Marlon James, de Jamaicaanse Ellroy: 'Bob Marley móést dood'

Een beknopte geschiedenis van zeven moorden’: Marlon James verdiepte zich in de mislukte aanslag op Bob Marley in december 1976.

'De mislukte aanslag op Bob Marley, in december 1976, staat centraal in de roman van Marlon James.'

‘Ik vond het wel grappig om de titel ‘Een beknopte geschiedenis van zeven moorden’ te geven aan een roman van zevenhonderd bladzijden waarin aan de lopende band wordt gemoord,’ giechelt Marlon James (45) via Skype. De zeven doden uit de titel zijn zeven jongelui die op 3 december 1976 het huis van Bob Marley aan Hope Road in Kingston binnendrongen en 56 kogels afvuurden. Vijf van de samenzweerders stierven binnen de 48 uur na de aanslag, de homoseksuele bende-enforcer en de aanvoerder en psychopaat werden respectievelijk negen en vijftien jaar later opgeruimd. De zanger, zijn vrouw en zijn manager overleefden de aanslag. Marley trad twee dagen later op tijdens het Smile Jamaica Concert en organiseerde hardleers twee jaar later het One Love Peace Concert.

Dezer dagen is James druk doende zijn monumentale boek tot tv-serie te bewerken, in opdracht van HBO. Zijn opvallende roman, vorig jaar op de eindejaarslijstjes van onder meer The New York Times, Time en The Huffington Post, portretteert via het wedervaren van de zeven aanslagplegers drie woelige decennia uit de geschiedenis van Jamaica. Het resultaat is een verbluffende ‘wat als’-roman, een beenharde misdaadkroniek en een verrassende luchtfoto van Jamaica – een ultiem vakantieboek waarin het heerlijk duiken is voor lezers zonder koudwatervrees. Voor zijn ingenieus mozaïek bezigt Marlon immers een twintigtal vertellers, die zich meestal in Jamaicaans dialect uitdrukken en soms ook na hun dood blijven voortkletsen, en een stuk of honderd personages, die zich plegen te bedienen van schuilnamen en identiteitswissels. In het oog van deze tropische storm heerst Bob Marley over de roman als een goddelijke geest.


Rastaman vibration

HUMO Jij was 6 ten tijde van de aanslag. Weet je nog waar je was?

Marlon James «Ik hoorde van de aanslag van een vriendje in een voorstad, die fluisterende volwassenen had afgeluisterd.

»Op mijn 6de draaide mijn leven om ‘Starsky and Hutch’ en junkfood. Ik kon de schaal van zo’n aanslag niet bevatten, omdat hij geen rechtstreekse betekenis voor mij persoonlijk had. En toch: ik zag mijn ouders, die ik toen beschouwde als de sterkste mensen ter wereld, in zorgen. Mijn moeder huilde, mijn vader was bang. Dat was zeer verontrustend. Mijn vader was een grote, sterke man: hij kon overal gaan en staan, zonder angst voor wie of wat dan ook. Ik voelde dat er iets veranderd was, doordat mijn ouders zichtbaar ongemakkelijk deden en doordat ik de volwassenen over niks anders hoorde praten. Iedereen was gespannen de updates aan het volgen, bijna van minuut tot minuut. Maar de meeste updates luidden: ‘Geen nieuws.’ Niemand wist zelfs waar Marley was.

»Pas veel later heb ik begrepen wat er precies veranderd was: Marley werd als onaantastbaar beschouwd. Door die aanslag werd een cruciale lijn overschreden. Dat hele jaar werden lijnen overschreden. Vlak voordien was de ambassadeur van Peru vermoord – geen slachtoffer van een uit de hand gelopen ruzie over een meisje of een drugsdeal, geen domme toerist die zich te ver in het getto gewaagd had, maar een man met diplomatieke immuniteit. En die kogels voor Marley overschreden de ultieme lijn.»

'Bob Marley móést dood. Als de ene hem niet neergeschoten zou hebben, dan had de de andere het wel gedaan'

HUMO Hij besefte die draagwijdte zelf heel goed, zo blijkt uit ‘Ambush in the Night’, de song die hij later over die aanslag schreef.

James «Geweldige song! Niet iedereen heeft zevenhonderd bladzijden nodig om de draagwijdte van dat drama te schetsen (lachje). Het nummer gaat niet alleen over de aanslag zelf, het plaatst ’m zo in perspectief dat die kogels bijna onvermijdelijk waren. Heel goed gezien, zo bleek tijdens mijn research: ten tijde van die aanslag waren zoveel verschillende krachten tegen Marley actief dat je ervan moet uitgaan dat, als de ene hem niet neergeschoten zou hebben, de andere het wel gedaan zou hebben.

»Laat het me toch even duidelijk stellen: Bob Marley was een held. ’t Is bijvoorbeeld nog altijd te weinig bekend dat hij drieduizend gezinnen in Kingston financieel steunde. Drieduizend! Hij was een icoon, van wie de mensen de woorden opzogen. Precies omwille van die invloed werd hij geviseerd en meegesleurd in een smerig politiek spel.

»Zijn ongeziene internationale succes maakte dat meer mensen grootse dromen gingen ontwikkelen. Dat vond de politiek natuurlijk gevaarlijk, maar het was niet te stoppen. Het succes van Marley voelde als het succes van iedereen, omdat hij van de onderkant van de maatschappij kwam. Hij was van Trenchtown én was een rasta – in 1976 heersten er nog veel vooroordelen; simpelweg omdat je een rasta was, kon je zo ongeveer doodgeslagen worden. Dat uitgerekend iemand als hij een gigantische internationale ster kon worden! Mensen die wij als de grootste sterren beschouwden – The Rolling Stones – kwamen naar Jamaica om hem te ontmoeten. Waarop hij dan af en toe mompelde: ‘Vandaag niet, ik heb geen zin om hen te ontmoeten.’ (lacht) Dat was gigantisch, zeer inspirerend.»

'De waarheid over het moordcomplot op Bob Marley kan nooit meer boven water komen'

HUMO Tussen haakjes: je serveert in je roman sappige details over dat bezoek van de Stones.

James (grinnikt) «Die zijn allemaal waar: Keef hád de beste wiet op het eiland en Jagger hád een voorkeur voor zwarte kutjes. Ze hebben ook achttien reggae-versies van ‘Start Me Up’ opgenomen – allemaal even slecht (lacht). En er bestond echt een plan om Mick Jagger te kidnappen en 2 miljoen dollar losgeld te eisen.»

HUMO Je noemt Marley overigens nergens bij naam, ’t gaat aldoor over ‘de Zanger’. Om juridische redenen?

James «Onder meer. Ook omdat hij nu eenmaal meer een icoon dan een mens was. En ook omdat het nooit mijn bedoeling was zijn verhaal te vertellen, ik ben er immers van overtuigd dat de waarheid over dat moordcomplot toch nooit meer boven water kan komen.»

HUMO Er wordt in het boek ook gespeculeerd over zijn dood ten gevolge van een geïnfecteerd melanoom op zijn teen.

James «Een melanoom kon ook toen al perfect genezen worden, als het maar tijdig ontdekt werd. Ik zou zijn medische dossiers doodgraag inkijken, maar ik neem aan dat die verdwenen zijn. Daar zit nóg een roman in, want het blijft een raar verhaal. Ik denk dat Marley slecht behandeld en geadviseerd is, door zelfingenomen dokters en malafide lui uit zijn omgeving. Velen van hen bleven ’m maar pushen om te blijven touren – om de eenvoudige reden dat als hij stopte met optreden, zij stopten met verdienen.

»Toen hij nog sterk en gezond was, slaagde hij er goed in de profiteurs en de beunhazen af te houden. Dat heeft ’m zeker ook geholpen om te worden wie hij was. Maar zo gauw hij zwakker werd, hebben ze zich allemaal op hem gestort. Herinner je je de scène in het boek aan het eind van zijn leven, waarin zijn entourage zich in zijn hotelkamer in een dronken drugsorgie stort? Dat zou een gezonde Marley nooit hebben laten gebeuren. Ik beweer niet dat hij een heilige was, er wordt in de roman niet toevallig geregeld gegrapt over zijn seksuele honger. Maar dat soort decadentie? No way.»


Geopolitieke paranoia

Bob Marley werd niet toevallig beschoten twee dagen voor het Smile Jamaica-concert, bedoeld om de conservatieve en socialistische partij van het land te verbroederen maar door beide misbruikt om de nakende verkiezingen te manipuleren. Dat de verdeeldheid zich zo bloederig kon uitdiepen, is een gevolg van het samenklitten van drie conflicten, een perfecte tropische storm: het territoriumgevecht tussen twee gettobendes in West-Kingston, de verkiezingsstrijd tussen links en rechts, én de Koude Oorlog. Beide partijen steunden immers elk een gettobende, in de overtuiging dat wie in Kingston won, in heel Jamaica zou zegevieren. En op hun beurt werden links en rechts gestuurd door respectievelijk Cuba en de CIA, als pionnen in het geopolitieke schaakspel van de Koude Oorlog.

Het motto van James’ roman luidt: ‘If it not go so, it go near so’, een Jamaicaans spreekwoord dat een tikje zelfbewuster klinkt dan zijn Italiaanse broertje ‘Si non è vero, è ben trovato’.

James «Een roman is als een leugen die de waarheid vertelt. Ik heb simpelweg gegraaid in de werkelijkheid zoals het me uitkwam. Ik wilde niet aan de non-fictie en ik had ook geen sleutelroman in gedachten. Dat had het voordeel dat ik met beweegredenen, de frustraties en de innerlijke strijd van mijn personages aan de slag kon.»

HUMO In welke zin heeft het paranoïde politieke klimaat je jeugd bepaald?

James «Als je opgroeit in een politieke cultuur, drukt dat bijna al de rest naar de achtergrond – ongeveer zoals de popcultuur het Amerika van vandaag domineert. In elk geval drong de politiek voortdurend het dagelijkse leven binnen. Bij mijn grootmoeder hing een foto van de eerste minister aan de muur, niet van mij (lacht). Sinds Jamaica in de Koude Oorlog werd meegesleurd, ging de geopolitieke paranoia steeds meer een rol spelen in ons leven van elke dag. Een typisch voorbeeld: Amerika zorgde voor kleurboekjes voor de scholen, waarin dan uitgelegd werd wat democratie was. Alles om het communisme te stoppen! (lacht)»

HUMO Heeft dat je politiek bewust gemaakt voor de rest van je leven?

James «Het heeft me vooral cynisch over politiek gemaakt, vrees ik. Nina Burgess, een ooggetuige van de aanslag die ik de hele roman door blijf volgen, zegt aan het begin van het boek dat een Jamaicaan wel met politiek bezig móét zijn: ‘Als je je niet met politiek bezighoudt, houdt de politiek zich met jou bezig.’ Driehonderd bladzijden verder piept ze al net iets anders: ‘In Jamaica wordt het nooit slechter of beter, het blijft alleen steeds op een andere manier hetzelfde.’

»Telkens wanneer ik Jamaica bezoek, is het precies zoals ik het voordien achtergelaten heb. Heel frustrerend. Er is zoveel creativiteit, er is zoveel aan de gang, er bruist zoveel verlangen. Maar het moment waarop dat elan gefrustreerd raakt of zelfs gebroken wordt, is meestal het moment waarop de politiek in het geding komt.»

'Muzikaal gaat James' roman van The Velvet Undergound tot Andy Gibb. 'Het leek me zeer amusant om in een ernstige roman mensen bijna 300 bladzijden naar Andy Gibb te laten luisteren.'

HUMO Nochtans was net in die paranoïde jaren 70 de culturele scene zeer levendig.

James «Er was een explosie van cultuur, ja. Dat reggae zo’n hoge vlucht genomen heeft, had gevolgen voor de literatuur en de poëzie van de straat. Ik ben opgevoed met de idee dat als ik een roman wilde schrijven, ik dat maar beter deed in de taal die ik ook zou bezigen als ik me tot Queen Victoria zou richten. Tot dan was de regel: dialect en patois gebruik je alleen voor comedy. Maar plots mochten woede en verlies, geweld en verlangen ook ter sprake gebracht worden in de taal van iedereen. Dat was echt een overweldigende bevrijding. Zo heeft reggae een explosie in de literatuur veroorzaakt, maar ook in dans en film: ‘The Harder They Come’ brak halverwege de jaren 70 door. Een renaissance in creativiteit, zoals we er sindsdien geen meer gekend hebben.»

HUMO Je roman gaat muzikaal veel ruimer dan reggae: van The Velvet Underground tot Andy Gibb.

James «Véél disco, ja (lacht). Disco was overal, je kunt geen roman over de seventies schrijven zonder. Het leek me ook zeer amusant om in een ernstige roman mensen bijna driehonderd bladzijden naar Andy Gibb te laten luisteren (grinnikt).

»Die scène met ‘I Found a Reason’ van The Velvet Underground is bijzonder voor me. ’t Is één van de weinige plaatsen in de roman waar ikzelf in het geding kom. Toen ik heel gefrustreerd rondliep, als schrijver en als mens, luisterde ik veel naar ‘Loaded’. Het zinnetje ‘If you don’t like things you leave’ bleef hangen, ‘I Found a Reason’ werd erg belangrijk voor me.»

HUMO Wanneer heb jij Jamaica uiteindelijk definitief verlaten?

James «Zeven jaar geleden. Om een eenvoudige reden: ik vond er geen werk en ik kon les gaan geven in Minneapolis. Maar er speelde meer. Misschien is het aan het veranderen, maar toen kon je in Jamaica simpelweg geen schrijver zijn. Ik was heus niet de enige: nogal wat van mijn vrienden zijn voor of na mij vertrokken, de meeste Caraïbische schrijvers wonen niet in de Caraïben. Ik weet oprecht niet of ik een boek als dit had kunnen schrijven als ik nog in Jamaica woonde. In elk geval voelde ik er niet de vrijheid om te kunnen schrijven wat ik wilde. Misschien zou ik niet echt gevaar lopen, maar ik zou er wel zenuwachtig over rondlopen. Het bloederige geweld zou niet eens het ergste zijn, met de homoseksuele scènes waag ik me pas echt op glad ijs. Ik heb het in Jamaica bijvoorbeeld nooit evident kunnen vinden om hand in hand met mijn vriend over straat te wandelen.»

HUMO Waarom wilde je die scènes per se in het boek?

James «Ik hou van complexe personages, simpelweg omdat mensen nu eenmaal complex zijn. Zie het als een soort uitdaging: de lezer moet accepteren dat de meest flitsende gangster in de roman homo is en daar heel ootmoedig in is. Ik hou ervan het de lezer een tikje ongemakkelijk te maken, zijn ervaring van een personage te compliceren. Dat doe ik in dit geval heel direct en controversieel, gezien de Jamaicaanse houding tegenover homo’s. Maar ik vond het nodig – om iedereen duidelijk te maken dat homo’s nu eenmaal deel uitmaken van het leven, zelfs in het getto van Kingston.

»De gangster is hét archetype van mannelijkheid in Jamaica, zeker in het getto. Daar ontleent men, bij gebrek aan deugdelijk rolmodel, een ideaal van mannelijkheid aan films als ‘Dirty Harry’. De gangsters kleven aan de mythe dat ze outlaws zijn; ze hebben niet toevallig cowboynamen. Ik vond het nuttig dat machismo wat van zijn eenvoudige eenduidigheid te ontnemen (lachje).»


Crack & co.

'Op den duur had iedereen wel door dat de enige levens die de politici veranderden die van henzelf waren. Het getto bleef het getto'

Voor de finale van de beknopte geschiedenis van de laatste twee moorden verhuist Marlon met zijn overlevers naar het Amerika van de jaren 80. De Jamaicanen gingen, met hun in het getto gerijpte skills, de drugsbusiness in New York, Miami en Chicago controleren.

James «Zoals de oorlog in het getto van Kingston een geopolitieke dimensie kreeg, zo nam de Jamaicaanse drugshandel internationale allures aan. Natuurlijk waren er in die jaren ook andere dan Jamaicaanse posses actief in Amerika, maar The Washington Post heeft wel degelijk ooit gekopt: ‘Jamaicaan maakt stad verslaafd aan crack’. Alleen al via de Bronx in New York werden ongelofelijke hoeveelheden verhandeld: 300.000 pond ganja, 20.000 pond cocaïne.

»De Colombianen zagen in de Jamaicaanse gangsters prima helpers, omdat ze het meest verdorven van allemaal waren. Een gevolg van hun vreselijke ervaringen in het getto, waar iedereen al erg jong doordrongen raakt van een stuitend gebrek aan respect voor elk menselijk leven. Verbijsterend. Die Jamaicanen hadden niet het minste probleem om wie dan ook te vermoorden. De meesten kenden geen grenzen om hun materialisme te voeden. Maar er zaten ook kwalijke seriemoordenaars tussen, die met plezier hun gruwelijke gang gingen.

»De schuld van de Jamaicaanse politici kan niet onderschat worden. Men heeft te weinig gedaan om die morele verwording tegen te gaan. Velen in het getto zijn een tijdlang loyaal aan politici gebleven, maar op den duur had iedereen wel door dat de enige levens die de politici veranderden die van henzelf waren. Het getto bleef het getto.»

HUMO En de Amerikanen lieten het allemaal toe.

James «Dat zie je overal in Centraal- en Latijns-Amerika: de CIA kneep een oogje dicht voor de meest verschrikkelijke sujetten, zolang ze zich maar ver van het communisme hielden. Ze steunden dictaturen, lieten de drugshandel floreren, stonden moordenaars, verkrachters en walgelijke psychopaten toe hun gangetje te gaan – zolang het maar geen communisten waren.»

HUMO Viel het je als schrijver lastig in hun hoofd te kruipen?

James «Als ik een personage minder graag begon te hebben, vond ik dat een smet op mijn roman en probeerde ik dat weg te werken. Ik ben blijven werken en schrijven tot ik geen favorieten had en iedereen leuk vond.

»Ik denk dat ik het minste voeling had met de CIA-man Barry Diflorio. Maar ik had ’m nodig om de internationale breedte van het verhaal te vangen. Uiteindelijk vond ik een aanknopingspunt in zijn gevoel van ergens vast te zitten. Maar het was niet altijd evident, bijvoorbeeld met een psychopaat als Josey Wales. ’t Is een verdorven man die twee zwangere vrouwen vermoordt, geen scrupules kent en in z’n eentje een crackhouse uitroeit. Maar zijn kijk op de wereld is wel bijzonder fris.»

'Dit is wellicht de meest gewelddadige roman aller tijden over Jamaica, maar ik heb nog geen enkele lezer ontmoet die na zijn lectuur beslist heeft het land absoluut te mijden'

HUMO Zeg dat wel: ‘Goed is een geest. Goed levert geen geld op. Jamaica is beter af met slechtigheid, want dat soort slechtigheid werkt.’

James «Hij heeft ook als enige helemaal door wat de CIA met het land van plan is. En hij is de enige die door niemand voor de gek gehouden wordt. Maar ik ging ’m geenszins missen toen hij uiteindelijk stierf.»

HUMO Laat ik Nina nog eens citeren: ‘Ik woon hier al mijn hele leven en ik heb het echte Jamaica nog niet gevonden.’ Wat wilde je uiteindelijk kwijt over Jamaica?

James «Bovenal dat het een ingewikkeld land is, nooit eenduidig: goed én slecht, mooi én lelijk. Ik hoop dat mijn lezers een uitgebalanceerd, realistisch, gesofisticeerd zicht op het land aan mijn boek overhouden. Dit is wellicht de meest gewelddadige roman aller tijden over Jamaica, maar ik heb nog geen enkele lezer ontmoet die na zijn lectuur beslist heeft het land absoluut te mijden. Waarom zou je ook? Ik ben ook niet opgehouden met New York aan te doen omdat er weleens mensen overvallen worden.»

'Over 'The Middle Passage' van V.S. Naipaul: 'De passage over Kingston in dat boek heeft veel bij me losgemaakt. Ik denk dat Naipaul en ik met hetzelfde probleem worstelden: hoe te schrijven over verschrikkelijke toestanden?'

HUMO Tot tweemaal toe wordt ‘The Middle Passage’ van V.S. Naipaul gehekeld.

James «De passage over Kingston in dat boek heeft veel bij me losgemaakt. Ik denk dat Naipaul en ik met hetzelfde probleem worstelden: hoe te schrijven over verschrikkelijke toestanden? Want als je mooi schrijft over iets verschrikkelijks, wordt dat gelijk een stuk minder verschrikkelijk. Daar heb ik in de lopen der jaren veel en heftig over gediscussieerd: als ik mijn mooiste taal opblink om een verkrachting te beschrijven, heb ik het gevoel dat ik de verkrachter een dienst bewijs.

»Voor ik naar Amerika verhuisde, werkte ik in Kingston als artdirector en producete ik fotoshoots. Vooral Amerikaanse fotografen trokken dolgraag naar het getto, omdat roest en zink prachtig ogen op foto’s. Dat ze intussen door armoede omringd waren, kon ze niet zoveel schelen. Ik heb het al te vaak gezien: foto’s liegen, verdoezelen hoe vreselijk alles is. Op een foto met het getto als decor kun je de stront, de roest en het bloed ook niet ruiken. Dat wilde ik niet. Dit soort plaats zou nooit mogen inspireren tot welke soort schoonheid ook. Geweld móét geweld zijn, lelijkheid móét lelijkheid zijn – het verval moet mee op de foto, zeg maar.»

HUMO Het heeft je her en der vergelijkingen met Tarantino opgeleverd. Nochtans is het verschil groot: hij esthetiseert geweld.

James «Die vergelijking stoort me niet, want ik ben dol op Tarantino. Maar hij doet inderdaad iets anders. Als ik zelf een vergelijking zou moeten maken, zou ik David Cronenberg noemen: in ‘History of Violence’ is geweld ook écht gewelddadig.»

'In Jamaica vertrouw je het nieuws niet, en boeken evenmin. Je vertrouwt geruchten'

HUMO Je beide ouders waren bij de politie, las ik. Heb je daar een fascinatie voor geweld aan overgehouden?

James «Mijn ouders hebben er alles aan gedaan om me ver van geweld weg te houden, en het is ze nog gelukt ook. Volgens mij is er geen rimpellozer jeugd denkbaar dan de mijne: ’t was de typische verveling van de middenklasse. Ik heb net het eerste boek van ‘Mijn strijd’ van Karl Ove Knausgård gelezen en het leek alsof ik mijn tienerjaren opnieuw beleefde: het opgroeien voor de tv, de verveling, de pogingen om in mijn Sonic Youth-T-shirt een feestje binnen te raken waar men me niet wilde hebben omdat ik niet cool genoeg was.»

HUMO Een citaat: ‘Bij de politie kun je altijd van twee dingen uitgaan: (1) als je geld stort op een bankrekening of in iemand z’n achterzak, dan is alles mogelijk, en (2) ze zijn altijd betaalbaar.’ Fraai saluut aan je ouders.

James (lacht) «Dankzij mijn ouders ben ik opgegroeid te midden van allerlei politielui die deugden. Om het met een boutade te zeggen: de eerste keer dat ik een geweerschot hoorde, was tijdens een toneelvoorstelling in New York.

»Pas achteraf ben ik ten volle gaan beseffen wat die job bij de politie voor mijn moeder betekend moet hebben. Ze werkte op een kantoor in het centrum van Kingston, dat in de aanloop van de verkiezingen in 1980 beschoten is. Stel je even voor: een vrouwelijke agente, die gewoon de bus nam en niet altijd gewapend was – ze was gewoon een wandelend doelwit.»

HUMO Tot slot: heb je er iets op tegen als ik je introduceer als de Jamaicaanse James Ellroy?

James (schudt het hoofd) «Met name ‘American Tabloid’, over de moord op JFK, was een grote invloed bij het schrijven. Ook Ellroy vertelde dat grootse verhaal via kleine mensen: er is niets unieks, memorabels of opvallends aan zijn personages, ’t zijn de lui in de achtergrond op een foto. Dat idee spreekt me zeer aan: ’t zijn de mensen die je niet kent, die je achteloos passeert en al vergeten bent meteen nadat je ze gezien hebt, die de loop van de geschiedenis bepalen. En verder heb ik natuurlijk goed die explosie van taal in dat boek bestudeerd.

»Het belangrijkste verschil is dat Ellroy ervoor kiest zelf zijn verhaal te vertellen en dat ik een twintigtal mensen aan het woord laat. Dat moest zo, want in Jamaica ontstaan verhalen doordat mensen die zich goed bij elkaar voelen, vertrouwelijk tegen elkaar beginnen te vertellen. In Jamaica vertrouw je het nieuws niet, en boeken evenmin. Je vertrouwt geruchten – een uitstekende ondergrond voor literatuur, toch?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234