null Beeld

Mauro in de mist: 'Die dekselse David'

Ashes to Ashes', 'Fame', 'Fashion', allemaal op dezelfde plaat. Hoe flikte hij dat toch?

Mauro Pawlowski

Net toen ik besloten had om het deze week eens uitvoerig te hebben over The Pooping Proctologists, een postpunkband die zo obscuur was dat zelfs John Peel niets afwist van hun enige release (‘Live and Let One Fly’, een flexidisk op drie exemplaren), vernam ik dat David Bowie was overleden.

Mijn eerste, instinctieve reactie was: ‘Euh, hoe kan dat nu?’

En ik besefte dat dit de eerste keer moest zijn dat ik hem niet meer als een halve fabelfiguur zag. Wat natuurlijk wil zeggen dat hij zijn levenswerk verdomd goed heeft uitgevoerd. Maar door dan toch ineens te sterven, outte hij zich als mens. Zo leek het wel.

Nogal dwaze gedachten allemaal, maar je moet weten dat hij een kerel was die mijn leven simpelweg beter heeft gemaakt, van kinds af aan al. Uit de tijd dat ‘Starman’ en ‘The Jean Genie’ nog maar net in de hitparade stonden en thuis op de platenspeler werden gedraaid. En ik goedkeurend meeknikte met een air van ‘Yeah, van deze vent gaan we nog horen’, ondertussen mijn pamper volschijtend. Toen al!

Een andere onuitwisbare herinnering aan Bowie is die keer dat de clip van ‘China Girl’ voor het eerst op televisie kwam. Opeens zie ik Bowie in zijn blote kont op een strand rollebollen met een Aziatische schone. Links van mij zitten mijn ouders, rechts van mij mijn zusje. Ik ben 12 en voel me hier nogal ongemakkelijk bij.

Dan word ik 16, ik heb ondertussen lang haar en een donzen snor en ben de waanzinnige gitaarsolo van het nummer ‘Scary Monsters (and Super Creeps)’ aan het leren naspelen. Laptops bestaan zelfs nog niet in sciencefictionfilms, dus moet ik de pick-upnaald telkens opnieuw en op goed geluk weer verschuiven naar het beginpunt van een razendsnelle, typisch Robert Frippiaanse atonale riedel. Uúúúren doe ik erover.

‘Scary Monsters’ is trouwens nog steeds één van mijn favoriete Bowieplaten: ‘Ashes to Ashes’, ‘Fame’, ‘Fashion’, allemaal op dezelfde plaat. Hoe flikte hij dat toch?

Het was me potverdekke toch een speciaal geval.

Want hoe in hemelsnaam, nee echt, serieus, hoe... de... fuck... maak je zoiets als ‘Heroes’? Kom nu niet af met ‘de juiste mensen op de juiste plaats’, en dingske Eno met zijn goochelkaartenspel, en niet te vergeten: Berlijn, jaaah, dat was toen echt wel van oelala en Iggy en wat nog allemaal. Weet je wat ik denk? Ik denk eerlijk gezegd dat het vooral aan één ding lag: die dekselse David Bowie!

Een andere magische song die je gelukkig nog weleens op de radio hoort, is ‘This Is Not America’. Een absolute favoriet, op muziek van Pat Metheny. Echt geen sul, hoor, die Metheny. Naar mijn voorzichtige smaakoordeel is het misschien wel het knapste nummer dat Bowie opnam in de hele periode tussen ‘Let’s Dance’ en ‘Blackstar’.

Verder zou ik aan Bob Dylan en Neil Young willen vragen om nog een tijd gezond te blijven. Kan ik het gezellig weer gewoon gaan hebben over The Pooping Proctologists en consorten.

Altijd een goed teken voor popiconen.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234