null Beeld

'Met een slakkengang ten hemel' Dwarskijker over 'Bobbejaan' en 'Telefacts zomer: Kygo, Noors wonderkind'

Rudy Vandendaele

Wat Bobbejaan zich al dikwijls had afgevraagd, kwam neer op: 'Waarom is de wereld alles welbeschouwd één godsgruwelijke teringzooi?


BOBBEJAAN

Canvas – 17 juli

Vlaanderen is arm aan Bobbejaans. De kans is zelfs groot dat er in het Tochtgat aan de Noordzee ooit maar één Bobbejaan is voorgekomen, een zekere Schoepen, afkomstig uit Boom. Er is in de Kempen een heel land naar hem genoemd, dat in 1964 de bestemming van mijn eerste schoolreisje was. Bobbejaan zong, jodelde en speelde akoestische gitaar in de gedaante van een geinige cowboy. Daarbovenop was hij ook kunstfluiter, zowel te voet als te paard. Over zijn doortocht gaat de documentaire ‘Bobbejaan’, gemaakt door zijn jongste zoon Tom Schoepen en door Benny Vandendriessche, die naar alle waarschijnlijkheid ook de zoon van een vader is.

null Beeld

Deze documentaire had een hagiografie kunnen zijn, of een eclatant succesverhaal, of een zoetelijk portret van een ouderpaar – eerbied voor grijze haren – maar het was een onsentimentele en daardoor oprecht roerende film over ouderdom, ziekte, twijfel, spijt, dood en onvoorwaardelijke liefde, of zal ik maar schrijven: liefde tout court? We zagen beelden van een avondlijke snelweg, gefilmd vanuit een auto. Die beelden liepen over in oude zwart-witbeelden van diezelfde snelweg bij avond, of was het al nacht? De auto kwam in Bobbejaanland aan, waar Tom Schoepen al filmend zijn ouderlijk huis betrad. Zijn moeder, Josée Schoepen née Jongen, was nog wakker. ‘Wat doe je, Tom?’ vroeg ze. Hij: ‘Filmen.’ Uit de losse pols dan nog wel. Het was donker in huis en in het blikveld van de camera tekenden zich de contouren van een liggende mensengedaante af: Bobbejaan Schoepen in een ziekbed. In de loop van deze documentaire zou Tom Schoepen zo nu en dan als een geest door zijn ouderlijk huis waren en in het halfdonker sporen van zijn vader filmen: showkostuums aan een kledingrek, een lange rij cowboylaarzen, een verzameling Stetsons. Er ging somberte en verlatenheid van die beelden uit, geen showbusiness – ’t was alsof je de dood zag die zonder gerucht te maken eerst even het huis verkende. Later zou Josée Schoepen haar jongste zoon toesnibben: ‘Ben je nu nóg aan het filmen? Ben je helemaal gek geworden? Je moet slapen!’ Die donkerte stond in schril contrast met de archiefbeelden uit het verleden, waarop Bobbejaan Schoepen als lollige cowboy bekken trok en met komisch oogmerk loenste ter vermaak van het iets te ruime publiek. Nu ja, dat was wellicht het soort amusement waar de generatie van de wederopbouw in de jaren 50 naar snakte. Hij trok in die jaren ook met een circus door het land, en toen hij dat nomadische bestaan beu raakte, kocht hij een modderige lap grond waaruit beetje bij beetje Bobbejaanland zou oprijzen. Over dit amusementspark zou vooral Josée Schoepen de baas spelen, die, kwestie van iets omhanden te hebben, ook moeder van vijf kinderen was. Ooit reed Bobbejaan er in een witte Amerikaanse slee rond met de hoorns van een Texas Longhorn op de grille gemonteerd. Als iemand die in Vlaanderen zijn Amerikaanse droom alvast had waargemaakt, zo zag hij eruit in die patserige auto. Maar de oude en zieke Bobbejaan sprak over Bobbejaanland alsof die onderneming hem was overkomen, alsof ze een loer van het lot was, iets wat hij niet had gewild. Nu, aan de vooravond van zijn grote finale, leek de voorbijgaande aard van het leven pas goed tot hem door te dringen. Hij wist precies wat hij had moeten doen: vis kweken in twee vijvers vlak bij zijn villa, en voor het overige muzikant zijn en met zijn talenten woekeren in zijn eigen opnamestudio. Zijn vrouw had, zoals tal van middenstanders, dat eeuwige harde werken, dat op den duur een beroepsziekte is, nooit in twijfel getrokken. ‘Zo ging het nu eenmaal.’ Er waren tijden waarin Bobbejaan Schoepen op één dag 7 keer 45 minuten in zijn eigen zaal optrad. Er waren tijden dat hij, volgens Josée, in zijn eentje een potje stond te janken op het kunstmatige strand van Bobbejaanland en zich intussen vertwijfeld afvroeg waar hij in godsnaam aan begonnen was. Maar de boel moest draaien zoals de wereld draait: aan één stuk door.

We zagen hoe hij zijn erg mooie liedje ‘De lichtjes van de Schelde’, mét mondharmonicasolo, onder toezicht van zijn vrouw repeteerde: ‘Een beetje rapper!’ Hij zou het op zijn verjaardagsfeest ten gehore brengen. Hij moest dat liedje van zijn ziekte afdwingen en toen hij uitgezongen was, kon hij nog net een veelzeggend ‘verdomme toch’ uitbrengen. We zagen ook hoe hij liggend op de vaste vloerbedekking van de opnamestudio ‘Verankerd’ zong, een bepaald troosteloos lied over ouderdom, ziekte en dood, waarvan de warrige tekst toch genoeg zegde: Bobbejaan Schoepen voelde zich door het leven verraden.

Zijn vrouw hielp hem ’s avonds stilzwijgend de traplift in, die met een slakkengang ten hemel klom, of alvast naar de eerste verdieping van hun huis. Later dwaalde Tom Schoepen nog maar eens door de donkere woning, waar hij nu op een afstandje het lege ziekbed van zijn vader filmde. Is voelbare afwezigheid een vorm van aanwezigheid? In een volgende scène zagen we Bobbejaan in een ziekenhuisbed liggen, terwijl zijn laatste uren wegtikten. ‘Ben je aan het zingen?’ vroeg zijn vrouw. ‘Ik weet het niet,’ antwoordde hij. ‘Dit heb ik niet verdiend,’ zei hij even later. Josée: ‘Neen, want jij bent een goeie, een hele goeie.’ Ze maakte aanstalten om weg te gaan: ‘Morgen ben ik terug. Niet triest zijn.’ Bobbejaan zweeg. Moest ze de overgordijnen dichtschuiven? Neen, want hij wilde de hemel zien door het raam, de blauwe lucht. ‘Ze is de beste die er bestaat,’ hoorde je hem nog zeggen, ‘beter kun je ze niet vinden.’ Een enkele keer is de werkelijkheid een eersteklas scenarist.

Er volgden beelden van zijn uitvaart. En daarna beelden van Josée Schoepen die – een mooie parallel – met de futloze traplift ten hemel steeg, of alvast naar de eerste verdieping van haar huis. Ze zou haar man zo’n drie jaar overleven.

De aftiteling liep over een filmpje heen waarin Bobbejaan Schoepen ‘Je me suis souvent demandé’ zong, de Franse vertaling van zijn liedje ‘Ik heb me dikwijls afgevraagd’. Richard Anthony had er halverwege de jaren 60 een grote hit mee in Frankrijk. Wat Bobbejaan zich al dikwijls had afgevraagd, kwam neer op: ‘Waarom is de wereld alles welbeschouwd één godsgruwelijke teringzooi?’ Een kwestie die, naar het me toeschijnt, van alle tijden is en dan ook brandend actueel.

‘Bobbejaan’ was vorige week zowat het enige televisieprogramma dat tegen naaktrecreatie en het verschalken van Pokémon in de wijde natuur was opgewassen.


TELEFACTS ZOMER: KYGO, NOORS WONDERKIND

VTM – 19 juli

'Verzet klinkt altijd goed, maar wat heeft het in het draaiwezen in godsnaam te betekenen?'

Even de stemming peilen: een gevaarlijke gek, aan wie Allah zich nog maar pas zou hebben geopenbaard op het internet, zaaide dood en verderf op de Promenade des Anglais in Nice. In de trein van Würzburg naar Treuchtlingen hakte een andere gevaarlijke gek, 17 en religieus getint, op enkele mensen in. Slachten zonder verdoving. Na een even mislukte als twijfelachtige coup in Turkije zuiverde de democratisch verkozen en religieus getinte autocraat Erdogan zijn land van iedereen die hij lang voor die mislukte staatsgreep toch al liever dood zag dan levend. Ter hoogte van Beringen speelden Belgen van Turkse origine met overgave de roerigheid in Turkije na: het schuim stond hun op de mond. Als één man staan zulke Belgen achter vadertje Erdogan, die volgens hen geweldig deugt en van grote betekenis is voor de herinvoering van de doodstraf, het beknotten van de persvrijheid, het aantasten van de seculiere staat en het schenden van mensenrechten. Net wat Belgen van Turkse origine nodig lijken te hebben, daar in Beringen. In the land of the free and the home of the brave, waar men gewapenderhand aan racisme en haat lucht geeft, dreigt het sujet Donald Trump de nieuwe CEO van de wereld te worden. Dat wordt lachen en klappertanden tegelijk, wat geen gezicht is. Uiteraard voorzie ik een hoop narigheid, waar in ‘Telefacts Zomer’ vooralsnog niets van te merken valt. De laatste weken konden we ons in dit actualiteitenprogramma vergapen aan luxueuze interieurs, een kraamkliniek voor de rijken, onschatbare plezierjachten en exclusieve vakantieverblijven voor de ruim bedeelden. Alsof Donald Trump programmadirecteur was. Laatst ging ‘Telefacts zomer’ over een relatief nieuw type grootverdiener: de wereldberoemde dj, tevens vervaardiger van elektronische dansmuziek en remixes. We zouden even mogen meeleven met Kygo, een Noor van wie we in dit programma één keertje te vaak vernamen hoe succesrijk hij wel was: ‘Hij is een absolute hype!’, ‘Meer dan een miljoen views op YouTube!’, ‘Het gaat heel hard voor Kygo!’ Werk van hem was een half miljard keer gestreamd op Spotify, en presentatrice Julie Colpaert noemde deze jongen van 24, die eruitzag als een marktconform meisjesidool, één keer te vaak een ‘wonderkind’, een woord waarop je na Mozart bijna net zo zuinig moet zijn als op ‘genie’ na Einstein. In kringen van dj’s verwacht ik overigens wonderkinderen noch genieën.

null Beeld

Het eigenlijke wonder van Kygo zat ’m in het internet, dat zijn in z’n jongenskamer vormgegeven geluid in een flits wereldkundig had gemaakt. En in het mondiale dorp bleek zijn huisvlijt nog massaal aan te slaan ook. Het eerste wat Kygo, een ingetogen jongen, eraan overhield was een Amerikaanse manager van 20, die een lefgozer, een branie, een driftkikker én een praatjesmaker was, die ook nog eens te hard zijn best deed zodra hij de blik van de camera voelde. Wat moet zo iemand anders worden dan manager van een dj? Hij en Kygo wekten graag de indruk dat ze in een soort verzet tegen de reguliere muziekindustrie zaten. Verzet klinkt altijd goed, maar wat heeft het in het draaiwezen in godsnaam te betekenen? Het is algemeen bekend dat er veel geld omgaat in die business: de gages van beroemde dj’s zijn gênant hoog, zodat er alleen maar in bedekte termen over geld gesproken werd in deze reportage. Kygo’s stiefvader van moederszijde had zich de rol van wijze adviseur aangemeten en ontfermde zich over de boekhouding van de dj. Ook zijn stiefmoeder van vaderszijde had er veel voor over om Kygo belangeloos in bescherming te nemen. Er kan je vast weinig overkomen als twee samengestelde gezinnen voor het oog van de camera oprecht bezorgd om je financiën zijn. Ook Kygo’s manager was de goedheid zelve: ‘Ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld als nu, en dat geluk wil ik doorgeven aan Kygo en zijn familie.’ Daar deed die knakker het allemaal voor, moesten we geloven.

Deze ondiepe reportage was als alle andere reportages over het leven van professionele dj’s: een altijd eendere en zelfs saaie opeenvolging van vliegreizen, hotelkamers en dociel verende mensenmassa’s, die ik onderhand veel minder interessant vind dan ‘Zomerbeelden’ op Canvas. Ik leerde dat het genre waarin Kygo thuis is tropical house heet, of vlotweg trop house. Het is een subgenre van deep house, waar ik geheel buiten sta, zodat ik er ook geen mening over heb. Een Noorse muziekjournalist die de middelbare leeftijd bijna achter de rug had, zei dat oude zakken die aan The Rolling Stones vastgebakken zaten geen voeling konden hebben met het geluid van Kygo. Dat kon hij dan weer wel, maar een oude zak was hij evengoed.

Julie Colpaert zei ten afscheid dat Kygo niet op Tomorrowland zou optreden maar wel op de Lokerse Feesten. Moet een absolute hype voor wie het heel, héél hard gaat, een wonderkind dat ontelbare keren op YouTube is bekeken en een half miljard keer gestreamd is op Spotify, niet hoog op de affiche van Tomorrowland prijken? Lokeren is wondermooi, daar niet van. En dan zwijg ik nog over de plaatselijke paardenworst.

Zo, en nu ga ik goed luid ‘Gimme Shelter’ draaien. Uit ‘Let It Bleed’. Van The Rolling Stones. Uit verzet tegen een paar dingetjes die me nu niet meteen te binnen schieten, maar morgen vast wel, of overmorgen.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234