null Beeld

Mauro in de mist: 'Van het volk, voor het volk'

Je kon destijds beter op skivakantie naar Kaboel gaan dan in Memphis rond te slenteren in hawaïhemd

Wat een bont gezelschap is de wereldbevolking toch. Van Afrika tot in Amerika. Van op de Himalaya tot in de woestijn. Je hebt hier mensen in alle kleuren van de regenboog. Eén voor één kinderen onder de zon. Het lijkt wel een hemel op aarde, van iedereen. En toch, en toch. De mensen doen elkaar zo’n pijn! Terwijl het beter was als wij voortaan verdraagzaam zouden zijn. Hand in hand. Oog in oog. Ja, wij zijn zoveel mooier als we samen zijn. Al is je huid donkerder of, godbetert, bleker dan de mijne. Zo, dat is me van het hart. Schiet me straks niet dood vanwege een originele mening.

Of ik nu te maken krijg met een cultuur die mij zou ontvangen met een boeketje madeliefjes dan wel me recht de kookpot in plempt, altijd ben ik in de eerste plaats benieuwd naar de lokale muziekstijl. Je bent een vakidioot of je bent het niet. Gelukkig bestaan er ondertussen massa’s field recordings uit de vier uithoeken der aarde, zodat ik vanuit mijn zetel in een Noordwest-Europese rijwoning met dubbele beglazing rustig kan genieten van pakweg ‘Tea House Music of Afghanistan’. Een opname uit 1968 op het nooit genoeg te prijzen Smithsonian Folkways Records. ‘Recorded in Kabul by Peter ten Hoopen’ staat er op de hoes. Dat blijkt een ondertussen 71-jarige Nederlander te zijn, die op zijn website nog het één en ander weet te vertellen over het verloop van de opnames destijds.

Bijvoorbeeld dat hij eerst van plan was om alles live op te nemen in een Kaboels theehuis. Wat hem ten stelligste werd afgeraden door de ‘verbazingwekkend professionele en zeer gewillige muzikanten’ – allemaal leden van het Radio Afghanistan Orchestra – wegens het doorlopende gekeuvel, gespuw en gerochel van de theehuisklanten. Toen zijn ze maar met zijn allen naar een ijskoude studio getrokken (het was hartje winter), ergens in een buitenwijk. De onversaagde Peter voorop met zijn ‘kilo’s wegende opnameapparatuur, waarvan de draagriem diep in de schouder kon snijden’ .

Het was de moeite waard, want wat toen in Kaboel gespeeld werd, blijkt absoluut goddelijke muziek te zijn. Je weet niet wat je hoort. Een zeldzame combinatie van klassieke hindoe- en islamklanken. ‘If one listens well,’ aldus de hoestekst, ‘one can hear influences from as far afield as Mongolia and Greece.’ Kan goed zijn. Ik ging thuis alvast helemaal uit mijn dak van al dat moois. Tot ik een spontaan geïmproviseerde, Bollywoodachtige dansbeweging wat verkeerd inschatte en per ongeluk een plateau met theeservies van tafel veegde. Mijn cavia lag er een uur later nog van na te bibberen in een hoekje van zijn kooi.

Smithsonian Folkways Records heeft ondertussen zijn volledige back catalogue gedigitaliseerd. En dat is heel wat. Met als credo: ‘Music of the people, by the people, for the people’. Van alle kleuren van de regenboog, inclusief alle Chinezen en alle oma’s aan de top.

De befaamdste etnomusicoloog rond het Folkwayslabel was Alan Lomax. Hij maakte een aantal zeer bekend geworden opnames van folk- en blueslegendes zoals Woody Guthrie en Lead Belly. Geen ongevaarlijke job in het gesegregeerde Amerika tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw. Wat nu geklasseerd wordt als traditionele muziek, van deltablues tot jug band music, was de hardcore gangstarap van toen. ‘Straight Outta Compton’ op mondharmonica en slideguitar. Shirley Collins, een keurig folkzangeresje uit Engeland en Alan Lomax zijn toenmalige vrouw, schreef in haar boek ‘America over the Water’ over hun gezamenlijke trip diep door The American South. Een bezoek van het koppel aan The Memphis Jug Band geeft een idee van de ambiance in die contreien, toentertijd. Ik parafraseer: ‘We wandelden het gebouw in via een binnenkoer onder modder en plassen water. Achter de deuren van een amper verlichte gang weerklonken ruzies en luid spelende radio’s. In kamer nummer 7, plaats van onze afspraak, hingen verschillende stilstaande klokken en verouderde kalenders aan de muur, met daartussen een geprinte tekst waarop ‘The Gift of God is Eternal Life’ stond te lezen. Verder aanwezig in de kamer: een grommende, half slapende dronkaard op een metalen bed, drie flirterige vrouwen van wie eentje met ‘three knife-cut scars deepened in her cheek’, plus nog een aantal oudere muzikanten. En overal halflege whiskeyflessen. Mijn God, Bukowski, Tom Waits of Bertolt Brecht zou een scène als deze niet durven te verzinnen uit angst om geforceerd over te komen. ‘Pretty mama, if you don’t believe I’m sinkin’, look what a hole I’m in’: folkloristisch erfgoed en romantiek voor de ene, een werkdag als een andere in The Memphis Jug Bands ‘Stealin’, Stealin’’. Trouwens ooit nog gecoverd door Bob Dylan en de Grateful Dead.

null Beeld

Je kon destijds beter op skivakantie gaan naar Kaboel dan in Memphis rond te slenteren in hawaïhemd en met een halsportemonnee om. The times are always a-changin’ indeed.

Allemaal: van A-fri-kaah tot in A-mee-ri-kaah!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234