null Beeld

Marij (27), de dochter van Marc Mijlemans (1958 - 1987): 'Als niemand nog weet wie hij was: dán zal hij volop mijn vader zijn'

Het is twintig jaar geleden dat Marc Mijlemans stierf, nog geen twee jaar nadat hij zijn vrouw Chris Meeus had verloren. Van wie dit rampenscenario heeft bedacht is nog steeds geen spoor. De recherche overweegt het dossier te sluiten.

Rudy Vandendaele

Twintig jaar al: erbij stilstaan stemt niet tot vreugde. Boystown zo noemde hij ons gemeenschappelijke kantoor én onze particuliere omgangsvormen is inmiddels een verzonken Atlantisje, dat hooguit nog stof voor archeologen is, en een verblekende herinnering van mensen die er destijds deel aan hadden. Een herinnering aan enkele gouden jaren en navenante rock-’n-roll. Ik twijfel er niet aan dat de hoogtepunten ervan, aan het eind van mijn rit, in de film-van-mijn-leven zullen voorkomen. Daarbij reken ik op dvd-kwaliteit. Marc Mijlemans heeft nooit geweten wat dvd-kwaliteit is. Twintig jaar al.

Ter nagedachtenis van mijn collega en zijn vrouw neem ik op een dinsdagmiddag in het Antwerpse café Boer van Tienen plaats tegenover hun beider nagelaten werk van vlees en bloed: hun dochter Marij, die nu zevenentwintig is. Ik heb haar al eerder geïnterviewd: in de januarimaand van 1996. Sweet sixteen was ze toen, en in die fase zei ze me: ‘Het allerbelangrijkste is dat ik kan bereiken wat ik wil bereiken: dat de mensen na mijn dood weten wie en wat ik ben geweest. Ik wil me onderscheiden van andere mensen, iets doen dat zij niet kunnen, en ik wil dat andere mensen dat onderscheid beseffen.’

MARIJ MIJLEMANS (lacht) « Heb ik dat echt gezegd?»

HUMO En of. Wat is er van die voornemens geworden?

MARIJ «Ik heb ze uit mijn hoofd gezet, denk ik. Tien jaar is láng, hè? Ik ben veranderd: ouder geworden, en een beetje minder hevig dan toen. Ik ben afgestudeerd en ik ben beginnen te werken.»

HUMO Je zei me destijds ook dat je ooit in de pers wilde terechtkomen.

MARIJ «Dat is gelukt. Ik ben eindredacteur bij De Morgen. Wellicht dacht ik als meisje van zestien dat ik journalist zou worden, maar wat ik nu doe vind ik een heel goede job. Ik ben graag met taal bezig, en ik lees graag: nu word ik dus betaald om de hele dag te lezen.»

HUMO Krantenkopij. Schrijf je zelf nog weleens iets?

MARIJ «Neen, nooit meer. In de middelbare school was ik goed in Nederlands en Engels, en ik schreef ook goed. Toen ik Germaanse filologie ging studeren, bleek iederéén goed in Nederlands en Engels te zijn en goed te kunnen schrijven. Ineens hoefde dat schrijven niet meer voor mij.»

HUMO Als zestienjarige vond je dat journalisten vooral zo persoonlijk mogelijk moeten schrijven.

MARIJ «Wel, dat vind ik nu niet meer waar. Ik zou helemaal niet graag over mezelf schrijven. Wat mijn papa destijds heeft gedaan, vind ik nog steeds heel goed, maar ik ga er niet langer van uit dat het persoonlijke altijd interessant is voor andere mensen.»

HUMO Is je vader, wat je werk betreft, een aanwezigheid op de achtergrond?

MARIJ «Hij is altijd in mijn gedachten. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan hem denk. Voor alle duidelijkheid: dat geldt natuurlijk ook voor mijn moeder. Ooit heb ik gedacht dat het gemis zou overgaan als ik mijn eigen leven zou leiden, naarmate ik dus minder een dochter en een kleindochter zou zijn. Maar ik ben er ondertussen achtergekomen dat het niet slijt.»

HUMO Vind je dat vervelend?

MARIJ «Ik zou toch liever hebben dat het met de tijd iets minder erg wordt. Ik denk zo vaak: ‘Wat jammer dat hij me nu niet kan meemaken, al was het maar voor één dag. Dat hij niet kan zíén wat ik doe, dat hij mijn vrienden niet kent.’ En ik denk ook: ‘Wat jammer voor mijn grootouders – zijn ouders – dat hij er niet meer is.’ Zijn vroege dood is niet alleen voor mij erg, hè. Mijn grootouders, die nu al in de zeventig zijn, zijn een kind kwijt: ik realiseer me veel beter dan vroeger hoe erg dat wel is.»

HUMO Je zei me in 1996 dat er bij je grootouders thuis weinig over je vader werd gepraat, misschien wel om je voor extra verdriet te behoeden. Is dat, nu je volwassen bent, veranderd?

MARIJ «Ik zou volwassen móéten zijn, maar zo voel ik me niet (lachje).

»Op een gegeven moment heb ik tegen mijn grootouders gezegd: ‘Nu wil ik alles zien wat jullie over mijn vader hebben.’ Foto’s van vroeger die ik nog nooit onder ogen had gekregen. Mijn grootmoeder zei dat ze me die altijd al had willen tonen, maar dat ik daar nooit zin in had. Wellicht omdat ik niet meer naar het verleden terug wilde. Op mijn drieëntwintigste heb ik die foto’s bekeken, en de verhalen gehoord die erbij hoorden. Dat was goed. Ik had na afloop meer het gevoel dat ik bij hem hoorde, en dat hij mij graag zag.»

HUMO Heb je daar ooit aan getwijfeld?

MARIJ «Mensen die hem lazen, zeggen met het grootste gemak: ‘Ik heb je vader gekend.’ Dat heb ik heel vaak moeten horen, zodat ik nog maar zelden het gevoel had dat ik zijn dochter was. Ik heb hem eigenlijk nauwelijks gekend, zodat ‘zijn dochter zijn’ nogal vreemd voor me was, bijna ongeloofwaardig. Maar mijn vrienden beginnen nu kinderen te krijgen, en ik zie dat ze vanzelf heel veel van die kinderen houden. Daardoor is het voor mij makkelijker dan vroeger om te denken: ‘Hij zag me graag.’ Nu ja, hij schreef ook over mij, hè – vaak mooie dingen.»

HUMO Soms noemde hij je in zijn stukken ‘het kind’. Dat klonk zo onpersoonlijk mogelijk, en dan nog wel over het persoonlijkste dat hij had.

MARIJ «Ach, dat is literair uitgedrukt, hè (lacht). Hij heeft ook eens geschreven dat hij wilde dat zijn vrouw van een jachthondje was bevallen. Daar kan ik om lachen, want in een ander stukje schreef hij dan weer dat hij, tot zijn verbazing, een bijna perfect kind had verwekt.»

undefined

null Beeld


Sterven van verdriet

HUMO Ik heb je vader nog meegemaakt toen hij onmiskenbaar gelukkig was. Ik denk dat we in die tijd allemaal gelukkiger waren ten kantore in de Kunstlaan, al was het maar omdat we toen jong waren.

MARIJ «Ik ben blij dat er mensen zijn die zich hem als gelukkig mens herinneren. Ik besef ondertussen wel hoe erg het aan het eind van zijn leven met hem was gesteld. Ik heb gezíén hoe ziek hij was, terwijl hij niet eens wist hóé ziek. Toen hij er slecht aan toe was, ging ik vaak bij mijn grootouders logeren, maar ik woonde ook nog bij hem. Hij deed geen moeite om zijn ellende voor me weg te stoppen – dat kon ook niet, begrijp ik nu. Zijn vrouw was overleden, hij had een zware depressie, én kanker, en hij wíst niet dat hij kanker had: kan het eigenlijk erger? Hij had het gevoel dat hij iets in gang had gezet dat hij niet meer kon stopzetten, heeft hij eens tegen mijn grootmoeder gezegd. Wellicht dacht hij dat hij alles aan het loslaten was, dat hij het opgaf, en daar voelde hij zich volgens mij schuldig over.

»Zijn ziekte en zijn depressie staan me nog altijd het scherpst voor de geest, maar ik ben wel blij dat ik nu ook weet dat hij ooit gelukkig was. Hij was bijvoorbeeld gelukkig met mijn moeder. Ik was wel geen gepland kind...»

HUMO Neen, je was een zogeheten moetje.

MARIJ «Ja (lacht), maar uiteindelijk is alles toch goed gekomen. Ik ben zevenentwintig, niet getrouwd en heb geen kinderen. Mijn vader is op zijn achtentwintigste gestorven, maar hij heeft in zijn korte leven veel meer meegemaakt dan ik tot nog toe.»

HUMO Vind je het jammer dat je nog niet getrouwd bent en geen kinderen hebt?

MARIJ «Neen, maar ik ben blij dat mijn vader het heeft mogen meemaken. Ik weet wel zeker dat hij een gelukkige jeugd heeft gehad. Hij heeft mogen studeren; aan de universiteit heeft hij mijn moeder leren kennen, en toen hij was afgestudeerd kon hij vrijwel onmiddellijk bij Humo beginnen, waardoor hij zich een uitverkorene voelde. Het ging goed. Ook met mijn moeder – ik ben nu al ouder dan mijn moeder ooit geworden is: een heel vreemd gevoel.

»Mijn vader is, doordat ik nu meer over hem weet, niet langer die man die mooie dingen schreef in Humo, de man die hij voor het lezerspubliek was. Hij is vooral míjn vader, en de man van míjn moeder. Dat weet ik ondertussen heel goed, want andere mensen kun je volgens mij niet zo erg missen. Maar mijn laatste concrete herinneringen aan hem zijn slecht. Mijn moeder is plots gestorven, zich nergens van bewust, terwijl mijn vader geleden heeft, wat ik nog elke dag heel, heel erg vind.»

HUMO Weet je of hij zich ooit voor zijn depressie heeft laten behandelen?

MARIJ «Ja. Hij moest wel. Zijn familie wilde niet dat hij bij de pakken bleef zitten. Ze waren zelfs streng voor hem, zo van: ‘Je vrouw verliezen is heel erg, maar je hebt een dochter, je hebt werk, je móét verder...’»

HUMO Geloof je dat iemand kan sterven van verdriet?

MARIJ « Daar had ik het gisteren nog over met mijn tante – zij heeft mij eigenlijk opgevoed. Ze werkt in het ziekenhuis van Herentals, waar mijn vader nog behandeld is. De dokters hebben haar gezegd dat die kanker in zijn lijf zat – hij had er evengoed op zijn vijftigste van kunnen sterven – maar dat het verdriet om mijn moeder zijn aftakeling wel zal hebben versneld.»

HUMO Kun je je herinneren dat je hem, in zijn slotfase, vragen hebt gesteld over zijn toestand?

MARIJ « k weet nog dat ik klusjes voor hem opknapte: afwassen, en als we bezoek kregen, probeerde ik dingen op prikkertjes te steken; cocktailhapjes maken, bedoel ik. Ik denk dat ik me vooral sterk probeerde te houden. En ik wou hem niet extra belasten, want ik zag wel dat het slecht met hem ging. Je kon er ook niet naast kijken.

»Niet dat ik het allemaal begreep, verre van zelfs. Ik weet dat ik hem ooit heb gezegd: ‘Jij vindt het niet erg dat mama dood is.’ Dat zei ik omdat ik hem nooit zag wenen, en in mijn kinderlijke voorstelling van verdriet moest er geweend worden, hè. Maar mijn vader was wég, óp, zo ver heen dat je zijn verdriet niet eens meer kon zien. Toen ik hem dat gezegd had, antwoordde hij: ‘Dat mag je nooit, nooit, nóóit meer zeggen.’ Hij was heel boos die keer.»


Jaren van bewondering

HUMO Hoe is je rouwverwerking verlopen?

MARIJ «Ik denk niet dat er ooit van rouwverwerking sprake is geweest. Ik heb er ook niets voor ondernomen, vandaar misschien dat ik er nu nog zoveel last van heb.

»Het rare is dat ik na de dood van mijn vader ook een beetje blij was, of beter: opgelucht. Ik zou bij mijn grootouders gaan wonen – mensen die lief waren en goed voor me zorgden – en ik dacht: alles zal weer in de plooi vallen. Ik heb me daar achteraf heel erg schuldig over gevoeld, maar ik wilde, ondanks alle verdriet, mijn leven voortzetten.

»Rond mijn dertiende begon ik te denken dat ik mijn verdriet moest tónen, dat ik dat aan mijn ouders verplicht was, maar pas later kwam het echte verdriet opzetten, het verdriet waar niet aan te ontsnappen valt. Er volgden periodes waarin ik me zeer, zeer slecht voelde.

»Nu besef ik dat ik altijd wel met dat verdriet zal moeten leven, want het is er altijd. De vroege dood van mijn ouders heeft me bepaald, ze heeft me in ieder geval een knak gegeven. Ik zou heel graag weten hoe ik zou zijn mochten mijn ouders in leven zijn gebleven, maar mijn vrienden en mijn familie zeggen me dat ik me dat niet moet afvragen: ‘Ze zijn er niet meer, oké? Ze komen niet meer terug. Leef je eigen leven, je ouders wéten niet hoe jij leeft.’ Allemaal waar, ik put er ook troost uit, maar toch. Ik vind het leven moeilijk, of het me nu goed gaat of niet. Dat is ook mijn aard, denk ik. Mijn vader was ook niet altijd even vrolijk, hè?»

HUMO Ga je nog weleens naar het graf van je ouders op het kerkhof van Olen? Dat deed je als jong meisje stiekem, want je grootouders vonden die treurnis niet goed voor je.

MARIJ «Neen. Ik ben niet zo vaak meer in Olen. Alleen op zondag, dan eten we met heel de familie bij mijn grootouders.»

HUMO In haar afscheidsprogramma zei Sonja Barend dat haar vader was vermoord in Auschwitz toen ze tien was. Ze had één foto waarop ze samen met haar vader stond, en ze zei dat ze meer levendige herinneringen had aan het jurkje dat ze op die foto droeg dan aan de man bij wie ze op schoot zat. Herken je dat?

MARIJ «Ja, maar toch herinner ik me al bij al nog veel van mijn ouders: niet wat ze zoal tegen me zegden, maar ik heb veel beelden van hen onthouden. Bijvoorbeeld dat mijn vader op zondagavond een plaat oplegde en met mijn moeder begon te dansen in de living. Ik sprong tegen ze op omdat ik wilde méédansen. Mijn vader had een pet op, en hij was werkelijk heel onnozel aan het dansen.

»In gedachten zie ik hem ook nog aan de schoolpoort staan, toen mijn moeder al overleden was – ik zat in het tweede leerjaar. Hij was te laat; alle andere ouders waren hun kinderen al komen ophalen. Ik herinner me nog precies de jas die hij droeg: een sullig regenjasje in een onbestemde kleur. Hij was een beetje een sukkel soms. Of toch een slungel: te lange armen en benen, onhandig. Hij had mijn moeder nodig om praktische zaken voor hem te regelen. Ik zie weleens mensen die me aan hem doen denken: niet dat ze erg op hem lijken, ’t gaat meer om een type. Als ik tegen mijn tante zeg: ‘Die lijkt een beetje op papa, hè?’, dan zegt zij meestal: ‘O ja, inderdaad.’

»Ik herinner me ook dat ik als kind voortdurend boeken en strips las, desnoods de hele dag. Mijn nichtje en mijn neefje waren echte wildebrassen, die almaar kampen wilden bouwen en in bomen klimmen. Dat was mij te fysiek, en ik was onhandig: dat zal ik wel van mijn vader hebben. Dus speelde ik niet mee – veel liever ging ik ergens een boek zitten lezen. Over een album van Jommeke deed ik een halfuur, en zij een week (lacht), want eigenlijk lazen ze nooit. Op een keer waren we samen op vakantie in Spanje. Ik zat weer te lezen, en mijn nichtje liep voortdurend om me heen, en telkens weer tikte ze tegen mijn boek: ‘Hé, flauwe, waarom speel je niet?’ Toen is mijn vader geweldig boos geworden, zo boos dat mijn nichtje onder het bed kroop van de schrik. Hij riep: ‘Je moet haar met rust laten als ze aan het lezen is!’ Ik weet het nog goed.

»Hoe de stem van mijn ouders klonk, ben ik dan weer vergeten. Ik heb nog wel een bandje waarop mijn vader te horen is, maar ik durf het nog niet te beluisteren.»

HUMO Stel je gerichte, specifieke vragen aan mensen die je vader hebben gekend?

MARIJ « Als mensen me zeggen: ‘Ik heb je vader nog gekend,’ zeg ik: ‘O ja?’, en ik maak me zo snel mogelijk uit de voeten. ‘Hij was zó getalenteerd!’: jájájá, denk ik als ik dat voor de zoveelste keer te horen krijg. Kan niemand eens iets anders over hem zeggen?

»De ongelofelijke bewondering die sommige mensen voor mijn vader hebben, vind ik waanzinnig. Onbegrijpelijk. Jurgen Beckers en zijn vriendin Els een vriendin van mij die ook op De Morgen werkt hebben me meegenomen naar het concert van The Triffids. Er zijn nog altijd mensen die hele stukken uit mijn vaders recensie van hun ‘Born Sandy Devotional’ kunnen opzeggen. Als ik die recensie lees, denk ik: ‘Oké’, maar ik sla er niet van achterover. Ik zou misschien wel die plaat kopen, maar ik zal niet over die tekst beginnen te zwijmelen, laat staan dat ’m vanbuiten zou leren.»

HUMO Nu was je vader in Vlaanderen wel de allerlaatste rockjournalist die invloed had.

MARIJ « Hij had een passie voor rock. In een interview vraagt Jurgen Beckers aan de gitarist van The Triffids of hij de teksten van Marc Mijlemans heeft gelezen. ‘Ja,’ antwoordt die man, ‘ik heb ze laten vertalen,’ waarna hij mijn vader ‘a great character’ noemt ‘who will be sadly missed,’ of iets in die trant. Dat is toch verschrikkelijk? Dat zegt iemand die mijn vader nooit heeft gekend, op grond van één vertaalde recensie! Komaan zeg! Ik kan mensen ook wel bewonderen wegens de muziek die ze maken of de boeken die ze schrijven, maar nooit zal ik er plat voor op de grond gaan, laat staan dat ik ze zwijmelend zou aanklampen op straat. Néén!»


Mijl op zeven

HUMO Ik weet dat je vader ervan droomde om schrijver te worden, en dus niet louter in de journalistiek maar ook in de literatuur van tel te zijn.

MARIJ « Tegen zijn broer Peter heeft hij ooit gezegd dat hij heel graag een boek van hem in een boekhandel zou zien liggen.»

HUMO Weten jouw generatiegenoten nog wie Marc Mijlemans is geweest, en wat hij heeft betekend?

MARIJ « Er zijn er wel, maar de generatie dáárvoor weet dat nog heel goed: die mensen zijn ondertussen een jaar of vijfendertig, ze waren dus vijftien toen ze zijn stukken begonnen te lezen.»

HUMO Wanneer herlees je de teksten van je vader?

MARIJ « Als ik het moeilijk heb. Waarna ik het meestal nog een beetje moeilijker krijg (lacht).»

HUMO Het boekje ‘Mijl op zeven’, een selectie uit zijn werk, is al tijden uitverkocht. Zou het volgens jou opnieuw moeten verschijnen?

MARIJ «Er zijn in ieder geval nog steeds mensen die het graag zouden lezen.»

HUMO De tijd kent geen genade: de kans is niet gering dat Marc Mijlemans als journalist en smaakmaker, als publieke figuur, op een dag vergeten zal zijn.

MARIJ « Dán zal hij volop mijn vader zijn – ik heb hem het liefst als vader.»

HUMO Dat begrijp ik, maar zou je, om hem voor de vergetelheid te behoeden, bijvoorbeeld de stichting Marc Mijlemans opzetten?

MARIJ « Neen. Dit interview doe ik wel voor zijn nagedachtenis, en om geen andere reden. Nu ja, met jou praat ik wel graag over hem, maar als je weg bent, blijf ik toch maar weer mooi alleen met mijn herinneringen achter.»

HUMO Probeer je je weleens voor te stellen hoe je ouders je zouden hebben opgevoed?

MARIJ «Ja, en ik vermoed dat mijn vader streng voor me zou zijn geweest, hij zou duidelijke eisen aan me hebben gesteld: bij hem moest je niet met zever komen aanzetten, hè? Ik denk dat ik die strengheid wel gewaardeerd zou hebben. Nog een reden waarom ik het pokkejammer vind dat ik hem nauwelijks heb gekend. Als hij en mijn moeder nu eens voor één dag zouden kunnen terugkomen...»

HUMO Hangen of staan er foto’s van je ouders in je appartement?

MARIJ «Nu wel. Mooie foto’s, waarop ze er superjong uitzien, en ook verliefd, en ze hebben een schattig klein kind (lacht).

»Ik wil er niet dramatisch over doen, maar hun vroege dood heeft werkelijk álles in mijn leven bepaald – hun dood heeft ervoor gezorgd dat ik nu ben wie ik ben. Ik heb op zeer jonge leeftijd met mijn eigen ogen gezien hoe verschrikkelijk mensen kunnen lijden, zowel door ziekte als door verdriet. Dat kun je nooit meer ongedaan maken.»

HUMO Denk je dat je er ook cynisch door geworden bent?

MARIJ «Neen, maar ik ben wel heel erg nuchter, en heel erg kritisch. Kijk, om me heen zie ik mensen die op een vanzelfsprekende manier kinderen krijgen, zonder erbij stil te staan, en die kinderen zullen op hun beurt al even vanzelfsprekend kinderen krijgen, want zo blijft de wereld draaien. Ik denk veeleer: ‘Kinderen, ocharme...’ Ik zal, door mijn verleden, heel hard nadenken over de vraag of ik wel kinderen wil. Ik was een ongelukje, mijn vader en mijn moeder hebben beslist mij te houden, maar wisten zij veel dat ze zo vroeg zouden sterven. Je hebt geen enkele invloed op het geluk van je kinderen, hoe goed je ze ook opvoedt. Om te beginnen geef je, of je dat nu wil of niet, al allerlei genetisch materiaal door, dat bijvoorbeeld tot neerslachtigheid kan leiden, of tot vreselijke ziektes.

»Maar zulke gedachten beletten me niet om van kinderen te houden, en ik kan goed met ze omgaan. Onlangs ben ik meter geworden van het zoontje van een vriendin. Drie maanden is hij nu: echt fantastisch.

»Mijn verleden heeft ook mijn kijk op relaties bepaald: ik heb er een geïdealiseerd beeld van, omdat mijn moeder en mijn vader gelukkig waren met elkaar. En mijn grootouders hebben een supergoed huwelijk – een ouderwets huwelijk. Iemand vinden die zo goed is als mijn vader, is moeilijk voor mij. Ik heb het gevoel dat de lat hoog móét liggen, vaak zo hoog dat ik er zelf niet bij kan. En mijn lieven ook niet, met alle gevolgen van dien. Ik heb ook lang niet geweten of ik wel een relatie wílde. Ik heb er wel gehad, maar ik bleef me afvragen: ‘Heb ik dit wel nodig?’ Ik vind het in ieder geval moeilijk om een relatie vol te houden. Om te beginnen moet je al verliefd zijn: mij overkomt dat niet zo makkelijk. En als ik al eens verliefd word, is het meestal op heel moeilijke mensen.»


Vijf minuten geluk

HUMO Ik denk dat ik zo’n beetje weet wat je met je vader gemeen hebt, maar wat heb je van je moeder?

MARIJ «Temperament. Op mijn werk zeggen ze dat ik een kort lontje heb. Ik zeg heel makkelijk: ‘Dit of dat wil ik niet,’ maar dan minder brutaal en vrank, en ook minder arrogant dan vroeger. Toen ik zestien, zeventien was, was ik bepaald hard, denk ik. Ik wist altijd precies wat ik wilde: het moet zó en niet anders. Als iemand in mijn familie zeurde over zijn werk of zijn huwelijk, zei ik meteen: ‘’t Was je eigen keuze.’ Ik knap nog altijd snel af op mensen, ik hoef soms maar één zin te horen of ik denk al: ‘Wegwezen.’ Spontane antipathieën. Maar ook daarin kan ik me beter beheersen dan vroeger. Dat neemt niet weg dat ik een moeilijk karakter heb.»

HUMO Je kon als meisje van zestien ook al een harde analyse van jezelf maken: je zei onomwonden dat je zeer egocentrisch was.

MARIJ «En verwend. Een weeskind dat in een liefhebbende familie wordt opgevangen: wat wil je?

»Ik heb het daar moeilijk mee gehad: toen ik afgestudeerd was en eindelijk op eigen benen moest staan, had ik geen idee hoe ik aan dat nieuwe leven moest beginnen. Algemene paniek. Daar heb ik nog altijd last van: ‘Kan iemand mij eens zeggen wat ik moet dóén? Kan iemand me zeggen dat ik moet opstaan en elke dag op mijn werk moet verschijnen?’ En nog altijd denk ik: ‘Als niemand me zulke dingen zegt, dan sta ik ook niet op, en dan gá ik ook niet werken.’ (lacht) De meest idyllische herinnering aan mijn leven bij mijn grootouders is: een beetje ziek zijn, op de sofa liggen met een donsdeken over me heen en de hond in mijn buurt, en dan komt ons ma, mijn grootmoeder, vragen of ik nog wat warme chocolademelk wil. Dat is mijn voorstelling van het geluk van toen.

»Heb ik in dat vorige interview ook niet gezegd dat ik een leven wilde waarin ik nooit spijt zou hebben? Wel, ik heb tot nog toe altijd spijt gehad, van álles. Stel: in een winkel moet ik kiezen tussen een rode en een zwarte rok. Ik kies voor de rode, maar ik ben nog maar pas die winkel uit of ik heb al spijt van die keuze. Gegarandeerd.»

HUMO Je noemde jezelf daarnet een weeskind: alleen al het woord wekt medelijden op.

MARIJ «Ik haat medelijden, en mensen die me kennen zullen dan ook niet zo snel medelijden met me hebben, laat staan dat ze dat ook zouden tónen. En maar goed ook.»

HUMO In 1996 zei je me ook waar je bang voor was: je doel bereiken, en daar maar vijf minuten gelukkig om zijn.

MARIJ «En zo is het ook gegaan. Ik heb nu wel wat ik wil, ik ben tevreden met mijn job, maar ik heb niet de neiging om daar ronduit gelukkig om te zijn. Zodra het nieuwe eraf is, wil ik eigenlijk alweer iets anders. Ik weet niet van wie ik dát heb, misschien ook wel van mijn vader. In ieder geval wil ik niet dat mijn werk mijn leven wordt. Ik heb mijn erfdeel gekregen, en daarmee heb ik een appartement kunnen kopen. Ik hoef dus geen huur te betalen, waardoor ik het me kan permitteren om deeltijds te werken. In mijn vrije tijd doe ik niets, ’t is te zeggen: ik spreek met vrienden af, ik lees, en ik ga met mijn metekind uit wandelen. Echt leuk.

»Kijk, ik heb niet het gevoel dat ik het Grote Geluk heb gevonden, wel een aantal gelukjes. En misschien zijn al die gelukjes bij elkaar datgene wat we doorgaans het geluk noemen. Ik heb geen Grote Droom waaruit dan het Grote Geluk zou moeten voortvloeien. Eigenlijk komt me dat goed uit, want het bespaart me misschien de Grote Teleurstelling.»

HUMO Wat is nu je grootste angst?

MARIJ « Dat mijn grootouders zouden wegvallen. Gelukkig zijn ze nog gezond, al zijn ze al zesenzeventig. Het ergste schrikbeeld is nog dat één van hen zou achterblijven: ik kan me de ene niet zonder de andere voorstellen. En dan is er ook nog mijn tante, die altijd alleen is gebleven. Die wilde wel kinderen, maar niet per se een man, en toen kwam ik, haar instantkind. Zij is zowat álles voor mij geweest: een moeder én een vader, en nu is ze vooral mijn vriendin.»

HUMO Zou je zelf alleen kunnen blijven?

MARIJ «Dat heb ik lang gedacht, maar nu niet meer. Ik wil wel een relatie, al kan ik me nog steeds niet voorstellen dat ik lang bij iemand zou blijven. En of ik ooit kinderen zal krijgen, zal afhangen van de man bij wie ik ben. Maar ik ben wel te overtuigen. Door de man-vanmijn-leven, die ik misschien wel nooit zal tegenkomen. Kinderen hebben zónder man is voor mij uitgesloten. Ik heb in mijn leven gemerkt dat je maar beter allebei je ouders kunt hebben, noodoplossingen niet te na gesproken.

»Ik heb veel vrienden van zevenentwintig die geen gezin hebben: die kunnen net als ik uitgaan als ze daar zin in hebben. Dat vind ik fijn, maar ik ben ook graag in het gezinnetje van mijn metekind. Daar ga ik naartoe als ik zin heb in het gezinsleven. Er móét weinig in mijn leven: ik móét geen kinderen krijgen, ik móét geen schrijver worden. Als ik die dwang zou voelen, dán zou ik ongetwijfeld doodongelukkig worden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234