null Beeld

Mark Schaevers: als een Humo-journalist een Gouden Boekenuil wint

Afgelopen week werd in de KVS in Brussel en live op Canvas de Gouden Boekenuil 2015 uitgereikt aan Humo-journalist Mark Schaevers. Hij is daarmee wellicht ook het beste geplaatst om u over zijn aanloop naar het podium te berichten.

Tot je een keer voor de Gouden Boekenuil genomineerd bent, heb je er geen idee van hoeveel mensen begaan zijn met het lot van de genomineerde: ‘Zenuwen zeker?’

'De zon breekt door, terwijl een duif op mijn kop kakt. Duivenstront betekent geluk. Ik zal winnen'

In de 64 (!) dagen tussen de bekendmaking van de nominaties en de uitreiking van de prijs was mijn antwoord steeds hetzelfde: ‘Zenknop ingeduwd in mijn kop.’ Wie niks verwacht, is nooit ontgoocheld: ik ontpopte me als filosoof. Voor de literair gevoeligen had ik een citaat van schilder Pierre Alechinsky bij de hand: ‘Ach, die prijzen! Je kunt beter een boom bekijken, of worst eten.’ De Uil hield me ’s nachts niet wakker, zei ik ook graag, hij kwam niet eens in mijn dromen voor. Tot die nachtmerrie in de ochtenduren van 29 april: ik raakte maar niet op de uitreiking. Maar ook die viel dus mee, want voor Jeroen Brouwers zou dit een wensdroom zijn.

Om de vooravond van de Dag des Oordeels vlot door te komen had ik ingestemd met een boekvoorstelling in Boekarest, een boekhandel in Leuven. Een thuiswedstrijd voor een zaaltje nokvol lezers en drank: geen slecht decor voor die laatste avond waarop je een potentiële winnaar bent. Ik heb het interview daar beëindigd met de berustende wens me snel bij het legioen der losers te kunnen aansluiten.

Op de Grote Dag zelf, 30 april, wijkt mijn koelbloedigheid even kort na vieren. In de auto op weg naar het station ziet mijn vrouw dat de naad van mijn blijkbaar wat te ruw gestoomde broek gelost is, we moeten terug naar huis. Ik vind het knap dat ze van dat gat de slappe lach krijgt en het ook zelf kan stoppen.

Voorts herinner ik me van de reis naar de Brusselse KVS alleen de sympathiserende kreet van een hoertje, om de hoek van de schouwburg: ‘Attention, monsieur!’ Ze heeft gemerkt dat ik met mijn knie tegen een paaltje knal wanneer ik even naar boven kijk, om te zien of mijn oudste dochter op haar kot is, drie hoog.

Diep in de buik van de KVS staan broodjes en koffie en concurrent Rob van Essen, even vriendelijk als toen ik hem onlangs in Amsterdam interviewde. Joost de Vries arriveert met de vlotheid van een recidivist, Niña Weijers is een nog grotere schrijfster nu ze hakken draagt. Wat doen genomineerden onder elkaar? Meer giechelen dan praten.

We moeten naar buiten, om onze grande entrée bij het begin van de televisieuitzending te oefenen. De zon breekt door, terwijl een duif op mijn kop kakt. Ik weet van het ongeluk dat raven brengen, maar duivenstront, weet Niña, betekent geluk. Ik zal winnen.

De voorlopige prijs is een schminkbeurt naast Friedl’ Lesage. Ik geef voor het eerst een hand aan Thomas Vanderveken, en besluit hem voor de rest van mijn leven sympathiek te vinden.

De receptie is begonnen. Om niet zenuwachtig te worden doe ik precies hetzelfde als de twintig vorige keren: ik laat het toeval regelen met wie ik in gesprek kom. Mijn redactrice – leuk! Een jurylid – lastig! Een lid van de honderdkoppige lezersjury komt zichzelf feliciteren: dankzij hem, zo wil zijn confidentie het, zal ik die prijs wellicht winnen.

Nu de camera’s draaien, gaat het allemaal nog sneller. Met zijn vieren zitten wij concurrenten (Brouwers is er niet) aan een tafeltje gênant dicht bij elkaar, wanneer ik de prijs van de lezersjury verlies. Niña Weijers haalt de gouden Mont Blanc op, waar ik écht op uit was: zo stond het toch in mijn ongeschreven dankwoord. Maar er is ook goed nieuws: mijn hartslag, mijn ademhaling, alles is nog onder controle. Het is alsof ik een boom bekijk.

De boom is een meneer van Fintro met een cheque, naast Friedl’, die het juryrapport leest. Het ging tussen twee boeken, zegt ze, wat aan mijn tafeltje drie gezichten doet versomberen. Links van me zitten mijn kinderen heerlijk gefocust en stil. ‘Na veel wikken en wegen, orgelen en hout vasthouden,’ zegt Friedl’, ‘heeft de jury een unanieme keuze gemaakt.’ Waarop ze nog 64 (!) woorden doet volgen die zowel op mijn ‘Orgelman’ als op Brouwers’ ‘Het hout’ kunnen slaan. Pas als ze ‘schildersleven’ zegt, mag ik aan Felix Nussbaum denken, mijn vrouw kussen en een dankwoord verzinnen – een lange seconde! Nog voor de bloemen krijg ik geld en een vogel die verrassend licht is: deze Uil lijkt wel door een West-Vlaming aangeleverd, hij is niet van goud, maar van hout.

Half twee, foyer KVS, helaas een selfie vergeten te maken: ik dans!’ (ms)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234