Marc Didden & Herman Selleslags:'Herman deed me geloven dat wij het ideale team waren'

‘Onderweg’ is een boek waarin de Marc Didden zijn pen en Herman Selleslags zijn camera achternaloopt. Een hartverwarmend boek is het, ook al omdat het ingeduffeld zit in een Humo-dekentje: Guy Mortier leidt in, Rudy Vandendaele leidt uit.

'The Pebbles in 1973. 'Van het interview herinner ik me niets, wel dat Herman me nadien aan het station afzette en dat ik dacht: 'Fijne mens ontmoet!''

Marc Didden «Het idee was dat ik teksten zou schrijven bij foto’s van Herman, maar dan alleen van momenten waarop we hebben samengewerkt. Het kan the cheapest way lijken om je memoires te schrijven op de rug van een ander, maar dat is het niet. Het is liefdeswerk. Er is een vorm van mannenvriendschap die dicht bij liefde komt.

»Uiteindelijk kwam het erop neer dat ik stukken uit mijn eigen leven kon knippen: de Humo-jaren, de ontdekking van New York, de paar goeie films die ik gemaakt heb, en nog wat losse dingen. Dit zijn de hoogtepunten! Daarom is het boek zo dun.»

Herman Selleslags «Daarom is het zo dik. Het is een stevig boek, Marc.»

Een straatfotograaf is Selleslags vaak genoemd, en Didden mag ik – met zijn permissie – een straatschrijver noemen: dit zijn heren die graag flaneren, geen van beiden heeft een kaarsrecht carrièrepad geambieerd.

Selleslags «Ik wou vooral níks doen. Mijn vader was fotograaf en hij stopte me op een dag een Rolleiflex in de handen: ‘Probeer maar een paar foto’s te maken.’ Dat ben ik blijven doen. Fotografie is een manier om te ontsnappen: ik heb er mijn leven van gemaakt omdat ik anders geen oplossing zag.»

Voor Didden, met zijn naar eigen zeggen ‘aangeboren kinderlijke aandachtscurve’, bestond de oplossing uit een beroep of vijf: popjournalist, regisseur, leraar, scenarist, columnist. Zijn terugblik in ‘Onderweg’ leert hem dat de popjaren de beste waren.

Didden «Ik kan niet liegen: hoe ouder ik word, hoe meer ik die Humo-jaren bijzonder vind, zonder te mythologiseren. Of maak ik het te mooi, Herman?»

Selleslags «In de jaren waarin je alles aan het ontdekken bent, is alles mooi – iets anders zou erg zijn.»

Selleslags heeft een indrukwekkend fotoarchief, Didden een indrukwekkend geheugen: hij is het die zich hun eerste ontmoeting herinnert.

Didden «Voor mij was Herman al een beroemdheid voor ik ’m leerde kennen. Ik zag in Humo zijn foto’s, dikwijls van één of andere held van mij, zoals Louis Paul Boon. Of die keer dat hij bij Jan Cremer was: wat een prachtige vrouw had die! Op díé foto ben ik nog verliefd geweest.»

Selleslags «Een Amerikaanse meid was dat. Ik hoor Cremer nog tijdens dat interview zeggen: ‘Ik haat kitsch.’ Waarop zij zei: ‘But, Jan, you’re kitsch yourself!’ Waw!»

Didden «Herman was ook de man die naar Londen ging om The Beatles te fotograferen: dat maakte grote indruk op mij. En dus belde ik die eerste keer met knikkende knieën bij hem aan, we zouden naar The Pebbles gaan. Ik had nog maar één stuk in Humo geschreven, van de dertig vellen had Guy Mortier er maar een paar níét geschrapt. ‘Fuck, jong, ik kan er niks van!’ dacht ik. Zou die beroemde Selleslags zo’n kleine aap wel laten meerijden naar The Pebbles? Van het interview herinner ik me niets, wel dat Herman me nadien aan het station afzette en dat ik dacht: ‘Fijne mens ontmoet!’»

'We hebben nog overwogen Armand (rechts) op de presentatie van het boek te vragen, en toen lazen we dat hij dood was.'


De eerste buitenlandse reis ging tot in Eindhoven, waar toen de Hollandse Dylan woonde. Hij heette Armand en stierf onlangs.

Didden «We hebben nog overwogen Armand op de presentatie van het boek te vragen, en toen lazen we dat hij dood was.»

Selleslags «Binnenkort plannen we iets en gaan we zelf dood voor het zover kan komen.»

Didden «Hoewel ik helemaal buiten de drugscultuur stond en de muziek van Armand niet echt groots vind, vond ik hem wel een ontroerende figuur. Hij hoort ook in ons boek thuis, net als Raymond van het Groenewoud, omdat ik me tegen het snobisme keer dat in de muziek iedereen van ver moet komen.»

Herman Selleslags vervoerde, of het nu in een Subaru was dan wel in een luxueuzer voertuig, enkele generaties Humo-journalisten. Mogen we ons na ‘Onderweg’ Selleslags & Didden als het ideale team voorstellen?

Didden «Ik heb misschien honderd interviews samen met Herman gedaan. Niet één keer heeft hij me geërgerd.»

Selleslags «Een geweldig curriculum, hè? (lacht)»

Didden «Ik dácht dat wij het ideale team waren. Het goeie van Herman was dat hij dat elke journalist kon doen geloven. Zoals een moeder het gedaan krijgt dat elk van haar kinderen denkt: ‘Ze houdt alleen van mij!’»

Móéder Selleslags?

Selleslags «Hier begrijp ik ook niks meer van.»

Laten we ons dan naar New York spoeden, een stad die Didden & Selleslags in de jaren 70 deels samen ontdekten, wat misschien wel het fraaiste hoofdstuk van ‘Onderweg’ oplevert.

Didden «In mijn leven heb ik maar één regret: dat ik toen niet langer in Greenwich Village ben blijven hangen. Het had gekund: Humo betaalde slecht, ik had dus evengoed ginder arm kunnen zijn.»

Selleslags «Nee, ik had daar helemaal niet willen blijven, ik had hier een leven. Ik kan trouwens niks bedenken waarover ik spijt heb.»

Kan hij bedenken wat zijn foto’s van de muziekscene in die jaren uniek maakte? Didden formuleert het zelf in het boek als de vraag van één miljoen: ‘Hoe fotografeer je dat dure lawaai dat rock-’n-roll heet?’

Selleslags «Ik zou het niet weten. Je kunt me evengoed vragen: ‘Hoe adem je?’»

Didden «Wat Herman uniek maakte, was dat hij daar niet als een onnozele fan stond, bij om het even wie kwam hij binnen en ging hij buiten als Herman Selleslags. Die artiesten zegden me achteraf wel eens dat ze Herman cool vonden, dat woord was toen nog niet versleten.»

Selleslags «Ook als ik voor de grootste artiesten stond, dacht ik wel eens: ‘Fuck, je bent ook maar een mens!’»

Didden «Herman is van Antwerpen (lacht). Ik had de indruk dat hij minder foto’s nam als hij iemand niet mocht. Eén keer gedroeg een Belgische rocker wiens naam ik vergeten wil zijn, zich zo arrogant dat Herman één foto nam – ‘Kom, we gaan naar huis.’ Ik heb hem er altijd van verdacht meer van jazz dan van rock te houden: de jazz was de rock van zíjn generatie.»

Selleslags «Muziek is voor mij achtergrond, niet de hoofdzaak, ik ben geen rockfotograaf.»

Didden «Na een jaar of tien had ik het als popjournalist gezien. De muziekwereld was zo verhard dat het niet meer gezellig was. Thuis bij Bob Marley gaan zat er niet meer in. Acht minuten in de kelder van Vorst Nationaal, en je moest zeven pasjes tonen om daar te raken. Met al het nieuws over Le Bataclan heb ik weleens gedacht: hoeveel nutteloze avonden heb ik in concertzalen doorgebracht? Ik had beter een boek gelezen.»

Selleslags «In 1985 kwam Michael Jackson naar Werchter. De fotografen kregen een volgnummer, je had dertig seconden om de man te fotograferen. Voor en na het optreden werden we in een soort stal opgesloten. Ik begon ervan te hyperventileren. ’s Anderendaags heb ik Guy Mortier gezegd: ‘Geen popmuziek meer.’ Niemand heeft dat volgehouden, hè, ook Michael Jackson niet.»

In hetzelfde tijdsgewricht ontpopte Marc Didden zich als filmregisseur, een carrièrefase waarover hij in ‘Onderweg’ wat minnetjes doet.

Didden «Van de vier films die ik heb gemaakt, zijn er twee goed, ‘Brussels by Night’ en ‘Sailors Don’t Cry’. Niet slecht als gemiddelde, maar toch te laag. Film maken is oorlog. Je bent drie jaar van je leven een CEO die een fabriekje leidt, tientallen mensen komen voor alles bij jou terecht. En na drie jaar kun je nog afgeslacht worden ook. Ik kwam op straat mensen tegen die mij riepen: ‘Zeg, ‘Istanbul’: een flop, hè, jong! Awoert!’»

Misschien nog een groter trauma dan ‘Istanbul’, opper ik, is zijn verslag ‘Liefde is doof’ uit 1995 – geestig, maar gekraakt. Ook dat is een samenwerking met Selleslags, van wie een meisjesportret de cover sierde, maar het ontbreekt in ‘Onderweg’.

Didden «Dat boek wil ik vergeten, ook al dank ik mijn toenmalige uitgever Leo De Haes dat hij het met mij heeft willen maken. ik noem het ook niet in mijn bio. Dát hoop ik toch geleerd te hebben in het aanschijn van de dood: steek niet te veel tijd in iets dat je niet kunt. Als ik dan toch iets doe, probéér ik altijd de beste te zijn.»

Selleslags «In mijn geval is het nog erger. Hoe achterlijk het ook klinkt, deze Olympische gedachte steekt telkens weer op: beter te zijn dan jezelf.»

Veel succes nog, heren.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234