'Mein Kampf', Hitlers boek dat 70 jaar lang was verboden: de Humo-recensie!

Sinds Hitler de oorlog verloor, was zijn bestseller ‘Mein Kampf’ door de Duitse overheid, de copyrighthouder, verboden. Nu het boek recent rechtenvrij werd, heeft het gerenommeerde Institut für Zeitgeschichte een becommentarieerde editie uitgegeven, om commerciële lieden voor te zijn.

'Hitler schreef 'Mein Kampf' in de gevangenis van Landsberg. 'Het vooruitzicht geld aan zijn boek te verdienen heeft hem zeker gemotiveerd. Hij had schulden en moest zelf voor zijn comfortabele cel betalen.'

De jongste editie van ‘Mein Kampf’ is een gewichtig boek: de twee delen tellen samen haast 2.000 bladzijden, de box weegt meer dan 5 kg. De cover is grijs, stevig en sober, een stel leeslinten is voorzien, er is een rij registers en een uitgebreide bibliografie: een pareltje van uitgeefkunst. Vormelijk had Hitler deze editie wel gemogen, denk ik, het is eens wat anders dan die sobere volks- en veldedities van weleer. Inhoudelijk zou de Führer in de 3.500 noten die het team van het Institut für Zeitgeschichte heeft toegevoegd, voor zijn doen allicht te veel tegenspraak proeven.

Ik denk ongeveer te weten wat me te wachten staat, afgaande op wat ik in de afgelopen decennia óver ‘Mein Kampf’ gelezen heb: een rommelige, onappetijtelijke hap lectuur, op het randje van het ranzige, van een man die niet goed schrijven kan. Bekend is de typering van Lion Feuchtwanger van Hitlers boek: volgens de beroemde Duitse romancier waren de 160.000 woorden van ‘Mein Kampf’ evenveel vergrijpen tegen de Duitse grammatica en stijlleer – het boek telt overigens zo’n 240.000 woorden.


De eerste verrassing op maandagochtend is dat ‘Mein Kampf’ lezen geen straf is. Ik raak er, bijvoorbeeld, een stuk makkelijker in weg dan in ‘Min Kamp’, de succesreeks van de hedendaagse auteur Karl Ove Knausgård. Voor wie historische interesse heeft, blijkt het met die legendarische onleesbaarheid van ‘Mein Kampf’ best mee te vallen. Vooral omdat het boek, zeker in het begin, behalve een politiek traktaat en een partijgeschiedenis ook een ruwe schets van een autobiografie is. Hitler, 35 toen hij dit schreef, kijkt – zelf-genoegzaam als hij is – terug op zijn vormingsjaren. Onder zijn pen lijken die nauwelijks op de zwalpende jaren zoals beschreven in de Hitlerbiografieën. Hij vindt die jongen uit Braunau am Inn, geboren als redenaar, getalenteerd als tekenaar, schilder, hongerig naar lectuur en kennis over architectuur, best een exceptioneel kereltje, en hij ziet hem in Wenen en München kordate, goed doordachte stappen zetten, recht op het doel af: de leider worden die Duitslands renaissance bewerkstelligen zal.

Zoals in elke autobiografie speelt zelfstilering mee, in dit geval héél veel zelfstilering. Daar zijn de voetnoten van de Münchense redacteurs duidelijk over: ze signaleren talloze leugens en nog meer halve waarheden. Hitler heeft genoeg autobiografieën gelezen (de noten geven aan welke zoal) om het er zelf niet slecht vanaf te brengen. Hij schrijft ‘Mein Kampf’ in de gevangenis, na een mislukte putsch, hij heeft zelfmoord overwogen en staat politiek ongeveer nergens. Dan moet je hem nageven dat het een prestatie is als hij schijnbaar moeiteloos de pose weet overeind te houden dat hij een winner is, dat hij van outcast uitgegroeid is tot messias die de natie zal redden. Omwille van die autobiografische passages noemen de uitgevers van de nieuwe editie ‘Mein Kampf’ Hitlers intiemste zelfgetuigenis. Als dat klopt, word je er nog eens aan herinnerd hoe weinig de man in feite ooit over zichzelf heeft prijsgegeven.

Tegen de late namiddag ben ik ver genoeg opgeschoten om een tweede verrassing te noteren. Een vinnig antisemitisme had ik wel verwacht, maar ik had geen vermoeden dat zijn Jodenhaat zó alomtegenwoordig zou zijn in dit geschrift. Het is zoeken naar een pagina waar zijn staalharde afwijzing van ‘de Jood’ niet wordt geëtaleerd. Dat doet hij overigens met relatief weinig variatie, liefhebbers van scheldproza komen niet echt aan hun trekken. Zijn ontpopping van ‘half overtuigd wereldburger tot een fanatiek antisemiet’ noemt Hitler zelf de grootste ommekeer in zijn leven. Biografen zien er tot vandaag het grootste raadsel in, ze weten niet hoe hij het anti-Joodse virus precies heeft opgelopen. En Hitler is in ‘Mein Kampf’ geen grote hulp: hij maakt er duidelijk alweer een vertelsel van, een hoofdstukje in zijn bildungsroman. Op een dag in Wenen zou hij voor het eerst ‘een verschijning in lange kaftan en met zwarte lokken’ hebben gezien, een soort Jood die hem tot dan vreemd was en van wie hij wel zeker wist dat hij geen Duitser kon zijn. ‘Waar ik ook kwam, zag ik voortaan Joden…’ Antisemitische brochures zouden hem vervolgens de ogen geopend hebben voor de ‘regen van vuil’ die de Joden op de mensheid doen neerkomen.


‘Uitroeien, dat ras’

Erg gestructureerd is de manier waarop Hitler onderdelen van zijn wereldbeeld aansleept niet, en het antisemitisme is de lijm die het allemaal moet samenhouden. In de rangen van zijn andere grote vijanden, marxisten en burgerlijke journalisten, wemelt het in zijn waarneming ook van de Joden.

Wat stelt hij voor met ze te doen? ‘Ausrottung dieser Pestilenz’ – men dient ze als onkruid te verdelgen. Hitler heeft veel meer radicale voorstellen in petto, hij ageert – noteer ik als derde verrassing – zeer openlijk, laat flink in zijn kaarten kijken. Het programma ligt op straat: Duitsland redden kan alleen door wraak op Frankrijk, en door gebiedsuitbreiding ten koste van Rusland. Politieke vijanden dienen niet op hun plaats gezet, maar verníétigd. Hitler sprak (het waren niet-politiek correcte tijden) vanuit een machtsdenken dat zichzelf niet verborg, met een viriele radicaliteit. Ik kan me voorstellen dat het die vastberaden agressiviteit was die zijn achterban bekoorde. Zijn diepe afkeer van een bestaan in vrede, alsof de wereld een warenhuis is, zijn behoefte aan oorlog verwoordt hij onverbloemd. Hij spot met ‘humaniteit’, roept op tot ónverdraagzaamheid, het verjagen van de nuance. De ‘roes van de geestdrift’, ‘de kookhitte van de hartstocht’ moet je volgens hem niet ontwijken, maar juist opzoeken.

Opmerkelijk is ook dat hij zijn intense minachting voor de massa, van wie hij toch de steun zoekt, verre van verbergt. Hou het simpel, is zijn advies als propagandist. Hoe bekrompener en beperkter een redenering, des te beter wordt ze begrepen door de massa, waarvan hij weet dat ze een klein bevattingsvermogen heeft en snel vergeet. Daarom: sla voortdurend op dezelfde spijker, verander je boodschap nooit, ook al weet je zelf dat ze achterhaald is. ‘Men wijdt ook niet iedere soldaat in de gedachten van de hoogste krijgskunst in.’

Aan het eind van mijn tweede leesdag zit ik wel zo ongeveer door de verrassingen heen. Het voelt inmiddels benauwend aan om zo lang opgesloten te zitten in dat proza zonder ramen, met dat apodictische ‘het is zo en niet anders’-toontje, met de eindeloze herschikking van weinige bouwstenen – ras, volk, oorlog. De redenaar die zichzelf al te graag bezig hoort, hoe saai ook het onderwerp is, dat is Hitler: redundantie zonder rem. Een goede redacteur had één deel geschrapt. Zonder de troostende gedachte dat ik hiervoor betaald word, zou ik in de taaie stukken over de partijorganisatie in deel 2 vastgelopen zijn. Het woord spanningsboog was Hitler vermoedelijk onbekend. Stilistisch heeft ‘Mein Kampf’ iets van een hoofdartikel van een krant, maar dan één dat nooit ophoudt.

Met een krantencommentaar heeft ‘Mein Kampf’ ook gemeen dat er nauwelijks in wordt geciteerd – Hitler neemt de pose van de allesweter aan. Van de vele boeken die hij verstouwde – in de voetnoten leggen de Münchenaars onvermoeibaar uit welke – geeft hij zelden de bron. Niet alleen over het verdrag van Versailles en de misdaden van de Joden weet hij alles, ook over syfilis of prostitutie – dat hij beide onderwerpen met Joden in verband brengt, spreekt voor zich. Allicht hoopte hij dat dat soort schijngeleerdheid zijn claim op het absolute leiderschap in de partij zou dienen.

Ik ben al eens gaan kijken hoe dat allemaal eindigt: in de laatste alinea krijgt de staat die rassenvergiftiging krachtig bestrijdt, de wereldheerschappij beloofd. Laat tijdens leesdag drie heb ik, moeizaam wadend door de stroom van overtolligheid, bijna dat slot bereikt, als ik me realiseer dat er nog iets is wat me in de brij van absurde redeneringen en forse meningen fel is gaan tegenstaan: ‘Mein Kampf’ is in ruime mate een boek zonder mensen. De grote zon in het midden, Adolf Hitler, doet de medemens verdampen. Het is, zoals ook de redacteurs in hun uitstekende inleiding zeggen, een extreem egocentrisch boek. De schaarse keren dat Hitler in bewondering een ander noemt – Frederik de Grote, Richard Wagner – gaat het om collega’s aan wie hij zich spiegelt, ‘marathonlopers van de geschiedenis’ zoals hij. ‘Wie ich es schaffte’ (‘Hoe ík het klaarspeelde’) was het geestige alternatief dat Bertolt Brecht ooit bedacht als alternatief voor de titel ‘Mein Kampf’.

'Sven Felix Kellerhoff: 'Niets kan je beter doen beseffen hoezeer het naziregime mensen verachtte dan de lectuur van 'Mein Kampf'.'

‘Mein Kampf’ uitlezen, moet ik erbij zeggen, is me uiteindelijk alleen gelukt door er een Nederlandse vertaling uit 1938 bij te halen. In de Münchense editie is het wel erg moeilijk om op te schieten. De voetnoten zijn in de bladspiegel rondom Hitlers tekst aangebracht, die ze dus letterlijk omsingelen. Die noten zijn zo talrijk en zo omvangrijk dat ze de tekst wurgen en Hitlers boek uiteindelijk onleesbaar maken. Maar of dat erg is?

De Nederlandse vertaler van mijn editie uit 1938 is de nazidichter Steven Barends. In zijn lange leven is hij Hitler nooit afgevallen. Na de oorlog ging hij in Keulen wonen en vertaalde hij bijsluiters voor geneesmiddelen om in zijn behoeften te voorzien. Misschien was de vertaling van ‘Mein Kampf’ een goede oefenschool: dit boek is tenslotte een niet zo erg leesbare bijsluiter bij de figuur Adolf Hitler.


Twee vingers en veel tikfouten

‘Ze drukken zo snel ze kunnen,’ zegt Sven Felix Kellerhoff me. De Duitse historicus houdt het verkoopsucces van de nieuwe ‘Mein Kampf’-editie goed in het oog. ‘Er zijn er in enkele weken tijd 25.000 besteld, een vierde druk wordt voorbereid.’ Van Kellerhoff ligt een geschiedenis van Hitlers boek in de winkel: ‘‘Mein Kampf’. Die Karriere eines deutschen Buches’. Aan een Nederlandse vertaling wordt gewerkt.

Sven Felix Kellerhoff «Men heeft veel te lang gewacht met zo’n becommentarieerde editie die als basis kan dienen voor wetenschappelijk onderzoek, ik heb er twintig jaar geleden al voor gepleit. Het Institut für Zeitgeschichte heeft uitstekende edities van Hitlers redevoeringen en van Goebbels’ dagboeken verzorgd, maar aan het symbool ‘Mein Kampf’ durfde men niet te raken. Het was vanwege de politieke verantwoordelijken gewoon onverstandig om met zo’n uitgave te wachten tot het moment dat er geen copyright meer op de tekst rustte. Ik heb ze gewaarschuwd: zo creëer je een enorme belangstelling voor dat boek. Ik profiteer nu met mijn eigen boek ook van die hype van vandaag, maar ik had het toch liever anders gezien.»

HUMO Uiteindelijk heeft het initiatief om ‘Mein Kampf’ weer uit te geven, maar dan becommentarieerd, nauwelijks tegenstand uitgelokt?

Kellerhoff «Klopt. Er was enige kritiek van overlevenden van de Holocaust. Daar heb ik begrip voor, maar het mag niet alleen van hen afhangen hoe een maatschappij op lange termijn met dit soort dingen omgaat. Er was ook een stuk in de krant van de Britse prof Jeremy Adler: hij vindt dat je zo’n boek onder geen enkel beding mag uitgeven, ook niet met commentaar erbij, want zo zou je het absolute kwaad toch een klassieke status verlenen. Onzin, vind ik. Niets kan je beter doen beseffen hoezeer het naziregime mensen verachtte dan de lectuur van ‘Mein Kampf’.»

Kellerhoffs geschiedenis van ‘Mein Kampf’ begint in de cel in Landsberg, waar Hitler opgeborgen zat na zijn mislukte coup in München, in november 1923. Comfortabel opgeborgen, dat dient gezegd. Hitlers werkruimte was een grote, lichte kamer met weids uitzicht vanaf de eerste verdieping. Hij ontving er elke dag een vijftal bezoekers. Hij tikte zijn manuscript zelf, aanvankelijk op een klein reismodelletje van Meteor, daarna op een nieuwe Remington. Dat tikken deed hij met twee vingers en veel tikfouten. Op het papier dat hij gebruikte, stond een hakenkruis.

'Had Hitler niet in de gevangenis gezeten, dan had hij nooit de tijd gevonden om 'Mein Kampf' te schrijven'

HUMO Kun je zeggen dat er zonder Hitlers gevangenschap geen ‘Mein Kampf’ was geweest?

Kellerhoff «Absoluut. Met het soort leven dat hij leidde, was Hitler buiten de gevangenis nooit tot een boek gekomen. Hij was het tegendeel van een systematische werker, meer het soort kerel dat in cafés en restaurants rondhing. Hij leidde wel een soort artiesten-leven, maar hij had niet de discipline die daar idealiter bij hoort. En zodra hij rijkskanselier was, was er helemaal geen tijd meer om een boek te schrijven.»

HUMO Deed hij het ook voor het geld?

Kellerhoff «Het vooruitzicht geld aan zijn boek te verdienen heeft hem zeker gemotiveerd. Hij had schulden en moest zelf voor zijn comfortabele cel betalen. Hitler kreeg geld toegestopt van een aantal rijke burgers uit Berlijn en München, die hem wel een aantrekkelijke entertainer vonden en een soort salonfascist van hem wilden maken. Hij wou een eigen inkomen om minder afhankelijk te zijn van die sponsors. De eerste jaren na zijn gevangenschap is dat niet echt gelukt.»

De startoplage van het eerste deel was 10.000 exemplaren en die volstond voor vele jaren: de verkoop van het relatief dure boek kwam traag op gang. Pas na de grote successen van de nazipartij bij de verkiezingen van 1930 schoot de verkoop omhoog. In 1933 werd het miljoenste exemplaar aangekondigd. Met de nazi’s aan de macht vond het boek ruime afzet in scholen en bibliotheken, en trouwende paartjes kregen een exemplaar cadeau. Aan het eind van de oorlog stond de teller op 12.450.000 exemplaren. Zoveel afzet, dat tikt aan: Kellerhoff geeft aan dat de auteur in 1945 nog 7 miljoen Reichsmark tegoed had van zijn uitgever.

Kellerhoff «Dat is een enorm bedrag, maar voor de rijkskanselier stelde het niet eens zoveel voor. Veel meer geld, minstens 50 miljoen Reichsmark, kreeg hij voor het laten afdrukken van zijn gezicht op de Duitse postzegels, zijn persoonlijk beeldrecht.»

Dat ‘Mein Kampf’ een ongelezen bestseller was, noemt Kellerhoff een mythe. Hij citeert bijvoorbeeld een Amerikaans onderzoek uit 1946 – ‘Who in Germany Has Read ‘Mein Kampf’’ – waaruit bleek dat 23 procent van de volwassenen ten minste gedeelten van het boek gelezen hadden. Kellerhoff is ook gaan nakijken hoe ‘Mein Kampf’ gerecenseerd werd. Weinig, en uitsluitend negatief: ‘pathetischen Blödsin’, ‘Schwatz’, ‘terroristische Demagogie’. Zelfs in het nazikamp was er de eerste jaren weinig deining rond het boek. Deel 2, dat eind 1926 uitkwam, kreeg nog minder belangstelling.

Het is duidelijk dat ‘Mein Kampf’ pas een megaseller is geworden door het succes van de nazipartij, zonder dat het boek zelf veel tot dat succes heeft bijgedragen. Of zoals het in de inleiding van de nieuwste editie heet: had Hitler niet geprobeerd zijn programma ook daadwerkelijk te realiseren, dan was ‘Mein Kampf’ een volstrekt onbelangrijk boek gebleven.

'Aan het eind van de oorlog stond de teller op 12.450.000 exemplaren. Hitler had in 1945 nog 7 miljoen Reichsmark tegoed van zijn uitgever'


Hernieuwde Hitlerhype

Om de verdiensten van het reuzenwerk van het Institut für Zeitgeschichte goed te kunnen inschatten ken ik geen beter adres dan dat van Ian Kershaw, de gerenommeerde Hitler-biograaf.

Ian Kershaw «Ik ben naar München gegaan voor de voorstelling van het boek. Een bijzondere gebeurtenis, moet ik zeggen. De bibliotheekzaal waar ik in de afgelopen veertig jaar geregeld rustig heb zitten te werken, met vijf, zes mensen in de buurt, was deze keer tot de nok gevuld met journalisten uit de hele wereld. Om er binnen te raken moest ik voorbij ettelijke televisieploegen en een politiewagen.»

HUMO Nog maar eens een Hitlerhype?

Kershaw «Het is een hype geworden, zo noem ik het zelf ook, ja, maar daar is het Institut für Zeitgeschichte niet verantwoordelijk voor. Zij hebben er alles aan gedaan om het tegendeel van een verheerlijking van Hitler te bereiken. Maar omdat de overheid het boek zeventig jaar verboden heeft, speelt er onvermijdelijk een sensatie-element mee bij de eerste heruitgave. Ik heb dat verbod nooit begrepen. Het heeft het effect gehad dat censuur altijd heeft: het maakt mensen nieuwsgieriger. Bovendien werkte dat verbod niet eens: iedereen die dat wou, kon de tekst lezen in antiquarische exemplaren, of op het internet.

»Vandaag veegt het boek zelf alle mogelijke kritiek op het initiatief van tafel. Het is een fantastisch overzicht van alle kennis tot vandaag over ‘Mein Kampf’ en Hitler. Het geeft de context aan, de mentaliteit waarbinnen zijn ideeën vorm kregen, en het toont de absurditeit van zijn redeneringen aan. Ik zie niet goed hoe het nog beter had gekund.»

HUMO Hoe bent u zelf als biograaf met ‘Mein Kampf’ omgesprongen?

Kershaw «Het belang van ‘Mein Kampf’ kun je makkelijk overschatten. Zijn basisideeën had Hitler al ontwikkeld vóór hij dat boek begon te schrijven. Dan denk ik aan zijn pathologische antisemitisme, dat al vanaf 1919 duidelijk is. Of zijn notie dat Duitsland alleen gered kan worden door veroveringen in het oosten, ten koste van Rusland. Of het idee dat hij zelf als politicus en ideoloog de ideale en unieke combinatie vormt om de Duitse natie te redden. Aan dat oppoetsen van zijn eigen rol was hij al vroeg in de jaren 20 begonnen, met als hoogtepunt de putsch van november 1923. Niets van wat in ‘Mein Kampf’ staat, is dus nieuw, je kon het allemaal weten uit andere publicaties van Hitler. In ‘Hitlers tafelgesprekken’, bijvoorbeeld, een boek dat al lang ook in het Duits beschikbaar is, is de geplande agressie van Hitler tegenover andere landen veel explicieter verwoord.

»Maar toch heeft ‘Mein Kampf’ zijn belang als een soort halteplaats op weg naar de latere verschrikkingen, omdat Hitler er al zijn basisideeën samenbracht, ze deed stollen tot een afstotelijke maar coherente ideologie. ‘Mein Kampf’ gaf samenhang aan zijn wereldvisie: als je de premissen ervan aanvaardt, wordt ze door elk onderdeel nog eens versterkt.»

HUMO Het boek is, omdat het geschreven werd door het monster Hitler, dikwijls op een al te makkelijke manier weggezet. Bijvoorbeeld door uw collega-biograaf Joachim Fest, die het over ‘wormachtige zinnen’ had.

Kershaw «In heel veel van wat over Hitler geschreven is, speelt de wens mee dit monster weg te zetten als een halfbakken politicus, of een halfbakken schrijver die geen fatsoenlijke Duitse zin kon produceren. Maar de laatste twintig jaar zijn we de nazi-ideologie serieuzer gaan nemen, en dus ook ‘Mein Kampf’. Ook eerder waren er al uitzonderingen: het eerste echt interessante boek over ‘Mein Kampf’ verscheen in 1969, ‘Hitlers Weltanschauung’ van Eberhard Jäckel. Hij noemde daarin dat boek een ontwerp voor Hitlers heerschappij.

»Overigens blijft het zo dat de kracht van Hitler niet in zijn geschriften zit, maar in zijn redevoeringen. Hij overtuigde als spreker, niet als schrijver.»

HUMO Victor Klemperer schreef over ‘Mein Kampf’: ‘Het zal voor mij altijd één van de grootste raadsels van het Derde Rijk blijven hoe dit boek zo openlijk kon, ja moest worden verspreid, en dat het vervolgens desondanks kwam tot de twaalf jaar durende heerschappij van Hitler, terwijl de Bijbel van het nationaalsocialisme al jaren voor de machtsovername in omloop was.’ Valt dat raadsel op te lossen?

Kershaw «Dat kon omdat Hitler in het midden van de jaren 20 nog een heel onbelangrijke politicus was. Zijn ideeën werden, als ze al werden opgemerkt, beschouwd als een ratjetoe van iemand aan de uiterste rand van het politieke veld. Nog in 1928 haalde hij maar 2,6 procent van de stemmen. Pas toen de politieke omstandigheden veranderden en de crisis verergerde, begonnen diezelfde ideeën aan te slaan en was er behoefte aan radicale ideeën waar geen van de andere partijen in de Weimarrepubliek voor stonden.»

'Een Amerikaanse soldaat leest 'Mein Kampf' op Hitlers bed in München. Een Amerikaans onderzoek uit 1946 toonde aan dat 23 procent van de Duitse volwassenen minstens delen van het boek had gelezen.'

HUMO Achteraf kunnen we ‘Mein Kampf’ wel als de aankondiging van een catastrofe lezen?

Kershaw «Achteraf kun je in het boek zeker de kiemen van de catastrofe terugvinden. Maar het loopt fout als men in ‘Mein Kampf’ een directe weg naar Auschwitz wil vinden; die is er niet. Je kunt het een protogenocidale tekst noemen. Waarmee ik bedoel dat je er het programmatische kader in vindt van de behandeling die Hitler voor de Joden voorziet: hij vindt dat je die groep niet gewoon moet discrimineren, maar ‘verwijderen’. De Joden noemde hij het belangrijkste gevaar voor de eigen volkskracht, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat hij Auschwitz en Treblinka in gedachten had. Welke vorm de genocide zou aannemen, kwam echt niet van de ene op de andere dag op in het hoofd van Hitler of wie dan ook. Die genocide was het eindpunt van een proces in vele stappen. Eerst moest Hitler met zijn partij de staatsmacht veroveren, 1933 was het jaar waarin het antisemitisme zowat de staatsideologie werd. Voor een concreet genocideplan was het nog wachten tot het midden van de Tweede Wereldoorlog – zonder die oorlog zou de genocidale ‘oplossing’ onmogelijk geweest zijn.»

'Deze editie toont de absurditeit van Hitlers redeneringen aan. Ik zie niet goed hoe het nog beter had gekund'

HUMO De grote belangstelling voor de nieuwe editie van ‘Mein Kampf’ herinnert nog eens aan de aantrekkingskracht van het boze. Is een grote commerciële toekomst denkbaar voor het icoon Hitler en zijn bestseller ‘Mein Kampf’?

Kershaw «Hitler heeft altijd de interesse van de mainstreammedia weggedragen, dat zal niet gauw veranderen. En wat hij teweeggebracht heeft, rechtvaardigt dat ook. Maar een groot commercieel succes zie ik ‘Mein Kampf’ nooit worden. Mensen die eens voor hun plezier ‘Mein Kampf’ willen lezen, zullen niet ver raken.»

HUMO En als er mensen zijn die toch blijven lezen: zou het kunnen dat het gif dat is opgestapeld in ‘Mein Kampf’, nog altijd werkt?

Kershaw «Dat gif kon werken in de jaren 20, 30, 40. Maar een onvooringenomen mens wordt vandaag niet rechts-radicaal door dit boek te lezen, is mijn mening. ‘Mein Kampf’ is een historische tekst die geen enkele relevantie heeft voor onze wereld, ook niet nu we ongelukkig genoeg de xenofobie weer zien toenemen. ‘Mein Kampf’ zal snel weer zijn wat het altijd is geweest: een boek dat, behalve bij professionele historici, in trek is bij een niet al te grote groep mensen die een – soms ideologisch gemotiveerde – curiositeit of een macabere fascinatie bevredigd wil zien.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234