Marc Didden over the Noble art of songwriting: 'Bob Dylan heeft eigenlijk geen prijzen nodig'

Wat zijn grote schrijvers soms toch kleine mensen! Wat doen ze toch chagrijnig over het feit dat niet één van hen dit jaar de hoofdvogel heeft afgeschoten in de Tour de France van het schrijverschap, daar aan de eindmeet in Stockholm!

Vanwege dat ik toevallig een puber was toen Bob Dylans eerste lp (‘Bob Dylan’, uit 1962 ) verscheen en ik die plaat door een speling van het lot een jaar of twee later in handen kreeg via een Nederlandse vriend, kan ik met een aan waarschijnlijkheid grenzende zekerheid zeggen dat ik al meer dan veertig jaar leef met in mij een zekere bewondering, kennis van zaken en respect voor de heer Dylan.

Die herken ik bij een aantal leeftijdsgenoten van me, bij flink wat respectabele artiesten en schrijvers (Elvis Costello, Freek de Jonge, Neil Young, Saskia de Coster, Emmylou Harris) en gelukkig ook bij veel jonge mensen die onbevangen naar tekst en muziek luisteren.

Mensen die zeggen dat ze niet van Dylan houden, blijken achteraf ook vaak mensen te zijn die hem helemaal niet kennen. Hém niet en zijn muziek al evenmin. Om nog van zijn woorden te zwijgen.

‘Ik luister nooit naar de teksten bij muziek,’ zei iemand me onlangs.

Het ging hier om een man die ik tot enkele seconden daarvoor nog voor verstandig aanzag, maar die op dat moment en voor mijn ogen zakte voor het examen van het leven. Over Dylan kwam hij ook niet verder dan dat die door zijn neus zong en andere in dat geval gelijk-lopende cafépraat. Ik kreeg gelijk zin, zoals Robert De Niro onlangs over Donald Trump meldde, ‘to smack him in the face’.

Hoeveel liedjes moet een songschrijver eigenlijk schrijven eer hij bewezen heeft dat hij een schrijver is? En vooral: hoelang gaat allerlei talentloos grut nog de media misbruiken voor hun middelmatig gezeur en gezaag over alles en nog wat en deze keer over kameraad Bob? The answer, my friend, is werkelijk blowing in the wind.

Bij Humo weten we godzijdank beter, en dat al meer dan vijf decennia lang. Van toen de gewijde TTT-bladzijden nog Tieners Toppers Treffers heetten, namelijk. Ook toen was er music in the cafés at night and revolution in the air en werden in de krakende kantoren aan de Livornostraat te Elsene het leven en vooral het werk van de heer Dylan, Bob al met veel egards bekeken.

Guy Mortier zelf werd ooit naar het eiland Wight gestuurd om over een concert van Dylan met The Band te rapporteren en hij deed dat ook met brio, al bestaan er nu nog vermoedens dat hij die hele recensie schreef onder invloed van zes Stella’s in een café aan ’t Eilandje, waar het veel waait.

Er verscheen ook, vrij vroeg, een uitstekend vormgegeven bijlage in het blad waarin een zo goed als afgeronde biografie van Bob stond. Hij werd er zo goed als heilig verklaard en zijn toenmalige ‘volledig werk’ werd ook vakkundig tegen het licht gehouden en door de eerste generatie Belgische poprecensenten goedgekeurd. Humo en Bob sindsdien: één strijd.

Wat ons naadloos bij de vandaag blijkbaar dringende vraag brengt of Dylan alleen maar een singer-songwriter is, dan wel een échte schrijver. U zult ondertussen al wel een bleek vermoeden hebben van wat ik denk, maar het antwoord op die vraag kan mij voor alle duidelijkheid geen ene lor schelen.

Ik weet wat ik aan Dylan heb en met mij miljoenen anderen. Dylan biedt troost wanneer er troost moet zijn en vreugde wanneer vreugde past. En liefde, wanneer liefde moet zijn: ‘Kick your shoes off/Do not fear/Bring that bottle over here/I’ll be your baby tonight’.

Ik durf er ook grof geld op zetten dat Bob Dylan véél meer mensen gelukkig gemaakt heeft en nog steeds maakt dan alle Michels Houellebecqen van deze wereld verenigd.

Dylan kan ontzettend mooie melodieën schrijven (vraag dat maar aan Adele, aan Bryan Ferry, aan Johnny Cash), hij kan, zelfs zonder stem, zingen als een halfgod (nee, twee halfgoden!) en als u daaraan twijfelt, dan luistert u maar eens naar ‘Blind Willie McTell’ of naar de hele ‘Blood On The Tracks’, misschien wel zijn meesterwerk. Al zijn er tenminste zes andere lp’s die ook voor dat epitheton in aanmerking komen.

Op iedere track van ‘Blood on the Tracks’ is Dylans songschrijfkunst de perfecte synthese tussen woorden en noten, volgens mij geen slechte eigenschap voor iemand die zichzelf singer-songwriter wil noemen. De plaat, dat weten kenners, gaat over groot liefdesverdriet, al wil de Nobelman dat nooit met zoveel woorden toegeven. Hij begrijpt het succes van die plaat niet, zegt hij, omdat ze zo doordrongen is van pijn.

Kijk, daar gaat het nu precies om, Bob. Wij zijn gewone mensen met saaie levens die graag willen dat artiesten in onze plaats afzien op scherm, plaat of doek. Wij hebben daar flarden van ons zakgeld voor over en vaak beate bewondering en nu dus ook een Nobelprijs.

'Hoeveel liedjes moet een songschrijver eigenlijk schrijven eer hij bewezen heeft dat hij een schrijver is? The answer, my friend, is werkelijk blowing in the wind'

Laat de kurken maar knallen en de prietpraat beginnen! Wij laten de caravan voorbijtrekken en grabbelen nog eens in onze vinyltrommel.

Niet lang daarna begint ‘Blood on the Tracks’ weer rondjes te draaien op de huiselijke draaitafel. Een exemplaar dat mijn vrouw Denise voor mij kocht in een hardware store in Burlington, New Hampshire op de dag van de release, 20 januari 1975.

Ik krijg nog steeds een krop in de keel telkens als ik ernaar luister, zoals nu. ‘If you see her, say hello/She might be in Tangier/She left here last early spring/Is living there I hear’. Om wát hij zegt en hoe hij het zegt. Een man moet wijs worden eer hij weinig woorden leert gebruiken. En T.S. Eliot wist het al dat je in een goed kunstwerk voelt hoe er ‘a lifetime burning in every moment’ is. Dat is zeker zo in ‘Shelter from the Storm’ en in ‘Tangled Up in Blue’ of in ‘Idiot Wind’, en al helemaal in ‘You’re Gonna Make Me Lonesome When you Go’.

Bob Dylan heeft geen prijzen nodig maar hij heeft er één gekregen.

What’s the problem? Aan al degenen die daar niet mee kunnen leven , deze belofte: straks doe ik Bob een mailtje met de vraag of hij zijn sedert donderdag laatstleden verworven beloning niet met terugwerkende kracht zou willen overmaken aan dat ander wonderkind dat zoveel van woorden en vrouwen hield: Louis Paul Boon uit Erembodegem. Daar zou ik mee kunnen leven.

Trouwens, soms antwoordt Dylan ook op mijn mails. Bijvoorbeeld met de mededeling dat ik voor slechts 79 dollar een T-shirt van hem kan kopen.

Roll Over Louis Paul ! Congratulations, Robert Zimmerman!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234