Meer blauw op uw scherm: Humo bezocht de set van 'De buurtpolitie'

Tot 675.000 kijkers per aflevering, herhalingen die nog steeds een half miljoen Vlamingen aan de buis weten te kluisteren en een bioscoopfilm die met 150.000 bezoekers de op één na succesvolste Vlaamse film van 2016 was: de populariteit van de scripted reality-reeks ‘De buurtpolitie’ blíjft groeien, ondanks de kritiek op de scenario’s (‘ongeloofwaardig’), het acteerwerk (‘te houterig’) en de dialogen (‘te mager’). Humo ging op setbezoek en trachtte het geheim achter het succes te ontrafelen. ‘Kinderen zeggen: ‘Het is als ‘Mega Mindy’, maar dan in het echt.’’

'Vergeleken met ons is Witse een janet'

Volgen we die kinderlogica, dan is Nicoline Hummel – die gestalte geeft aan hoofdinspecteur Tineke Schilebeeckx – de Mega Mindy van dienst, en Andy Peelman – inspecteur Koen Baetens in de reeks en in het dagelijkse leven aan de slag bij de Brusselse hondenbrigade – haar sidekick Mega Toby. Samen maken ze deel uit van het interventieteam, dat al sinds het eerste seizoen ten strijde trekt tegen allerhande misdrijven en onrecht. Zes seizoenen later bestaat het politiekorps uit tien agenten (rechercheurs, inspecteurs, wijkagenten en wegpolitie) die onder de leiding van commissaris Roger Berckmans (gespeeld door Willy Herremans) de openbare orde proberen te handhaven.

Tineke en Koen zijn veruit het populairste duo van de reeks, getuige Facebookgroepen als ‘Koen en Tineke zijn zo schattig samen’. Koen is de lolbroek: wijn waarmee gesjoemeld werd, noemt hij ‘Chateau Migraine’ en collega Obi Basu wordt door hem consequent aangesproken als ‘Obi-Wan Kenobi’. Hij heeft ook zin voor dramatiek – wanneer een meisje met windpokken alleen wordt aangetroffen in een manege, hangt hij tijdens de rit naar het politiekantoor uit het raam van de wagen uit vrees voor besmetting – en een lage alcoholtolerantie. Als hij zonder het te beseffen enkele zakjes wodka bears – gummibeertjes geïnjecteerd met wodka – eet, wordt hij onwel. Waarop de bedachtzame Tineke voor de zoveelste keer met de ogen draait. Chemie! Enkel de hondspopulaire Mechelse herder Barry, ook in het echte leven Peelmans politiehond, is misschien nog geliefder bij het publiek: aan de reu zijn tal van Facebookgroepen gewijd, waar mensen zich hardop afvroegen of Barry ook op de première van de film ‘De buurtpolitie: De grote geldroof’ aanwezig zou zijn.

Die film, losjes gebaseerd op de waargebeurde diefstal van een geldkluis door een Oost-Europese bende in Zedelgem, loopt sinds 26 oktober in de zalen, en moest vorig jaar in bezoekersaantallen enkel ‘De premier’ laten voorgaan. Erik Van Looy wist 400.000 Vlamingen naar de cinema te lokken, terwijl 150.000 bezoekers de agenten van ‘De buurtpolitie’ weleens op het grote scherm aan het werk wilden zien. Ter vergelijking: Felix van Groeningens ‘Belgica’ kon zo’n 90.500 bezoekers bekoren, Nic Balthazar was met 31.000 verkochte tickets voor ‘Everybody Happy’ wellicht niet zo happy, en met slechts 5.000 bezoekers voor ‘Crimi Clowns 2.0: Uitschot’ mag Luk Wyns van een flop spreken. Bijzonder is dat ‘De premier’ en ‘De grote geldroof’ op exact dezelfde dag in première gingen: de twee succesvolste films van 2016 blijken perfect naast elkaar te kunnen staan.


Tineke Tupperware

Dat de kijkcijfers van de reeks sinds de start in februari 2014 alleen maar gestegen zijn, ligt volgens hoofdscenariste en executive producer Ilse Nackaerts aan de mix van humor en spanning. We ontmoeten haar in de Timmerdonckstraat in Edegem, waar de opnames van het zevende seizoen – dat vanaf 30 januari van start gaat op VTM – volop aan de gang zijn. We zien een brandweerwagen, een ambulance, drie jongens die op het hoogste balkon van een appartementsgebouw staan, en een touw dat van dat balkon naar beneden bengelt.

'Tegenwoordig brengen we de lokale politie op de hoogte van opnames: we zitten nog altijd op terreurniveau 3, hè'

ILSE NACKAERTS «We krijgen de medewerking van echte brandweermannen en ambulanciers. Dat geeft de reeks wat meer cachet, vind ik. We kunnen dat niet de hele tijd doen, dat zou onbetaalbaar zijn. Maar als een personage bijvoorbeeld gereanimeerd moet worden, heb ik het liefst dat een echte ambulancier die handeling uitvoert – dan kan ik ervan uitgaan dat het in orde zal zijn. Nu, als er plots ergens een brand uitbreekt, zijn de brandweermannen weg, maar dat zijn de risico’s van het vak. Voorlopig hebben we altijd al geluk gehad.»

HUMO Weten de buurtbewoners dat het hier de opnames van een programma betreft, en geen echte interventie?

NACKAERTS «We steken een paar dagen op voorhand briefjes in de brievenbussen: ‘Van zo laat tot zo laat zijn er opnames aan de gang.’ Meestal volstaat dat, maar nu de brandweer en ambulance ook ter plekke zijn, hebben we eveneens laten weten wat we ongeveer gaan doen – kwestie van niemand onnodig ongerust te maken. Anders bellen ze misschien de échte politie.»

Dat is in het verleden al meermaals voorgevallen. Na de verijdelde aanslag in Verviers kreeg de Dilbeekse politie verschillende verontruste burgers aan de lijn. Ze meldden een schietpartij – tot bleek dat het om opnames van ‘De buurtpolitie’ ging. Gevolg: de burgemeester liet vragen de buitenopnames even op te schorten. In Groot-Bijgaarden zag een vrouw iemand gereanimeerd worden. Ze ging zeggen dat ze te hulp kon schieten met een defibrillator van haar werk. Toen ze hoorde dat het om opnames ging, vond ze dat ‘misplaatst’: ‘Als ik dat toestel had vastgenomen, was er een automatische melding naar de noodcentrale gestuurd. Ze zouden toch beter moeten aanduiden dat er opnames aan de gang zijn.’

NACKAERTS «Tegenwoordig wordt de lokale politie ook van de opnames op de hoogte gebracht: we zitten nog altijd op terreurniveau 3, hè. Mocht het nog eens gebeuren dat mensen contact opnemen met de politie, dan kunnen zij de bellers meteen geruststellen.»

De zaak die momenteel gedraaid wordt, heet ‘De wraak van de slotenmaker’. Drie jongens die zichzelf buitengesloten hebben en hun deur proberen te forceren, worden door een andere bewoonster voor inbrekers gehouden. Ze belt de politie, die de jongens aanraadt een slotenmaker te contacteren. Wat later krijgt de politiedienst een oproep over een vermeende zelfmoordpoging in hetzelfde appartementsgebouw: buurtbewoners zagen een touw aan het balkon hangen, en gingen ervan uit dat één van de jongens zich aan dat touw wilde verhangen. De dekselse slotenmaker zit er voor iets tussen, maar meer verklappen we niet – al weten trouwe kijkers van ‘De buurtpolitie’ dat de zaak sowieso goed zal aflopen.

NACKAERTS «In het eerste seizoen wilden we zo dicht mogelijk bij de realiteit blijven. Maar dan verval je al snel in zware cases. Die werden afgewisseld met luchtiger zaken, waar enorm veel enthousiaste reacties op kwamen. Dus zijn we daar steeds meer op beginnen in te zetten, met als gevolg dat de reeks steeds populairder werd, vooral bij gezinnen met kinderen. Bij 18- tot 54-jarigen scoort ‘De buurtpolitie’ 40,6 procent marktaandeel, en in de groep 4- tot 14-jarigen halen we 34 procent. Zwaar geweld tonen we dan ook niet: je zult bij ons nooit het bloed van de muren zien spatten, en een lijk krijg je ook niet te zien – wél een wit laken. Alle zaken kennen een goed einde, omdat ik niet wil dat kinderen na een aflevering van ‘De buurtpolitie’ niet meer buiten durven te komen – ik heb zelf een dochter van 8, en zou daar als ouder niet van gediend zijn.

»We proberen ook een zekere moraal mee te geven. Als iemand bijvoorbeeld zijn moeder heeft vermoord, dan zal uit het verhoor blijken dat die moeder hem allerlei leed heeft aangedaan. Niet dat we moord willen goedpraten – de dader zal altijd gestraft worden – maar de dader zal nooit een psychopaat zijn: je zult altijd begrip kunnen opbrengen voor iemands daden. En wie de wet overtreedt na het gebruik van drugs of alcohol, zal zich daar achteraf altijd voor verontschuldigen.»

HUMO Als het programma vooral bij kinderen aanslaat, mogen we ‘De buurtpolitie’ dan een kinderprogramma noemen?

NACKAERTS «Dat is wat kort door de bocht. ‘De buurtpolitie’ is niet gericht op kinderen, maar is wel kidsproof. Kinderen zeggen: ‘Het is als ‘Mega Mindy’, maar dan in het echt.’ Ik heb al gehoord dat ze Koen en Tineke naspelen op de speelplaats. Maar ouders kijken ook mee – al dan niet terwijl ze aan het avondeten bezig zijn. Daarom stoppen we er twee lagen in: als Koen bijvoorbeeld informeert naar Tinekes Tupperware-avond, en zij antwoordt dat het eigenlijk een Tupperware-avond voor volwassenen was, dan weten ouders meteen dat het over een Upperdare-avond (waar seksspeeltjes verkocht worden, red.) gaat, zonder dat ze achteraf gênante vragen van hun kinderen hoeven te beantwoorden. Onze rechercheurs behandelen weleens aanrandingszaken, maar we laten de personages nooit de woorden ‘penis’ of ‘vagina’ in de mond nemen. Schelden, te hard roepen, agressief gedrag: dat kan niet. De plot staat of valt daar ook niet mee.»

HUMO De plot lijkt soms bij de haren getrokken. Zo was er eens een zaak waarin een vrouw per abuis isolatieschuim in plaats van haarlak in d’r haren had gespoten: een grappig gezicht, maar erg realistisch leek het niet. Scripted reality betekent dat waargebeurde feiten als basis gebruikt worden, maar in hoeverre worden die door jullie opgesmukt?

NACKAERTS (neemt haar smartphone en begint te googelen) «Kijk: ‘Vrouw vergist zich van haarlak en belandt in het ziekenhuis’. Dat stond in september 2015 in de kranten. Wij hebben dat kapsel zelfs nog afgezwakt in de reeks! Dat filmpje is viraal gegaan op sociale media: we hebben die pruik achteraf geveild voor Rode Neuzen Dag. Ze heeft 500 euro opgebracht.

»Krantenartikels zijn vrij summier. Je moet dat altijd invullen met je eigen verbeelding: wat kan er hier gebeurd zijn? Bij ons was die vrouw zich aan het klaarmaken om naar het trouwfeest van haar zoon te gaan, en vroeg ze aan haar man om haarmousse mee te brengen van de winkel. Dat had hij niet gevonden, maar de bussen isolatieschuim waren afgeprijsd, en zo had hij er wel één gekocht. In al haar haast had die vrouw daar niet op gelet en spoot ze dus PU-schuim in haar haren. Toen de man zijn vrouw wou komen ophalen om naar het feest te vertrekken, maar ze onvindbaar en onbereikbaar bleek te zijn, heeft hij de politie ingeschakeld: dat is de basis van ons verhaal.

»Er was ook eens een echte zaak van mensen die aan het station van Mortsel cavia’s in hun fietstassen hadden aangetroffen. De dader is tot op heden nog niet gevonden, maar aangezien alle zaken bij ons opgelost worden, moeten wij dus bedenken hoe die cavia’s daar terechtgekomen zijn, en waarom. Ik heb vroeger zelf nog een hamster gehad: drie weken later had ik er zéven – ik had blijkbaar een zwangere hamster uitgekozen (lacht). Ik denk dan meteen: ‘Dat moet ook zoiets zijn: iemand die niet weet wat hij met z’n nest cavia’s moet aanvangen, en er niets beters op vindt dan ze in fietszakken te steken.’ Om het spannend te maken, laat je dan twee mensen onafhankelijk van elkaar aangifte van die cavia’s doen, waarna de agenten naar het station trekken, en er nóg meer aantreffen. Wie een cavia in een fietszak achterlaat, wil ze niet vermoorden – ik ga er dan van uit dat het toch een brave ziel is die wil dat die beestjes goed terechtkomen. Onze agenten zullen de dader op het einde ook zeggen dat hij er beter mee naar de dierenbescherming was gestapt – zo weten de kijkers ook wat je best doet in zo’n situatie.

»Ik vind dat we dus dicht bij de waarheid blijven. We zitten continu binnen- en buitenlandse nieuwssites te checken. Of we slaan creatief aan het googelen: ‘Waarrond willen we vandaag eens werken?’ Zo hebben de zoektermen ‘drollenactie politie’ ons eens naar een krantenartikel over een Nederlandse vrouw geleid die het beu was overal hondendrollen aan te treffen. Ze had ze allemaal met roze verf bespoten – om de situatie aan te klagen, maar ook opdat mensen er niet meer continu in zouden trappen. Dan beginnen we daar scènes rond te bedenken: bij ons werd de hond zelf ook met roze verf bespoten, om het baasje een lesje te leren.

»Ook de straffen die de daders uiteindelijk krijgen, vinden we niet uit: daarvoor laten we ons adviseren door een rechter. Voorts ben ik de dochter van een flik en heb ik zowat m’n hele jeugd in een kazerne gewoond. Ik weet dus goed hoe agenten denken en wat ze zoal meemaken.»

'Creatief googelen bracht ons bij een artikel over een vrouw die het beu was overal hondendrollen aan te treffen en die dan maar met roze verf bespoot'

HUMO Er wordt ook weleens smalend gedaan over het acteerwerk: te amateuristisch, volgens sommigen.

NACKAERTS «Voor onze figuranten doen we een beroep op het castingbureau In The Picture: via hen roepen we mensen op om auditie te komen doen bij ons productiehuis Zodiak Belgium. Ze moeten dan zowel humoristische als triestige rollen spelen, en we merken dat vooral die humoristische scènes problemen opleveren: de meesten vervallen al snel in overacting. Ook een zatlap is heel moeilijk naturel te spelen: we zijn voor een groot stuk gestopt met zulke scènes omdat niet iedereen die aankan. Zit er toch nog eens zo’n scène in, dan gaan we op zoek naar professionele acteurs. Kinderen gebruiken we ook veel, aangezien we ons op gezinnen met kinderen richten.

»Dat er veel geïmproviseerd zou worden, is een misvatting: de acteurs krijgen scenario’s met uitgeschreven dialogen. Andy is van nature nogal ad rem: hij zal er al eens iets uitflappen à la: ‘Jij bent een gangster van den Aldi!’ Maar dat past bij zijn personage. Er kan niet zomaar gefreewheeld worden, want elke scène heeft een logica, en de overgang naar de volgende scène moet blijven kloppen.»

HUMO Stoort die kritiek je?

NACKAERTS «Toen het programma pas op de buis kwam, werd er weleens denigrerend over gedaan, of was het not done om toe te geven dat je ernaar keek. Nu krijgen we eigenlijk nog weinig negatieve reacties.

»Elk programma heeft zijn voor- en tegenstanders. Ik wil dat ónze doelgroep tevreden is. Jij schrijft ook voor je eigen publiek, terwijl een Flair-lezer misschien zou zeggen: ‘Wat voor artikel is dat nu!’»


Drollenactie

Tijd voor de lunchpauze: Hummel en Peelman hebben de zaak van de slotenmaker opgelost, na de lunch volgen de opnames van een tweede case. Een pittig tempo, zeker voor buitenopnames bij temperaturen onder het vriespunt: ‘We dragen zelfs thermisch ondergoed onder onze politieuniformen!’ We schuiven aan bij inspecteurs Tineke en Koen.

HUMO Nicoline, jij hebt aan het conservatorium gestudeerd en bent dus een gediplomeerde actrice. Maar hoe ben jij bij ‘De buurtpolitie’ terechtgekomen, Andy?

ANDY PEELMAN «Ik speel bij een amateurgezelschap en regisseer af en toe toneelstukken: acteren is een hobby. Ik had mij via In The Picture ingeschreven voor ‘een nieuwe scripted reality-reeks op VTM’ – er stond niet bij dat het een politiereeks was. In de loop van de audities kwamen er steeds meer politionele zaken aan bod, waardoor ik dacht: ‘Tiens.’ Ze vragen bij je inschrijving wel naar je beroep, maar ik had enkel ‘ambtenaar’ ingevuld – ik vond niet dat iemand zaken had met wat ik precies doe.»

NICOLINE HUMMEL «We hebben allemaal verschillende auditierondes doorlopen, waarbij we op een gegeven moment een verhoor moesten afnemen, en de dader moesten proberen te laten bekennen. Andy is de enige die dat heeft klaargespeeld. De producenten waren onder de indruk van zijn verhoortechnieken: ‘Ben jij toevallig ook in het dagelijkse leven agent?’»

'Programmeer ons om acht uur in plaats van halfzeven, en we halen wellicht een stuk minder kijkers: dan nemen ouders de afstandsbediening van hun kinderen over'

PEELMAN «Ik werk bij de Brusselse politie, bij de hondenbrigade: ik patrouilleer met Barry. Tijdens de kerstperiode en de solden beveiligen we de winkelstraten, maar we verlenen ook bijstand bij interventies. Stel dat je de interventiedienst belt omdat je klappen krijgt van je man. Dan wordt er soms om versterking gevraagd en worden wij ingeschakeld. Ook bij caféruzies, voetbalwedstrijden, manifestaties, of wanneer gevangenen na hun wandeling niet meer naar hun cel willen, komen wij helpen – en het is altijd interessant om dan een hond bij je te hebben. Ik heb altijd hondengeleider bij de politie willen worden: het is een prachtige job.»

HUMO Hoewel je met veel miserie geconfronteerd wordt in Brussel?

PEELMAN «Absoluut. Het valt weleens voor dat collega’s niet graag in bepaalde buurten patrouilleren, of vragen overgeplaatst te worden naar een rustiger gemeente. Ik ben eerder optimistisch ingesteld: als ik als agent al niet meer in een bepaalde wijk zou durven te wandelen, wie dan wel? Je kunt met je interventies mensen hélpen.

»Sinds de aanslagen zijn we waakzamer geworden. 22 maart was heel heavy – niet het minst omdat mijn vrouw tien minuten vóór de aanslag in Maalbeek de metro genomen had. Ik vertrek elke dag naar het werk met de gedachte: ‘De kans bestaat dat ik vanavond niet meer naar huis terugkeer.’ Je moet te allen tijde op je hoede zijn. Er circuleren genoeg filmpjes op het internet van pakweg Franse collega’s die vanuit het niets een molotovcocktail in hun auto gegooid krijgen.»

HUMO Wat vinden je echte collega’s van je televisie-uitstapje?

PEELMAN «Aanvankelijk waren ze sceptisch: ‘Allee, waar ben jij nu mee bezig!’ Toen had het programma nog geen goede reputatie: wie tijdens het eerste seizoen durfde toe te geven dat hij keek, werd vierkant uitgelachen. Ondertussen wordt het algemeen aanvaard. Mijn collega’s hebben ook ingezien dat het pure reclame is voor de politie: alle kinderen willen nu politieagent worden. Fantastisch! Maar ik zal nooit een getikte politieman spelen die halfnaakt op straat loopt, want dan zou ik wél op de vingers getikt worden door mijn overste.»

HUMO In ‘De buurtpolitie’ komen weleens vreemde zaken aan bod. Wat is het vreemdste voorval uit jouw politiecarrière?

PEELMAN «Op een nacht werd de Anderlechtse mutualiteit eens overvallen. Een plofkoffer was effectief ontploft. Toen we daar aankwamen, waren de overvallers al foetsie, maar de straat lag vol verbrande biljetten. En wat zagen we nog liggen? Het deels verbrande rijbewijs van de dader. Mocht dat in ‘De buurtpolitie’ voorkomen, iedereen zou zeggen: ‘Allee, dat moet nu weer lukken!’ Maar het is gewoon de realiteit. Kijk maar naar de recente aanslag op de kerstmarkt in Berlijn: toen werd er ook een identiteitsbewijs gevonden in de cabine van de vrachtwagen waarmee de aanslag werd gepleegd. Zo stom zijn ze soms.

»Nu, ik zal niet zeggen dat ik álles wat ik in ‘De buurtpolitie’ doe, ook in mijn job doe. Ik heb in de reeks bijvoorbeeld uit medelijden eens de schoenen van een dief betaald. Dat was gebaseerd op een krantenartikel over een New Yorkse agent die zoveel compassie had met de dief in kwestie – een landloper wiens tenen er haast waren afgevroren – dat hij dat paar schoenen uiteindelijk betaald had. Als ik daarmee zou beginnen, zou ik mijn hele pree kwijt zijn (lacht).»

'Van echte agenten kregen we ooit te horen: 'We zien jullie nooit papierwerk doen!' Tja, dat levert geen spannende tv op, hè'

HUMO De chemie tussen jullie was er al vanaf het eerste seizoen: de kijker merkt dat jullie oprecht plezier hebben.

HUMMEL «Dat is onze sterkte. Ik krijg vaak de vraag: ‘Is Koen in het echt ook zo?’ Ja, dus: op het einde van de dag heb ik hoofdpijn (lacht). We plagen elkaar ook tussen de opnames door.»

PEELMAN «Ik ben even impulsief als Koen: zonder nadenken in een boom klimmen, om dan achteraf tot het besef te komen: ‘Shit, hoe raak ik weer beneden?’»

HUMMEL «Waarop Tineke met de ogen zou draaien.

»Jij hebt echt het kleinekinderensyndroom, hè? Je doet alles zonder na te denken, en zelfs als iemand je zegt dat je iets vooral níét moet doen, doe je het toch.»

PEELMAN (knikt) «Toen ik mijn vorige huis aan het verbouwen was, heb ik mijn hand eens in de betonmolen gestoken. Als je in een betonmolen kijkt, zie je op het einde een soort bol: ik was daardoor gefascineerd en wilde die eens aanraken. Pas erna besefte ik dat ik evengoed mijn arm had kunnen kwijtraken.»

HUMO Die impulsiviteit maakt je wel populair. Naar verluidt zouden er af en toe zelfs fans voor je deur staan.

PEELMAN «Dat gebeurt een paar keer per week: dan vragen ze om een foto of een handtekening. Als ze beleefd zijn, heb ik daar geen probleem mee. En ik krijg het sowieso niet over mijn hart om kindjes af te wimpelen. Ik passeerde eens een manneke van een jaar of 8 op straat. Zijn mond viel open: ‘Jij bestaat écht!’ Dan is mijn dag goed. M’n bekendheid heeft me ook al eens gered tijdens een interventie bij een café-ruzie: ‘Ah, de Koen, zie, onze vriend!’ Anders had ik dat café zeker met een scheve neus verlaten.»

HUMMEL «Ik ga vaak ongeschminkt en in een jogging naar de supermarkt, maar eigenlijk zou ik dat niet meer mogen doen: op heel veel selfies sta ik niet op m’n best (lacht).»

PEELMAN «Wat ik ook veel te horen krijg: ‘Waar is Barry?’»

HUMMEL «Sommige mensen hebben niet door dat ‘De buurtpolitie’ fictie is. Ik krijg soms de gekste vragen. ‘Mevrouw, er zit een eend vast in de vijver.’ Of: ‘Mijn buren maken ontzettend veel lawaai. Kun jij niet eens langsgaan?’ In mijn wijk maakte een man in het appartementsgebouw achter mij het vaak te bont: hij stond op zijn balkon rare dingen naar kinderen te roepen – ik had dat zelf ook al eens gehoord. Op een dag belden die kinderen helemaal over hun toeren bij me aan: ‘Tineke, help ons! Kun je Koen niet verwittigen?’ Ik zei: ‘Ik zal m’n collega’s eens bellen.’ Ik belde naar de Antwerpse politie – het was niet de eerste keer dat die man daar stond te roepen – en heb hen buiten opgewacht. Ik heb nog een uur met hen staan discussiëren over de politionele fouten in ons programma (lacht). Ze waren zogezegd geen fan, maar konden tijdens die discussie toch heel wat voorbeelden uit allerlei afleveringen opnoemen.»

HUMO Over wat voor politionele fouten gaat het dan?

PEELMAN «Om overvallers te klissen moet je normaal in een tactische driehoek gaan staan, maar dat valt camera-gewijs niet op te lossen: in de reeks worden ze aan de voorkant en aan de achterkant ingesloten, waardoor agenten op elkaar zouden schieten mochten ze hun pistolen moeten trekken. In realiteit moet je tijdens een verhoor soms twee uur wachten op de advocaat van de verdachte, maar het zou oersaai zijn om dat te tonen. We maken geen programma voor Vlaamse agenten, hè.»

HUMMEL «Wanneer je een verdachte in een huis wil verrassen, betreed je dat huis normaal in stilte, en spreek je via gebaren met elkaar. Dat was één van de commentaren van die Antwerpse agenten: ‘Alsof je in het echt zou roepen: ‘Ik ga naar links, hè!’’ Dat weten wij ook wel – we hebben allemaal een opleiding gehad in de politieschool van Groot-Bijgaarden – maar wie wil daarnaar kijken? Of: ‘We zien jullie nooit papierwerk doen!’ Tja, dat levert geen spannende televisie op, hè.»

HUMO Zijn jullie zelf al ooit in aanraking gekomen met de politie?

PEELMAN (droog) «Dagelijks.»

HUMMEL «Op mijn 15de zat ik achter op de fiets bij een klasgenootje, toen we plots op de hielen werden gezeten door een combi – met zwaailichten en al. M’n klasgenote vond het een goed idee om er gewoon vandoor te gaan: ze dacht wellicht dat ze de combi zou kunnen afschudden. Toen we uiteindelijk ingehaald werden, kreeg ik de slappe lach omdat de situatie zo onnozel was: bám, boete voor smaad aan de politie! Ze dachten dat ik hen aan het uitlachen was.»

PEELMAN «Ik reed in mijn tienerjaren met een opgedreven brommer rond: ik vond dat geluid veel leuker. Mocht niet. En ik heb ook eens met een figuurzaag twee batterijen van 12 volt aaneengeschakeld, zodat ik daar een autoradio op kon aansluiten.»

HUMMEL «Dat moet nogal indruk gemaakt hebben op de meisjes! (Tegen Humo) Andy was een mislukte johnny, vroeger.»

PEELMAN «Ik was geen johnny, ik was supercool! Ik droeg Buffalo’s (plateauschoenen, red.), en een vestje van het merk Scott (stijl van de vroegere gabbers, red.).»

HUMO Waaraan heeft ‘De buurtpolitie’ zijn immense succes te danken, volgens jullie?

HUMMEL «Eerst en vooral: niemand had dat succes verwacht. Ik ben het nog steeds niet gewoon: op het einde van elk seizoen denk ik: ‘Dit waren wellicht de allerlaatste opnames.’ En we zijn nu bezig aan het zevende seizoen!»

PEELMAN «Nu, programmeer ons om acht uur in plaats van halfzeven, en we halen wellicht een stuk minder kijkers: dan nemen ouders de afstandsbediening van hun kinderen over.»

HUMMEL «Het is een familieprogramma: ik hoor vaak dat ouders en grootouders meekijken met hun (klein)kinderen. Sven De Ridder zei me onlangs dat ‘De buurtpolitie’ een heus vader-zoonmoment is bij hem thuis: vond ik mooi.

»Het programma staat heel dicht bij de mensen: ‘Mijn buren hebben dat ook meegemaakt!’ Die herkenbaarheid speelt een grote rol in het succes, denk ik. Dát, en het feit dat we alles oplossen binnen één aflevering.»

PEELMAN «Wij hebben slechts 25 minuten de tijd om een moordzaak op te lossen: Witse is een janet vergeleken met ons!

»En wie naar een aflevering begint te kijken, wil weten hoe het afloopt. Dat ik mensen elkaar zie aanporren als ik voorbijloop, zegt genoeg: iederéén kent ons, ook de haters.»

HUMMEL «Er zitten wellicht geen operabezoekers tussen onze kijkers, maar hun kinderen kijken misschien wél. Als ik op sociale media dingen à la ‘Wat een stom programma!’ zie passeren, vraag ik me altijd af: ‘Waarom kijk je er dan naar?’»

PEELMAN «Wil je ons niet aan het werk zien, zap dan naar Ben Crabbé, hè!»

HUMO Wilco!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234