Marc Didden wordt 70: 'Natuurlijk vraag ik me weleens af of ik niet te weinig heb geneukt in mijn leven'

Het was een gewiekste ontsnappingspoging. Een steunmuur worden bij Humo, bevlogen films draaien, gulzig schrijven, even gulzig doceren, en tussendoor zonder stafkaart door dorp en stad flaneren: Marc Didden moest wel ongrijpbaar zijn voor de tijd. Toch is hij, zonder daar zelf toestemming voor te geven, in juli 70 geworden. ‘Het is brutale ironie, eigenlijk. Net nu ik weet hoe dat moet, leven, wordt de blessuretijd aangekondigd.’

'Op mijn 16de liftte ik naar Amsterdam om 'De nachtwacht' te zien. Het was de start van mijn echte leven: ik kon dat, alleen op stap gaan en vervuld worden door iets moois.'

In Le Coq, de Brusselse kroeg die we beiden weleens gebruiken als buitenverblijf, praten we over ‘Een redelijk leven’, zijn nieuwe boek. Het zijn de memoires van een merkwaardig mooie man.

MARC DIDDEN «Maar misschien is memoires niet de juiste term. Het is alleszins geen klassiek opstel waarin ik start bij mijn geboorte, en aankom bij het varkensgebraad dat ik gisteren gegeten heb. Neen, ik ben begonnen met een tachtigtal woorden op te schrijven: de namen van mensen, plaatsen en kunstwerken die mij opgetild hebben, en waar ik graag iets over wilde zeggen. Bij elk lemma heb ik vervolgens een stukje geschreven.»

HUMO In gesprekken ben je een meester in de frivole uitweiding…

DIDDEN «...maar hier hou ik het consequent beknopt, ja: ik wilde telkens meteen naar de kern. Er mochten alleen rake zinnen in. Jij hebt het gelezen? Gaat het voldoende over Humo?»

HUMO O, ja. En de liefde voor het blad spat ervan af.

DIDDEN «Ik schrijf nu opnieuw wekelijks een stukje voor Humo – heel plezierig, al is het ook altijd weer een karwei. Ik hoop dat ik nog tot 2024 kan schrijven voor het blad. Dan zal het vijftig jaar geleden zijn dat mijn eerste stuk verscheen, en dan wil ik een groot feest geven.

»Humo heeft me méér cadeau gedaan dan alleen lees- en schrijfplezier. In het begin van de jaren 70 was ik een morsige jongen met een hawaïhemd en lang haar, en zonder een welomlijnd idee van wat ik wilde. Pas toen Guy Mortier me belde, kreeg ik voor het eerst het gevoel dat het wel wat kon worden, dat leven van me.»

HUMO In je boek beschrijf je de eerste keer dat je Guy Mortier ontmoette. Of, preciezer: net niet ontmoette.

DIDDEN «Ja, begin jaren 70 in de Nieuwstraat in Brussel, in het selfservicerestaurant van de Nopri! Zoiets als de Lunch Garden nu, maar dan nog proletarischer: soep en ballekes in tomatensaus. En plots zag ik hem zitten, die grote held van me. Ik vond het prachtig om hem daar van z’n velouté de tomates te zien slobberen, en tegelijk had het ook iets ontgoochelends: in mijn hoofd slurpte de hoofdredacteur van Humo elke dag oesters in het chique hotel Métropole. Enfin, ik heb toen ernstig overwogen om hem aan te spreken en om een handtekening te vragen, maar uiteindelijk heb ik het toch maar niet gedaan. (Glimlachje) Wist ik veel dat ik niet zo heel veel later zélf tot die bende van de Livornostraat zou behoren.»

HUMO In de jaren 80 werd je cineast. In het boek vertel je welke van je films je het dierbaarst is: net die ene die commercieel geflopt is.

DIDDEN «‘Sailors Don’t Cry’, inderdaad. Na ‘Brussels by Night’ en ‘Istanbul’ wilde ik weg van de nachtelijke stadsfilm. Ik wilde iets moois maken, een gedicht. De zee moest erin! Verliefde mensen! (Verontschuldigend) Tja, ik zal wel een romanticus zijn. Mijn diepste wezen wordt bepaald door iets dat week en sentimenteel is. En inderdaad: commercieel deed ‘Sailors Don’t Cry’ het niet goed, maar ik ben nog altijd heel blij dat ik ’m gemaakt heb.»

HUMO Later werd je filmdocent aan Sint-Lucas. Je werk daar beschouwde je nooit als een anekdotisch bijbaantje.

DIDDEN «Je kunt zoiets niet doen bij wijze van schnabbel, vind ik. Het is een zware verantwoordelijkheid, voor de klas staan, en ik ben er trots op dat ik het niet verknoeid heb. Toen ik begon als docent, had ik alle slechte leraren uit mijn schooltijd voor ogen: zo zou ik het níét doen. Als je de potentie in je hebt om mensen iets te leren, moet je daar heel hard in investeren. En beschikbaar zijn. Tegen een student die vastzit met zijn filmproject, kun je niet zeggen: ‘We zullen er binnenkort eens over praten.’ Neen, dan nam ik de tram en spraken we ergens af op café. Wat overigens niet wil zeggen dat ik een vriend was van mijn studenten: ik heb er altijd over gewaakt dat er een kleine pedagogische kloof bleef.

»Soms twijfelde ik: heeft het wel zin om ’s ochtends op te staan om les te gaan geven aan mensen van de kunstschool? Maar als ik dan jaren later ‘Tabula rasa’, ‘De Patrick’, ‘De twaalf’ of één van die vele andere films en series van oud-studenten van mij zag, dan wist ik dat het wel degelijk zin had. Ik heb het werk van die mensen niet gemaakt, en ik heb ze evenmin in m’n eentje opgeleid. Maar ik heb wel een zaadje geplant, en dat maakt me ongelofelijk trots.

»Het mooist was het wanneer ik geheel nutteloos was. Bij Fien Troch, bijvoorbeeld: in de eerste week van haar eerste jaar diende ze een scenario van zes bladzijden in. Ik las het en zei haar meteen dat ik haar niets meer kon leren. En zo bleek: al de blinkende schoonheid die ze nu maakt, zat al in die zes bladzijden.»


Twijfelkindjes

HUMO Je hebt je boek ‘Een redelijk leven’ gedoopt. Zo uitbundig, Marc!

DIDDEN «Het klopt gewoon. Ik leid geen alledaags bestaan, maar een heroïsch leven is het evenmin. Ik heb geen Gouden Palm gekregen, geen levens veranderende roman geschreven en geen medaille op de Olympische Spelen gewonnen – al heeft dat laatste niet veel gescheeld (lacht).

»Een tijd geleden zag ik in een boekhandel een meisje een boek van me kopen. Ze vroeg me om het te signeren, en er kwam een kort gesprek van. Plots hoorde ik mezelf zo’n knullige ouweventenvraag stellen, alsof dat meisje van in de 20 nog maar 7 jaar was: ‘En wat wil jij later worden?’ Waarop ze antwoordde: ‘U.’»

'Zodra iemand voor overlast zorgt, stopt mijn nieuwsgierigheid. Niets zo lelijk als iemand die met zijn stem de hele ruimte vult'

HUMO Het is een publiek geheim dat véél meisjes van 20 Marc Didden willen zijn.

DIDDEN «Lach maar, ja. Ik was zelf ook verbaasd, maar ze vond het aantrekkelijk dat ik over zoveel verschillende boulevards geflaneerd heb: ik heb popjournalistiek bedreven, columns en boeken geschreven, scenario’s bedacht, films gemaakt... En ik ben verschillende keren te gast geweest in ‘De ideale wereld’, natuurlijk, dat wilde ze ook wel. Goed, ze vroeg hoe je aan zo’n leven komt. Maar ik weet dat ook niet. Wachten tot je gebeld wordt: zo heb ik het altijd gedaan.»

HUMO Komkom, je laat graag uitschijnen dat het je allemaal is komen aanwaaien, maar daar geloof ik niets van.

DIDDEN «Het is een beetje een truc, ja. Ik weet ook wel dat ik niet de man zonder eigenschappen ben, of de man zonder ambitie. Maar voor een stuk is het wel waar. Er is heel veel gelukkig toeval geweest. Als dat eerste telefoontje van Guy Mortier er niet gekomen was, had ik nooit voor Humo geschreven. En als ik wel een regisseur had gevonden voor ‘Brussels by Night’, had ik het niet zelf gedaan en was ik nooit een filmmaker geworden. En als ik geen filmmaker was geworden, dan hadden al die andere fijne mensen en dingen mijn pad niet gekruist. Ik moet vooral het toeval, de omstandigheden en de mensen die me omringen dankbaar zijn.»

HUMO En ook…

DIDDEN «...mezelf, ja. Ik zal inderdaad wel íéts kunnen. (Denkt na) Ik ben geen eenduidig mens. Er is die ingebakken bescheidenheid en zelfrelativering, maar tegelijk heb ik altijd wel geprobeerd om te excelleren. Omdat ik niet van half werk hou, van kleffe middelmaat. Als je iets doet, moet je proberen om de beste te zijn. Maar toen ik in 1969 afstudeerde, geloofde ik niet dat dat excelleren in me zat. Ik verwachtte oprecht dat ik zou moeten gaan doppen. En toen belde Guy dus, en interviewde ik plots rocksterren in Londen, sliep ik er in de duurste hotels en nam ik daar taxi’s, terwijl ik thuis in Brussel nog als een halve clochard leefde. Ik moest in Londen eens naar een receptie, en ik had niet eens twee sokken van dezelfde kleur. En de twee exemplaren die ik bijeengeraapt had, stónken. Echt waar: ik stond op die receptie in een gehuurde smoking, en de ellendige geur van die sokken kringelde de hele tijd mijn neusgaten in.

»Enfin: ik heb chance gehad.»

HUMO Onvermijdelijk zijn er ook levens die je niet hebt geleid. In je boek vraag je je af waarom je bepaalde afslagen niet genomen hebt. ‘Faalangst, denk ik. Twijfelkindjesgedrag. Zelfhaat. Ik weet het niet.’ Wat een prachtig woord, dat ‘twijfelkindjesgedrag’.

DIDDEN «Ik heb het gejat van een studente die het in een gesprek gebruikte. En inderdaad, ik lijd aan twijfelkindjesgedrag: de massieve zelfverzekerdheid is er nooit gekomen. Het is ook pas sinds mijn vrouw Denise en mijn uitgever me zeiden dat ik een mooi boek heb geschreven, dat ik dat zelf ook vind. Ik heb een kloek ego en ik ben een soort ijdeltuit, en toch moeten anderen me er nog altijd van overtuigen dat ik mag bestaan.»

HUMO Ondanks die onzekerheid ben je altijd je eigen weg gegaan. Je hebt je nooit verscholen in een groep.

DIDDEN «Eén van de grootste complimenten ooit kwam van – alweer – Guy Mortier. Hij zei: ‘Marc, you are very much your own man.’ Dat voelde toch een beetje als een diploma krijgen. Want het klopt: ik heb nooit ergens bij gehoord. Ik ben altijd zelf blijven denken.»


Kakelende juffen

HUMO ‘Een redelijk leven’ opent met een stukje over een jongen van net 16 die in z’n eentje naar Amsterdam reisde omdat hij er absoluut ‘De nachtwacht’ van Rembrandt van Rijn wilde zien. Die jongen was jij, en volgens mij ben je ’m nog altijd.

DIDDEN «Ja, dat is een rake observatie. Ik was een nieuwsgierig manneke, én een buitenstaander. Om te beginnen had ik die fascinatie voor ‘De nachtwacht’ opgelopen door in de Winkler Prins-encyclopedie van m’n vader te bladeren. Dat was niet echt hip voor een 16-jarige. Al mijn leeftijdsgenoten speelden basketbal of probeerden shit te roken, en ik liftte naar Amsterdam om me aan een mijlpaal uit de kunstgeschiedenis te vergapen. Stiekem vond ik mezelf daardoor wel een beetje een straffe gast.

»Het was de start van mijn echte leven, de dag die me op het spoor van iets cruciaals zette: ik kon dat, alleen op stap gaan, en vervuld worden door iets moois.»

HUMO Dat schreeuwt uit al je werk, uit al je woorden: je leven is één grote zoektocht naar schoonheid.

DIDDEN (knikt) «Een proper ideaal, toch? Ik ben blij dat dat mijn verslaving is geworden, en niet alcohol, drugs of ‘Familie’. En die schoonheid beperkt zich trouwens niet tot de beeldende kunst, de literatuur en de muziek. Een vrouw, een café, een treincoupé: ik vind heel makkelijk iets dat me aan het trillen brengt.

»Nu, de schoonheid op zich heeft nooit volstaan voor mij: ik wilde ze ook délen. Daar is wat pretentie voor nodig, ja, want het betekent dat ik overtuigd ben van de waarde van mijn persoonlijke smaak, en vind dat ik anderen daarmee hoor lastig te vallen. Toen ik indertijd bij Humo over Kevin Ayers schreef, een muzikant die niemand kende, kon ik helemaal vervuld raken van de gedachte dat een jonge knul uit Herenthout na het lezen van mijn stukje die plaat ergens in een winkel uit het rek plukte, en vervolgens intens gelukkig werd van die muziek. Je hoort schoonheid niet voor jezelf te houden.»

'Elke nacht aan de bar staan lullen tot je iemand vindt die mee naar huis wil, is makkelijker dan elke dag iets interessants proberen te vertellen tegen je vrouw.'

HUMO Stopt dat gulzige zoeken ooit? Brengt het ouder worden geen verzadiging?

DIDDEN «Ik ben nog altijd een jong, kwispelend hondje – dat zie je toch (lacht)? Neen, de fear of missing out is er wel uit: ik hoef niet meer naar élk concert en élke tentoonstelling te huppelen. Maar ik kan nog altijd heel enthousiast worden van iets. Oud, ja, dat ben ik intussen wel aan het worden. Maar afgebot? Neen. Daar heb ik gelukkig geen talent voor.»

HUMO Er zijn ook mensen die géén schoonheid zien, zelfs al bijt ze hen in het kruis.

DIDDEN «Dat is waar. Het is ook een streven: je moet het willen. Je mag mij geblinddoekt om het even waar droppen, en een halfuur later zal ik iets van schoonheid gevonden hebben. Het is mijn jukebox-principe: uit elke jukebox krijg je minstens drie mooie liedjes. Vroeger heb ik vaak in cafeetjes in pakweg Sint-Niklaas of Houffalize gezeten, waar mijn gezelschap dan zei dat er deze keer echt alleen maar rommel in de jukebox zat. Dan vroeg ik 5 frank, en ik vond altijd weer drie nummers die wél prachtig waren. Je moet het wíllen, de wereld als een snoepwinkel zien.»

HUMO Er bestaat ook veel lelijkheid. In ‘Een redelijk leven’ vermeld je je afkeer van ‘gestampte boeren en luidruchtige leuteraars’. Maar voor het overige zit er weinig venijn in: ben je gestopt met schoppen?

DIDDEN «Ik erger me nog dagelijks aan leeg- en lelijkheid, maar steeds vaker vind ik het beneden mijn stand om die ergernis ook uit te spreken, laat staan ze in druk te laten verschijnen. Ik ben 70 en dus zwem ik niet langer in een oceaan van tijd: nu nog schrijven dat VTM een dagelijkse talkshow heeft met een pedante, belabberd pratende presentator zou energieverspilling zijn.»

HUMO Ik sta vaak verbaasd te kijken naar mensen met uitgesproken opinies. In mijn hoofd kruis ik dagelijks een keer of tien het vakje ‘geen mening’ aan.

DIDDEN «Ik heb het altijd belangrijk gevonden om me uit te spreken. Ik pretendeer graag dat ik een uitstekende bullshitdetector heb en het meteen aanvoel als iemand een hufter of een praatjesmaker is. Maar soms oordeel ik te snel: ik ben al op mijn stappen moeten terugkeren. Mensen die me bij de eerste kennismaking stug en lomp leken, bleken achteraf bijvoorbeeld gewoon schuchter te zijn.

»Ik blijf wel vinden dat je nooit je huis uit mag komen zonder wat burgerzin en fatsoen. Je slaat niet op een ander zijn muil, je gooit geen afval op de grond en je gedraagt je niet te luidruchtig. In Madrid zat ik ’s in een heerlijk restaurant, maar toen er twintig kakelende Duitse onderwijzeressen binnenkwamen, was ik meteen weg. Misschien waren dat wel twintig tóffe kakelende Duitse onderwijzeressen, dat kan. Maar zodra iemand voor overlast zorgt, stopt mijn nieuwsgierigheid. Niets zo mooi als iemand die met zijn persoonlijkheid de hele ruimte vult, maar niets zo lelijk als iemand die met zijn stem die hele ruimte vult.»

HUMO In je boek benadruk je verschillende keren dat je bewondert, maar niet dweept. Misschien is dankbaarheid wel het juiste woord: een oprechte, haast kinderlijke dankbaarheid die van elke pagina gutst.

DIDDEN «Daar kan ik uiteraard niets anders dan ‘Merci!’ op antwoorden. Nee, ernstig: het raakt me dat je dat zegt. Misschien wel omdat ik het omgekeerde zo verafschuw: ondankbaarheid. Er zijn mensen voor wie ik ooit iets fundamenteels heb betekend, en die daar nooit merci voor hebben gezegd.

»Eigenlijk moet ik hier mijn ouders salueren. Zij hebben me geleerd om áltijd dank je wel te zeggen.»

HUMO Ik bedoel het ook ruimer dan gewoon formele beleefdheid. Zodra je iets moois op je pad vindt, lijk je in een grote dankbaarheid voor het leven te ontsteken.

DIDDEN «Waar ben je uit het ei gekropen? Dat kan in Jemen zijn, of in de favela’s van Rio de Janeiro, of in een liefdeloos gezin in Vlaanderen. Maar het kan ook in Hamont zijn, met twee slimme, warme, gulle ouders – dat was mijn gelukslotje. En als dat het geval is, dan moet je dat koesteren. Het hoort een soort erfenis te zijn: als je zoveel kostbare geschenken hebt gekregen van je ouders, dan ben je verplicht om niet lichtzinnig door het leven te stappen. Om dankbaar te zijn, dus, en het nooit logisch te vinden dat je naar een prachtig schilderij mag staan gapen, of naar ‘Heaven’ van Talking Heads mag luisteren, of naast de vrouw van je leven wakker mag worden.»


Slaapkamertijger

HUMO Je draagt ‘Een redelijk leven’ op aan Frank Van Passel. Vind ik leuk: hij is de regisseur van mijn favoriete Vlaamse serie, ‘Terug naar Oosterdonk’, én mijn favoriete Vlaamse film, ‘Manneken Pis’.

DIDDEN «Ik denk daar bij elk boek grondig over na, en deze keer vond ik dat het Frank moest zijn: hij heeft al veel betekend in mijn leven. Eerst was hij een uitstekende student van me, daarna een geweldige stagiair op de set van mijn films, vervolgens een schitterende collega, en uiteindelijk het kostbaarste dat iemand kan zijn: een vriend.

'Je moet het wíllen, de wereld als een snoepwinkel zien'

»Frank is een fundamenteel mooie mens. Toen Stef Wouters van de VRT mij vroeg om zijn idee voor ‘De smaak van De Keyser’ uit te werken tot een tiendelige serie, was ik blij dat Frank die, samen met Jan Matthys, zou realiseren. Plotseling zat ik op de zondagavond van Eén, terwijl ik op dat moment in het arthousecircuit zat. Ik vond dat heel fijn: plots hoorden bijna twee miljoen mensen de dialogen uitspreken die ik geschreven had.»

HUMO Ook je andere vrienden krijgen tedere laudatio’s.

DIDDEN «Ik ben niet spaarzaam met het etiket ‘vriend’. Alain Delon zei ooit dat een echte vriend iemand is die je ’s nachts kunt opbellen met de mededeling dat je iemand omvergeknald hebt, en die dan meteen komt om je te helpen het lijk te laten verdwijnen. Wel, dat klopt. Mijn ervaring met lijken laten verdwijnen is eerder beperkt, maar ik heb in mijn leven toch een tiental mensen die ik ’s nachts kan bellen – en zij mij.

»Wat mijn vrienden bindt, en bij uitbreiding iedereen die ik graag zie, is de never ending conversation die we hebben. We lopen nooit op de vaststelling dat alles wel gezegd is.»

HUMO Veel van die vrienden zijn ook succesvol in de kunsten.

DIDDEN «Ja, en vaak heb ik ze leren kennen lang vóór ze beroemd werden. Frank, bijvoorbeeld, en Dominique Deruddere, die een jeugdvriend uit Leopoldsburg was. En Zwangere Guy heb ik op café ontmoet toen hij nog niets voorstelde. Ik heb hem toen uitgelegd dat Bob Dylan de allereerste rapper was – luister maar eens naar ‘Subterranean Homesick Blues’.»

HUMO Je állerbeste vriend is Denise, ‘het échte eeuwige meisje van mijn leven’.

DIDDEN «Ze vindt het niet nodig dat ik dat in druk zeg. Maar de wereld mag dat wel weten, vind ik, en dus moest er ook een stukje voor haar in het boek.»

HUMO Ik bleef eraan haken. Je hebt het kort, eenvoudig en kwetsbaar opgeschreven, en net daardoor is het zo ontroerend.

DIDDEN «Dat was precies de bedoeling. De liefde uitleggen is ze kapotmaken. Ik wil niet beargumenteren waarom ik van Denise hou en zij van mij, ik wil die bijna vijftig jaar van liefde niet analyseren en uitbenen. Ik wil gewoon dat de wereld weet dat ik haar gevonden heb, het échte eeuwige meisje van mijn leven, en dat ze me verdorie al veel geluk heeft bezorgd.»

HUMO ‘Mijn horizontale leven heeft zich niet echt volgens de leefregels van James Bond afgespeeld,’ beken je ook. ‘Om een slaapkamertijger te kunnen zijn, miste ik altijd al de noodzakelijke soepelheid. En voor het hele gedoe dat komt kijken bij het leven van een playboy, paste ik al bij voorbaat.’

DIDDEN «Uit luiheid, en misschien ook wel omdat ik geen echt domme jongen ben. Want natuurlijk heb ik weleens iemand begeerd, intensief zelfs. Uitleg hoeft daar niet bij. Maar ik bleef dan wel nuchter nadenken over wat er zou gebeuren als ik in die afgrond zou springen. Het antwoord was telkens hetzelfde: vast niet veel goeds.

»Ik ken een paar playboys en seriële dekhengsten, en ik zie dat zij niet gelukkiger zijn dan ik. Dat ze er zelfs last mee hebben, met dat ijle leven. Ik zou opzien tegen de chaos, en tegen de kilte van weer eens een nacht met weer eens iemand anders. Een vriend van me zei eens dat hij het zich niet kon voorstellen, mijn leven met één vrouw. ‘Waar is de romantiek dan?’ Maar de romantiek zit ’m net in samen een tweespan vormen. Weten dat je niet alleen bent. Iemand in je leven hebben tegen wie je nooit hoeft te liegen. En: zoveel van iemand houden dat je jezelf verplicht om boeiend te blijven voor de ander. Elke nacht aan de bar staan lullen tot je iemand vindt die mee naar huis wil, is makkelijker dan elke dag iets interessants proberen te vertellen tegen je vrouw.»

HUMO Dus: ook als het over vrouwen gaat, ben je een estheet, geen proleet.

DIDDEN «Ja! Natuurlijk vraag ik me weleens af of ik niet te weinig geneukt heb in mijn leven. Neen, is dan het antwoord. Ik hou van de opstoot van verlangen die ik voel als ik op een terrasstoel in Rome driehonderd knappe vrouwen zie flaneren. Maar om dan actie te ondernemen? Laat de mythe maar bestaan. Met een mooie, intelligente vrouw spreken vind ik erotischer dan meteen in de dichtstbijzijnde koffer duiken.»


Verboden voor wormen

HUMO Je broers krijgen alle drie een recht uit het hart getapt eerbetoon.

DIDDEN «René, de oudste, is de atleet. Hij is een goeie speerwerper geweest, en het type dat van de rotsen in het water durfde te duiken. Leon was een beetje een patser, maar een heerlijk stijlvolle patser – reed in een Jaguar, speelde golf, dronk champagne op om het even welk uur van de dag, maar altijd op een gracieuze manier. En Roland is de rustigste, maar ook de broer die werkelijk de hele wereld heeft gezien.

»Mijn broers hebben het pad geëffend voor mij. Dat klinkt als iets dat je hoort te zeggen als jongste, maar ik méén het: dat prachtige leven heb ik kunnen leiden dankzij hén.»

'Natuurlijk vraag ik me weleens af of ik niet te weinig heb geneukt in mijn leven'

HUMO Vorig jaar is Leon gestorven.

DIDDEN «Ik ben daar nog altijd ongelofelijk verdrietig over. En verontwaardigd: ik was ervan overtuigd dat we in de juiste volgorde zouden sterven, en dat dat hele doodgaan nog niet voor nu was. Een week eerder was er nog geen vuiltje aan de lucht en had hij flauwe moppen zitten te vertellen, en plots stond ik in het ziekenhuis om afscheid te nemen. ‘Ge moet u goed amuseren,’ zei hij nog.

»Ik dacht dat ik wel tegen een stoot kon. Ik had de dood per slot van rekening al zien woekeren – afscheid nemen van je ouders is ook bepaald geen pijnloze haastklus, hè. Maar toen ik op de terugweg van het ziekenhuis in de bus zat, werd ik door een ruw verdriet in het gezicht gekletst. Ik zag al die straten in Brussel waar we samen gelopen hadden, de wagens die me aan zijn auto’s deden denken, die duizenden mensen in onze stad die dingen deden die hij óók had gedaan. Sindsdien klopt de wereld niet meer voor mij. Mijn broers en ik, wij waren de Daltons. En de Daltons zijn met vier.»

HUMO Zelf werd je afgelopen zomer 70. Hoe bevalt het fysieke ouder worden je?

DIDDEN «Niet, uiteraard. De last van het lijf weegt. Ik heb al lang diabetes, en ik loop tegenwoordig met een stok. Om die reden ben ik niet naar de recentste Biennale van Venetië geweest. Ik vreesde dat het té inspannend zou zijn, de trappen en de bruggetjes. En toen ik onlangs twijfelde om een concertticket te kopen omdat er alleen staanplaatsen waren, werd me verteld dat ik bij de gehandicapten kon zitten.»

HUMO Ik gok dat je dat ticket niet gekocht hebt.

DIDDEN «Inderdaad. Maar de volgende keer doe ik het wel. Ik moet die trots van me maar eens opzijzetten. Ik wil geen mooi concert missen omdat die oude knoken van mij tegenspartelen.»

HUMO Je hebt een lichte hersenbloeding gehad. Dat vermeld je terloops, verstopt aan het einde van een stukje.

DIDDEN «Tja, wat valt daar meer over te melden dan dat het onthutsend is om in een ambulance te liggen en te denken: zo, dit is het dus geweest.

»Onlangs stond ik in een ziekenhuislift met Wim Distelmans, de euthanasie-expert. ‘Binnenkort ga ik je zeker eens bellen,’ heb ik hem gezegd (lacht).»

HUMO Ik vind het wat morbide om er zo losjes over te praten, maar je hebt zelf al bepaald waar je je afscheidsplechtigheid wilt.

DIDDEN «Denise houdt er ook niet van dat ik die dingen uitspreek. Maar het is gewoon zo: mijn liefde voor wormen is niet groot genoeg om ze na mijn dood een feestmaal te gunnen, en in een pompeuze afscheidsplechtigheid vol lofredes heb ik ook al geen zin. Dus is dit wat ik wil: een kleine samenkomst van de mensen die ik graag zie in één van de steden die ik graag zie – Venetië, bijvoorbeeld. En ze mogen mijn as daar uitstrooien. Uit een flesje cola light, liefst.»

HUMO Maar stel dat asjeblieft nog even uit, hè.

DIDDEN «O, ja. Ik heb betrekkelijk weinig zin in doodgaan. Het is brutale ironie, eigenlijk: net nu ik weet hoe dat moet, leven, wordt de blessuretijd aangekondigd. Er moet nog tien jaar bij, en als het even kan: twintig.»

HUMO Kom, laat ons vrolijk zijn: ik wil nog graag iets horen over de winter van 1974, en het grote geluk dat daarbij hoorde.

DIDDEN «Denise en ik hebben toen een lange reis door Amerika gemaakt, en die moest absoluut in het boek. Het gonzen van New York, de geur van koffie in Greenwich Village, de sneeuw, het maanlicht in New England, de bourbon… Ik ben nooit gelukkiger geweest dan toen. Vooral omdat ik daar was met de vrouw van wie ik toen al vermoedde dat ik haar voor altijd aan mijn zijde wilde. Samen waren we ontzettend goed in zorgeloos zijn. En weet je wat nog het mooist was?»

HUMO Je hebt Denise daar ten huwelijk gevraagd?

DIDDEN «Nee, hoor: dat ik toen wél nog een slaapkamertijger was die glorieus uit de luster geslingerd kwam (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234