Met Humo op het Internet: Welkom op The Wild Site

Een paar jaar geleden heeft iemand eens gezegd: 'Het Internet is het ideale medium om met Trekkies over Monty Python-citaten te discussiëren.' Het is een mooie formulering, maar echt hout snijden doet deze omschrijving niet - de informatiesnelweg heeft immers veel meer te bieden. The Wild Site bijvoorbeeld. Humo op het Internet: allen daarheen!

(Verschenen in Humo 2926 op 1 oktober 1996)


http://www.humo.be

Een gemiddeld mens met normale interesses, iemand als u, vraagt zich hoogstens af waarom Hans Otten op een televisiescherm verschijnt, niet hoe dat precies in zijn werk gaat. Bij het Internet is het evenmin noodzakelijk dat u zich al te veel technische vragen stelt.

Om dag en nacht over het Net te surfen, hebt u niet meer nodig dan enige elementaire computerkennis: hoe zet ik een computer aan en uit, en waar klik ik met de muis. Meer hoeft u van informatica niet te snappen. Hoe uw modem signalen omzet in tekst, of duizenden eentjes en nulletjes vertaalt in haarscherpe foto's: niks van aantrekken.

Hoe al die miljoenen computers in de hele wereld precies met elkaar verbonden zijn: geen barst mee te maken. Veel boeiender is de simpele wetenschap dat u, door simpel niet de muisknop te klikken, allerlei teksten, foto's, videobeelden en geluid van over de hele wereld op uw pc kunt toveren. Ideaal voor mensen die hier en nu willen weten hoe de nieuwe single van ZZ Top klinkt (net als onlangs de nieuwe van Bowie in avant-première te beluisteren op het Net), hoe je lid wordt van de 24 Hours Church of Elvis (alleen voor King-aanbidders) of wat The Holy Press Office (de persdienst van het Vaticaan) te vertellen heeft over de gezondheid van de paus. ('Goed, dank u')

Door de enorme hype die twee jaar geleden rond het Internet ontstond, is er een hele mythe rond de informatiesnelweg geweven. Iedereen moest zijn GSM maar weggooien: de toekomst was namelijk aangekomen. En iedereen kon die toekomst in huis halen, via een multimediacomputer, een modem en een telefoonlijn. De wereld was plots één groot dorp, bevolkt door Netizens, mensen die elkaar en het Internet (en ook wel zichzelf) bijzonder graag zagen. Een nieuwe horde multimiljardairs zou opstaan - zij die hopen poen zouden scheppen op het Inter-net. De klassieke media konden maar beter inpakken: niemand zou nog een krant, een boek of een tijdschrift lezen; geen kat zou nog een cd kopen en niemand zou nog tv kijken. Want iedereen zou zelf beslissen welke informatie de moeite waard is, en iedereen zou die informatie zelf kunnen verspreiden. Wereldwijd, door cyberspace - het Internet. Een van de goeroes die de hype mee aan-zwengelde, is Nicolas Negroponte. Hij is hoogleraar Mediatechnologie aan het prestigieuze MIT (Massachusetts Institute of Technology) en mede-oprichter van het Medio Lab. In zijn boek ‘Being Digital’ schetst Negroponte een toekomst die door digitale informatie-overdracht zal worden gedomineerd. Pratende computers zullen ons leven gemakkelijk maken, en door onderling samen te werken een soort supercomputer vormen. En juist: liet Internet is zo'n aaneenschakeling van computers.


Welkom in Timboektoe

De hype is nu gelukkig wat overgewaaid, zodat we rustig kunnen zien wat het Internet echt is: een nieuw communicatiemiddel. Niet meer, maar vooral ook niet minder. Zo is het Internet trouwens ook ontstaan, op liet einde van de jaren zestig: als een (militair) communicatiesysteem. Het Amerikaanse ministerie van Defensie zag uit de mist van de Koude Oorlog namelijk een doembeeld opduiken: dat met één welgemikte (atoom)bom het complete computersysteem van het leger kon worden uitgeschakeld.

Een paar universiteiten kregen de opdracht de informatie te decentraliseren door een netwerk uit te bouwen: de krachtigste computers van het land werden aan elkaar gekoppeld. Als er één van uitviel (door een atoomaanval, bijvoorbeeld), konden de anderen informatie met elkaar blijven uitwisselen. Steeds meer overheidsinstanties en universiteiten sloten zich op dat netwerk aan - en vier jaar geleden kwam ook de particuliere markt op het Internet piepen, toen eindelijk een standaard werd geïntroduceerd die alle computertalen netjes interpreteerde. Het gevolg: een ontzettende boom. Nu zouden al meer dan zeventig miljoen mensen over de hele wereld een Internetaansluiting hebben.

Een van de opmerkelijkste kanten van het hele Internet-gebeuren is de prijs: een aansluiting kost nog wel een kleine duizend frank per maand, maar uw computer belt altijd binnen uw zone, ook als u met China communiceert. In daluren betaalt u maar dertig frank per uur gebruik. Voor die dertig frank kunt u wel (letterlijk) brieven naar Japan sturen, digitale foto's naar Los Angeles mailen, een virtuele rondleiding van het Louvre krijgen en de bibliotheek van Oxford bekijken. Uw computer gaat dus wél over de hele wereld dingen opvragen of versturen, maar doet dat via een lokale telefoonverbinding.

Het Internet heeft drie populaire toepassingen: het World Wide Web (WWW), E-mail en Nieuwsgroepen. Op het WWW bieden bedrijven, universiteiten, instellingen en particulieren hun eigen pagina's met eigen informatie aan. E-mail is de elektronische postdienst van het Net: elektronische brieven worden de hele wereld rondgestuurd tot ze de computer van de bestemmeling bereiken. In die brieven kunt u hele computerbestanden, teksten, foto's of muziek insluiten - het gaat allemaal even snel en even goedkoop. De Nieuwsgroepen ten slotte zijn een soort discussieplatformen, waarin werkelijk alles kan: zinnige gesprekken, ordinaire scheldpartijen, gezwam over de tv-serie ‘Friends’, over het computervirus ‘Hare Hare!’, over de middeleeuwse heksenjacht of over de paringsdrang van zoetwaterolifanten. Om maar wat te noemen.


Nooit meer eenzaam

Mooi allemaal, maar voor wie is het Internet nu echt interessant? Wie een vraag stelt hoeft ze niet noodzakelijk ook zelf te beantwoorden, luidt een oud West-Vlaams spreek-woord. Dus mogen enkele anderen het proberen. Jan Hautekiet lijkt een ideaal slachtoffer: op Studio Brussel worden we dagelijks om de oren geslagen met Internet-termen, dotjes en apestaarten.

JAN HAUTEKIET «Ik gebruik mijn privé-aansluiting thuis vooral om te emailen. Door tijdgebrek kom ik er helaas zelden toe om ook op het WWW te gaan. Occasioneel controleer ik wel onze eigen Studio Brussel-site, om te zien of die er goed uitziet. En als ik echt eens veel tijd heb, durf ik wel eens doelloos te gaan surfen. Enfin, doelloos... lk begin bij Studio Brussel en weet niet waar ik uit zal komen, maar ik bots altijd wel op interessante dingen. 1) Sinds we een eigen Studio-Brussel-site hebben, zie ik hoe snel het medium eigenlijk evolueert. Je moet niet alleen de inhoud constant aanpassen, maar ook de verpakking, de lay-out. Het probleem is natuurlijk dat zoiets tijd vraagt, en mensen. Dus: geld. En ik heb zo het idee dat die kosten door veel mensen of bedrijven worden onderschat.»

HUMO Bent u ooit onverhoeds overvallen door het beruchte gevoel bij de 'Internet-gemeenschap' te horen?

HAUTEKIET «0 nee, nooit. God bewaar me. Ik realiseer me wél dat er zo'n gemeenschap bestáát: je hoort dat mensen elkaar via email leren kennen en een soort virtuele relatie met elkaar aanknopen. Iemand die fa-natiek of toch minstens zeer frequent met het Net bezig is, is natuurlijk nooit meer eenzaam. Op elk moment van de dag of nacht wéét je dat je ergens mensen zult treffen. Is het niet in België, dan wel aan de andere kant van de wereld. Tien jaar geleden klonk zo'n virtuele relatie met een Australische nog als pure science-fiction. Nu is het al gewone kost. Straf, hè?»

Alle inspanningen van Studio Brussel om het Internet te populariseren ten spijt, hinkt België op Internetgebied nog steeds een flink stuk achterop bij de rest van de wereld. Ons land telt in verhouding minder registraties en gebruikers dan bijvoorbeeld onze buurlanden. Maar de groei is nog altijd explosief: in 1994 waren er in België 7000 computers constant op het Net aangesloten, nu zijn dat er 45.112.

Het aantal domeinregistraties groeide in die periode van 129 naar 2.474. Een domeinnaam (zoals www.humo.be) moet worden geregistreerd, en het centrale punt om dat in België te doen is het departement Comuterwetenschappen van professor Pierre Verbaeten aan de Katholieke Universiteit Leuven.

PIERRE VERBAETEN «België heeft inderdaad nog steeds een achterstand - waarschijnlijk zijn we gewoon behoudsgezinder. Op het gebied van informatica nemen de Belgen al jaren een afwachtende houding aan. We hadden pas laat een echt academisch computernetwerk, de commerciële service-providers zijn hier ook nog maar een jaar of twee actief op de markt. Het is een combinatie van factoren: zo heeft België ook minder informatica-studenten dan Nederland. Maar toch, momenteel beginnen ook kleine bedrijven Internet te ontdekken -zij het langzaam. Om een land als Amerika op dit vlak bij te benen, zal er hier echt een grondige mentaliteitsverandering nodig zijn. Maar die zal er wel komen. Want zodra je gewoon bent met bijvoorbeeld email te werken, kun je niet meer zonder. De communicatie binnen het bedrijf verloopt bijvoorbeeld stukken gemakkelijker én beter. Maar het omschakelen van een strikt intern netwerk naar het Internet kost tijd, geld en vereist vooral competentie. Ik vrees dat bij veel bedrijven die competentie nog ontbreekt.»


Van freak tot mens

Naar schatting 30.000 Belgen hebben momenteel thuis een privé-aansluiting op het Internet. PING, dat een derde van de privé-markt in handen heeft, is in België de grootste provider voor privé-gebruikers. Het bedrijf is een zustermaatschappij van Eunet, dat zich op de professionele markt richt. Omdat de meeste computerlijnen 's avonds en 's nachts ongebruikt blijven (bedrijven en instellingen zijn dan gesloten) en er dus veel ongebruikte capaciteit is, besloot PING die dalperiodes aan privé-gebruikers door te verhuren. Geert De Becker, General Manager, noemt zijn werk missionering.

GEERT DE BECKER «We moeten proberen de gewone gebruiker over de drempel te helpen. Voorlopig ligt die drempel voor de grote massa nog te hoog. Het is niet echt eenvoudig: je moet toch iets van computers afweten, en zodra je op het WWW zit, moet je er ook nog mee leren omgaan. We merken wel al een duidelijk verschil, hoor. Toen PING in april '95 startte, waren onze klanten bijna allemaal computerfreaks. Nu nemen steeds meer leken een aansluiting.»

HUMO Het grote probleem blijft wel dat je aan die computer gebonden blijft. Er komen wel nieuwe technieken aan, waarbij je op je tv-toestel kunt surfen - maar meestal blijft het Internet een zaak voor de eenzame ziel die in zijn bureautje de nachten wegsurft.

DE BECKER «Ik geloof niet dat het Internet ooit de rol van de tv helemaal zal overnemen. Het is een interactief medium, het vraagt actie en reactie van de gebruiker. Het is dus per definitie vermoeiend - wat televisie niet is. Daar wordt alles netjes gepresenteerd, en hoefje als kijker niet in te grijpen. Internet is gewoon een ander medium. Maar ik begrijp het wel, hoor. Als ik 's avonds thuiskom na een vermoeiende dag, heb ik soms ook meer zin om voor de tv te gaan zitten dan te gaan surfen op het Net.»

En dat terwijl je op je computerscherm die avond misschien net actrice Sandra Bullock, bijgenaamd The Queen of the Web, tegen het lijf had kunnen lopen. Bullock schijnt onder een schuilnaam regelmatig via Nieuwsgroepen met fans te communiceren. 'Ik heb weken over een geheime naam nagedacht om zeker niet te worden herkend, maar toch blijf ik het eng vinden om zomaar te lezen wat fans live over me zeggen', vertelde ze onlangs aan Jay Leno. Teri Hatcher, Lois Lane uit de tv-serie 'Lois and Clark,' heeft daar minder moeite mee. Ze duikt regelmatig op in een discussiegroep van TV-Guide, en vindt haar populariteit op het Net bijzonder aangenaam. 'Ik weet soms niet precies hoe ik op mijn fans moet reageren, maar het is in ieder geval heel leuk dat ze me duidelijk appreciëren vanwege mijn acteerprestaties.' Acteerprestaties? Op het Internet circuleren duizenden naaktfoto's van Hatcher...

Jan Van Rompaey was, met zijn Website van de talkshow ‘Schermen’, de eerste Vlaamse televisie-maker die de link legde tussen tv en het Internet.

JAN VAN ROMPAEY «We moesten er gewoon bij zijn. We zijn altijd pionier geweest met de nieuwe interactieve technieken: lang voor VTM ermee begon, hadden wij in ‘Zeker Weten’ al televoting. Bovendien liep hier een eindredacteur rond die nogal snel thuis was in die Internetwereld, en die heeft ons definitief over de streep getrokken. Ik was zeer tevreden met de resultaten van onze site: ik vond de respons al bij al meevallen. Als je weet dat er op dat moment nog maar een paar tienduizend privé-gebruikers waren, kun je natuurlijk geen honderden reacties verwachten. Maar na de uitzending met Herman Brusselmans kwamen er toch heel veel emails binnen!

»Ik vond het al bij al een leerzame ervaring. Ik vind dat je er als presentator van een praatprogramma niet meer omheen kunt.»

Waar echte Trekkies eigenlijk niet omheen kunnen, is The Most Holy-n-High Church of the Blinding Light of the Holy Glowing Form of the One Toupeed and Gloriously Bloated Shatner. Inderdaad, The First Church of Shatnerology bestaat ook in de virtuele wereld. De leden vereren het goddelijk wezen William Shatner (Captain Kirk uit 'Star Trek'), en in het bijzonder zijn haarstukje. 'Pruikjes zijn onze vrienden', is het credo van deze kerk. Fred Becky, eat your heart out! En zit er ook muziek in? Het Internet is de hemel op aarde voor muzikale zielen. Niet alleen omdat die hun in de badkamer opgenomen zangkunsten over het Net kunnen verspreiden, maar ook en vooral omdat ze op het WWW alle mogelijke informatie kunnen vinden.

Er zijn ontelbaar veel sites die door fans worden onderhouden, en in navolging van The Rolling Stones zetten ook steeds meer groepen een officiële site op. Zo heeft Steely Dan, ter ondersteuning van de wereldtournee, een nonsens-site op het WWW geplaatst. Het hoogtepunt van de site is een brief van Donald Fagen en Walter Becker naar Craig Fruin, hun tour-manager. In die brief verbieden ze hun muzikanten opzichtige polshorloges te dragen, waarschuwen ze er hun collega's voor dat overbodig oogcontact met Becker en Fagen tot onmiddellijk ontslag leidt en beslissen ze dat alle roadies Tony worden genoemd.

Een van de drukst bezochte sites was lang die waarop Kurt Cobains afscheidsbrief terug te vinden was. Er circuleren trouwens ook foto's van een dode Cobain, maar u hebt wellicht genoeg aan het wederbriefje van weduwe Courtney: 'Ik ga jullie niet zijn hele brief voorlezen, 'cause it's none of the rest of your fucking business.' En op Cobains zinnetje: 'Ik hou gewoon te veel van mensen', repliceert zij: 'So why didn't you fuckin' stay?'

Iemand als Jos Van Oosterwijck, programma-samensteller bij Studio Brussel en muzikaal adviseur van zowat alle VTM-programma's, gebruikt het Internet ook.

JOS VAN OOSTERWIJCK «Het is een schitterend werkinstrument: voor 'De Oude Markt' op Studio Brussel maakte ik tot eind september specials over cocktail-muziek. In België vind je daar bijna geen informatie over - dus ging ik maar aan het surfen. Zo heb ik in Amerikaanse platenwinkels cd's besteld die hier niet te krijgen waren. Ik tikte gewoon de woordjes cocktail music in, en ik kreeg meteen hopen informatie. Het is wel vervelend dat je je soms door een pak onbruikbare of oude info heen moet worstelen voor je op iets botst dat wel interessant is, maar uiteindelijk vind je altijd dingen die je nog niet wist.

»Ik had via Internet eens een cd van een Japans cocktail-groepje besteld. Toen ik het schijfje aankreeg, bleek dat ik op het hoesje alleen de naam kon lezen. De rest was in het Japans. Via het WWW ben ik, door gewoon die naam in te tikken, op een complete biografie van de groep gestoten. Dan is het Net van onschatbare waarde, natuurlijk.

»Ik denk in dit verband ook aan originele tunes van Amerikaanse tv-shows. Voor zulke dingen moet je in Amerika zijn. Nu kan dat direct via het Internet, en vrijwel gratis.»


Kama gepikt

Via de muziek komen we terecht bij een netelig Internet-probleem: de auteursrechten. Het is namelijk niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor wat er op webpagina's verschijnt. De auteur, de provider die de informatie beschikbaar stelt of diegene die beslist de pagina's te bekijken of de muziek te beluisteren? SABAM, de Belgische auteursrechtenvereniging, is er nog niet uit wie bijvoorbeeld de rechten moet betalen op muziek op het Internet, en wacht ongeduldig op internationale regelgeving. Alles wat op het Internet te lezen, te horen of te zien is, wordt digitaal opgeslagen. Wat als grote voordeel heeft dat je het kan kopiëren: het is een fluitje van een cent om een foto van het Internet te halen en naar duizenden surfers door te sturen.

De religieuze sekte Scientology vecht al twee jaar een verbeten strijd op het Internet rond de bescherming van haar auteursrechten. Nadat geheime Scientology-teksten (waar leden zwaar voor moeten betalen) op het Internet waren verschenen, probeerde Scientology met alle middelen de verspreiding stop te zetten.

Humo-illustrator Kamagurka weet daar intussen ook alles van.

KAMAGURKA «Een paar maanden geleden pakte het Italiaanse blad Comics uit met een cover waarop een oude Cowboy Henk-tekening stond. Ik schrok me rot toen ik Comics in de bus kreeg: de tekening was de kaft van een boek uit 1987 of '88, dat al lang was uitverkocht. Bovendien was het uitsluitend in het Nederlands verschenen - ik begreep totaal niet hoe die Italianen nog aan die tekening waren geraakt. Uiteindelijk bleken ze de Cowboy Henk van een Nederlandse site te hebben gehaald: een Nederlander heeft een soort Kamagurka-site, waarop een paar interviews met mij en een paar tekeningen staan.

HUMO Waarna je op hoge poten naar de rechtbank stapte, om een vergoeding te eisen?

KAMAGURKA « Bah neen. Ze zullen ons wel betalen. Denk ik. Misschien hebben ze ons al wel betaald. Want dat is een heel gedoe, met die Italianen: we moeten papieren hebben voor de belastingen en zo... Bovendien blijken ze ook nog eens in lires te gaan betalen, terwijl wij liever Franse guldens hebben. Of spaghetti bolognese - die is ten minste aftrekbaar.»


En dan nu: The Wild Site

Voorlopig nog zonder bolognese, maar wél al met Kamagurka: The Wild Site van Humo. Maandagavond, 30 september, deed dit fijne weekblad namelijk officieel zijn intrede op het World Wide Web.

Humo wil niet zomaar de hype volgen en een digitale versie van het gedrukte weekblad doorsturen. Het Internet is een nieuw medium, en we willen dat optimaal gebruiken. Wat u allemaal mist als u de bon niet opstuurt? Dagelijkse televisie-, radio- en cultuurtips, bijvoorbeeld. Iedere dag sturen we drie nieuwe tips de wereld rond. Bert Vanderslagmeulders en Bobje zijn uw gidsen door The Wild Site: gewoon op de Bert naar keuze klikken, en u komt op de juiste pagina terecht.

Bert en Bobje leiden u ook naar de TTT-pagina. Iedere week geven we daar de Basta!-Iijst mét clips. Zo weet u ook gelijk hoe die muziek klinkt. Bij de cd-besprekingen idem dito: ook daar laten we fragmenten horen. Humo undercover is dan weer helemaal muziekloos. We laten er een selectie zien van vroegere Humo-covers die uitermate grappig of opvallend waren - én zijn. Maar eigenlijk rekenen we vooral op uw creativiteit. Zo gaat ook Uitlaat nu online. De strijd om de meest originele inzending zal ongetwijfeld keihard zijn. In Trein geven we de verlegen smoorverliefden onder u een extra kans: wie die wondermooie blonde zoekt die vrijdagochtend op de trein van 8.13 uur van Antwerpen naar Berchem zat, vindt haar misschien op The Wild Site.

Muzikanten kunnen elkaar, repetitielokalen of Fenders vinden in Wizoektivint, en er is zelfs een online-dienst voor diegenen die het niet kunnen laten zelf cd- en concertbesprekingen te maken. We hebben echt aan alles en iedereen gedacht. Aan de andere Belgische sites bijvoorbeeld: iedere week is er eentje die ons kwaliteitslabel Humo on your Site krijgt. Zij mogen, geheel gratis, met ons logo op hun site pronken omdat hun site opvallend origineel is.

Maar we verklappen niet alles (wie onze columnisten zijn, dat de Prijs Van De Kijker online staat of dat brieven voor Open Venster nu ook via e-mail kunnen warden doorgestuurd): ik zou u aanraden snel de bon in te vullen. Voor uw grootmoeder u te snel af is.


Verklarende Internet-woordenlijst

Personal Computer. Een computer dus: die hebt u voorlopig nog nodig, wilt u iets aan dat Internet hébben.

MODEM Is ook bijzonder handig, om niet te zeggen onmisbaar. De modem vertaalt de signalen die via de telefoonlijn binnenkomen in codes, zo-dat uw computer ze kan begrijpen.

PROVIDER PING is een provider: een bedrijf dat u toegang verleent tot de informatiesnelweg. De provider geeft u een toegangscode tot het Net, een email-account én een telefoonnummer waar u uw computer naar laat bellen. Via die lijn bent u dan verbonden met uw provider, en kunt u alle informatie die u wilt van het Net plukken.

BROWSER Om die informatie ook netjes te kunnen zien of horen, is een browser nodig. Dat is een programma dat de gegevens die de modem naar de computer stuurt, vertaalt in tekst, beeld en geluid. De meest gebruikte browsers zijn de Netscape Navigator en de Microsoft Internet Explorer.

EMAIL Electronic Mail: de postdienst van het Internet. Iedere gebruiker heeft een emailadres (bijvoor-beeld: pvandenberghe@humo.be) en kan in een elektronisch briefje alle mogelijke gegevens de wereld rondsturen.

WORLD WIDE WEB Om dat World Wide Web (WWW) is het allemaal te doen: daar presenteren zich miljoenen mensen, bedrijven, overheidsinstanties en andere entiteiten met hun website. Zo'n site heeft een vast adres. Op het WWW klinkt dat bijvoorbeeld als http://www.humo.be, waarbij de 'be' betekent dat de site Belgisch is. Zo'n adres wordt een URL genoemd. De eerste pagina van een site heet de Home Page. Als u er informatie van in huis haalt, heet dat downloaden: u laadt tekst en beeld op de harde schijf van uw computer.

CHATTEN Op het Internet kunt u op verschillende manieren chatten-converseren. Het kan (in uitgesteld relais) via email, maar ook echt live op een IRC-kanaal. IRC staat voor Internet Relay Chat: u

komt samen met een aantal andere mensen in een virtuele kwebbelkamer terecht, waar u met hen van gedachten kunt wisselen.

SEARCH ENGINE Om tussen die miljoenen webpagina's uw weg te vinden, bestaan er search engines. Die zoekrobotten (zoals Lycos of Yahoo) zijn een ideaal werktuig voor wie zijn eerste stappen zet in de cyberwereld. U tikt een trefwoord in, waarna de zoekrobot het hele Internet afschuimt op zoek naar dat woord, en u vrijwel onmiddellijk een lijstje aanbiedt met sites waarin dat trefwoord voorkomt.

SURFEN Doelloos van site naar site springen: surfen kan zalig zijn, vooral dank zij de hyperlinks. Zo'n link verbindt twee sites met elkaar -ook al staat de ene op een computer in Avelgem, en de ander op een computer in Chicago. Door met de muisknop op zo'n hyperlink te klikken, springt u zo van Avelgem naar Chicago. Na een uurtje surfen hebt u geen idee meer waar u allemaal geweest bent - of waar u nu eigenlijk zit. Lijm snuiven is dus totaal overbodig geworden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234