Beeld Erik Smits

Marieke Lucas Rijneveld

Marieke Lucas Rijneveld wint International Booker Prize. 'Ik denk niet dat mijn ouders een schrijver in hun familie wilden - volgens mij wil niemand dat’

De Nederlandse auteur Marieke Lucas Rijneveld (28) heeft vandaag de International Booker Prize gewonnen met ‘De avond is ongemak’, over een orthodox gereformeerd boerengezin dat de tragedie van een jong gestorven zoon niet in woorden gevat krijgt. Het is een verhaal dat ze niet wilde, maar wel móést schrijven. Humo sprak eerder dit jaar met de schrijver: ‘Als schrijver gaat het zo hard. Maar in het werkelijke leven voel ik me nog altijd heel traag.’

Marieke Rijneveld - in dubio over haar gender, en dus voegde ze ‘Lucas’ toe aan zijn/haar naam - praat prachtig. We zitten aan haar keukentafel in Utrecht. Geen New York, da's waar, maar wel een stad - en dus roerig afstekend bij het kleine Brabantse dorpje waar ze vandaan komt, en waar ze ook ‘De avond is ongemak’ heeft gesitueerd. De actualiteit dicteert dat we elkaar zoenen noch de hand schudden, maar dat is niet erg: we tasten naar elkaar met woorden, en zoals haast altijd is dat genoeg. Er is ook blijdschap: Rijneveld heeft met ‘Fantoommerrie’, haar tweede dichtbundel, net de Ida Gerhardt Poëzieprijs gewonnen. En - geluk heeft altijd een date mee - ze was ook genomineerd voor de Herman de Coninckprijs voor Poëzie.

MARIEKE LUCAS RIJNEVELD «Ik vind het fijn dat die prijzen net die twee namen dragen. Herman de Coninck en Ida Gerhardt zijn, samen met Anna Enquist, de dichters die ik het eerst heb ontdekt. Het was een grote verwondering die me overviel: plots werd ik onderwezen in schoonheid. Voordien kende ik alleen de taal uit de Bijbel - die ik overigens nog altijd prachtig vind: wat een taal! - en plots bleken er nog zoveel andere talen, vormen en fantasieën te bestaan. Die ontdekking, dat was echt een sensatie voor mij. En de volgende stap was natuurlijk: dit wil ik ook. Ik wil óók iets vertellen, mensen verwonderen en raken, met een bijzonder licht over de dingen schijnen.»

HUMO Dat gebeurde pas toen je als 19-jarige naar Utrecht was verhuisd.

RIJNEVELD «Ja. In mijn middelbareschooltijd bestond poëzie niet. Ik leerde hoe je planten kweekt, kippen houdt en straatjes legt - de heuvelbedden waarin groenten groeien. Maar er was geen leeslijst, en geen bevlogen leerkracht Nederlands die de taal als een plantje in mijn hoofd stekte. Er is één gedicht dat ik me uit die tijd herinner: ‘De plek’ van Herman de Coninck. Dat stond op een poster die op de wc hing - daar was kennelijk wel plaats voor poëzie (lacht). Het betekende veel voor me: ik voelde dat ik er veiligheid uit haalde. En toen ik op mijn 19de thuis vertrok en in Utrecht ging wonen, werd de poëzie mijn haven. Ik voelde me ontheemd, ik had even geen plek, en in gedichten vond ik wél houvast.»

HUMO Blijft de eerste liefde altijd de grootste? Verkies je poëzie boven proza?

RIJNEVELD «Ik wil gedichten én romans blijven schrijven. Wat ik niet in mijn poëzie kwijt kan, past wel in mijn proza, en omgekeerd.

»In een roman hoor je direct te zijn, want anders raak je de lezer kwijt. Je bent zijn gids, en dus moet je af en toe ook gewoon melden dat je hoofdpersonage een boterham eet. Poëzie is vrijer: in een gedicht kun je in elke regel een hele wereld verstoppen. Die vrijheid is er ook voor de lezer. Je mag een uur lang blijven aarzelen bij een vers, je mag lezen en herlezen, je mag het begrijpen nog even uitstellen.»

HUMO ‘De avond is ongemak’ zit aan vijftien vertalingen, en ook in het buitenland oogst je er nu lof, nominaties en een florerende verkoop mee. Twee jaar na de verschijningsdatum blijft je romandebuut leven.

RIJNEVELD «Dat is natuurlijk wat je als schrijver hoopt: dat je verhaal blijft bestaan. Er worden gigantisch veel boeken uitgegeven, en dus is het niet evident dat het jouwe zichtbaar blijft. ‘De avond is ongemak’ blijft in de hoofden van veel lezers wonen, en dat is het hoogste wat je als schrijver kunt bereiken. Het voelt alsof het gezin uit mijn boek wordt omhelsd, en dat gun ik die personages heel erg.»

HUMO Tegelijkertijd komen er steeds meer vingerafdrukken op je roman te zitten. Hij wordt gelezen, besproken en vertaald. Drijft ‘De avond is ongemak’ almaar verder weg van je?

RIJNEVELD «Het ging bij de verschijning meteen heel hard, en ik wist niet wat me overkwam. En toen het daarna wat kalmer werd, voelde ik een soort rouw. Omdat ik het boek kwijt was, ja. Want natuurlijk wilde ik het delen, wilde ik dat het gelezen zou worden. Maar tegelijk voelde ik ook het verlangen om het bij me te houden. Zes jaar had ik eraan gewerkt: zodra ik thuiskwam, klapte ik mijn laptop open en verdween ik in mijn verhaal. Het was iets wat me overeind hield, een vorm van veiligheid die ik nodig had. Plots was die weg en lag het oordeel bij de buitenwereld. Ik heb moeten leren om het los te laten. Ik heb mijn boek geschreven zoals ik het wilde schrijven, en nu mogen mensen het lezen zoals ze het willen lezen.»

HET KORSET

HUMO Zowel in je poëzie als in ‘De avond is ongemak’ woont een rauwe eerlijkheid. Wat kwetst, wat schuurt, wat gênant is, wat morbide klinkt: je weigert om ook maar iets níét te beschrijven. Overvalt je weleens schaamte voor wat je hebt geschreven?

RIJNEVELD «Je zou het verwachten, maar neen: tijdens het schrijven voel ik nooit schaamte. Ik kan echt euforisch worden van een mooie vondst of een passage die in bloei schiet. Dat moet dan even gevierd worden: dan sta ik op van mijn bureau en ren ik een blij rondje door de kamer.

»Heel soms voel ik wel schaamte als ik mijn poëzie voor een publiek lees. Onlangs las ik nieuwe gedichten voor die vooral over gender gaan - over de vraag of ik een jongen of een meisje ben. Ik was er tevreden over, maar toen ik ermee voor een publiek stond, dacht ik: nu ben ik zo kwetsbaar. (Denkt na) Ik geloof dat ik zo graag schrijf omdat ik dan vrij van schaamte ben. In mijn leven buiten het schrijven ben ik me altijd heel bewust van mezelf. Van mijn onbehagen, mijn twijfels, mijn falen... Maar zodra ik schrijf, word ik bevrijd.»

HUMO Er zit dus veel van jezelf in Jas, je hoofdpersonage? De werkelijkheid beukt voortdurend op haar in. Weerloosheid, dat is het woord dat de hele tijd door mijn hoofd rende toen ik ‘De avond is ongemak’ las.

RIJNEVELD «Ja. Een broer die sterft, ouders die zwijgen, God die onaantastbaar is, een verwarrend besef van seksualiteit dat in haar groeit: de werkelijkheid kletst Jas brutaal in het gezicht. Ze voelt zich ontheemd en trekt zich terug in haar fantasie. Zo is het bij mij ook gegaan: de fictie in mijn hoofd was groot en overheersend. Ik heb ook lang gedacht dat ik de enige was die dat had, fantasie. Toen ik Roald Dahl ontdekte, was dat niet minder dan een openbaring: oef, ik ben niet de enige!

»Die fantasie houdt me nog altijd staande. Want buiten, in de echte wereld, voel ik me vaak - inderdaad - weerloos. Als schrijver gaat het zo hard en ontwikkel ik me in een rottempo. Ik word gezien. Maar in de echte wereld voel ik me nog altijd traag, trager dan de anderen. Die twee dingen zijn moeilijk bij elkaar te brengen.»

HUMO Iedereen zoekt veiligheid, en voor jou is dat: schrijven. Prima, toch?

RIJNEVELD «Ja, maar als ik niet aan het schrijven ben, is er een soort hopeloosheid die ik moet bevechten. Dan overvalt me een moeilijk te hanteren, woeste donkerte. Tegelijk is die duisternis natuurlijk de bron van mijn schrijverschap: zonder melancholie zou ik niet kunnen schrijven. Maar ik moet wel mijn hoofd boven water houden. Ik mag niet verdrinken. Ik moet me ook een beetje wapenen tegen de weerloosheid, want anders is het niet leefbaar.»

HUMO Hoe komt het dat je het gewone leven zo moeilijk vindt?

RIJNEVELD «Omdat ik de dingen graag wil beheersen, geloof ik. In mijn werk creëer ik de wereld zoals ik ernaar verlang. Alles is er maakbaar. Maar van de tastbare werkelijkheid ben ik niet de meester. In het echte leven redeneer ik nog te veel als een beeldhouwer: ik wil schaven en geduldig bijwerken, tot het helemaal perfect is. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

»Het schrijven heeft het dagelijkse leven in zekere zin ook bemoeilijkt, want aan mijn laptop ben ik soeverein. Ik kan me presenteren als een jongen, of ik kan me presenteren als een meisje. Ik bepaal het verhaal en er wordt me niet snel iets kwalijk genomen. Maar in het echte leven is dat niet zo. En dus word ik daarin heel kwetsbaar: ik worstel met de niet-schrijver die ik onvermijdelijk óók ben.»

HUMO Iemand als Arnon Grunberg heeft zich daar niet bij neergelegd. Voor zichzelf bestaat hij alleen als schrijver.

RIJNEVELD «Het kan, het mag, er is niemand die je tegenhoudt. Maar het kan je ook belemmeren als je alleen maar in je verhaal leeft. Zodra je je laptop dichtklapt, moet je toch een gevoel van eigenwaarde hebben dat losstaat van de tekst die je net geschreven hebt. Het mag niet zo zijn dat ik alleen maar besta als ik iets heb geschreven. Ach, het is een voortdurende tweestrijd: aan de ene kant vind ik het prachtig dat ik me zo kan wijden aan het schrijven. En aan de andere kant ben ik beducht voor het gevaar. Mijn geluk mag niet afhankelijk zijn van de fictie in mijn hoofd. Het schrijven is een korset, ja: het houdt me bij elkaar, maar het zit soms ook te strak.»

'Ik denk niet dat mijn ouders een schrijver in hun familie wilden - volgens mij wil niemand dat (lacht).'Beeld Erik Smits

HET VERRAAD

HUMO Je ouders hadden God om de werkelijkheid te trotseren. Jij koos voor het schrijverschap. Dat zou je moedig kunnen noemen, want jij legt de verantwoordelijkheid voor je geluk niet in vreemde handen.

RIJNEVELD «Misschien wel, ja, al is dat schrijverschap me vooral overkomen. Het was zeker geen keuze tégen God. Vanuit een soort nood heb ik de pen gepakt. Ik was 19, ik was net gestopt met m'n opleiding, ik begon te schrijven en ik kon niet meer stoppen. Er kwam een vloedgolf uit me. Zoveel woorden!

»Je vergelijking houdt steek: het papier is in zekere zin mijn god geworden. Ik vertrouw er alles aan toe. Het oordeel komt vervolgens van de buitenwereld, en dat is wel een verschil. Want de god uit mijn jeugd antwoordde nooit: zijn goed- en afkeuring kwam uit wat wij zelf aan hem toeschreven. We hadden geen vragen, want nog voor we ze konden stellen, waren de antwoorden er al. Nu heb ik net heel veel vragen: als schrijver ben ik een onderzoeker.

»Toch zie ik het niet als het béter doen dan mijn ouders. Ik heb gewoon een andere vorm gevonden om het leven te kunnen hanteren.»

HUMO Daardoor leef je niet het leven dat voor jou was klaargelegd. Voelt het schrijven soms als verraad?

RIJNEVELD «‘De avond is ongemak’ gaat niet over mijn familie, en toch heeft die er last van ondervonden. Onlangs zei een lezer me dat ze, als ze mijn moeder was geweest, zich niet meer in het dorp zou durven te vertonen. Ik schrok daar erg van. Ik voelde een soort verdriet voor mijn ouders: ik heb iets van hen gemaakt, en hun zo iets afgenomen. Dat was helemaal niet de bedoeling. Ik denk niet dat mijn ouders een schrijver in hun familie wilden - volgens mij wil niemand dat (lacht).

»Ik wil heel graag laten zien dat ik het schrijven niet als een wapen gebruik. Dat is niet wat literatuur moet zijn voor mij. Ik ben vrij van wraakgevoelens, en ik wil helemaal niemand kwetsen. Dat blijkt volgens mij uit het boek, en tóch heb ik het idee dat ik iets fout heb gedaan. Ik hoop dat mijn familie ooit inziet dat ik niets agressiefs beoogde, integendeel: ‘De avond is ongemak’ zit vol liefde.»

HUMO Misschien kan het een troostende gedachte zijn dat volwassen worden per definitie neerkomt op verraad?

RIJNEVELD «Ja, ik begrijp wat je bedoelt. Je maakt je los van je jeugd, van je ouders, van je oude gedachten. En dat voelt als een bevrijding aan, en tegelijk als verraad. Het boek is in die zin misschien wel een grenspaal tussen mezelf en mijn jeugd.

»Tegelijk ben ik erg gehecht aan de uitspraak van Annie M.G. Schmidt dat je als schrijver altijd een beetje een kind moet blijven. Dat vind ik een ontzettend fijne gedachte: in mijn werk kan ik een stukje van het kind bewaren.»

HUMO Ik ben zelf ook een heel ander leven gaan leiden dan voor me voorzien was, en ook bij mij hoorde daar een verhuizing van het platteland naar de stad bij. Het was de juiste keuze, en toch voel ik voortdurend de behoefte om die plek, die jeugd en die mensen eer te betuigen. Ik heb er ook een hekel aan als mensen meewarig doen over de plaats waar ze vandaan komen.

RIJNEVELD «En komt daar nostalgie bij kijken? Verlang je terug naar die plek en die tijd?»

HUMO Ik geloof van wel. Het gevoel dat ik dáár hoor, niet hier, zal me nooit helemaal verlaten.

RIJNEVELD (knikt) «Ja, dat is het. Ik herken het helemaal. Het is het verlangen naar een vorig leven dat je ontgroeid bent. Je behoort niet meer tot een gemeenschap, en dat betreur je. Het is alsof je alles hebt verloren wat je destijds had, en maar weinig hebt kunnen meenemen naar hier. Dat bezorgt je een soort eenzaamheid.

»Ik denk soms: ik moet terug naar het platteland. Ik hoor hier niet. Dat vorige leven had op z'n minst het voordeel van de duidelijkheid, en ik was toen minder alleen. Een stad is samengesteld uit rafels, een klein dorp is een monoliet. Maar ik kán helemaal niet terug, ik zou daar niet gelukkig zijn.»

HUMO Werk je nog steeds één dag per week in een melkveebedrijf?

RIJNEVELD «Ja, al is het door de drukte rond mijn boeken wel een poos geleden. Het is mijn manier om in contact te blijven met de werkelijkheid, maar het is vast ook een kwestie van nostalgie, een lijntje met mijn kindertijd dat ik niet wil doorknippen. Heimwee is één van de krachtigste menselijke emoties, en ze is ook irrationeel: je kunt heftig terugverlangen naar iets wat niet fijn was.»

HUMO Hoe moeten we over onze ouders oordelen? We kunnen boos zijn over hoe ze ons vervormd en soms zelfs verwoest hebben. Maar we kunnen ook mild zijn, omdat hun intentie bijna altijd zuiver was, omdat ze gewoon liefde voelden voor hun kind.

RIJNEVELD «Dat is een moeilijke, hè: kijk je naar de intentie waarmee mensen dingen doen, of naar de uitwerking? Daar gaapt vaak een kloof tussen. Ik neig naar mildheid. Ik voel heel veel respect en liefde voor mijn ouders. Het is zoiets precieus, de relatie tussen ouder en kind. Iets dat makkelijk stukgaat, haast van porselein is, zo breekbaar. In de eerste interviews na het verschijnen van ‘De avond is ongemak’ ben ik misschien roekeloos geweest, terwijl mijn ouders kwetsen wel de láátste van mijn bedoelingen was. Ik wil hen nu erg beschermen: mijn beroep vraagt om een zekere eerlijkheid, maar ik wil niet dat mijn ouders daar het slachtoffer van worden.»

HUMO Ouders zijn vaak even hulpeloos als hun kinderen, onthoud ik uit ‘De avond is ongemak’.

RIJNEVELD «Ja, en dat begrijp je natuurlijk pas als je zelf in het volle leven staat. (Denkt na) Wat je wint als volwassene, is vrijheid. Maar misschien zijn we helemaal niet in staat om die vrijheid te hanteren? Ze doet ons voortdurend twijfelen: doe ik het wel goed? Hoor ik niet ergens anders te zijn? Kan ik wel iets betekenen voor anderen?»

'Heimwee is één van de krachtigste menselijke emoties, en helemaal irrationeel: je kunt heftig terugverlangen naar iets wat niet fijn was.'Beeld Erik Smits

DE VRIENDSCHAP

HUMO In ‘De avond is ongemak’ is er maar één personage dat die ene belangrijke vraag durft te stellen aan Jas: ‘Mis je je broer?’ ‘Over de doden praten we niet, die gedenken we,’ schrijf je ook. Mis jij je broer?

RIJNEVELD «Ja, zeker, ook omdat ik niet precies kan weten wíé ik mis. Ik was 3 jaar toen het gebeurde: het beeld dat ik van hem heb, is een erfenis van mijn ouders. Ik weet dat hij een bijzondere jongen was, heel lief, en er al op zijn 12de van doordrongen dat hij dominee zou worden. Maar verder kan ik hem niet invullen, en dat is een gemis dat ik meedraag. In elke relatie die ik opbouw met iemand, grijnst altijd weer de angst om de andere te verliezen. Dat heeft natuurlijk met de dood van mijn broer te maken. Soms mis ik het idee van wat we hadden kunnen zijn als hij er nog was geweest. Het verlies verdwijnt niet: het is een herinnering, een klier die in mijn lichaam zit.»

HUMO Het is zo wraakroepend. We moeten allemaal leren dat leven verliezen is, maar misschien toch beter niet al op ons 3de.

RIJNEVELD «Ja. Ja. Ik heb zo ook een stukje van mezelf verloren. Als je als klein meisje nog niets hebt kunnen opbouwen, als je nog geen identiteit hebt, en plots sterft je broer... Dan besta je haast alleen maar uit verlies. Jij bent klein en jong, en de dood is groot en massief, en blijft nog jaren in de lucht van de woonkamer hangen: dat is de fundamentele oneerlijkheid.»

HUMO ‘De avond is ongemak’ gaat ook expliciet over het seksuele ontluiken van een kind. Er wordt driftig geëxperimenteerd, en meestal niet onschuldig: de jonge personages leren al snel dat seks vooral over macht gaat.

RIJNEVELD «Ik krijg vaak de vraag waarom die passages er absoluut in moesten. Maar ik vond ze noodzakelijk: ik beschrijf wat bij die levensfase hoort. Het ontdekken van je seksualiteit, het experimenteren, het broeierige aftasten van grenzen: had ik het weggelaten, dan zou het verhaal niet meer kloppen.»

HUMO Seks is geen onderwerp van gesprek in het gereformeerde gezin. En dus: iets exotisch.

RIJNEVELD «Alles waar niet over wordt gepraat, is per definitie spannender dan dat wat open en vrij is. Seksualiteit was een verboden onderwerp thuis, waardoor het iets spannends werd. Iets waar ik méér over wilde weten. Ieder kind experimenteert, en dat is prima. Maar als de ouders dat experiment niet enigszins leiden, ga je je eigen regels vormen. Dat is wat er in het boek gebeurt.

»Je hebt vorming nodig. Het is niet zo makkelijk om je als opgroeiend kind goed in je lichaam te voelen, om te weten of je op jongens dan wel op meisjes valt, om meteen een helder beeld te hebben van wat seks voor je kan betekenen. Heel veel pubers en volwassenen worstelen daarmee. Seks is geen gegeven, het is iets wat je moet uitzoeken, iets waarbij je onderweg op schaamte en spijt stuit. Waar voel ik me fijn bij? Het klinkt als een eenvoudige vraag, maar het is in werkelijkheid een heel moeilijke.»

HUMO Je identiteitskaart beweert dat je een meisje bent. Toch, zei je al eerder, weet je dat niet zo zeker.

RIJNEVELD «Voor mij is het een lastige zoektocht, omdat ik er als kind nooit in ben begeleid. Er is mij nooit verteld dat het mogelijk was dat ik op meisjes zou vallen. Of dat ik het verlangen zou kunnen voelen om een jongen te zijn. Daardoor is het heel moeilijk om mijn eigen gevoelens in te schatten. Stel ik mezelf die grote vraag - wil ik een jongen zijn? En zo ja: hoever ga ik daarin? - omdat het niet mag? Of omdat het een reële behoefte is? Het maakt dat ik mezelf niet meer helemaal vertrouw, en dat is pijnlijk. Als je twijfelt over je gender, en je wordt daar door je ouders in erkend - ‘Doe maar, zoek het rustig uit’ - dan kom je uiteindelijk wel ergens. Maar als het wordt afgestraft of genegeerd, beland je in een labyrint en weet je niet welke kant je op moet.»

HUMO Je hebt jezelf eigenhandig van een tweede voornaam voorzien, Lucas. Heeft dat iets opgelost?

RIJNEVELD «Het heeft me alleszins vrijer gemaakt. Omdat het een kleine, voorzichtige stap is, mág het - de wereld doet er niet raar of naar over. En ook voor mezelf voelt het goed: ik kan terug, maar ik kan ook verder.»

HUMO Verder, als in: ook fysiek een jongen worden?

RIJNEVELD «Dat is sowieso nog niet aan de orde - ik hoed me voor radicale beslissingen. Ik kies stap voor stap, weloverwogen, wat ik wil. En ik kan nu niet inschatten hoever het zal gaan.

»Het gaat in mijn leven toch altijd weer over het verlangen naar maakbaarheid. Naar kunnen controleren wie ik ben. Misschien moet ik mezelf daartegen beschermen, en niet absoluut iemand anders willen worden? Misschien moet ik voor mezelf een grens durven aan te duiden, en zeggen: ‘Het is goed zoals het is.’ (Zucht) Ik ben er nog niet uit.»

HUMO Je had het daarstraks over je sociale onbehagen, over het gevoel dat het leven in jouw maat uitverkocht is. Hadden we dit gesprek ook los van deze context - journalist ontmoet schrijver voor een interview - kunnen voeren? Had je me dit alles kunnen vertellen als we toevallig aan de praat geraakt waren bij het eendjes voeren in het park?

RIJNEVELD «Neen. Ik ben nu een schrijver, dit is een onderdeel van mijn werk, en daardoor loopt het als vanzelf. In het echte leven zou ik me bekeken en beoordeeld voelen, niet het minst door mezelf.

»Contact met andere mensen blijft moeilijk. Ik ben toch vooral gericht op m'n werk. Daarin vind ik zekerheid, terwijl ik in de realiteit met anderen altijd weer aan twijfel ten prooi val. En ik doe m'n best, hoor. Ik ben gaan voetballen, gaan schaatsen. Maar het lukt gewoon niet zo goed. Ik vind vriendschap iets heel complex.»

HUMO Misschien heb je er gewoon geen behoefte aan?

RIJNEVELD «Net wel: ik verlang er erg naar. Ik heb weleens overwogen om op Facebook een oproep te plaatsen: ‘Wie wil mijn vriend worden?’ Want ik ben omringd door veel mensen, maar echt hechte, langdurige banden zijn moeilijk voor mij. Ik denk dat ik wel weet hoe dat komt. Vriendschap hoort iets wederkerigs te zijn, een relatie waarin twee mensen evenveel geven als nemen, zonder erbij stil te staan. Maar ik ben opgegroeid met eenrichtingsrelaties: ik wilde absoluut voor mijn ouders zorgen na dat vreselijke ongeluk, en die missie nam me helemaal in beslag. Nu verlang ik naar relaties waarin ik dat óók kan doen, maar daar is vriendschap natuurlijk niet voor bedoeld. Zodra er een zekere band is, wil ik daar altijd in verdwijnen, verlang ik dat die vriendschap me volledig overneemt. (Plots vrolijk) Weet je, uit mijn kindertijd heb ik onthouden dat koeien - in weerwil van hun wat dommige imago - heel lieve, gevoelige dieren zijn. Dat merk ik ook telkens als ik in dat melkveebedrijf werk. Je zou dus kunnen zeggen dat koeien mijn beste vrienden zijn. Dat is vrolijk nieuws, toch: met hen lukt het wél (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234