Mannen van 70: Marc Didden viert Bruce Springsteen

Op 23 september wordt Bruce Springsteen 70. Rockjournalist Marc Didden deed hem dat al voor op 28 juli en haalt herinneringen op aan zijn leven met The Boss. ‘Achteraf zeeg Springsteen neer en kroop hij op handen en voeten de zaal in om de fans te bedanken. Een betere performer heb ik sinds die dag niet meer gezien.’

'Springsteen op zijn best is altijd: merg en been'

Merg en been. Dat zijn de enige woorden die ik mij nog kan herinneren van mijn eerste wandeling door Manhattan in die verschrikkelijke winter van 1974. Het vroor toen zoals het alleen in New York kan vriezen. IJswind die dollend neerdaalt vanuit Alaska. En bijna bevroren zeewater dat van in de buurt van Groenland afdrijft en zich dan gaat schuren tegen de kust van New England, via Long Island tot aan Manhattans beroemde Waterfront. Merg en been, ik zei het al. Ik voel die kou nog terwijl ik erover schrijf. Onderweg doken we af en toe een koffiebar in om een slappe espresso te drinken, kwestie van de binnenkant wat te verwarmen.

In de buurt van het Rockefeller Center, we waren toen niet eens halfweg, mocht daar ook iets sterker tegenover staan. We dronken onze eerste bourbon ooit. We betaalden, zoals echte cowboys doen, door een paar muntstukken van één dollar over de toog te schuiven, richting de barman die natuurlijk Kenneth heette, maar vanaf de tweede bourbon mochten we al Ken zeggen. Ja, zelfs Kenny. Bij het buitenkomen merkte ik aan de overkant een luidruchtige lichtreclame die de volgende boodschap uitbraakte: ‘Crazy Eddie Breaks the Prices’. Wij naar binnen, met enige tegenzin evenwel, want de hele elektronicawinkel was volgeplamuurd met levensgrote cut-outs van Freddie Mercury en de andere leden van Queen ter promotie van het onmisbare meesterwerk dat ‘Sheer Heart Attack’ heette en die week verscheen. Ik begaf me naar het einde van de gigantische winkel en vond daar een miezerig rekje met langspeelplaten waar werkelijk niemand van moest weten. Ik liet er mijn vingers eens door dansen en ontdekte er miserabele Britse rommel en het werk van een paar singer-songwriters die in de vakpers ietwat smalend ‘the new Dylans’ genoemd werden.

Ze interesseerden me nauwelijks, maar omdat ik de hoes zo mooi vond en de prijs naar het nulpunt neigde, nam ik toch ‘Greetings from Asbury Park’ mee, van een zekere Bruce Springsteen. Omdat ik aan het begin van een lange reis stond die dwars door de States, een stuk Mexico en ten slotte ook naar Canada zou leiden, en ik geen draagbare platenspeler in de bagage had zitten, duurde het nog vier maanden eer ik de plaat ook zou horen. Dat gebeurde toen ik weer veilig thuis was, terugdenkend aan de afgelopen roadtrip met de nieuwe liefde.

Ik herinner me maar twee woorden van die eerste beluistering: merg en been.

‘Spirit in the Night’ en ‘For You’: dat waren de eerste Springsteen-songs die erin hakten. Niets geen new Dylan, maar gewoon een volksjongen uit New Jersey die uit liefde voor Eddie Cochran, Elvis, Sam Cooke en, jawel, Dylan zelf op een podium was gekropen om samen met zijn schoolmakkers loos te gaan. Zoals iedereen die ooit een concert van Bruce en co. heeft meegemaakt wel weet: muziek mág plezierig zijn. En het is ook de plicht van de entertainer om te zorgen dat tegenover elk duurbetaald ticket een feest moet staan.

Toen ik Springsteen en de werkelijk formidabele E Street Band voor het eerst aan het werk zag, was het november 1975. Het RAI-congrescentrum in Amsterdam zat overvol. De buzz was hevig. Springsteens legendarische derde plaat ‘Born to Run’ was net verschenen. De songs daarvan waren ruim vertegenwoordigd (‘Thunder Road’, ‘Tenth Avenue Freeze-Out’, ‘Born to Run’, ‘Jungleland’, ‘Backstreets’) en perfect uitgevoerd, maar gelukkig voor mij – de ancien die B.S. al van een vol jaar eerder kende – werd er ook een geweldige versie van ‘Spirit in the Night’ gespeeld en kroop Bruce solo achter de vleugel voor een pakkende versie van ‘For You’.

Hij huldigde zelfs zijn tweede en totaal over het hoofd geziene lp ‘The Wild, the Innocent & the E Street Shuffle’ met een geweldig ‘Kitty’s Back’ en hij sloot het officiële gedeelte van zijn show af met een fenomenale versie van ‘Rosalita (Come Out Tonight)’, inclusief de later klassiek geworden dans met saxofonist Clarence Clemons. Wij dachten er vervolgens aan de tocht naar het zuiden aan te vatten, maar toen verscheen de man met de gebreide muts weer, hij porde zijn E Street Band aan en perste er nog een song of zeven uit, inclusief het bij de keel grijpende ‘Sandy’, covers van Mitch Ryder (‘Devil with a Blue Dress On’), Chuck Berry (‘Carol’) en Gary U.S. Bonds (‘Quarter to Three’). Achteraf zeeg Springsteen neer en kroop hij op handen en voeten de zaal in om de fans te bedanken. Een betere performer heb ik sinds die dag niet meer gezien.

'Springsteen sloot af met een fenomenale versie van 'Rosalita', inclusief het dansje met Clarence ­Clemons'

Toen ik Bruce Springsteen de tweede keer live zag, was hij nog beter dan in Amsterdam. Hij was meer dan een wereldster geworden, eerder een planetair cultureel fenomeen, zoals bijvoorbeeld Bob Marley dat was. Dat tweede optreden vond in my hometown plaats en wel op 26 april 1981. The Boss, zoals Bruce inmiddels gemeenzaam werd genoemd, begon zijn Brusselse optreden met ‘Follow That Dream’, een nummer dat Fred Wise en Ben Weisman in 1962 hadden geschreven als titelsong voor de gelijknamige Elvis-film, die niet echt potten heeft gebroken, maar ook niet zijn slechtste is. Na dat bijzondere optreden mocht ik op voorspraak van de concertpromotor Paul Ambach enkele vragen stellen aan Het Fenomeen, diep in de grauwe backstage van Vorst Nationaal. Het werd een gesprek van een uur. Ik was onder de indruk en begon met een vraag die er geen was. Ik vroeg waarom hij met dat Elvis-nummer begonnen was en waarom hij er de vrolijkheid uit had weggelaten, zodat het bijna een sombere Springsteen-song werd. Hij zei dat hij die song natuurlijk niet voor niets had gezongen. Hij kwam net uit een periode van rechtszaken over foute contracten die hij als jonge snaak bij zijn eerste manager had getekend. Zijn carrière, die net een hoge vlucht had genomen na ‘Born to Run’, dreigde in het slop te raken. Zijn songs werden hem afgepakt en hij mocht geen nieuwe meer opnemen. Maar ‘Follow That Dream’ hield hem overeind, vertelde hij me. Die simpele, beetje Bond Zonder Naam-achtige zinnen hield hij voor ogen wanneer hij in die donkere dagen het diepst zat: ‘When your heart gets restless / Time to move along / When your heart gets weary / Time to sing a song / But when a dream is calling you / There is only one thing that you can do / Well, you gotta follow that dream / Wher-ever the dream may lead’.

Na de sobere intro gooiden Bruce & De Mannen zich op een setlist als een sneltrein die pas 27 stations later zou stoppen. Als ik mijn ogen sluit, kan ik hem nu nog dromen, maar voor de zekerheid heb ik die net Google-gewijs opgezocht, en jawel, daar staan ze achter elkaar: Van ‘Follow That Dream’ langs ‘Prove It All Night’ naar ‘Two Hearts’, met een geweldige versie van Creedence Clearwater Revivals ‘Who’ll Stop the Rain’ ertussen geprangd.

Eerste hoogtepunt: een koudmakende versie van ‘The River’, waarover de grote Humo-reporter Marc Mijlemans me achteraf zei: ‘Hoe komt het dat die gast mijn leven zo goed kent?’ Om dan Woody Guthrie te eren met ‘This Land Is Your Land’ en daarna iedereen gek te maken met uitgesponnen, maar strakke versies van ‘Badlands’ en ‘Thunder Road’.

Na de pauze werd het nog beter: ‘Cadillac Ranch’, ‘Sherry Darling’, ‘Hungry Heart’, ‘You Can Look (But You Better Not Touch)’ en tussendoor nog even het sprekende bewijs leveren dat ‘Because the Night’ en ‘Fire’ niet van Patti Smith of The Pointer Sisters zijn, maar van De Baas. De finale zit nog altijd in mijn kop. De bisnummers vooral: een magistraal ‘Born to Run’, een geperfectioneerde versie van die duivelse ‘Detroit Medley’ en tenslotte John Fogerty’s ‘Rockin’ All Over the World’, waarmee hij iedereen naar huis stuurde. Iedereen behalve ik, natuurlijk, want ik kroop nog in de coulissen. Met een bandopnemertje aan mijn zijde.

Bruce Springsteen sprak: ‘Als een concert echt geslaagd genoemd kan worden, dan is dat tenminste voor 50 procent te danken aan de mensen in de zaal. Vanavond was het een uitstekend publiek. En nee, ik zeg dat niet iedere avond. Maar hier voelde ik van bij het eerste nummer dat het goed zat. Als je voor zo’n volle zaal met duizenden mensen die jou nog nooit gezien hebben, een akoestisch nummer kunt brengen zonder dat er ‘Bruce!’ of ‘Rock-’n-roll!’ geroepen wordt, dan weet je dat de mensen gekomen zijn om te luisteren.’

'In zijn stadionshows werd het weleens gebral. Die vuist in de lucht, altijd'

Hij vertelde toen hoe hij en zijn band een concert nooit als iets vanzelfsprekends beschouwen. Als een slag die bij voorbaat gewonnen is. Dat het ook wel eens misgaat. Dat het publiek soms uit een te hoog percentage passanten bestaat die weleens willen zien wie die Springsteen is over wie ze op het werk zoveel gehoord hebben. ‘Nee, wat wij doen, is: prove it all night. Er staan. En het liefst zo lang mogelijk.’ Bruce voorspelde die avond in Brussel, 38 jaar geleden, dat hij wél een leven zag zonder platen maken, maar geen leven zonder optreden. En toen hervatte hij zijn lofzang op het Belgische publiek: ‘Dat ze hier de eerste strofe van ‘Hungry Heart’ meezongen, daar stond ik echt helemaal paf van, want voor niet-Engelstaligen moet dat toch geen makkelijke tekst zijn. Dat iedereen ‘Because the Night’ en ‘Fire’ kende, vond ik ook sterk. Hoe zou dat toch komen?’

Ik zei stilletjes in zijn oor: ‘Goed opgevoed door Humo, zeker?’


Houthakkershemd

Ben ik een trouwe fan van Bruce gebleven? Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen van niet. Ik werd zijn houthakkershemden wat beu, en ook de woordenbrij die zijn teksten soms geworden waren. Ik koester tevens een ingeboren argwaan tegen miljardairs in vakkundig gescheurde designerjeans. Ik heb vooral een hekel aan gebral en dat was weleens het geval in zijn stadionshows. Die vuist in de lucht, altijd.

Ik ben gestopt met Spring-steen-platen te kopen rond de tijd dat ik ze voor niets kreeg. Maar ik ben toch altijd blij als ik op de radio zijn recente hit ‘Hello Sunshine’ hoor, of iets ouder werk als ‘Human Touch’ of ‘Brilliant Disguise’. Als hij maar zingt en niet bralt. En ik hou er ook van hoe hij trouw blijft aan zijn oude helden Elvis, Woody en Fogerty. Hij heeft ook één van de mooiste Dylan-covers ooit op zijn repertoire staan (check zijn versie van ‘Chimes of Freedom’ op YouTube). Als wederdienst vernietigde Dylan live weleens op werkelijk schandalige wijze Springsteens ‘Dancing in the Dark’ (check niet!). Dylan is van alles, maar geen Gutmensch.

Maar geloof me vrij, ondanks wat gemopper van mijn kant, Springsteen op zijn best is altijd: merg en been.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234