null Beeld

Marc Coucke bij KV Oostende

‘Hij vroeg me welke speler uit eerste klasse nooit voor Oostende zou spelen. ‘Franck Berrier,’ antwoordde ik. Wel, vijf dagen later stond hij hier,’ aldus trainer Frederik Vanderbiest. Sinds de intrede van Marc Coucke knijpen de supporters aan de kust zich in de arm telkens als de voorzitter nieuwe ambities uitspreekt: ‘Meneer, ik zeg het u, die mens is een godsgeschenk.’ Humo volgde drie dagen het wel en wee bij KV Oostende.


Dinsdag 24 september

De najaarszon schijnt fel boven de grasmat van het Albertpark, het stadion van KV Oostende. Het is negen uur ’s ochtends en op zijn knieën legt Louis Dedrie (73) zorgvuldig de graszoden terug goed. ‘Het zijn diegenen die niet kunnen sjotten, die het om zeep helpen,’ legt hij me uit. Gisteren werd het veld door de beloften omgeploegd en morgen is er al de bekerwedstrijd van het eerste elftal tegen derdeklasser Ath.

Louis, een slechte slaper, was om vijf uur vanmorgen al de kleedkamers aan het schoonmaken. Vroeger werkte hij bij de ferry – vergane glorie, want alle ferrymaatschappijen die vanuit Oostende voeren, zijn weg of failliet. Nu slijt hij al zijn halve leven bij KV Oostende, de recente ontwikkelingen volgt hij met verbazing.

Louis Dedrie «Het moet zijn dat zijn vrouw geen problemen maakt van de miljoenen die hij uitgeeft. Eén van zijn voorgangers verkocht ooit één van zijn koeien voor een speler, maar die kreeg serieuze problemen thuis. Boeren zijn nogal gierig, weet je.»

Dedrie maakt me wegwijs in de geschiedenis van de club – een fusie tussen den AS en de VG – en vertelt dat er zeven katten in het stadion wonen, en dat achter het doel aan de spionkop de as van de legendarische spits Albert Verschelde verstrooid ligt.

Dedrie «Berten Schelle noemden ze hem. Hij was ook pompier. Ik wilde net het gras afrijden toen een corbillard binnenreed, met daarvoor een priester die een kruis droeg. De weken erna meed ik die plaats, maar na een tijd stond het gras te hoog en moest ik er toch met mijn machine over.»

Ik bespeur overal bedrijvigheid in het kleine, gezellige stadion: nu ze opnieuw in eerste klasse spelen, moet iedereen naar een hogere versnelling schakelen. Het echte hart van KVO klopt onder de hoofdtribune, in het café van Robert ‘Chaf’ Chaffart (64) en in het secretariaat.

Ik schuif mee aan voor de dagelijkse vergadering. Ook hier vrijwilligers, vitale vijftigers vooral: secretaris André Cattellion (58) en teammanager Rik Coucke (57, geen familie van de voorzitter). Ze hebben een carrière bij de politie en het leger achter de rug en konden vroeg met pensioen. Op de agenda vooral bestuursmaatregelen, maar ook de jas van Omer, de 79-jarige ploegafgevaardigde, is te klein en hij wil graag een nieuwe. Ook de commercie dient vanaf nu nog meer omarmd te worden, en voor de sponsoravond van morgen zijn er prangende vragen: moeten er nu naambordjes zijn of niet? Geen detail, want de avond moet perfect verlopen – Marc Coucke stelt alles op scherp.

In het café zucht Chaf als ik hem vraag hoe de aanpassing aan eerste klasse verloopt.

Robert Chaffart «We waren een familieclub, maar nu wordt alles plots veel professioneler. Onze nieuwe baas neemt serieuze sprongen. Pas op, het is een eerlijke mens: wit is wit bij hem, en je kunt maar beter niet met hem discussiëren. Maar druk dat het is: die mensen van de televisie staan hier al van acht uur ’s morgens. Elke thuismatch zit het hier stampvol: de vorige keer hebben we twaalf vaten getapt – weet je wel hoeveel dat dat is? Nu kom ik hier mensen tegen die ik in tien jaar niet meer gezien heb. Ah ja, van de laatste keer dat we in eerste klasse speelden.»

Zonder het te vragen krijg ik het strijdlied van KVO te horen, enkel voorbehouden voor een thuisoverwinning. Ik hoor een fanfare een mars spelen, maar de tekst ontbreekt.

Chaffart «Wij zingen die zelf, of wat dacht je? Als ik die plaat opzet, davert het kot op zijn grondvesten. Maar de flikken kennen me, ze vragen zelfs mijn identiteitskaart niet meer. Dit seizoen heb ik ze nog niet één keer kunnen opleggen, jammer.

»Heb je onze trainer al gesproken? Moet je zeker doen, het is gene geweune.»

HUMO Doet hij het goed?

Chaffart «Uitstekend! Om halfzeven zit hij op het secretariaat al zijn voorbereiding te maken. Als speler was het al ne speciale, miljaar. Maar hij had veel blessures en kon niet meer mee. Ik heb hem gezegd: ‘Het kraakt en het piept, je zult in een karre eindigen. Dus je gaat nu naar den bureau en je biedt jezelf aan als trainer.’ De vorige trainer had geen gezag meer. Op zijn Oostends gezegd: de spelers waren allemaal rotzakskes en kliekenmakers. Fred is streng en heeft ervoor gezorgd dat het opnieuw een hechte ploeg is.

»Maar weet je wat nu de grootste miserie is? Die mensen van de bond die het veld komen keuren: de goal is een halve centimeter te klein, of het veld is een paar centimeter te breed, en dan weer schijnt het licht te fel. Altijd discussie, ik kan ze wel de nek omwringen.

»Nu, pas op, we zijn hier allemaal graag en iedereen blijft vrijwillig werken. Meer nog, niemand gaat weg. En allemaal vrouwen, hier in het café, hè! Van mij mogen hier geen venten werken.»

HUMO Wat doen ze verkeerd?

Chaffart «Ze zitten aan mijn serveuses. Ja, het zijn schoontjes, hoor. En vooral, ze houden van het leven (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234