Martin HeylenBeeld Krasse Knar

krasse knarrenmartin heylen

Martin Heylen (64): ‘Liefde voor de stiel’

Ha, zalig! De geur van gras, een voetbalstadion met duizenden supporters in blauw-witte clubkleuren. Het is zondag, AA Gent speelt een topwedstrijd. In de perszaal zitten twee krasse knarren achter het tafeltje met officiële persaccreditaties.

‘Hoho, kijk wie we daar hebben!’

Het zijn Roland en Richard, alias Statler & Waldorf, de knorpotten van de Muppetshow. Ze beginnen me meteen te jennen: ‘Je vergist je van stadion, jongen’ en ‘Wil jij eens écht goed voetbal zien, misschien?’ Ik wijs op mijn blauw hemd en zeg dat ik aangepaste kledij aangetrokken heb, waarop Roland roept: ‘Oh gij totentrekker!’

Zij weten donders goed dat KV Oostende mijn favoriete is en dat ik hen tot in lengte van dagen uitlach als Gent van Oostende verliest.

Roland Lebuf waakt voor Sportspress.be over een ordentelijk verloop in de perstribune, wijst pseudojournalisten zonder officiële toelating streng de deur en later die namiddag zie ik hem eigenhandig twee jonge partycrashers onder zachte dwang naar de uitgang begeleiden. Roland is 82 jaar. Zijn ogen blinken van de pret. Zijn hele leven is hij sportjournalist geweest, met hart en ziel. Dan is het moeilijk afscheid nemen van het wereldje en de collega’s. Roland blijft daarom in de coulissen van de voetbalwereld werken. En hij is niet de enige hier.

Ik zie topcommentatoren Peter Vandenbempt  en Filip Joos discussiëren met zeventigers: François Colin, voormalige hoofdredacteur van Het Nieuwsblad (nu van dewitteduivel.com) en Jacques Sys, huidig hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Mannen met visie, beroepseer en stielkennis. En ook wel een zekere knorrigheid, maar die komt met de jaren.

Droomjob

Ook Eddy Soetaert (Radio 2) is een oude krantencoryfee, zeventigplus ondertussen en nog altijd voetbalverslag- gever. ‘Een beetje voor het ego, een beetje voor het geld,’ zegt hij. ‘Maar toch vooral om bezig te blijven, buiten te komen, onder de mensen.’ Het is een droomjob: verhalen vertellen, lezers en kijkers boeien of proberen te ontroeren. En dan nog in die wonderlijke voetbalwereld, en er nog voor betaald worden ook.

Ik heb het nu zelf ook te pakken: de voetbalmicrobe, een oude liefde die opbloeit. Afen toe schuif ik aan tafel bij de sporttalkshow Kickoff op Play Sports, of maak ik een reportage. En ondertussen borrelen nieuwe ideeën op. Dat wijst op goesting en daar staat geen leeftijd op. Onlangs vroeg Play Sports me voor een reportage waarin ik de Engelse Premier League voor het eerst in mijn leven ontdekte. Toen ik achteraf mezelf vlak naast het veld van Chelsea in beeld zag – terwijl ik aan het werken was dus – keek ik naar een jongen die zijn droom beleefde. Een overjaarse jongen, dat wel. So what?!

Kortom, ik werk tot nader order met veel liefde verder. Toch deel ik niet de mening van beleidsmakers die vinden dat je iedereen moet verplichten om lang te werken. Zeker als het om zware fysieke arbeid gaat, ken ik de andere kant van de medaille.

Ik was 16 jaar toen ik in een textielfabriek ging werken. Een ongezonde job in de verfafdeling was voor een onge- schoolde arbeider het hoogst haalbare, maar alles was beter dan die school, vond ik. Negen jaar lang verrichtte ik zwaar en afstompend werk, het leek uitzichtloos. Tot ik de kans greep om als correspondent voor De Morgen verslagjes te maken. Ik werkte me omhoog, schreef mezelf letterlijk uit de fabriek en op mijn 30ste was ik eindelijk beroepsjournalist, eerst voor kranten en radio, later Humo.

Aan flarden

Mijn leven kon dus anders gelopen zijn en dan was ik nu misschien tot op de draad versleten. Mijn schoonbroer bijvoorbeeld werkt al bijna 40 jaar in volcontinu ploegenstelsel. De onregelmatige opeenvolging van nachtwerk, ochtend- en namiddagshiften én weekends: dat is slopend voor lichaam en geest.

Mijn jeugdvriend Ronny ging op 57 op brugpensioen, na o.a. 27 jaar nachtwerk, drie hernia’s, artrose en veel stress. Hij werkte ook als arbeider, in een kartonfabriek. Er werd hem herhaaldelijk aangepast werk beloofd. ‘Maar er kwamen nieuwe computerprogramma’s, er was een onderlinge competitie tussen de ploegen, de lopende band werd almaar versneld om méér te produceren en zo extra premies binnen te halen.’

Ik ken ook verpleegsters van niet eens vijftig die zoveel logge lichamen getild hebben dat hun lichaam twintig jaar ouder aanvoelt. Werkgevers zonder empathie kunnen je kapot maken.

Zelf wil ik geen toonbeeld zijn van werken-tot-je-erbij-dood- valt of godbetert een rolmodel voor wie of wat dan ook. Ik wil gewoon nog lang verhalen blijven vertellen: voor tv, geschreven media, een boek of een podium, maakt niet uit. Als je iets graag doet, voelt dat niet als werken aan. Ik ben soms wel moe, maar dat heb ik ook na fietsen of lang blijven hangen na de match. Zoals gisteravond dus.

Het was een thuismatch van KV Oostende. In de perszaal verwenden drie, vier dames op leeftijd de journalisten met sandwiches, drankjes, spelerslijsten. ‘Een theetje, Martin?’ vroeg Annette zodra ze me zag. Zij en tientallen andere vrijwilligers – vaak zestigplussers die er een habbekrats aan overhouden - vormen het kloppende hart van elke voetbalclub in België, tot op het hoogste niveau. Na jaren wordt dat een beetje familie. Ook bij AA Gent dus, waar in de perszaal Betty serveert en Yolande tijdens de rust voor cake zorgt. Over de dames hun leeftijd hoor je me niet. Over de mijne ook niet. Het leidt alleen maar tot misverstanden, het is maar een cijfer. Dat je ogen blijven blinken, dàt is de referentie.

Mijn schoonvader, een landbouwer, die op zijn 80ste nog met zijn tractor het land hielp ploegen, maar op zijn eigen tempo, gelukkig en fier – én gerespecteerd: ik vind dat een beeld om te koesteren.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de VDAB. Kijk nu op https://www.vdab.be/blijf-actief

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234