Mbark Boussoufa, kampioen met Anderlecht

Vroeger, op het pleintje in Amsterdam-Oost, noemden ze hem Baradona. Later, in Brussel, werd het Boussinho. U raadt wel welke twee wereldvoetballers als inspiratie dienden. Maar sinds hij Anderlecht vorig weekend naar de titel leidde, is hij de Prins van het Astridpark, de Patron van Paars-Wit: Mbark Boussoufa.

Op zondag 18 april, kort voor vier uur in de namiddag, zat een groepje mannen zwijgend bij mekaar in de bezoekerskleedkamer onder het Jan Breydelstadion. Ze waren in zichzelf gekeerd, en in hun ogen las je de zenuwen. Er was er maar eentje die lawaai maakte: hij zat zoals gewoonlijk met z'n grote koptelefoon op z'n oren en zong luidkeels mee met z'n iPod. 'Maar ik was net zo zenuwachtig als al de rest,' zegt Mbark Boussoufa nu.

Anderlecht was naar Brugge gekomen om er, op het veld van de grote rivaal, kampioen te worden. De dertigste titel zou het worden, goed voor drie sterren op het shirt, geborduurd boven het clubembleem. De titel van de wraak ook: twee seizoenen na mekaar had Anderlecht de heerschappij van Standard moeten ondergaan.

Enkele quotes van Mbark Boussoufa

Over Romelu Lukaku: «We praten veel - over voetbal en over Playstation (lacht). Hij vraagt iedereen om goeie raad: de oudere spelers, de trainer, de mensen van de staf. Maar hij weet wat hij wil. Als hij liever heeft dat ik de bal anders inspeel, dan zal hij dat ook zéggen. Zo kom je vooruit, als jonge voetballer. Maar de beste raad die ik 'm heb gegeven was: 'Doe ook eens een keertje je eigen zin. Luister naar anderen en onthoud wat ze je zeggen, maar doe niet altijd wat anderen van je verwachten.'»

Over zichzelf: «Je moet dúrven. Je verantwoordelijkheid nemen. Kijk naar de thuiswedstrijd tegen Brugge, die 3-2 begin februari. Ik had de bal ook kunnen stiften naar de tweede paal, maar ik schoot in één keer binnen. Dat zijn de momenten waarop ik merk dat ik vooruitgang maak.»

Over de blessures van Polák en Wasilewski: «Toen werden we echt een ploeg, met spelers die voor mekaar wilden knokken. Het moest ook, want Wasilewski en Polák konden we eigenlijk niet missen. Toen zij er opeens niet meer bij waren, werden de oudere spelers gedwongen om jonge spelers op te vangen. Dat is gelukt: Kouyaté en Sare waren meteen erg goed - hongerig, maar tegelijk ook nederig. Het was makkelijk werken met hen.»

Over zichzelf: «Toen ik jong was, droomde ik er natuurlijk van om ooit bij Barcelona te voetballen. Met de jaren leer je dat dát heel moeilijk zal worden, om niet te zeggen onmogelijk. Maar ik ben tevreden met wat ik tot nu bereikt heb, in België: twee titels met Anderlecht, de Gouden Schoen, twee keer profvoetballer van het jaar. Toch niet slecht, hè?»

Het volledige interview leest u in Humo 3634 van dinsdag 27 april.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234