Mathieu van der Poel en Wout van Aert, de koningen van de cross: 'Als je niet kunt afzien, moet je gaan voetballen'

Nog nooit in de geschiedenis van het veldrijden werden er duels uitgevochten zoals die tussen Wout van Aert en Mathieu van der Poel. Het talent lijkt onbegrensd, hun karakters klaar voor een grote sportcarrière. Doet Van Aert denken aan de jonge Eddy Merckx als hij uit woede zijn fiets wegsmijt, dan doet bij Van der Poel net de koelbloedigheid het allerhoogste vermoeden. Behalve rivalen zijn ze ook bondgenoten.

'We hebben elkaar gebracht tot het niveau waar we nu zijn. Zoiets mag je niet vergeten'

Is de Mathieu er nog niet?’ vraagt Wout van Aert met een vriendelijk Kempens accent. ‘Wacht, ik bel hem.’ Enigszins verbaasd over de amicale omgangsvorm tussen deze twee grote concurrenten, nemen we plaats in een donkere gang van het Cultureel Centrum van Overijse. We zijn amper enkele uren voor de start van de Druivencross, maar beide heren hebben er geen probleem mee om samen Humo te woord te staan, zelfs het bord met pasta kan nog even wachten. Tijdens de wedstrijd geeft dit daverende duo elkaar geen duimbreed toe en schrikt geen van beiden ervoor terug om vlak voor de finish de deur dicht te gooien. Maar daarbuiten verhouden ze zich uitzonderlijk beschaafd – twee innemende jongelui die conflicten iets van de vorige eeuw vinden. Vanaf 9 januari gunnen Van Aert (22) en Van der Poel (21) ons een uitgebreide inzage achter de schermen in de nieuwe reeks ‘Kroonprinsen’ op Eén. Maar eerst brengen we onze felicitaties over voor de spectaculaire tweestrijd die ze elk weekend op ons afvuren.

HUMO Wat vonden jullie zelf het mooiste duel?

Wout Van Aert «De cross in Zonhoven was spannend tot op het laatst. Daar hadden we allebei ook geen pech.»

Mathieu Van der Poel «Ik vond Gieten ook heel mooi.»

HUMO Die wedstrijd is nu al legendarisch.

Van der Poel «Ja, vooral hoe we zij aan zij die laatste helling opliepen, maakte het speciaal. Het was vechten om als eerste boven te komen. Jammer dat jouw ketting er afliep, Wout. Anders was het een sprint tot op de meet. Eigenlijk doen we dit al heel lang, ook bij de junioren waren de duels al pittig. Alleen gebeurt het nu op het hoogste niveau en komt het op televisie.»

HUMO Hebben jullie elkaar beter gemaakt al die jaren?

Van Aert «Ik denk dat vooral Mathieu mij beter heeft gemaakt, ik moest hem vroeger altijd achternarijden. Nu dagen we elkaar voortdurend uit, en probeer ik het hem zo lastig mogelijk te maken.»

Van der Poel «Dankzij Wout ben ik beter geworden op de zware parcoursen. Daar liep ík achter de feiten aan.»

HUMO Hoe zouden jullie elkaar omschrijven?

Van Aert «Als crosser: heel snel, technisch en explosief. En als mens vind ik Mathieu vooral sympathiek. Hij is ook heel fair: hij zal zich nooit verstoppen achter excuses. Daar heb ik een hekel aan: het doet afbreuk aan degene die wint.»

HUMO We onthouden: sympathiek.

Van der Poel (lacht) «Dat is vriendelijk, zo probeer ik toch te zijn. Het is wederzijds, ik apprecieer het ook dat hij geen uitvluchten zoekt. Ik vind Wout vooral sterk: hij is iemand die nooit opgeeft, en altijd blijft gaan. Het is heel lastig, hoor, als hij op tien seconden hangt. Vooral dat terugvechten typeert hem.»

HUMO Nog meer wederzijdse bewondering?

Van der Poel «Wout loopt er als renner altijd gesoigneerd bij: als hij met een witte broek rijdt, draagt hij ook zijn witte helm en bijbehorende handschoenen.»

Van Aert (lacht) «Ik ben blij dat het iemand opvalt.»

Van der Poel «Het past bij een wereldkampioen, ik vind het ook belangrijk om goed voor de dag te komen: met grijze sokken moet je niet aan de start staan.»

Van Aert «Ik bewonder toch vooral het lef dat Mathieu in de afdalingen toont, en de manier waarop hij over de balkskes springt. Ik denk daar te veel over na. Maar als ik hem bezig zie, heb ik zoiets van: ‘Verdorie, hoe doet ’em dat toch?’ Hij kickt er ook op, zoals op dat trapje in Essen gisteren. Ik denk dan: ‘Wat doet die rommel hier, je kunt er je wielen op breken,’ terwijl Mathieu er gewoon overheen vliegt.»

Van der Poel «Het klopt dat ik ervan geniet, maar ik heb er ook al een paar keer door in het ziekenhuis gelegen. Vroeger dacht ik helemaal nergens over na. Op training kon je me alles vragen: ik reed er wel op of af, en dan zag ik wel waar ik uitkwam.»

'Met alle respect voor de andere renners: mocht Wout er niet zijn, zou ik veel sneller op de cross uitgekeken zijn'

HUMO Wout, na Mathieus knieoperatie deze zomer stuurde je hem – jouw grootste rivaal – een berichtje om hem beterschap te wensen.

Van Aert «Ik vond het jammer dat het seizoen wéér zonder hem zou beginnen. Vorig jaar werd die vraag vaak gesteld: ‘Wat als Mathieu had meegedaan?’ Zonder hem vonden mensen het normaal dat ik won, en daar zat ik mee verveeld. Ik win liever als hij erbij is.»

Van der Poel «Ik apprecieerde het dat Wout dat deed, dat heb ik hem ook meteen laten weten. Als het andersom was, had ik net hetzelfde gedaan.»

HUMO Voor het welzijn van jullie sport kunnen jullie onmogelijk vrienden zijn.

Van Aert «Je hoeft ook niet de beste vrienden te zijn, zolang je maar fatsoenlijk met elkaar omgaat. Voilà.»

Van der Poel «We moeten elke week tegen elkaar rijden: het lijkt me dan niet plezant om altijd als vijanden aan de start te staan. Ik vind dat je op zijn minst vriendelijk moet zijn. Dat is toch niet meer dan normaal?»

HUMO Is het in de sport niet gebruikelijk om je tegenstander te diaboliseren?

Van der Poel «We hebben veel aan elkaar te danken, dat mag je niet vergeten. We hebben elkaar ook nodig: zonder Wout is er geen strijd. We beoefenen allebei onze sport ook heel graag. Dat klinkt wollig, maar het is wel zo. En we verdienen er nog eens ons brood mee.»

Van Aert «Er ís een grote onderlinge rivaliteit. Maar vroeger vlogen rivalen elkaar in de haren, en de mensen hopen misschien dat dat opnieuw het geval zal zijn.»

HUMO Zal het ooit gebeuren?

Van der Poel «Dat zien we nog wel (lacht).»

Van Aert «Wie weet gebeurt het straks al (lacht).»

Van der Poel «Er kan altijd iets gebeuren, en het zal er weleens van komen dat het er tegen zit: het gaat altijd hard tegen hard. Maar wat tijdens dat uur cross gebeurt, heeft niks te maken met hoe we ons daarbuiten verhouden.»

HUMO Hét bewijs van jullie hoffelijkheid: op het WK in Zolder bleef Mathieus voet in het voorwiel van Wout steken. Iedereen hield zijn adem in, jullie bleven – 15 lange seconden – ijzig kalm.

Van der Poel «Dat was ook het beste wat we konden doen: kalm blijven (lacht).»

Van Aert «Ik wilde zo snel mogelijk zijn voet uit die spaken krijgen. Mathieu was mijn grootste concurrent, daarom schoot ik niet in paniek. Het belangrijkste was dat we daar niet minutenlang lagen te vechten.»


Altijd rood

HUMO ‘We kennen elkaar allemaal door en door,’ zei Laurens Sweeck me onlangs. ‘Ik weet wanneer Wout en Mathieu aan het bluffen zijn.’

Van der Poel «Zo gemakkelijk kan ik Wout toch niet lezen. Als hij een paar foutjes maakt in een bocht, kun je denken: hij is minder vandaag. Maar er zijn al wedstrijden geweest dat hij die foutjes maakt en daarna toch wegrijdt.»

Van Aert «Als je achteraf naar een cross kijkt, zie je weleens dat hij het ergens lastiger had, terwijl ik het dat op dat moment niet echt besefte. Typisch voor Mathieu is dat hij altijd rood aanloopt, je kunt er eigenlijk niets uit afleiden.»

Van der Poel «Vroeger kon je het zien aan mijn ingezakte schouders. Zeker als ik echt kapot zat, was het heel extreem. Maar nu is dat voorbij, ik heb er oefeningen voor gedaan.»

'Vroeger vlogen rivalen elkaar in de haren, en de mensen hopen misschien dat dat opnieuw het geval zal zijn.'

HUMO In Zonhoven vielen jullie ononderbroken aan. Is daar dan bluf bij?

Van Aert «Enkel in de laatste ronde. Dan probeer je alles – ook al zit je stikkapot – om nog voorbij de ander te geraken, zodat hij zou denken: ‘Verdorie, hij zit nog goed.’ Maar daarvoor demarreer je om alleen te kunnen wegrijden. Wij hebben nu eenmaal de gewoonte om er van bij de start in te vliegen. Een verschil met vroeger: daar zag je iedereen de eerste rondes rustig naar elkaar kijken.»

Van der Poel «Wij hebben nooit anders gekoerst dan met open vizier. Toen we dat ook deden bij de profs, merkte je dat de oudere renners het daar moeilijk mee hadden: we sneden hen al van bij de start de adem af. Eerst zagen we nog waar we uitkwamen. Nu zijn we nog sterker geworden, en vallen we niet meer stil.»

Van Aert «Vooraf weet je wat je te wachten staat: volle bak koersen vanaf het begin om eerste of tweede te eindigen.»

HUMO Nog in Zonhoven werd het duidelijk hoe diep jullie gaan. Jullie rijden met een gemiddelde hartslag van bijna 200 slagen per minuut.

Van der Poel «Ik rijd altijd zonder hartslagmeter. Maar ik denk wel dat ik in Zonhoven mijn hoogste hartslag ooit heb gehaald in een cross. Als ik na een wedstrijd meteen op de grond moet gaan liggen, dan heb ik mezelf echt leeggereden.»

HUMO Het was angstaanjagend om je zo te zien.

Van der Poel «Je moet me gewoon even laten bekomen, en dan komt het in orde (lacht).»

Van Aert «Dat hoopte ik ook, toen ik je zag liggen (lacht).»

Van der Poel «Als je echt een goede dag hebt, kun je jezelf echt voorbijrijden en dan is dat tot op de meet en geen meter verder.»

Van Aert «Bij mij is het anders. Ik kan over de limiet gaan, maar het gebeurt niet zoveel. Ik herinner me een keer in Francorchamps bij de beloften, na een inhaalrace. Bij Mathieu gebeurt het vaker. Het zit volgens mij in de genen.»

HUMO Bang van de pijn en het afzien zijn jullie niet?

Van Aert «Nee. Als je niet kunt afzien, moet je gaan voetballen. Wij geven één uur alles, waarschijnlijk is het ook één uur pijn lijden. Alleen kijken we er niet op die manier naar.»

HUMO Wouts trainer Marc Lamberts verklaarde: ‘Ik vrees vooral de mentale impact van die onderlinge duels.’ Jullie moeten altijd 100 procent zijn om elkaar te kloppen.

Van Aert «Mentaal is het zwaar, ja. Op het einde van het seizoen zal het wegen om voor de veertigste keer met diezelfde gedachte te starten. Als we met meerdere renners aan elkaar gewaagd zouden zijn, zou het gewicht van de koers beter verdeeld worden.»

Van der Poel «De mensen beseffen dat niet: ze denken dat bij ons alles vanzelf gaat. Als je er met iemand over spreekt, gelooft die echt dat wij met één versnelling fluitend van de rest wegrijden – al is dat recent wel enkele keren zo gebeurd. Altijd weer naar de cross vertrekken om te moeten winnen, valt niet onderschatten. Alles moet immers perfect lopen: bij de minste fout is Wout ermee weg.»

Van Aert «Onlangs begonnen ze over hoe groot de kloof achter ons was. Ik ben daar niet mee akkoord: als we die mannen eraf willen afrijden, moeten wij echt tot het uiterste gaan. Het is niet zo dat we tegen elkaar zeggen: ‘Laten we even doortrekken en daarna aan de koers beginnen.’»


Stoute fiets

HUMO Wout, jij lijkt met je ontembare temperament te koersen op woede.

Van Aert «Ik begrijp wat je bedoelt, al is het niet dat ik voortdurend kwaad ben. Maar die woede heb ik soms nodig, denk ik.»

Van der Poel «Onlangs viel je, net toen ik van je was weggereden. Ik dacht meteen: ‘Shit, die gaat nu nog harder rijden.’ Dat is zo: na elke valpartij begin je harder en harder te rijden.»

'Het belangrijkste was dat we daar niet minutenlang lagen te vechten.' Op het WK in Zolder bleef Mathieus voet in het voorwiel van Wout steken

HUMO In Ronse kwam je met gebalde vuisten over de meet.

Van Aert «Toen was ik woest. Mijn ketting was een paar keer afgevallen. Na de wedstrijd kun je het wel plaatsen, maar tijdens de cross wilde ik mijn fiets van die berg smijten.»

Van der Poel (lacht) «Herkenbaar. Ik had dat gisteren in Essen. Als je pech hebt in de koers, is de fiets ook het enige waar je je kunt op afreageren. Of je moet er een toeschouwer uitpikken (lacht).»

Van Aert «Ooit heb ik eens mijn kader gebroken omdat ik mijn fiets te hard had weggesmeten. Dat was na het beruchte BK in Waregem bij de beloften, toen ik gediskwalificeerd werd na een valse start. Je moet respect hebben voor je materiaal, dat weet ik. Maar ik had me al ingehouden vlak nadat ze me uit de koers namen, omdat de televisie alles filmde. Eens aan de mobilhome heb ik me laten gaan.»

HUMO Jij bent dan weer de koele kikker, Mathieu. ‘Hij heeft totaal geen last van stress,’ zegt Wout.

Van der Poel (knikt) «Vroeger had ik er veel last van, ik ging er zelfs aan onderdoor. Maar ik heb met de jaren geleerd dat het niets opbrengt, het verbrodt ook het plezier. Vooral de laatste twee jaar, nadat ik wereldkampioen bij de profs ben geworden, is het bij mij sterk verminderd. Daar is er een last van me afgevallen.»

HUMO Toen je in Gieten won, was je wel geëmotioneerd. Je wordt voorgesteld als speels, maar ook voor jou staat er veel op het spel.

Van der Poel «Zeker in Gieten, waar ik na mijn operatie mijn comeback maakte. Vooraf vraag je je af: ‘Zal ik ooit nog dat goede gevoel terugkrijgen?’ Ik heb heel hard gewerkt om er terug te staan, zo speels was het niet op dat moment. Ik heb trainingen in het bos gedaan, waar ik – zoals in Zonhoven – op de grond moest gaan liggen omdat ik mij zo kapot had gereden. En toen was er helemaal niemand in de buurt (lacht).»


Laat ze rollen

HUMO Toch zei er eind september iemand: ‘Mathieu moet serieuzer worden, anders zal hij de kloof met Wout nooit meer kunnen dichten.’

Van Aert (gespeeld) «Echt? Wie was dat?»

Van der Poel «Ik heb gisteren nog met die persoon staan praten.»

HUMO Het was Sven Nys, voor alle duidelijkheid. Zat hij er echt zo naast?

Van der Poel «Ik denk dat zijn woorden een beetje opgeblazen zijn, en volledig ongelijk had hij ook niet. Maar iedereen zit anders in mekaar, ik zal niet dezelfde sérieux aanhouden zoals Nys altijd gedaan heeft.»

HUMO Wout, over jou zei Roland Liboton dat je niet moest denken dat je een superman was. In Humo zei je al eens dat je ‘ambetant’ kunt worden door wat er in de kranten verschijnt.

Van Aert «Het feit dat ze er constant over praten, heeft één reden: wij rijden altijd vooraan, er valt niet veel anders te vertellen. Ik kan me er alleen aan storen als andere ploegleiders mij beginnen te analyseren. Niels (Albert, Van Aerts ploegleider, red.) heb ik nog nooit zoiets over Mathieu horen zeggen. Het is ook niet aan Niels om dat te zeggen. Nu, over vijf jaar zal ik wel aan die dingen gewoon geraakt zijn.»

Van der Poel «Toen ik die uitspraak van Nys las, dacht ik wel: ‘Ik zal in Gieten het tegendeel bewijzen.’ Ik heb ook al die overdreven commentaren gevolgd over Wout, toen hij vorige maand altijd tweede werd achter mij. Iedereen moet altijd zijn mening kwijt kunnen, dat is in de politiek zo.»

Van Aert «Het ergste was dat ik die artikels niet eens las, daar stop je op een gegeven moment wel mee. Alleen was er altijd wel iemand die er een foto van doorstuurde, en vroeg: ‘Heb je dit al gelezen?’ Om zot van te worden.»

Van der Poel «Oké, dat zal ik vanaf nu ook doen (lacht). Ik lees zondagavond wel altijd de reacties op de artikels die verschijnen op hln.be.»

HUMO Echt? De vuilnisbak van Vlaanderen?

Van der Poel «Ja, daar kan ik van genieten. Ook als ze me weer voor dopinggebruiker uitschelden. Die mensen doen dat dan met hun volle verstand, dat maakt het nog grappiger. Maar er zitten ook goeie reacties bij, en dat is best aangenaam.»

'Zodra je op je fiets zit, denk je niet aan de centen. Dan is winnen de enige motivatie'

HUMO Na de afgelasting van de Wereldbekerwedstrijd in Koksijde reed je samen met je broer David met de fiets terug naar huis, meer dan 200 kilometer. Je postte er een foto van, volgens Tom Boonen in Het Laatste Nieuws vooral om Wout te jennen, die ‘zeker meteen op zijn rollen is gesprongen om bij te trainen’.

Van Aert «Ik had twee uur in het bos getraind, en daarna nog vier uur op de rollen – door Mathieu (lacht).»

Van der Poel «Dan staan we gelijk, hè (lacht).»

Van Aert «Nee, serieus. Als ik na die afgelasting gewoon in mijn zetel was gaan liggen, dan had ik zeker zwaar gevloekt. Maar ik was gelukkig al zelf gaan trainen.»


Genetische druk

HUMO Iedereen koestert de hoogste verwachtingen over jullie carrières. Jullie kunnen bijna alleen teleurstellen.

Van der Poel «Dat is altijd zo als er een jonge kerel zijn neus aan het venster steekt. Vooral in België is dat heel erg, vind ik: als een jonge wegrenner het eens goed doet, wordt hij al meteen de nieuwe Boonen genoemd. Ik denk dat sommige jongens net falen door de druk die ze opgelegd krijgen.»

HUMO Wout, jij wordt de nieuwe Boonen genoemd.

Van Aert (haalt schouders op) «Het heeft ook voordelen: omdat de koers hier zo groot is, krijg je als Belgische renner ook veel meer kansen.»

Van der Poel «Wat wel lastig is: bij Wout en mezelf is het al zover gekomen dat als we niet winnen, het ook niet meer goed is.»

HUMO Jij bent het zogenaamde wonderkind, met de genen van vader Adrie en grootvader Raymond Poulidor. In theorie zou je de Tour moeten winnen. Geeft dat nog meer druk?

Van der Poel «De Tour ga ik niet winnen. Dat heb ik niet vooropgesteld, en het is niet dat ik er iets mee heb. Als jeugdrenner was ik altijd ‘de zoon en kleinzoon van’, maar nu kijkt iedereen toch naar mijn eigen prestaties. Ik heb de vergelijkingen nooit als druk ervaren. Integendeel, ik heb vroeger veel van mijn pa geleerd, maar nu beslis ik al een tijdje alles zelf.»

HUMO Volgens je vader ben je ook heel eigenwijs.

Van der Poel (lacht) «In de goeie zin, ik wil niet per se het laatste woord hebben. Het is meer gezond zelfvertrouwen.»

HUMO Wie houdt jullie met de voeten op de grond, als er weer eens met superlatieven wordt gestrooid?

Van Aert «Zowel mijn moeder als Sarah (De Bie, zijn vriendin, red.) zullen er iets van zeggen als er te veel stoef is. Zeker mijn moeder heeft er altijd over gewaakt dat ik niet begon te zweven: als er artikels verschenen over hoe goed ik wel niet was, verstopte ze die voor mij. Al zie ik geen gevaar dat het naar mijn kop zou stijgen, zo zit ik niet in mekaar. Het is ook maar wielrennen, er zijn een hoop dingen die ik niet kan.»

Van der Poel «Ze praten je misschien de hemel in, maar je valt er ook snel weer uit als het minder gaat. Ik luister naar de mensen die dicht bij mij staan, en van de rest trek ik me niet zoveel aan.»

HUMO Merk je dat mensen anders tegen jullie beginnen te doen, of dat ze jullie benaderen voor het geld en de roem?

Van Aert «Er zijn er wel die eerst zeggen hoe sympathiek ze je wel niet vinden, om dan te vragen of je iets gratis wil doen. Ze willen mijn populariteit louter voor zichzelf benutten, en daar weiger ik op in te gaan. Al valt het op zich goed mee: ik heb nog geen bedelaars aan de deur gehad, dat stadium heb ik nog niet bereikt.»

Van der Poel «Ik ondervind er niet meteen last van. De mensen zijn wel altijd vriendelijk tegen mij. Ik vermoed dat dat gemeend is, of dat probeer ik toch te denken.»

HUMO Kiezen jullie bij het uitbouwen van jullie carrière voor financiële zekerheid, of geeft een erelijst de doorslag?

Van Aert «Beide. Je kan het onmogelijk enkel voor de eer doen, en evenmin uitsluitend voor het financiële. Zodra je op je fiets zit, denk je niet aan de centen. De initiële motivatie blijft koersen winnen en nooit: ik kan hier veel geld mee verdienen, laat ik eens moeite doen. Ik word er goed voor betaald, en in het veld blijven zou financiële zekerheid bieden, maar ik denk niet te ver vooruit. Ik ben ook niet kwistig met geld. Ik ben al geen autofreak, dat scheelt.»

Van der Poel (lacht) «Ik zie wel heel graag auto’s, dat is een beetje mijn probleem. Maar ik probeer ook verstandig met geld om te gaan, zo investeer ik in vastgoed. Financiële zekerheid is zeker belangrijk: het is leuk als je op je 35ste stopt en genoeg centen aan de kant hebt staan om aangename dingen te doen. Ze zeggen ook: ‘Wout en Mathieu gaan naar de weg voor het geld.’ Maar ik denk dat de grote wegploegen al met een groot bod moeten komen om ons hetzelfde loon te bieden.»

HUMO ‘Jullie zijn te goed voor het veldrijden,’ wordt dikwijls gezegd. Daar schuilt een zeker misprijzen in.

Van Aert «Ik vind het verkeerd om te denken dat het wegwielrennen van een hoger niveau is, daarmee ontnemen ze de cross zijn waardigheid. Ik ben wel akkoord dat het moeilijker is op de weg, omdat de top er veel breder is.»

Van der Poel «Ik denk dat veel mensen het niveau van het veldrijden onderschatten, dat zie je aan onze prestaties op de weg. Neem nu de proloog die Wout wint in de Ronde van België, vóór Tony Martin: een heel straffe prestatie, maar ik wíst dat hij heel dicht zou eindigen. Veldrijders zijn heel goed in zulke inspanningen. Elke wegrenner mag met ons komen meerijden, ze zullen me gelijk geven.»

HUMO Kijken ze ook op de weg nog neer op veldrijders? Mathieu, jij werd vorig jaar in de Ronde van België verrot gescholden, toen je voorin je plaats kwam opeisen.

Van der Poel «Er werd heel neerbuigend gedaan, alsof we daar niet mochten rijden. Terwijl wij net vooraan in de koers zaten, en toch ook een licentie hebben. Misschien kijken ze nu anders naar ons.»

Van Aert «Het lijkt soms alsof we als crosser minder mogen. We hebben ook de ‘slechte’ naam om op fietspaden te springen, als we willen opschuiven. Dit jaar heb ik wel niks gemerkt, dat zal zeker met onze prestaties te maken hebben.»

HUMO Die sensationele duels zullen jullie op de weg niet kunnen uitvechten. Weegt dat door in de keuze om nog even in het veldrijden te blijven?

Van der Poel «Zeker. Met alle respect voor mijn tegenstanders: mocht Wout er niet zijn, zou ik veel sneller op de cross uitgekeken zijn. Nu is er altijd dat duel: we trekken ons aan elkaar op.»

Van Aert «Als één van ons tweeën wegvalt, zal het voor de andere moeilijk zijn om er een uitdaging in te blijven zien. Mathieu is op dit moment dé reden waarom ik zo hard train en me zo goed verzorg.»

HUMO Wout droomt van Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen, heeft hij al gezegd.

Van Aert «Om ze te rijden. Van winnen heb ik nog niet gesproken.»

Van der Poel «Parijs-Roubaix is ook één van mijn droomkoersen, omdat die het dichtst aanleunt bij de capaciteiten van een crosser. Al denk ik eerst dat je alle klassiekers eens moet rijden, voor je kan zeggen: ‘Die wil ik winnen.’ De korte, nijdige hellingen van Luik-Bastenaken-Luiken zouden me in theorie ook moeten liggen. Ik had eerst 2018 in gedachten om naar de weg te gaan, omdat mijn contract dan afloopt. Maar misschien cross ik dan nog te graag, en doe ik er toch een paar jaar bij.»

Van Aert «Zeker wat het wegwielrennen betreft wil ik nog niet te ver vooruitdenken. Ik heb dit jaar mooie resultaten neergezet op de weg, en dat smaakt naar meer. Maar ik ben vooral heel tevreden en trots over wat ik al bereikt heb in het veld.»


Zwijnerij

HUMO Kunnen jullie ontsnappen uit de besloten wereld van het veldrijden?

Van Aert «Ik woon al anderhalf jaar samen met Sarah, en sindsdien lukt dat veel beter: je bent je eigen baas, en doet waar je zin in hebt. Er komen al eens vrienden eten, en dan wordt er niet over de cross gepraat. Ook met Sarah praat ik er enkel over als we na de wedstrijd naar huis rijden. Die afstand doet me deugd, en brengt me tot rust.»

Van der Poel «Ik ga graag naar de cinema. Nee, niet op mijn eentje, zo erg is het niet gesteld. Er zijn mensen die met mij mee willen (lacht). Op restaurant gaan, ontspant me ook. En bij ons thuis wordt er ook nooit over gepraat, alleen kan niemand dat geloven.»

'Dat ze in de kranten constant over ons praten, heeft één reden: wij rijden altijd vooraan.'

HUMO Wout, heb jij meer last dan Mathieu van wat op je afkomt?

Van Aert «Ik had geen vader die gekoerst heeft en mij kon zeggen hoe je alles moet aanpakken. We hebben alles een beetje moeten ontdekken, maar zo leer je het ook het beste.»

HUMO Je doet beroep op een mental coach. Doe jij dat ook, Mathieu?

Van der Poel «Ik zie niet hoe hij mij zou kunnen helpen. Mocht ik zo iemand nodig hebben, zou ik wel geen schroom voelen om erop af te stappen.»

Van Aert «Mijn mental coach helpt me om me beter te wapenen bij het uitoefenen van mijn beroep. Ik voel me er goed bij, en ben blij dat ik iemand heb waarmee ik over alles kan praten. Ik zie het niet als een zwak punt.»

HUMO Door je mental coach droom je er zelfs van een hangbuikzwijn in huis te nemen.

Van Aert «Ja, hij heeft er één als huisdier. Het zit bij hem binnen, het is afgericht en luistert echt. Ik was er zo door gefascineerd dat ik er ook eentje wilde, maar dat zag Sarah niet zitten. We hadden een weddenschap afgesloten: ik kreeg er één als ik het podium haalde op het Belgisch Kampioenschap op de weg. Helaas, ik kwam op het einde te kort.»

HUMO Staan er nog weddenschappen aan te komen?

Van Aert «Nee, maar dat kan snel veranderen (lacht).»


Bier en spuug

HUMO Het WK in Luxemburg heet een ‘weidecross’ te zijn. In wiens voordeel is dat?

Van Aert «Moeilijk te zeggen. Ik moet het eerst zien om er iets zinnigs over te zeggen.»

Van der Poel «Ik heb wat foto’s gekregen. Het ziet er redelijk technisch uit, dat zijn wel dingen die ik graag doe. Op het eerste gezicht is het in mijn voordeel, maar Wout kan ook alle parcoursen aan.»

HUMO Wout, sta je nog veel stil bij je overwinning op het WK in Zolder?


Van Aert (knikt) «Zeker nu het WK dikwijls wordt genoemd als één van de momenten van het jaar. Als ik de foto van mijn aankomst zie, krijg ik meteen zo een rillingske. Die dag zal me voor altijd bijblijven.»

HUMO Dat geldt vermoedelijk ook voor jou, Mathieu: er werd zelfs met bier naar je gegooid.

Van der Poel «Ja, het was natuurlijk niet zo plezant om door die massa te rijden in een oranje shirt.»

HUMO Heb je daar een mentale knauw gekregen?

Van der Poel «Het was de eerste keer dat me zoiets overkwam, daarvoor werd ik altijd vriendelijk onthaald. Vooral de rondes nadat ik in Wouts wiel had vastgezeten, heb ik wel redelijk wat geroep, bier en spuug over me heen gekregen. En dat is natuurlijk nooit leuk als renner.»

Van Aert «Ik vond het jammer voor Mathieu, het mag nooit meer gebeuren.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234