null Beeld

Met Antwerp naar Wembley

Maandagavond 20 maart brengt Ruben Van Gucht het verhaal van Wembley ’93. In 1993 was Antwerp FC de laatste Belgische club die een Europese finale speelde. Van Gucht kijkt terug op dat memorabele avontuur met Walter Meeuws, Cisse Severeyns, Rudi Smidts en Alex Czerniatynski. En er volgt een individueel portret van de spelers Hans-Peter Lehnhoff en Didier Segers die na dat topjaar met zware tegenslagen te kampen kregen. In bijgaand Humo-stuk (2010) halen Dirk Roofthooft, Erik Van Looy en Guido Belcanto 'hun' historische herinneringen op.

Uit: Humo 3631 van dinsdag 6 april 2010

In 1993 sterft koning Boudewijn, wordt Tsjechoslowakije gesplitst, worden de Oslo-akkoorden getekend, is er een bomaanslag op het World Trade Center en is Antwerpen zelfs de Culturele Hoofdstad van Europa, maar hét hoogtepunt van dat jaar is uiteraard de finale van Europacup II in het Wembleystadion, tussen Royal Antwerp Football Club en het Italiaanse Parma AC.'

Belga Sport' wijdde er in 2010 zijn eerste uitzending van het nieuwe seizoen aan, en al is datzelfde Antwerp intussen weggezakt naar het grauwe vagevuur van tweede klasse, de herinnering aan Wem-be-lie leeft nog in de geesten van een aantal Bekende Rood-Witte Supporters.

Dirk Roofthooft «ik weet niet meer wie het initiatief genomen heeft, maar zowel voor Jan (Fabre) als voor mij stond het vast: we mo?e?ten naar Wembley! Alleen had ik een paar dagen later premie?re van ‘Her Body Doesn’t Fit Her Soul’ met Wim Vandekeybus, en hij vond dat zoiets niet kon, die finale repetities in de steek laten. ik zei: ‘Wimmeke, ge kunt op uw kop gaan staan, ge moogt mij zelfs ontslaan, maar ik ga? naar Wembley.’ Hij vond dat compleet not done, wist niet eens wie of wat antwerp was, en ik heb dan met hand en tand uitgelegd: antwerp dat een finale speelt op Wembley, dat is once in a lifetime, daar moet ik absoluut bij zijn. En ik liet ook vallen dat Jan Fabre evengoed vlak voor een premie?re stond en dat hij ook ging! ik heb Jan trouwens leren kennen op een uitwedstrijd van antwerp, aan de loketten van Beveren nota bene (Jan Fabre heeft nog bij de antwerp-jeugd gespeeld, red.). En ja, toen was Wims nieuwsgierigheid gewekt. als ik mij ervoor wilde laten ontslaan, als zelfs Jan Fabre er zijn laatste repetities voor in de steek liet, wat moest dat dan wel zijn?! En zo is hij dan meegegaan, om daar in londen zijn eerste voetbalmatch te zien.

»Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen, zijn we met het vliegtuig gegaan, van Deurne airport, heel vroeg in de ochtend. Mon, de vader van Jan en een he?vige rood-witte supporter, was er ook, maar die mens was op van de stress en moest al direct overgeven. En op het vliegtuig nog eens, en in de luchthaven van londen nog eens, en in de trein naar de binnenstad lag hij we?e?r strijk op de bank, en in de eerste pub lag hij we?e?r misselijk met zijn kop op zijn armen. Die eigenaar van de pub kwam af, geen slapende clochards in zijn cafe?, hup, Mon vloog buiten en zo sukkelden we verder. Jan nam dan een besluit, vake, gij gaat een paar uur slapen in een hotel.

»De grootste ambiance was op Trafalgar Square, italiaanse en antwerpse supporters kwamen daar met duizenden bijeen, en ik herinner me hoe vredelievend die sfeer was, en hoeveel ouders d’r met hun kinderen waren. We hebben toen nog rood-witte klakskes gekocht en zo’n vriendschapssjaal: half rood-wit en half geel-blauw van parma.

»Dan was het tijd om met de metro naar het stadion te gaan, en daar zaten we dan, op Wembley, met twintigduizend antwerp-supporters en tienduizend italiaanse fans. ik was er niks gerust in, ik had de opwarming gezien en ik vreesde het ergste. Die italianen stonden dat balletje rond te tikken, zo virtuoos, zo technisch hoogstaand, het was duidelijk dat die scherp stonden. intussen wa?ndelden de antwerp-spelers over het veld, en het voornaamste wat ze deden was opkijken naar de tribunes en maar wuiven naar iedereen (lacht).

»ik had de dramatische halve finale tegen Spartak Moskou gezien, toen was er die drive, toen wilden ze hun kop leggen om te winnen, maar nu leek die drang te ontbreken. Dat leefde ook bij de supporters, en ik vond dat ontgoochelend, die houding van: och, ’t is al schoon geweest, we moeten content zijn dat we hier staan.

»Het resultaat was navenant. Na acht minuten was het 1-0. Cisse (Severeyns) heeft dan nog 1-1 gemaakt, maar we zijn toch met 3-1 de boot ingegaan. Vooral voor Wim vond ik het spijtig, ik had hem willen bekeren zodat hij voor de rest van z’n leven naar het voetbal zou gaan, maar die match miste plotse wendingen, miste vuur en passie en adrenalinestoten. alles lag te vlug in zijn plooi, en we kregen een antwerp te zien dat nooit hard genoeg terugvocht.

»Op het vliegtuig naar huis werd Mon weer misselijk, het nut van kotszakjes in de luchtvaart werd eindelijk bewezen, en die Jan, van wie altijd gezegd wordt dat hij de stoere en de macho uithangt, die heb ik op een heel tedere manier met zijn vader zien omgaan, hem sussend en kalmerend tot ze met hun kopkes tegen elkaar in slaap vielen. En omdat het zo laat was, is Wim dan bij mij thuis blijven slapen, en ook onvergetelijk: aan de ontbijttafel heeft hij op z’n eentje een groot lang wit brood e?n de inhoud van mijn ijskast opgegeten (lacht)! En toch zo slank blijven, daar ben ik nu nog jaloers op.»

En dan zijn er de afwezigen die ongelijk hadden. Erik Van Looy, supporter sinds z'n twaalfde, betreurt tot op heden dat hij de ploeg van trainer Walter Meeuws toen niet heeft bijgestaan in londen.

Erik Van Looy «Ik regisseerde toen 'Ad Fundum' en omdat ook de assistent-regisseur én producer Marc Punt Antwerp-supporters waren, hadden we het draaischema zo geschikt dat de opnames klaar waren de dag voor Wembley. Maar door omstandigheden liep dat uit, en Londen kwam in het gedrang. We wilden hoe dan ook gaan, met een vliegtuig snel over en weer, maar de toenmalige productieleider zag dat niet zitten. Ik zei: 'Komaan! Antwerp bestaat 113 jaar, ze staan maar één keer in 113 jaar in een Europese finale.' En hij zei: 'Nee, Erik, statistisch gezien kan dat volgend jaar al opnieuw gebeuren.' En in mijn ongelooflijke naïviteit heb ik me daarbij neergelegd. Een zware inschattingsfout natuurlijk: je mag de wiskunde nooit laten winnen op de liefde!

»Mensen die niet veel van voetbal kennen en die de uitslagen van Antwerp zien, vragen wel eens waarom je supporter blijft van zo'n club. En rationeel gezien hebben ze een punt, maar zo werkt dat niet. De keuze voor die club is voor het leven, en dat besef je al heel vroeg. Het gaat 'm niet alleen om resultaten, maar ook om een aanhankelijkheid. Aan dat stadion bijvoorbeeld. En ik weet, daar zijn krakkemikkige banken en catacomben met ouderwetse kleedkamers en pissijnen, maar ik kan dat onmogelijk lelijk vinden. Ik vind dat schoon. Voor mij is dat de tempel waar mijn jeugdherinneringen zijn opgeslagen. En oké, ik mag de grootste afspraak in de clubgeschiedenis gemist hebben, maar ik troost me met de gedachte dat ik er wél bij was toen Antwerp in de 89ste minuut 1-3 achter stond tegen Vitosha Sofia en we in blessuretijd toch nog wonnen met 4-3, het alombekende Mirakel van Vitosha, en ook dat hoort bij Antwerp. Het is een club van uitersten. Ook in negatieve zin: dat afglijden naar tweede klasse, al die zware financiële perikelen en hoe ze daar telkens weer uitspartelen, je houdt het niet voor mogelijk, maar zo is die club. En net die extremen op en naast het veld maken Antwerp zo aantrekkelijk. Onweerstaanbaar zelfs.»

Guido Belcanto heeft De Wedstrijd ook op tv gezien, maar zijn liefde is nadien alleen nog maar toegenomen. Hij is allicht de enige Bekende Antwerp-supporter die nog zo vaak wedstrijden bezoekt, al is het dan in de vergeetput van tweede klasse waar Antwerp zich al zes jaar bevindt.

«Ook voor mij is die oude Bosuil het anker van mijn liefde. Ik ken dat stadion van kinds af. Wij woonden dan wel in Turnhout, maar mijn vader nam mij dikwijls mee naar de legendarische Belgie?-Holland-matchen in die Hel van Deurne, en zo heb ik daar mijn hart verloren. Dat stadion is voor mij een historische plek e?n heilige grond. Dat heeft zoveel karakter, dat is zo’n authentiek gebouw, dat hadden ze lang geleden al in zijn oorspronkelijke staat moeten bewaren!

»Zogauw ik zelf in Antwerpen woonde, ben ik dan de ploeg gaan volgen die in dat stadion speelde. En nu woon ik niet meer in de stad, maar de laatste tien jaar mis ik alleen nog thuiswedstrijden als ik moet optreden. Ik vond het fantastisch om mijn pa uit de bol te zien gaan, en ik heb nu een zoon van zeventien die al tien jaar met me meegaat en die het ook fantastisch vindt om zijn pa uit z’n dak te zien gaan.

» En nu moet ik het ook over de supporters hebben, want dat is de ziel van de club. Dat er twintigduizend naar Wembley gaan, oke?, dat was een succesjaar. Maar ook nu nog moet je in dat stadion zijn! Hoe armetierig ook die tweede klasse, hoe luizig ook dat spel dat je lijdzaam moet ondergaan, als ik op die tribune zit, dan voel ik pu?re hartstocht. Ik krijg niet gauw tranen in de ogen of een krop in de keel, maar als onze ploeg het veld opkomt, dan voel ik de ontroering. Dat gejuich, dat geroep, de knallende voetzoekers, dat gedreun van die trappelende voeten, dat overrompelt me nog elke keer. Die trouw, die hondse trouw van al die mensen, dat diepe geloof in die club, dat vind ik ongelofelijk ontroerend. Dat gaat aan mijn hart.

»Antwerp is ook de club met stamnummer e?e?n. Ooit waren wij de koning van het Belgische voetbal, en nu zijn wij verworden tot clochard. Maar dan wel een clochard die zijn stijl en waardigheid heeft weten te behouden. En ik weet het, er zijn nu ook weer zware financie?le stormen, er is weer een Grieks drama aan de gang, maar ik ga ervan uit dat we blijven bestaan. En zelfs al moeten we noodgedwongen naar derde klasse, (plechtig) dan nog zul- len we uit onze asse herrijzen. ’t Is een club die nooit zal vergaan.»


Video: Antwerp - Parma


Het mirakel van Vitosha

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234