null Beeld

Mark Lanegan: 'Ik moet me goed voelen om zo slecht te klinken. Als ik me slecht voel, kan ik niet zingen'

De Amerikaanse Stijn Meuris zal hij nooit worden, maar de dagen dat Mark Lanegan (51) hooguit eens vervaarlijk gromde wanneer een journalist het waagde om een bandopnemertje onder z’n neus te duwen, zijn voorbij.

Vandaag heeft hij zelfs de moeite genomen om, tussen het verorberen van een ham and cheese sandwich door, twáálf platen op een papiertje te kribbelen, waarvan hij er na enig aandringen bereid is twee te schrappen: ‘Easter Everywhere’ (’67) van The 13th Floor Elevators (‘De stem van Roky Erickson gaat altijd recht naar mijn ziel’) en ‘Force of Habit’ (’87) van het ons verder geheel onbekende The Leather Nun (‘Er staat een nummer op deze plaat, ‘Primemover’, waar ik al zeker vijf van mijn eigen songs op heb gebaseerd. Niemand heeft er tot nu toe iets van gezegd’). Bleven over:


1. The New York Dolls

‘Too Much Too Soon’ (’74)

Mark Lanegan «Ik ben opgegroeid in Ellensburg, een klein plattelandsstadje in de staat Washington. In die tijd was het een heel geïsoleerde gemeenschap, vooral cultureel gezien. Om je een idee te geven: je kon er enkel lokale radiozenders ontvangen, en ze draaiden op die zenders bijna uitsluitend country-and-western. Het enige lichtpunt, althans voor mij, was een kleine, nogal alternatieve stripwinkel waar ze ook platen verkochten. Ik moet dertien geweest zijn toen de uitbater van die zaak een paar stapels oude Creem Magazines weggaf, en ik beslag kon leggen op een exemplaar waarin een artikel stond over The New York Dolls. Vooral de foto’s bij dat artikel spraken tot mijn verbeelding: die gasten zagen er totaal waanzinnig uit, met hun lange haren en hoge hakken. Ik dacht: ‘Hier wil ik meer van weten.’ En ik had geluk, want ze hadden in die stripwinkel een exemplaar van ‘Too Much Too Soon’ in huis. Het probleem was alleen dat ik geen centen had, met als gevolg dat ik uiteindelijk een deel van mijn eigen stripcollectie heb moeten inruilen om die plaat te kunnen bemachtigen. Nooit spijt van gehad: ‘Too Much Too Soon’ werd de soundtrack van mijn puberteit. I played the shit out of it. Jarenlang heb ik er mijn gezinsleden mee op de zenuwen gewerkt en mijn toenmalige vrienden mee verward – die gasten wisten niet eens wie Jimi Hendrix was, laat staan dat ze iets van mijn fascinatie voor The New York Dolls begrepen.

null Beeld

» Nu zet ik ‘Too Much Too Soon’ nog altijd weleens op. ‘Puss ’n’ Boots’: fantastisch nummer. En dan die Johnny Thunders-tune ‘Chatterbox’, echt geweldig.»


2. The Velvet

Underground & Nico

‘The Velvet Underground & Nico’ (’67)

Lanegan «Wat kan ik hierover zeggen dat al niet honderd keer eerder gezegd is? Dat ik er een groot deel van de rest van mijn stripcollectie voor heb ingeruild, misschien? Het andere deel ging naar een plaat van The Stooges, als ik het me goed herinner.»

null Beeld

HUMO Je hebt ‘The Velvet Underground & Nico’ dus al op je 13de leren kennen?

Lanegan «Veel ouder zal ik alleszins niet geweest zijn. Ik kende die plaat al voordat ik iets van het solowerk van Lou Reed had gehoord, of van Nico of John Cale. Een wereld ging open toen ik daar ook nog eens aan begon. Wat Lou Reed betreft, ben ik vooral gek op ‘Transformer’, ‘Berlin’ en ‘Street Hassle’. En het solowerk van John Cale beschouw ik in z’n geheel als de Bijbel, vooral ‘Paris 1919’. Een paar weken geleden heb ik trouwens nog samen met John Cale op het podium gestaan: ik heb enkele nummers uit ‘The Velvet Underground & Nico’ met hem meegezongen. Dat was... leuk.»


3. Dead Kennedys

‘Fresh Fruit for Rotting Vegetables’ (’80)

Lanegan «Deze plaat kwam uit toen ik 15 was, en ik heb ’m meteen in huis gehaald. Als punkfanaat was ik toen al bekend met het werk van The Damned, de Ramones en de Sex Pistols, maar dit was mijn introductie tot de hardcore uit Californië. Dead Kennedys en Black Flag zijn daarna lange tijd zowat het enige geweest waar ik naar luisterde. Aanvankelijk was ik ervan overtuigd dat buiten mijzelf niemand in Ellensburg van hun bestaan op de hoogte was, totdat ik een paar jaar later iets had mispeuterd op school, en moest overblijven. Tot mijn complete verrassing zag ik toen in dezelfde zaal een gast zitten die een T-shirt van Black Flag droeg. Dat was Van Conner, drie jaar jonger dan ik, met wie ik vervolgens vijftien jaar lang in Screaming Trees heb gezeten.»

null Beeld


4. The Gun Club

‘Fire of Love’ (’81)

Lanegan «Ik moet 17 of 18 geweest zijn toen ik voor het eerst vanuit Ellensburg een Greyhound naar Seattle heb genomen, een goeie honderd mijl verderop, tweeënhalf uur rijden via een bergpas. Ik was de beperkte platencollectie van de plaatselijke stripwinkel beu, en wilde in downtown Seattle een drie- of viertal platenwinkels aandoen, om eens te kijken wat ze er zoal in huis hadden. Zo ben ik dus op ‘Fire of Love’ van The Gun Club gestoten, de plaat die me heeft doen besluiten om zelf muzikant te worden. Ik kende de groep destijds niet, maar iets in hun naam en het artwork van ‘Fire of Love’ trok me aan. Dus ja, ik heb ’m gekocht en thuis opgezet, en hoe zeg je zoiets? It just opened my mind. ’t Was een fantastische kruising tussen de twee muzieksoorten waar ik het meest van hield: de blues, die ik via mijn vader had leren kennen, en punkrock. Ik heb The Gun Club weleens omschreven als serial killer music, en zo klinkt het wat mij betreft nog altijd – hun tweede plaat, ‘Miami’, misschien zelfs nog meer. De teksten van Jeffrey Lee Pierce zijn gewoon zo… verontrustend. En zijn zangstem is zo fucking intens dat de rillingen ervan over m’n ruggengraat lopen. Tot op de dag van vandaag is hij mijn favoriete zanger aller tijden, zonder enige twijfel. Een schande dat hij tegenwoordig bijna vergeten is. En met hem The Gun Club.»

null Beeld

HUMO In de jaren 90 ben je bevriend geraakt met Jeffrey Lee Pierce.

Lanegan «Ja, we waren goeie vrienden tijdens de laatste paar jaar van zijn leven (Pierce overleed in ’96, red.).

»Ik heb ’m leren kennen in de Whisky a Go Go in Los Angeles, waar ik naar een optreden van fIREHOSE was gaan kijken. Vooraf sloeg ik een praatje met hun geluidsman, die ook onze geluidsman was. Ik vroeg hem: ‘Waar ben je mee bezig?’ en hij antwoordde: ‘Ik ben met The Gun Club op tournee geweest.’ Ik zei: ‘Wat?! Man, The Gun Club is mijn favoriete band! Ik wist niet eens dat ze nog samen waren!’ ‘Dan heb ik goed nieuws voor je,’ zei hij. ‘De ma van Jeffrey woont hier even verderop in de straat. Jeffrey is daar nu, en hij komt vanavond ook naar het optreden.’ En inderdaad, een halfuur later zag ik mijn grote idool in het publiek staan. Ik heb al mijn moed bij elkaar geraapt en ben op hem afgestapt: ‘Sorry voor het storen, maar ik zag je staan. Ik ben jullie grootste fan, en ik kan amper uitleggen hoeveel jullie muziek voor mij heeft betekend.’ ‘Kom je weleens in Londen?’ vroeg hij – hij woonde toen in Londen. Ik zeg: ‘Ja, toevallig ben ik er volgende week.’ ‘Hier is mijn nummer. Bel me, en we gaan iets drinken.’ Zo zijn we dus bevriend geraakt: bij hem thuis in Londen heeft hij Mexicaans voor me gekookt, en daarna hebben we een hele nacht plaatjes gedraaid. En vervolgens zijn we een keer in Los Angeles iets gaan drinken, en daarna ook een paar keer in Seattle, waar ik woonde.»

undefined

'Ik zeg tegen iedereen die het horen wil dat de Bee Gees mijn Beatles zijn'

HUMO Eeuwig zonde dat hij zo jong gestorven is.

Lanegan «Yep, dat vind ik ook. Hij heeft veel voor me betekend, en ik denk nog vaak aan hem.

»Heel raar was dat: door zijn zieke lever zat er overal gif in z’n lichaam, en via via hoorde ik dat hij zich alsmaar vreemder begon te gedragen, en dat hij zelfs was opgegeven door de artsen. En ineens belde hij me op, en hij klonk perfect normaal en gezond. Ik zei: ‘Wat is er aan de hand, Jeffrey? Iedereen zegt dat je op sterven na dood bent.’ ‘Niks van geloven,’ zei hij. Een week later was hij dood.»


5. Joy Division

‘Closer’ (’80)

Lanegan « In de tijd dat ik nog in Ellensburg woonde, had ik altijd veel vakantiebaantjes. In tankstations bijvoorbeeld, en vooral ook op landbouwbedrijven en ranches, omdat ik uit dat soort milieu kwam. Gedurende één winter heb ik in de boomgaarden van een naburig stadje gewerkt: ik moest er de ‘suckers’ afzagen, boompjes die uit de wortels van appelbomen groeien. Dus daar zat ik dan, de hele dag lang op mijn knieën kruipend door de sneeuw – pretty fucking freezing. In de auto op weg naar dat stadje, en ook ’s avonds weer terug naar huis, luisterde ik altijd naar dezelfde plaat, ‘Closer’ van Joy Division, om de simpele reden dat het cassetje vast was komen te zitten. Een hele winter lang heb ik ernaar geluisterd, totdat de auto op een dag begon te slippen in de sneeuw, en ik ’m in de prak reed (lacht).

null Beeld

»Al bij al herinner ik me die periode als een goeie tijd. Ik bedoel, ik voelde me klote, maar juist omwille van die donkere, kille nummers van Joy Division in mijn kop kon ik het uithouden. Op een bepaalde manier beurde die deprimerende muziek me op; ik werd er goedgezind van.

»Ze zeggen me weleens dat ik deprimerende muziek maak, of dat ik altijd klink alsof ik me slecht voel. In werkelijkheid moet ik me goed voelen om zo slecht te klinken. Voel ik me slecht, dan kan ik echt niet zingen.»

HUMO Terzijde: jouw ringtone, is dat nog altijd ‘Sub-culture’ van Joy Division-opvolger New Order?

Lanegan «Niet meer, nee. Sinds een tijdje heb ik een nieuwe gsm, en ik ben er nog steeds niet achter hoe ik ringtones in dat ding moet zetten. Maar eens die lastige horde genomen is, zet ik er zeker ‘Sub-culture’ weer in.»


6. Tim Buckley

‘Starsailor’ (’70)

Lanegan «Eind jaren 80 had ik naast Screaming Trees nog een baan: ik werkte in de opslagruimte van een platenfirma. Een vriend van me, Justin Williams, werkte er ook, en wees me regelmatig op platen die ik volgens hem eens moest beluisteren. Op zekere dag was dat ‘Starsailor’ van Tim Buckley, de plaat met ‘Song to the Siren’ op. Tot dan toe was ik nooit zo veel bezig geweest met rustige muziek, buiten sommige nummers van The Velvet Underground en John Cale dan. Maar dit was pas écht rustig, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik hield er meteen van, en heb er me een tijdlang volledig in ondergedompeld, zoals ik dat doe met alle platen waar ik echt gek van ben. In die periode ben ik de nummers beginnen schrijven voor mijn eerste soloplaat, ‘The Winding Sheet’. De meeste zijn zwaar beïnvloed door Tim Buckley.»

null Beeld

HUMO Hield je ook van de muziek van Jeff Buckley, de zoon van Tim?

Lanegan «Ja, ik was een grote fan. Ik heb hem ooit live zien spelen in Seattle, en toen heeft-ie een sigaret van me gebietst (lachje).»

HUMO Magische anekdote, meneer Lanegan.

Lanegan «Hey man, ik doe mijn best.»


7. Nick Drake

‘Five Leaves Left’ (’69)

Lanegan «Nog een plaat die ik heb ontdekt toen ik in de opslagruimte van die platenfirma werkte. Ik zag daar op een dag de ‘Fruit Tree’-boxset en vroeg aan mijn maat Justin: ‘Wat is dit?’ – ‘O, dat is iets fantastisch.’ De volgende dag heeft-ie me een cassetje gegeven van ‘Five Leaves Left’, ook een plaat die van grote invloed is geweest toen ik mijn eerste solonummers begon te schrijven. Hoewel het natuurlijk heel andere muziek is, sprak het me ongeveer op dezelfde manier aan als Joy Division: ’t heeft zo’n beetje dezelfde spirit, ook vanwege de intieme teksten. Ik heb er eindeloos naar geluisterd.»

null Beeld

HUMO Ik vraag me weleens af wat Nick Drake zou gedaan hebben als hij niet op 26-jarige leeftijd was overleden.

Lanegan «Wie weet. Maybe he would’ve gone disco.»


8. Kraftwerk

‘Radio-Activity’ (’75)

Lanegan « Als tiener had ik ‘Autobahn’ op cassette: great. Maar de allerbeste Kraftwerk-plaat vind ik toch nog altijd ‘Radio-Activity’. Ik hoorde ’m voor het eerst in de vroege jaren 90, en ik heb er vervolgens twee jaar aan een stuk iedere dag naar geluisterd. Of eigenlijk iedere nacht: ik zette ’m op repeat wanneer ik ging slapen, en ik werd dan altijd wakker met die nummers in m’n hoofd. Er bestaat geen plaat die mij meer kalmeert.»

null Beeld


9. Spacemen 3

‘The Perfect Prescription’ (’87)

Lanegan «Toen ik eens thuiskwam na een lange tournee met Screaming Trees, vond ik een cassetje in mijn bagage met deze plaat erop: een fan had het me na een optreden in mijn handen geduwd, maar ik had het weggeborgen en was het vergeten. Ik dacht: ‘Laat ik het één kans geven,’ maar uiteindelijk ben ik er jarenlang naar blijven luisteren.»

null Beeld

HUMO Om eerlijk te zijn: ik heb nog nooit iets van Spacemen 3 gehoord.

Lanegan «Dan mis je wat, vriend. Heb je al eens iets van Spiritualized gehoord? Spacemen 3 was de eerste band van de frontman, Jason Pierce. Pretty far out and psychedelic, zoals je je wel kunt voorstellen.»


10. Bee Gees

‘Trafalgar’ (’71)

Lanegan «De Bee Gees worden doorgaans nogal scheef bekeken door liefhebbers van rockmuziek, maar dat komt omdat de meesten ze enkel kennen van hun discohits. Ikzelf heb ze lange tijd ook alleen daarvan gekend, totdat (bassist) Mike Johnson me ergens halverwege de jaren 90 op hun vroege werk wees – ‘Odessa’ en ‘Trafalgar’ en zo. Ik was toen oud genoeg om me geen fluit meer aan te trekken van wat andere mensen van mijn muzikale voorkeuren dachten, dus sindsdien zeg ik tegen iedereen die het horen wil dat de Bee Gees mijn Beatles zijn – dat zet ze doorgaans wel aan het denken. ‘Trafalgar’ spant voor mij de kroon: ’t is een heel melancholische plaat, en er staan niks dan fantastische songs op, met geweldige harmonieën. De laatste keer dat ik ’m heb opgezet, was toen ik thuis nog een laatste douche nam voor mijn vlucht naar Europa. Op één of andere manier krijg ik er de perfecte kick van om aan een lange tournee te beginnen.

null Beeld

»By the way: ‘Stay’ uit ‘Scraps at Midnight’ is beïnvloed door de Bee Gees.»

HUMO Je meent het.

Lanegan «Ik ben daar heel open in: er zitten in mijn muziek stukken en brokken van alle muziek die ik ooit goed heb gevonden. Ook van de Bee Gees, dus. Zelf beschouw ik het als hommages, al heb ik soms de indruk dat ik de enige ben die ze opmerkt (lacht).»


Alles over Mark Lanegan >>

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234