null Beeld

Mauro in de mist: 'Levende legende'

In de showbizz bestaan er verschillende manieren om een legendarische status te bereiken. Een eerste mogelijkheid is uitzonderlijk getalenteerd zijn in wat je doet. Zodanig uitblinken in je discipline, wat die ook mag wezen, dat de mensen er serieus niet goed van worden, eventueel tot brakens toe. Denk aan het niveau van een Michael Jackson, Marlon Brando of Billie Holiday. Namen die weleens een sterk ontmoedigend effect hebben op de doorsnee entertainer, schuimbekkend van blinde ambitie. Maar geen paniek, men kan nog andere pistes bewandelen om een levende legende te worden. Zo is simpelweg heel oud worden ook een optie.

Op zich is dat niet vanzelfsprekend, gezien al dat onzekere gedoe met het lot. Maar toch, het is het proberen waard. Het maakt in dat geval ook niet zo veel uit als je carrière al ergens in de jaren stillekes finaal is gestrand. Vanaf het moment dat iemand enthousiast roept ‘Shit, die leeft nog ofwa?’, ben je – ping! – legendarisch. Wat me best een leuke hoedanigheid lijkt om je oude dag in te slijten. Af en toe eens opdraven in tv-programma’s om minzaam glimlachend en lichtjes verward complimenten in ontvangst te nemen. Met een vroegere kompaan die er tijdens het vraaggesprekje bij mag komen zitten, en meteen kwistig uitpakt met hilarische, doch erg persoonlijke anekdotes, tot groot jolijt van een vertederd publiek. Hevig hoestend reageer je: ‘God ja, miljoenen schulden gemaakt toen met die film, maar wél veel gelachen samen.’ En terwijl de presentator jullie wat water bijschenkt, denk je: ‘Hier heb je ’m weer, hoor, de ouwe lul. Wrong zich vroeger ook al overal tussen.’ Dan is het tijd om samen wat ‘legendarische’ beelden uit het verre verleden te bekijken, waarbij er de hele tijd maar één gedachte door je hoofd spookt: ‘Wat probeerde ik toen in godsnaam te bewijzen?’ Gelukkig zit daar je oude kompaan, die het wel even zal uitleggen.

Een derde manier om je als artiest slinks tot levende legende op te werken, is: plotseling stoppen met wat je in de eerste plaats populair maakte en dan geduldig afwachten tot de tijd overrijp genoeg is om de draad weer op te pikken. Een gebruik dat nogal in zwang is bij oude rockbands. Soms werkt het, soms niet, het is onvoorspelbaar. Zie bijvoorbeeld de Britten. Als er één volkje het patent heeft op – yep – legendarische bands, dan zijn zij het wel: Joy Division, Led Zeppelin, de Stones, noem maar op. Het is zoals Woody Harrelson zegt in ‘Welcome to Sarajevo’: ‘You know, only two good things ever came from England. One: America. Two: The Beatles.’ Haha. Maar tegelijk geloof ik niet dat de britpophype uit de jaren 90 ook maar één toekomstige legende heeft voortgebracht. Helaas, helaas. En weet ik veel. Plus, ik haat de jaren 90. Zo, het is eruit.

null Beeld

Snel naar 1989 in dat geval! In dat jaar werden drie opmerkelijke figuren door muziekmagazine NME bijeengefloten voor een gezamenlijk interview in een onopvallende Londense pub: Shane MacGowan (The Pogues), Mark E. Smith (The Fall) en Nick Cave. Een Unholy Trinity, zoals de journalist het treffend omschrijft. Zoals gehoopt en natuurlijk ook wel een beetje verwacht, werd het een hoogst interessant gesprek. De rolverdeling is van bij aanvang duidelijk. Nick Cave blijkt de gentleman van het gezelschap te zijn: hij blijft steeds bewonderenswaardig kalm en diplomatisch. Geen sinecure met een non-stop schofferende Mark E. Smith in de buurt. Een geniale man die als kind weliswaar in een vat vitriool gevallen moet zijn. Shane MacGowan, ten slotte, geeft ondanks zijn toenmalige ruige reputatie een behoorlijk aimabele indruk. Een fragment. NME vraagt of iedereen nog graag live speelt. MacGowan: ‘Nee’. Cave: ‘Ik weet het niet echt. Ons laatste optreden was een nachtmerrie.’ Smith: ‘Niks nieuws bij The Bad Seeds dus.’ Cave: ‘Vroeger haatte ik live spelen, fysiek veel te uitputtend.’ Smith: ‘Verdomde werkschuwe Australiërs. Voeren nooit een klap uit.’ Even later ontstaat er een discussie over Nietzsche tussen MacGowan en Smith. Binnen de kortste keren wordt Hitler erbij gesleurd, voorspelbaar genoeg. Cave houdt zich er wijselijk buiten. Komen verder nog voorbij in een prachtig onsamenhangend discours: Jezus, Socrates, Elvis en Morrissey. Dan geeft iedereen het gewoon op, waarschijnlijk moe van hun eigen gepraat. In de pub blijkt een podium te staan met instrumenten erop. MacGowan gaat drummen, Smith pakt een gitaar vast en Cave gaat achter een orgel zitten. ‘A jam of sorts ensues,’ volgens de overlevering. De sound die het trio voortbrengt, wordt vaag omschreven als The Velvet Underground meets Hammer-horror met een zweem van acid house. Er zou een opname van bestaan. Dat zou pas een band zijn om anno 2016 mee naar buiten te treden. Plaatje opnemen, een paar zomerfestivals doen. Daar kan geen enkele legende tegenop.

null Beeld


Beluister de sound van Humo deze week »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234