Mark Ronson - Uptown Special

Net toen Diplo/Major Lazer het iets te goed begon te doen met die ellenlange gastenlijsten op z’n releases, die lazen als een who’s who van de pop en indie, claimt Mark Ronson z’n titel van svengali van de ‘featuring’-platen terug.

Met dezelfde zin voor humor overigens: zie de verkleedpartijtjes in de clips van zowel ‘Watch Out for This (Bumaye)’ van Major Lazer – een onnozele persiflage op patserige ninetiesclips van pakweg Shabba Ranks – en ‘Uptown Funk’ van Mark Ronson featuring Bruno Mars: een onnozele persiflage op de onnozele eighties van bijvoorbeeld Cameo.

Humor en muziek, het levert vaak erbarmelijke resultaten op. Bovendien is ‘Uptown Funk’ een moddervette knipoog naar de eightiesfunk van vooral ‘Jungle Love’ uit 1984, een nummer van de Prince-protégés The Time. De song heeft veel tegen, maar doet alle bezwaren meteen vergeten: ‘Uptown Funk’ is spelplezier, bravado, evenveel perfecte pophit als algehele onnozelheid, Bruno Mars en onweerstaanbaarheid.

Dit is de plaat waarop Ronson hard wegrent van het koperen vintage geluid dat hem naam en faam bezorgde als producer (‘Back to Black’ van Amy Winehouse, dus), én ook die waarop hij z’n Britse roots eens nadrukkelijk niet eert – wat wél het geval was met de Britpop-covers op ‘Version’ (2007), alsook met de glansgastrol voor Boy George op ‘Record Collection’ (2010). ‘Uptown Special’ is Ronsons Amerikaanse Droom, een ode aan de synthetische funk alsook de softrock (vergeet niet: hij groeide op in New York met een lid van Foreigner als stiefvader) die hij als kind van de eighties ingelepeld kreeg. Véél meer dan ‘Record Collection’ is dit een ouderwets meeslepende langspeler die je in een rotvaart van de ene goeie song en bijbehorende sfeer naar de andere loodst. De enige collab die echt tegenvalt, is diegene met de grootste naam: Stevie Wonder voegt met z’n kenmerkende mondharmonicageluid weinig toe aan de intro en outro van de plaat, die op zich ook al weinig meerwaarde bieden. Het zijn de minder ronkende namen, met stemmen gekozen op karakter, die de beste songs – na ‘Uptown Funk’ – kregen: Keyone Starr in de weergaloze robodiscodeun ‘I Can’t Lose’, Andrew Wyatt in de bevreemdende ballad ‘Crack in the Pearl’, Jeff Bhasker in de misschien net iets te veel naar de seventies van Steve Miller lonkende car song ‘In Case of Fire’, KevinTame ImpalaParker in de luchtspiegeling ‘Leaving Los Feliz’. Songs waarvan, of ze nu bestemd zijn voor de dansvloer of voor de autoradio, een loom gevoel van treurigheid uitgaat, met dank aan de teksten van auteur Michael Chabon, die ze vol beelden stak van woestijnen, casino’s, roulettetafels, motels en openluchtzwembaden.

Grappig: het meest organisch klinkende nummer, ‘Feel Right’, waarin de vuilspuitende rapper Mystikal de James Brown in zich mag loslaten op een onvervalste jungle groove, werd gecoproducet door techneut Boys Noize. En de tekst, een reeks herhaalde ‘muthafuckas’, werd duidelijk niet gepend door Chabon. Tot zover écht alle humor op ‘Uptown Special’, een serieus goeie popplaat.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234