Mauro in de mist: 'Uit evenwicht'

Onlangs, op een dichtbewolkte lenteochtend van alweer een voorbijgeraasde week zonder grootse en meeslepende gebeurtenissen, begonnen de buren uitzonderlijk vroeg aan hun renovatiewerken. Ergens in de straat was het regelmatige gepiep te horen van een vrachtwagen in zijn achteruit, terwijl de postbode een bundel rekeningen door de postgleuf van onze voordeur wrong. We hadden die week enkel wat onpraktische momenten beleefd, zoals het finaal in duigen vallen van onze Volvo, met nochtans ‘maar’ 250.000 kilometer op de teller – is het niet godgeklaagd allemaal? En deze ochtend stond ik met gekruiste armen uit het raam te staren, zonder ook maar iets van de buitenwereld op te merken, ingenomen als ik werd door het besef dat mijn culturele ontwikkeling al jaren voor geen hol meer is vooruitgeraakt.

Op de achtergrond speelde het pianoconcert, opus 42 van Arnold Schönberg, wat betekende dat ik alleen thuis was. Sommige muziekjes krijg ik met geen enkel charmeoffensief verkocht aan mijn naaste omgeving, en dit is er één van. Terwijl ik daar zo stond, zag ik mezelf een pijp roken, met de hooghartige blik van een aristocraat op een balkon dat uitziet over een Zwitsers dal. Enkele regels van Hendrik de Vries schoten mij spontaan te binnen. ‘Gelijk de kunst van streng rijm: hevige roes, bij scherp denken. Aanval, onder dol rumoeren. Ren en ruk en doffe zwijm. Zwaai, die moed en wil verkondt. Smart en dood als achtergrond. Mensenhartstocht. Godsgeheim.’ Maar dit was Berchem, en ik keek uit op een bestelwagen die zich net op de stoep parkeerde.

Wat is er gebeurd met die onbevangen, leergierige twintiger die ik was?

Verdiept in ‘De toverberg’ van Thomas Mann, het meeslepende relaas van de onbeholpen liefdesperikelen van protagonist Hans Castorp, wiens naam achterstevoren uitgesproken klinkt als Prozac. Kunst als anti-anti-depressivum voor zij die zo veel mogelijk waarheid onder ogen wensen te zien. Of iets wat erop lijkt. Op papier dan, of op de bühne. Want wie echt slim is, blijft binnen en bemoeit zich zo veel mogelijk met zijn eigen zaken. Of je maakt alles alleen maar erger.

Wel oppassen: naar het schijnt gebeuren de meeste ongelukken thuis. Voor je het weet, maak je een dodelijke smak met je hoofd op de rand van een meubel. Uit evenwicht geraakt tijdens een partijtje uitzinnig luchtdirigeren op pakweg Beethovens ‘Fidelio’. Net tijdens ‘Noch einen Laut und du bist tot!’ blijk je plots onnatuurlijk ver achterovergeleund te staan. In paniek probeer je nog met snelle tegenbewegingen de wetten van de fysica teniet te doen, maar de fatale struikeling is onherroepelijk ingezet...

En daar lig je dan met een tafelhoek recht door de achterkant van je schedel, terwijl de muziek gewoon verderspeelt. ‘Verflucht sei diese Stunde!’

Voor zover ik weet, is nog niemand ooit echt verlicht geraakt door hoge cultuur. Wagner kon serieus zagen als hij zijn zin niet kreeg en Wittgenstein kon heel moeilijk tegen zijn verlies. Het is altijd iets met genieën.

Allemaal kwesties die me op voornoemde ochtend bezighielden, vanwege een droom van de nacht voordien.

Ik speelde de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, die gehouden werd op het strand van Lampedusa. De jury bestond uit de cast van ‘Ex on the Beach’, aangevuld met een paar Russische oligarchen, en werd voorgezeten door een glimlachend slapende Michel Houellebecq. Het stuk dat ik moest spelen was ‘Wo-Ma’, een compositie van de briljante Italiaanse componist Giacinto Scelsi. Fijn, dacht ik, een persoonlijke favoriet. In een plechtige pose nam ik plaats achter de microfoon, terwijl ik probeerde mezelf niet te laten hinderen door de typisch irrationele droomkledij die ik droeg: een sombrero, dameslingerie en voetbalschoenen.

Ik haalde diep adem en krulde mijn mond ten aanhef van Scelsi’s machtige compositie.

Maar plots kreeg ik een flashback uit de realiteit. Waarom weet ik niet. Dromen, er valt werkelijk geen touw aan vast te knopen. Hoe dan ook, ik bevond me weer in het Lobkowicz Palace Museum, waar onder andere originele manuscripten van Mozart en Beethoven te zien zijn. Er heerste een gewijde stilte in de toonzalen, door de ramen heen kleurde de Praagse avondhemel stemmig rood. Perfect voor het adagio uit het strijkkwartet nr. 14 van Beethoven, dacht ik. Maar in de plaats daarvan hoorde ik het volgende: ‘HONEY, YOU SHOULD SEE THIS! THIS IS AMAZING! REALLY AMAZING!’ Een bejaard Amerikaans koppel, beiden met een koptelefoon op voor extra info over de tentoongestelde stukken, was ongemerkt binnengestapt. Weg sfeer.

Het koppel stapte nu ook mijn droom binnen. Zelfs Houellebecq werd er wakker van. ‘AMAZING, HONEY!’ Toen zette iemand keihard ‘Wooly Bully’ op, van Sam The Sham And The Pharaohs, en iedereen begon te dansen en te roepen. ‘Wooly bully! Wooly bully, wooly bully, wooly bully’. Prima. Ook een topnummer. Sindsdien ben ik nooit echt meer wakker geworden. Mij goed. ‘WOOLY BULLY, HONEY!’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234