bijvoorbeeld wel een winkeltje beginnen. Een koffieshop openen of zo. Of werken in een museum. Maar dan ging ik platen opnemen en touren en was de trein vertrokken. De voldoening die het me gaf, bleek veel te groot te zijn om nog iets anders te overwegen. In geen tijd stond mijn hele leven in het teken van de muziek. Al mijn vrienden zijn bijvoorbeeld mensen die iets met muziek te maken hebben. En zo is die koffieshop er nooit van gekomen. Mijn excuses (lacht).»

HUMO Is het niet verstikkend als al je vrienden in de muziek zitten?

Granduciel «Dat kan het zeker zijn, ja. Maar ik ontmoet eenvoudigweg geen andere mensen meer. En de mensen die ik sporadisch nog tegenkom die niets met muziek te maken hebben, beginnen er wel automatisch over, gewoon door het succes dat ons nu te beurt valt. Maar gelukkig is er ook nog mijn familie. En in de groep zijn er vriendschappen die op veel meer dan alleen maar muziek gebaseerd zijn.»

HUMO Zou je willen dat de zalen waarin je speelt nog groter worden dan ze vandaag al zijn?

Granduciel «Ja, ik sta open voor alles. Ik wil er in geen geval een stop op zetten, onszelf limieten opleggen. Het allerbelangrijkste is respect. Respect en reputatie. Onze reputatie als groep – het moet goed zijn, waar we ook spelen – en respect voor de mensen die komen kijken. Je kunt niet zeggen: ‘Hier stopt het, jammer voor wie er nog bij wil.’ Dus ja, geef mij maar grotere zalen, ik wil zien hoe ver ik kan gaan zonder dat ik met een draadloze microfoon het podium op moet, om high fives te kunnen uitdelen op de loopbrug (lacht).»

HUMO Ik was daar in 2009 in Trix omdat mijn vriendin had gezegd: ‘Als je van Bob Dylan houdt, moet je hiernaartoe.’ En inderdaad: je songs klonken erg Dylanesk, zonder dat je je daarvoor hoefde te verlagen tot het zingen door de neus. Was Dylan iemand waarin je moest doctoreren alvorens je eigen stem te kunnen vinden?

Granduciel «’t Is lang geleden allemaal. Dat optreden waarover je het hebt, was in 2009, de plaat die we er speelden dateerde van 2008, met voornamelijk opnames uit 2004, de songs waren geschreven in 2003. Ik was toen gewoon een kerel van 24 die wat songs opnam, ik probeerde niet bewust iemand na te doen. Tuurlijk was ik beïnvloed door Dylan, maar er waren ook anderen. Alleen… Als ik een selectie maakte van de songs die ik het beste vond, dan was het op één of andere manier altijd de Dylaneske stuff die overbleef. Misschien omdat ik meer van Dylan hou dan van eender welke andere artiest. Dylan zit nog altijd in mijn muziek hoor, die krijg ik er niet meer uit, gewoon omdat ik me zijn tics en trucs heb eigen gemaakt door te leren spelen en schrijven met zijn muziek. Het zit in de manier waarop ik een gitaarakkoord aansla, de volgorde van de akkoorden, de flow van de melodie… Maar erg vind ik dat niet: ik ben een grote fan, en Dylan is a great American artist. Maar als ze mij vragen hoe mijn muziek klinkt, zal ik nooit zeggen: ‘Dylan, beetje Velvets, snuif Springsteen…’ Meestal negeer ik gewoon de vraag (lacht).»

HUMO En als ik je met een pistool tegen het hoofd toch vraag om op Spotify het ‘sounds like’-lijstje van The War On Drugs aan te vullen?

Granduciel «Dan zou ik de mensen op avontuur sturen en zeggen: Vangelis, Mike Oldfield, Ennio Morricone (lacht). De muziek die ik in mijn hoofd hoor en de muziek die er uitkomt als ik een gitaar vastpak, hebben vaak weinig met elkaar te maken. Ik ben bijvoorbeeld dol op The Velvet Underground, maar je hoort er volgens mij weinig van terug in onze muziek. Anderzijds: Dylan en Springsteen blijkbaar wel. (Denkt na) Misschien is het omdat ik niet als een groep wil klinken. Een groepsgeluid interesseert me niet, ik wil songs schrijven. En de groep moet doen wat de song verlangt. (Haalt de schouders op) Ik ben nooit goed geweest in het uitleggen van dingen. Ik kan je bijvoorbeeld ook niet vertellen waarom ik dit doe, behalve dan: omdat ik het leuk vind.»

HUMO Weet je nog wanneer je het leuk bent beginnen vinden?

Granduciel «Muziek in het algemeen, bedoel je? Redelijk laat. Ik hoorde wel graag muziek, en vond het bijvoorbeeld wel aangenaam als Roy Orbison voorbijkwam op de classic radio waar mijn moeder naar luisterde, maar er echt in beginnen te zwelgen, dat is pas gekomen met ‘Nevermind’ van Nirvana. In 1991, ik was 12. Dat nog twintig miljoen andere kids het goed vonden, heeft zeker geholpen. Nirvana was een uitweg, een vlucht uit het dagelijkse leven. En met Nirvana kwamen The Smashing Pumpkins, Soundgardenall that stuff. En pas daarna ben ik naar de platen gaan luisteren waarmee mijn oudere broer me een paar jaar eerder tevergeefs had proberen te overtuigen – R.E.M., Hendrix, Neil Young. Ineens snapte ik het wel helemaal. Dankzij Nirvana had ik geleerd troost te vinden in het helemaal alleen op je kamertje naar een plaat zitten luisteren.»

HUMO Wat voor een luisteraar ben je tegenwoordig?

Granduciel «Ik luister niet constant, zeker niet, en ik ben ook geen graver. Ik neem het zoals het voorbijkomt of zoals het mij wordt toegeworpen. En ik kan lang aan één plaat blijven hangen. Ik heb net een zware George Harrison-periode achter de rug. Ik had ‘Living in the Material World’ gezien, de documentaire die Martin Scorsese over Harrison heeft gemaakt, en daarin hoor je een demoversie van ‘Run of the Mill’, een song waarvan ik het origineel in geen eeuwen had gehoord. Ik was meteen vertrokken voor een halfjaar Harrison. Platen opnieuw luisteren, tekstblad erbij – doe ik graag – en dan het meer gevorderde werk: de songs leren spelen met de groep. Recenter ben ik aan Nick Cave verslingerd geraakt. De laatste vier maanden heb ik naar bijna niets anders geluisterd dan ‘The Boatman’s Call’. Vandaag een nieuwe gekocht: ‘Murder Ballads’. Zeer benieuwd. En verder luister ik ook nog steeds naar Dylan. En naar Neil Young.»

HUMO Ga je na deze tour, in tegenstelling tot na de vorige, een pauze inlassen?

Granduciel «Ik zou het moeten doen, maar waarschijnlijk niet. Ten eerste omdat ik niet weet hoe ik dat moet doen, rusten. En ten tweede omdat ik me schuldig voel als ik op een vrije dag geen studiotijd heb geboekt. In januari hebben we geen concerten opstaan, en dan gaan we de studio in. Maart: idem. Het is goed zo, ik maak graag muziek, en laat de dingen maar in beweging blijven. Zo deden ze het vroeger ook: Led Zeppelin heeft vier platen gemaakt in twee jaar tijd, terwijl ze de wereld rondtourden. Misschien heb ik er over vijf jaar wel veel minder zin in, of heb ik er veel minder tijd voor omdat ik een gezin heb of zo, wie zal het zeggen? Laat ik mezelf dus maar niet te veel artificiële pauzes opleggen en gewoon verder doen. Kijk naar Dylan: die heeft in de jaren 80 en 90 een periode van veertien jaar gehad waarin hij geen grote plaat heeft gemaakt – goeie songs, hier en daar, maar geen geweldige plaat. Maar het punt is: hij is gewoon doorgegaan, en hij is er uitgekomen met fuckin’ ‘Time out of Mind’. En als dat geen meesterwerk is, weet ik het ook niet meer. Vandaag op vinyl gekocht, nota bene. De vorige was versleten (lacht). Absoluut mijn favoriete Dylan-plaat. De songs overstijgen smaak en stijl, just pure fucking songs, man. De culminatie van alles wat hij ooit heeft gedaan.»

HUMO Laatste vraag: Morrissey is jarenlang voorzitter geweest van de New York Dolls-fanclub. Van welke groep of artiest zou jij dat kunnen zijn?

Granduciel «Dylan, tiens. Of van Kurt Vile (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234