null Beeld

Martin Heylen: 'Ik ben al meermaals bijna dood geweest. Ik weet: je haalt maar beter het meeste uit de tijd die je gegeven is'

Martin Heylen is overal welkom en dus was hij de geknipte figuur om voor ‘Man bijt hond’ in een rechte lijn het land te doorkruisen, en in iedere gemeente aan een op goed geluk gekozen voordeur aan te bellen.

'Het verschil tussen de Martin Heylen van 1998 en die van nu? Dat het me veel minder kan schelen hoe ik overkom op tv'

Op de kop af zestig van die voordeuren heeft hij nu, meer dan zevenduizend etmalen later, opnieuw aangedaan, ‘om eens te kijken wat de tijd met de mensen heeft gedaan, en de mensen met de tijd hebben aangevangen’. Het prachtige resultaat ‘Zelfde deur, 20 jaar later’ is sinds donderdag op Eén te zien.

Martin Heylen «Na mijn vorige programma’s ‘Terug naar eigen land’ en ‘De bril van Martin’ heb ik samen met mijn compagnon Joris Walraet zeker een jaar in een bureautje zonder ramen doorgebracht, naarstig op zoek naar een goed programma-idee voor VIER. Achteraf bekeken was dat allemaal moeite voor niets: de ideeën waar we mee voor de dag kwamen, bleken al te bestaan, of ze werkten in de praktijk niet goed, of ze waren te donker voor VIER. Je weet, bij het huidige VIER staan ze niet bepaald te springen om sombere programma’s.

»Dus ja, ik moest op zoek naar iets nieuws. En na veel vijven en zessen, en nog een paar keer met ons hoofd tegen de muur gelopen te hebben, zijn we uitgekomen bij wat ik, alles in acht genomen, nog altijd het best kan: naar een huis gaan, aanbellen, wachten tot de deur opengaat en naar binnen stappen. Ziedaar het geniale idee van de televisiemaker Martin Heylen (lacht).»

HUMO De simpelste ideeën zijn niet zelden de beste.

Heylen «Voor mij alleszins wel, ja. Hoe eenvoudiger het idee, hoe meer ik me erin thuis voel, en hoe meer mogelijkheden zich lijken te openen. Ik gedij doorgaans ook minder goed in een studio of in een vooraf bedachte setting: geef mij maar de woonkamer van iemand die ik niet ken, en die ik onvoorbereid tegemoet treed. Dan bloei ik open.

»Je weet, ik ben in een café opgegroeid, en ik heb lang in de fabriek gewerkt. Nooit een diploma behaald, maar wel altijd veel voeling gehad met de gewone mens. In 1998 was ik van mening, en dat ben ik nog steeds, dat die gewone mens een stem moest krijgen. Zo ben ik met mijn rubriek in ‘Man bijt hond’ begonnen, die ik vijf seizoenen lang heb gehad: in ieder seizoen trok ik in een andere rechte lijn door Vlaanderen. Ik ging steeds uit van hetzelfde credo: in iedere mens zit een verhaal, en het is aan mij om dat verhaal eruit te halen. Dat deed ik door de mensen op hun gemak te stellen, oprecht geïnteresseerd te zijn in wat ze me te vertellen hadden, en er achteraf in de montage iets moois en gestructureerds van te maken.

»Dat heb ik nu dus opnieuw proberen te doen, bij dezelfde mensen van toen. En tot mijn grote geluk werd ik overal met open armen verwelkomd, als de betrokkenen nog leefden tenminste. Ik mocht weer binnen, zowel in hun huis als in hun leven.»

HUMO Was het van het begin af een uitgemaakte zaak dat ‘Zelfde deur, 20 jaar later’ op de VRT moest worden uitgezonden, en niet op VIER?

Heylen «Dat leek ons evident, ja: de oorspronkelijke rubriek werd ook op de VRT uitgezonden, en we hebben alleen het VRT-archief gebruikt. ’t Was een gewéldig moment toen we Olivier Goris (netmanager van Eén, red.) een proefopname hadden laten zien en hij zei: ‘Martin, je hebt goud in handen. Ga ervoor.’ Voor mij was dat nog mooier dan het programma op televisie zien komen. Na twee minuten werd ik al triestig: dat zijn twee minuten die ik nooit meer voor het eerst kan tonen aan de mensen, hè? Televisie is en blijft een vluchtig medium.»

HUMO Naar wiens lot was je vooraf het meest benieuwd?

Heylen «Als ik er per se iemand moet uitpikken: Tania uit Poperinge, die in 1999 samen met haar moeder in een huis vol beesten woonde, en ‘Doe ne keer dood’ zei tegen haar groene leguaan – enfin, haar wateragame – waarop dat beestje prompt voor dood op z’n rug ging liggen. Die reportage is veel mensen bijgebleven, maar niet per se wegens die wateragame: ’t was het plezier dat in die vrouw zat, de geweldige levensvreugde. Dat is typisch voor tv: de manier waarop iets wordt verteld, is soms belangrijker dan de inhoud.

»Tania bleek in 2018 nog altijd op hetzelfde adres te wonen, met zes chihuahua’s en een naakthond deze keer. Haar moeder woonde er ook nog altijd, 71 jaar oud inmiddels en in goede gezondheid, dankzij twee zware streekbieren per dag. Toen het gesprek kwam op hoe de laatste twintig jaar verlopen waren, vertelde Tania dat ze op 7/7/7 getrouwd was met haar toenmalige vriend Bernard, dat ze een paar jaar later gescheiden waren, en dat Bernard nog een paar jaar later zelfmoord had gepleegd. Een tragisch verhaal, dat ze met tranen in haar ogen vertelde, maar waar ze wel aan toevoegde: ‘Er is altijd hoop in het leven.’ Daar heeft ze gelijk in, vind ik.

»(Kijkt verbaasd op) Goh, dat is nu toevallig, zeg. De piano-muziek die nu op staat (bij navraag: ‘The Gift’ van Joep Beving, red.), is de themamuziek van het programma.»

HUMO Je hebt de dame die ons daarnet cappuccino kwam brengen, niet op voorhand geïnstrueerd?

Heylen «Neenee, echt niet, dit is puur toeval. So help me God.»

'Voor het eerst in mijn leven kijk ik graag in de spiegel, met name naar mijn rimpels. Ik hou van lachrimpels, zeker ook bij vrouwen'

HUMO ’t Is een weemoedig melodietje.

Heylen «Ja, maar het heeft tegelijk ook een zekere mildheid, een gevoel van berusting. Zo van: we slaan er ons wel door. Daarmee raakt het de kern aan van waar dit programma om draait. Er zijn goede tijden geweest, er zijn slechte tijden geweest. Maar kijk eens hier: ik leef.

»A propos, Tania heeft me intussen laten weten dat ze een nieuwe vriend heeft, een lieve man die er de hondjes en Moeder Zaag voor lief bij neemt, en die zelfs nog drie honden aan de beestenboel heeft toegevoegd (grinnikt).»

HUMO Was de Martin Heylen die in 2018 voor de deur stond, een andere Martin Heylen dan die van 1998?

Heylen «Ja. Ik ben een rijpere mens, een mens die wijzer is geworden door de fouten die hij heeft gemaakt. Maar tegelijkertijd ben ik ook nog altijd dezelfde mens. Een jaar of vijf geleden heb ik bij ons thuis in Oostende in een oude doos een dagboek teruggevonden van toen ik 22 was. Tot mijn verrassing, want ik was helemaal vergeten dat ik dat toen had bijgehouden. Ik bladerde erdoor, las hier en daar een passage en stelde vast dat ik op die leeftijd al inzichten had waarvan ik altijd had gedacht dat ze pas op latere leeftijd waren gekomen. Ik denk dus, zonder al te filosofisch te willen doen, dat het leven cyclisch is: af en toe herontdek je iets dat je vergeten was. In wezen verandert een mens niet zoveel in de loop der jaren, dat heb ik nu ook weer gemerkt in dit programma.»

HUMO Waarom hield jij op je 22ste een dagboek bij?

Heylen «Omdat ik toen een half jaar thuis heb gezeten met tuberculeuze pleuritis, het begin van tuberculose. Totdat de medicatie begon te werken, dacht ik echt dat ik doodging, zeer beangstigend was dat. Maar daarna had ik tijd om na te denken over mijn leven, boeken te lezen over oosterse filosofie, en dus ook een dagboek bij te houden. Ik werkte in die tijd in de fabriek, maar omdat ik voelde dat dat me niet gelukkig zou maken, ben ik op zoek gegaan naar mijn talenten. Eerst heb ik een tijdje wat muziek geprobeerd – sax en piano. Maar dat lag me toch niet zo, dus ben ik beginnen te schrijven, en uiteindelijk ben ik journalist geworden.

»Het besef dat ik dood had kunnen zijn, was een scharniermoment in mijn leven, omdat ik van dan af iedere dag als extra tijd beschouwde. En die extra tijd wilde ik zo rijk en zo waardevol mogelijk proberen in te vullen.»

'Ik ben al meermaals bijna dood geweest. Ik weet: je haalt maar beter het meeste uit de tijd die je gegeven is'

undefined

null Beeld

HUMO In ‘Het zomert met’ vertelde je onlangs terloops dat je meerdere keren in je leven bijna dood bent geweest.

Heylen «Dat klopt, ja. Ik heb een aantal ernstige verkeersongevallen gehad, en op mijn 16de ben ik eens in een levende toorts veranderd. Ik had me voor carnaval verkleed als een strooien man, een soort oermens, en in een café stak iemand een vuurtje aan mijn stro. Ik overdrijf niet: toen heb ik de dood voor ogen gezien. Al heb ik er achteraf verbazend weinig aan overgehouden, zelfs geen littekens in mijn gezicht.

»Maar de meest beangstigende keer was in 2002, toen ik voor het programma ‘Bal mondial’ een hele maand in een dorpje in de brousse in Kameroen verbleef, om te zien hoe ze daar het WK voetbal beleefden. In die ene maand heb ik én een maagontsteking opgelopen, én een darmontsteking, én een salmonellavergiftiging, én malaria. Dat laatste hadden ze niet onmiddellijk gevonden, omdat het een zeldzame variant was – volgens mijn huisdokter wees alles in de richting van kanker. Ik was er echt beroerd aan toe en heb wekenlang met de gedachte rondgelopen: dit was het dan. In gedachten nam ik al afscheid van mijn dierbaren. Maar in het Tropisch Instituut in Antwerpen zijn ze er ten langen leste toch achter gekomen dat ik malaria had. Een gigantische opluchting, hoe raar dat ook mag klinken.

»In elk van die gevallen heb ik beseft hoe waardevol het leven is, en hoe je maar beter het meeste haalt uit de tijd die je gegeven is. En kijk, zo zijn we weer terug bij het thema van het programma.»

HUMO De tijd, en hoe er iets van te maken?

Heylen «Ja! Wat ik altijd voor ogen heb gehouden, en wat ik mijn dochters ook altijd heb ingepeperd: zorg dat je op het einde van je leven geen spijt hebt van de dingen die je niet hebt durven te doen. En het kan ook zomaar gedaan zijn, hè? Ik zie veel mensen van mijn generatie met pensioen gaan en sterven, omdat er al lang iets zat te woekeren dat plots vrij baan krijgt. Daarom ben ik ook niet het type dat bucketlists aanlegt: als ik iets wil doen, dan probeer ik het zo snel mogelijk uit te voeren. Dat kan zowel over kleine en onbelangrijke dingen gaan, als over wezenlijke zaken die je hele leven veranderen. Uit eigen ervaring weet ik dat het enorm kan opluchten om een hoofdstuk af te sluiten en een nieuw te beginnen.

»Twaalf jaar geleden zijn mijn vrouw en ik weggetrokken uit Oosteeklo, mijn geboortedorp, om in een appartement in Oostende te gaan wonen. Nu, je weet: wie jarenlang een huis heeft bewoond en ineens naar een appartement verhuist, moet noodgedwongen een derde tot de helft van z’n spullen weggooien. Ik zal nooit het moment vergeten dat we wegreden van het containerpark, waar we zojuist een halve ton reissouvenirs en andere prullaria hadden achtergelaten, en dat ene vaasje dat we ooit van die-of-die hadden gekregen, en die luchter die nog van mijn vrouw haar tante was geweest: nog nooit zó’n zucht van verlichting geslaakt (lacht).»


Een dode vriend

HUMO Je vertelde daarnet dat je wijzer bent geworden van de fouten die je de afgelopen twintig jaar hebt gemaakt. Noem eens zo’n fout?

Heylen «Ik heb vriendschappen verwaarloosd, en dat doe ik nog altijd. Maar ja, hoe gaat dat? Nu ben ik weer maanden aan een stuk met oogkleppen op met dit programma bezig geweest. Als ik al eens wat vrije tijd had, dan ging die op aan mijn gezin, of aan koken en voetbal: ik ben een bevlogen supporter van KV Oostende, en ik kook doodgraag. Maar aan mijn vrienden heb ik te weinig aandacht gespendeerd, en dat steekt.

»Toen ik begon als journalist, bij De Morgen was dat, heb ik Patrick De Spiegelaere leren kennen, een geweldige fotograaf met wie het niet alleen professioneel klikte, maar ook privé: we zijn goeie vrienden geworden, we kwamen geregeld bij elkaar over de vloer met onze vrouwen en kinderen. Maar toch zijn ook wij uit elkaar gegroeid, zoals dat vaak is gebeurd in mijn leven. En in 2007 kreeg ik een telefoontje van een gemeenschappelijke vriend: ‘Patrick is dood.’ Ik vermeld dat nu, omdat hij tijdens het maken van ‘Zelfde deur, 20 jaar later’ weer vaak in mijn hoofd is komen spoken. Vooral ’s nachts, als ik de slaap niet kon vatten. Al beschouw ik zo iemand niet als een spook, maar als een goede geest.»

''t Was een gewéldig moment toen we de netmanager van Eén een proefopname hadden laten zien en hij zei: 'Martin, je hebt goud in handen. Ga ervoor''

HUMO Toch moest je de volgende dag weer even vrolijk aan iemand z’n deurbel gaan staan. Gebeurt het op zulke momenten niet dat je het personage Martin Heylen moet aanzetten?

Heylen «Hm... Ik vind dat eerlijk gezegd toch maar een vies woord, personage. Ik ben wie ik ben, en ik doe me niet anders voor op televisie. Maar ik heb inderdaad het vermogen om een knop om te draaien wanneer ik helemaal niet in de stemming ben om geboeid naar een verhaal te luisteren. Dat is een kwestie van professionaliteit. Een cafébaas die achter zijn toog triestig voor zich uit staat te staren omdat er die ochtend een stevige belastingaanslag op de deurmat is gevallen, of omdat hij ruzie heeft met zijn schoonbroer, die zal niet lang meer cafébaas blijven. De mensen gaan liever naar iemand die staat te stralen – hoe zou je zelf zijn? Als ik dus naar een huis rijd om bij iemand aan te bellen, dan heb ik een glimlach op mijn gezicht wanneer er wordt opengedaan. En wanneer ik vervolgens binnenstap, staan al mijn sensoren op scherp en ben ik één en al oor en oog, tot ik twee uur later weer naar buiten stap en we met de ploeg ergens een croque-monsieur gaan eten, of in mijn geval een croque hawaï. Dan zak ik geeuwend onderuit en zeg ik een tijdlang geen woord meer. Maar anderhalf uur later sta ik weer even scherp voor de volgende opname. Wanneer ik de beelden achteraf terugzie, merk ik weleens dat mijn mond half openstaat wanneer iemand me iets vertelt: geen gezicht natuurlijk, maar dat is van de concentratie (lacht).»

HUMO Zo ijdel, Martin?

Heylen «Ach, dat valt nogal mee. Ik zat gisteren in ‘Van Gils & gasten’, en na afloop reed ik snel terug naar huis om er samen met mijn vrouw naar te kijken – ’t wordt vooraf opgenomen. Mijn vrouw was niet tevreden: ‘Maar allee, Martin, zie je daar nu zitten!’ Ze had natuurlijk een punt: ik zat daar misschien wel érg op m’n gemak, zo heerlijk achterovergeleund in dat zeteltje aan die tafel, gezellig met mijn buik vooruit, zo nu en dan onbekommerd in mijn haar krabbend. Het verschil met de twee aanwezige dames, Eline De Munck en Sofie Lemaire, kon niet groter zijn: zij zaten daar kaarsrecht elegant te wezen, helemaal opgemaakt en om door een ringetje te halen.

undefined

null Beeld

'Ik heb de indruk dat ik vrijer kan lachen met dat haar en die stoppelbaard, en dat vind ik wel prettig'

»Maar je vroeg me daarnet toch naar de verschillen tussen de Martin Heylen van 2018 en die van 1998? Wel, dat is er eentje: het kan me tegenwoordig veel minder schelen hoe ik overkom. Ik ben in zo’n tv-studio veel meer op m’n gemak dan toen, omdat ik het verhaal dat ik te vertellen heb het belangrijkst vind. Zelf ben ik maar de dienaar van dat verhaal.»

HUMO Ben je tevreden over je uiterlijk?

Heylen «Ja. Voor het eerst in mijn leven kijk ik graag in de spiegel, met name naar mijn rimpels. Ik vind rimpels een verdienste, een teken dat je geleefd hebt. Ik hou vooral van lachrimpels, zeker ook bij vrouwen. Tot een vrouw zonder lachrimpels zal ik me nooit zo aangetrokken voelen als tot een vrouw met kraaienpootjes, of zo van die guitige rimpeltjes langs de mond die na de 30 beginnen te komen – I love ’em.

»Ik ben ook blij dat ik voor het eerst sinds heel lang mijn haar weer laat groeien. Die grijze kop haar die ik zag zitten in ‘Van Gils & gasten’ beviel me, net zoals die grijze stoppelbaard. Ik heb de indruk dat ik vrijer kan lachen met dat haar en die stoppelbaard, en dat vind ik wel prettig. ’t Is bovendien ook niet slecht voor het programma, hè. Het gaat over een sprong in de tijd, dan mag je dat als presentator ook wel uitstralen.»

HUMO Laatste vraag: ben je gelukkig?

Heylen «Ja. Goed, mijn vrouw en ik hebben ook onze portie verdriet te verwerken. Maar dat is het leven, daar ga je mee om. Ik wéét alleszins wat me gelukkig maakt.»

HUMO Wat dan?

Heylen «Als ik in het station van Oostende op de trein naar Brussel zit te wachten, kan ik er geweldig van genieten om naar de voorbijwandelende en -rennende mensen te kijken. Twintig jaar geleden was ík zo aan het rennen. Nu laat ik mijn trein soms vertrekken en denk ik: ‘Rijd maar, trein. Ik kijk nog even.’

»Als ik het echt niet meer weet, spring ik op mijn fiets en rijd ik tegen de wind in langs de dijk. Of ik ga in alle vroegte op een steen aan het water genieten van het nietsdoen. Dat maakt me rustig.»

HUMO Van je verhuizing naar Oostende heb je geen spijt?

Heylen «Nee, al kom ik graag terug in Oosteeklo. En evengoed ga ik graag naar mijn dochter in Sint-Gillis. Als ik daar rondwandel, met al die verschillende culturen, heb ik het gevoel dat ik op reis ben. En uiteraard kom ik ook doodgraag bij mijn andere dochter en mijn schoonzoon in Gentbrugge, niet in het minst voor onze kleindochter, Renée. Ze is nu 2 jaar, en ik ga weleens naast haar in de tuin zitten om naar de kleine dingen te kijken die een grote indruk maken op haar: een bloemetje, een steentje. Ik probeer dan altijd een verhaaltje te vertellen over dat bloemetje of dat steentje, gebruikmakend van de paar woordjes die ze kent. Als ik zie dat ze een aantal seconden voor zich uit zit te kijken, dan weet ik: ze is het aan het verwerken. Op zulke momenten zit ik met diezelfde open mond van daarnet naar haar te kijken, en denk ik: dit is geluk. Ik hoop dat je het ooit mag meemaken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234