Mark Knopfler:het leed van een Dire Strait

Na Dire Straits voer Mark Knopfler op zeven soloplaten een eigenzinnige koers die hem van elegante pop en oldskool r&b langs soul, Ierse folk, gospel, soundtracks en musichall voerde. Ondertussen is er z’n achtste, ‘Tracker’, over de liefde, de kunsten en het ambacht.

In de ogen van velen is Mark Knopfler één van de foutste figuren uit de jaren 80, en zijn supergroep Dire Straits (110 miljoen verkochte cd’s and counting) met hun nummers van acht minuten en met ‘Money for Nothing’ (een even irritante als onweerstaanbare gitaarriff) en ‘Walk of Life’ (een even irritante als onweerstaanbare orgelriff) één van de meest pompeuze popgroepen. Volgens die criticasters hebben paleontologen terecht een dinosaurussoort naar Knopfler genoemd – de Masiakasaurus knopfleri, géén grap.

Die mensen hebben niet helemaal ongelijk, maar ze vergeten een paar dingen. De eerste twee cd’s van Dire Straits, ‘Dire Straits’ en ‘Communiqué’, waren juweeltjes, niet alleen charmant, verfijnd, kwaliteitsvol en uniek, maar vernieuwend, eigenzinnig en gedurfd op het moment dat de punk raasde. En hoeveel gitaristen hebben een stijl en een sound die je al na één noot herkent? Na Dire Straits was er het solowerk en de mooie cd van The Notting Hillbillies, vooral dankzij hem een klassieker, en hij tilde platen van Steely Dan, Eric Clapton, Emmylou Harris, Sting en zelfs Bob Dylan naar een hoger niveau.

'Op m'n haar en m'n smoel hoeft niemand jaloers te zijn'

Knopfler is een zeer onrocksterachtige rockster: een bezadigd, belezen en gecultiveerd man die op geen enkel vlak voor de valkuilen van zijn job is bezweken: geen drank of drugs, en evenmin ostentatief gepronk met zijn status of rijkdom. Knopflers entourage bestaat uit grijze, beschaafde, kalende mannen – niet de gebruikelijke blitse receptionistes en hitsige assistentes. En een Dire Straitsreünie is niet voor morgen. Integendeel: Knopfler heeft met z’n geld en z’n status een cocon gecreëerd waar dingen gebeuren in zijn tempo en op zijn voorwaarden. Hij is straks 66 en beweegt en praat zo sloom als z’n rustigste songs. Kwiek zou niemand hem op het eerste gezicht noemen, maar schijn bedriegt: dit is een man die op niveau racet, tot in Le Mans toe.

We praten over z’n nieuwe cd ‘Tracker’ in zijn eigen anonieme Londense opnamestudio, meer bepaald in het kleine studiootje boven, waar Knopfler in de gauwte dingetjes opneemt als de grote studio bezet is. Ik draai een microfoon weg zodat ik kan gaan zitten en wijs op het ‘British Grove’-straatbord dat op een schap staat.

HUMO Heb je dat preventief verwijderd, om te voorkomen dat het à la ‘Abbey Road’ honderd keer wordt gestolen?

Mark Knopfler «Zoiets. Weet je waar ik trots op ben? In Londen wordt veel ingebroken. Alles wat los of vast zit, wordt vroeg of laat gejat. Wel, hier is in al die tijd dat we hier zijn nog nooit iets gestolen of zelfs maar beschadigd. We haven’t lost a single wire! Da’s een groot compliment: het wil zeggen dat de buurt mij respecteert. Niet vanzelfsprekend voor een, eh...»

HUMO Miljonair? Ster?

Knopfler (haalt de schouders op) «Wel, je weet hoe de wereld in elkaar zit... Op m’n haar en m’n smoel hoeft niemand jaloers te zijn, laten we het daarop houden (grijnst).»

HUMO Wat is het beeld dat in je geheugen opdoemt als ik naar het prille begin vraag?

Knopfler «Simpelweg: spelen. Oefenen. Tot ik erbij neerviel. Vaak letterlijk. Ik zei ooit tegen Chet Atkins: ‘Ik ben honderd keer gitaar spelend in slaap gevallen waar ik zat.’ Hij antwoordde droog: ‘Yep. Me too.’ Iemand zei me: ‘Pianisten leren hun instrument omdat hun moeder daarop aandringt, gitaristen leren het uit koppigheid.’ Ik denk dat dat wel klopt.»

HUMO Ik had me voorgenomen om je niet te vervelen met vragen over Dire Straits, maar je opent je nieuwe plaat zelf met een song over je beginperiode: ‘Laughs and Jokes and Drinks and Smokes’.

Knopfler «Ah, the olden days... (grinnikt) Die song gaat grotendeels over mijn eerste groepje, nog vóór Dire Straits. Al heeft elke muzikant dat meegemaakt. Je bent straatarm, je smeekt de eigenaar van een goor zaaltje boven een pub of je daar mág spelen, desnoods gratis. Je rookt en drinkt te veel want je waant je onsterfelijk. Je bent ziekelijk egocentrisch, je praat smalend over groupies terwijl je stiekem hoopt dat tenminste één vrouw jou tegen beter weten in aan haar laat zitten... En veertig jaar later denk je: ‘Wat zou er van al die mensen geworden zijn?’»

HUMO Vooral de zin ‘Later I heard you had fallen on hard times’ intrigeert me. Een geliefde?

Knopfler «Ach, ik wil niemand in verlegenheid brengen. Maar zo gaat het toch? Je hebt geen geld, dus je deelt een kamer, zeker in een toen al belachelijk dure stad als Londen. Je logeert bij mensen, je slaapt op de grond, je leent instrumenten, je smeekt om gunsten, je incasseert duizend loze beloftes... En al die passanten in je leven lossen vervolgens op in de mist van de tijd. En van sommigen hoor je dan... (Zucht) Wel, de valkuilen van het bestaan: drugs, prostitutie, bittere echtscheidingen, faillissementen...»

HUMO Jullie moeten veel zelfvertrouwen gehad hebben om op het hoogtepunt van de punk idyllische folkpop te maken, en dan nog in het hol van de leeuw, het Londen van 1977-1979. Was de sfeer vijandig? Belandde je ooit in, vergeef de woordspeling, dire straits of hachelijke situaties?

Knopfler «Wel, onze muziek was melodieus, en dat was toen een zware misdaad. Maar bijna niemand wist dat we bestonden, en van het handvol punkers die zich wel bewust waren van die slungel uit Newcastle en z’n maten, nam niemand ons serieus. Dat hielp (lacht smakelijk). Daarom zag ook niemand ons als een bedreiging. We zijn niet bespuwd of in elkaar geslagen. Wel uitgescholden, maar voor minder doe ik het niet. En tot onze eigen verbazing werden we zo snel populair dat we een paar stadia oversloegen: we gingen van onzichtbaar naar uitverkocht in minder dan een jaar tijd. Ik herinner me dat aan de Marquee al na een paar dagen lange rijen stonden, down the stairs, out the door, around the block. Dat was toen nooit vertoond. En nog wat later gingen we al op wereldtournee met Talking Heads. Goed gezelschap.

'Dire Straits is nooit bespuwd of in elkaar geslagen. Wel uitgescholden, maar voor minder doe ik het niet'

»Ik had ook het geluk dat ik, toen ik debuteerde, al iets te oud was om nog in een aantal valkuilen te trappen. Ik had al heel wat gezien – the university of the blues, the school of hard knocks. Ik was ook argwanend – dat zit erg in mijn karakter – en dus minder goedgelovig dan anderen. In de ogen van een Londense punker van 15 was ik niet alleen een saaie sul uit Newcastle, maar bovendien een óúde saaie sul. Ook dat maakte ons in zekere zin onzichtbaar en onkwetsbaar.»

HUMO Londen is ook de plek waar meer dan elders sluwe promotors rijk werden én worden op de kap van jonge groepjes die bereid zijn om te betálen om te mogen spelen, om vervolgens thuis te kunnen pochen dat ze in Londen hebben opgetreden. Ben jij ooit op de vuist gegaan met frauduleuze managers of zaaleigenaars?

Knopfler «Net niet (grijnst). Ik weet wel dat ik heel lang niets heb verdiend en nog langer niets heb kunnen sparen, want elke penny die binnenkwam, werd meteen geïnvesteerd in nieuwe instrumenten of in studiotijd. Voor onze eerste reeks optredens in de Marquee kregen we 110 pond, geloof ik. We moesten de PA zelf huren. Dat kostte 105 pond. Winst: 5 pond (lacht hoofdschuddend). Te verdelen onder de vier groepsleden en de crew. Dat geld ging naar bier, want een rider hadden we niet. Terwijl daar duizend mensen elk pakweg 10 pond hadden betaald. Iemand is daar rijk mee geworden, maar níét ik. Crazy stuff, maar dat was de realiteit.»

HUMO De nieuwe song ‘Beryl’ herinnert aan vroege Dire Straits.

Knopfler «Juist! Ik heb opzettelijk de intro van ‘Sultans of Swing’ gekopieerd, heel subtiel, vond ik zelf: die tikjes op de hihat...»

HUMO Blijkbaar lees je veel. Opvallend veel songs op je recente platen verwijzen direct of indirect naar soms lang vergeten Britse schrijvers. Schrijfster Beryl Bainbridge was een eigenzinnige exponent van de arbeidersklasse die pas postuum erkenning kreeg.

Knopfler «Toch van de dames en heren juryleden van prestigieuze literaire prijzen zoals de Booker. Die juryleden behoorden tot de Oxbridge Mob, ze waren steevast intellectuelen uit Oxford of Cambridge die stiekem neerkeken op dat wat rare schrijvende arbeiderswijf dat niet eens een hogere opleiding had genoten, that working class lass from Liverpool. Ironisch genoeg zou Beryl nu wél populair zijn, want die jury’s zijn dermate gedemocratiseerd dat ze haar nu zouden bekronen alleen al omdát ze een exponent van de arbeidersklasse was.»

HUMO Evelyn Waugh werd verguisd door de literaire generatie na hem omdat hij tot de upper class behoorde.

Knopfler «Precies. Zijn vrienden waren verdacht, dus ook zijn boeken waren verdacht. Ook fout, natuurlijk. Niets erger dan snobisme, of het zou omgekeerd snobisme moeten zijn. ‘Basil’ gaat over de dichter Basil Bunting, die ik leerde kennen toen ik bij een krant als loopjongen werkte. Basil was oldskool en werd in die working class biotoop ook scheef bekeken: ‘Een dichter!’ Dat hij daar alleen maar werkte omdat hij van z’n poëzie niet kon leven, hielp evenmin. Maar hij was een held – in de Tweede Wereldoorlog werd hij commandant van een luchtgevechtseenheid, en dat waren geen watjes, geloof me. Maar hij behoorde tot een uitstervend ras, dat van de gentleman poet.»


Kans gemist

HUMO Ik ken geen andere gitaargod die zich de moeite getroost om een song over een gitaarbouwer te schrijven.

Knopfler «Ik respecteer, nee, ik bewónder vakmanschap. Ik was dankbaar toen ik Rudy Pensa leerde kennen, die de Pensa MK1 voor me ontwierp (te horen op ‘Calling Elvis’, red.). En vervolgens John Monteleone, die z’n e-mails steevast afrondt met ‘Sorry, de beitel roept, time to make some sawdust’.»

HUMO Zelfs mensen die niet van Dire Straits of zelfs niet van popmuziek houden, weten wie je bent. Wanneer werd je het laatst niet herkend?

Knopfler «In India, waar cricketspeler Sachin Tendulkar een grote Dire Straitsfan bleek. We hebben geschenken uitgewisseld – hij gaf me een gesigneerde bat, ik hem een gitaar. En ik zag omstanders denken: ‘Sachin is een god, maar wie is die bleekscheet die dezelfde lucht als hij mag inademen?’ (lacht) Zo was het ook toen ik Bob voor het eerst ontmoette: ik was nog vrij jong, en hij was al dertig jaar Bob Dylan.»

HUMO Wat kun je me vertellen over je vriendschap met Dylan zonder zijn vertrouwen te beschamen?

Knopfler «Niets (lacht smakelijk).»

HUMO Wanneer heb je hem voor het eerst ontmoet?

Knopfler «In de Roxy in Los Angeles, toen we daar met Dire Straits voor het eerst speelden. Ik als little strummer from Newcastle met mijn grote held. En kort daarna mocht ik met hem samenwerken. En nog wat later vroeg hij me om zijn plaat (‘Infidels’) te producen. Eén kant van me denkt: ‘Hey, Bob, mijn maat’, maar een andere kant denkt nog steeds dat er een vergissing in het spel was.»

HUMO Toen ik ‘Lights of Taormina’ (hieronder te beluisteren) hoorde, moest ik meteen aan Dylan denken. Het beeld van een levende legende die na z’n optreden voor duizenden eenzaam mijmert over een droomvrouw waarmee het niks werd – the one that got away. En ik weet dat je met Dylan in Sicilië was.

Knopfler «Right. Zo was het precies. Na het openluchtconcert in het amfitheater vlak bij het hotel hebben we samen urenlang op ons balkon gestaan, mijmerend over de stormachtige en mythische geschiedenis van die plek, maar ook over het leven, over gemiste kansen. Ik... We, eh... Ik geloof niet dat ik er meer over kan zeggen.»

HUMO Ook ‘Silver Eagle’ is dylanesk.

Knopfler «De Silver Eagle is de tourbus van Dylan. Toen we samen in Amerika op tournee waren, was dat on the road in meer dan één betekenis. Bob wilde zo weinig mogelijk vliegen – niet uit vliegangst, maar omdat je dan niets ziet en nergens komt. Die bus wordt al snel een microsamenleving. Iedereen vindt z’n vaste plek, geeft aan wanneer hij zich wil afzonderen... De eerste versie van ‘Silver Eagle’ heb ik geschreven op die bus. Vroeger kreeg ik op tournee geen werk gedaan, tegenwoordig lukt dat een stuk beter.»

HUMO En Bob?

Knopfler «Die werkt altijd. En als hij niet werkt, leest hij.»

HUMO In ‘Skydiver’ zing je: ‘Like scoring with a beauty of the county, it always makes the old bell ring’. Dat laatste is slang voor ‘een erectie krijgen’, maar toch is het onduidelijk of je het over vrouwen of paarden hebt.

Knopfler «Allebei (lacht). Ik ben geen gokker, en ik zie gokken als een val. In het casino is er maar één winnaar: het casino zelf. Maar ik hou wel van paarden en van de sfeer op de renbaan. En ik merk bij sommige gokkers een zeer duidelijke seksuele opwinding. Op de renbaan zei ik eens tegen Lucian Freud (de onlangs overleden Britse schilder, red.): ‘Ik ben hier met m’n schoonouders. We hebben ons al goed geamuseerd, maar ik ben wel al m’n geld kwijt.’ ‘Hoeveel heb je vergokt?’ wilde hij weten. ‘10 pond op elke race, dus samen toch een paar honderd pond.’ Waarop hij z’n wenkbrauwen optrok en droog zei: ‘O. Ik dacht dat je letterlijk ál je geld bedoelde. Dat zou in jouw geval interessant geweest zijn.’»

HUMO Ik snap niet wat die verwijzing naar dat mes in de song erbij komt doen.

Knopfler «Een mes behoort tot de uitrusting van de schilder: palet, verf, doek, mes. De eerste vonk voor ‘Skydiver’ was Paul Gauguin, over wie ik las in ‘The Moon and Sixpence’ van Somerset Maugham en ‘The Horse’s Mouth’ van Joyce Cary, met de bijbehorende film waarin Alec Guinness de schilder speelde. Wat me aan al die mannen boeit, zeker ook Francis Bacon, is dat ze zichzelf buiten de norm plaatsten. Een schilder is iemand die zegt: ‘Ik volg mijn weg, ook al ben ik nu straatarm en garandeert niets dat ik hier ooit van zal kunnen leven.’ En in hun tijd was schilderen haast een daad van verzet – nu is artiest zijn hip en trendy en soms zelfs rock-’n-roll, maar toen was het bijna verdacht. In de tijd van Gauguin keek de goegemeente veel meer dan nu neer op artiesten. Tot na het victoriaanse tijdperk waren actrices bijvoorbeeld weinig meer dan hoeren.»


Pet af voor de navvies

HUMO ‘Broken Bones’ en ‘Mighty Man’ verwijzen naar boksen en macho’s. Twee dingen die ik niet met jou associeer.

Knopfler «In het Engels bestaat de mooie uitdrukking ‘carry your injuries’ – draag je wonden en littekens waardig, schaam je er niet voor maar wees er trots op, en laat ze jou op cruciale keerpunten aan levenslessen herinneren. Die twee songs gaan niet zozeer over machismo en kracht, maar wel over de barsten in de façade, over aftakeling en ouder worden. Da’s natuurlijk de tragiek van wie zijn inkomen, status en imago baseert op pure fysiek: na pakweg je 30ste gaat het steil bergaf, en op je 50ste of eerder is het allemaal voorbij. Dat geldt niet alleen voor de fairground strongmen die vroeger op veemarkten en volksfeesten ijzer plooiden, maar ook voor moderne sportlui en balletdansers.»

HUMO En voor sommige rocksterren. Tom Waits was slim: die klonk al als een oude man toen hij 20 was, en kan moeiteloos 100 worden zonder z’n gezicht te verliezen. Iggy Pop daarentegen levert jaar na jaar een hopelozer gevecht tegen de zwaartekracht.

Knopfler «Ah, Tom Waits, gotta love ’im. Onlangs zei een vriend van me: ‘You know, Mark, this gettin’ old stuff ain’t for wimps.’ En hij is jonger dan ik (lacht). Ik wilde met die songs ook een monumentje voor de grondwerkers schrijven, de navvies. De grootvader van Mike McGoldrick, die in mijn groep speelt, was er één. Engeland is eind 19de en begin 20ste eeuw gebouwd door Welshe en vooral Ierse seizoenarbeiders en straatwerkers. Die hebben spoorlijnen aangelegd, riolen gegraven, straten gelegd, heuvels doorboord, torens gebouwd... Zonder tractoren of graafmachines, maar met de hand, het pikhouweel en de kruiwagen! Daarbij zijn duizenden werklui omgekomen. Ze moesten na twaalf uur hard labeur ook vaak op de grond slapen, en voor dat privilege moesten ze de werkgever betálen, want die was de eigenaar van de slaaphutten – én van de pub, zodat een groot deel van het uitgekeerde loon naar hem terugvloeide. Er zijn duizenden standbeelden voor generaals en aanverwanten, maar nergens vind je een gedenkteken voor de navvies. Stuitend is dat.»

HUMO In ‘River Towns’ staat een jongeman verloren in het landschap, blut, verlaten, verkleumd. Is dat jouw jongere zelf?

Knopfler «Het is everyman, ik of een ander. Toen ik pas muziek begon te maken, moest ik liften naar de plekken waar ik mocht optreden. En ik heb ooit een lift gekregen van iemand die me halfweg afzette, in een sneeuwstorm, in een landschap waar je in de vier windstreken alleen wit zag. Geen wegwijzers, niks. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Is dit het wel waard?’ Wel... ja! Ik heb niet opgegeven.»


Bekijk de documentaire waarin Knopfler de nummers van z'n nieuwe plaat 'Tracker' bespreekt:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234