'Met inzet van lijf en leden' Dwarskijker over 'Coppers'

Het personage van Hilde De Baerdemaeker kan een belager verzuipen in een badkuip. In Keulen hadden bepaalde feestvierders op oudjaar vast een kluif aan haar gehad.


Coppers

VTM – 18 januari

Er was een tijd dat ik een dekselse jongen was, een ware ondeugd, een rotjoch eigenlijk, zeg maar gerust een kreng of – ach, waarom ook niet? – een takkelijer. Toen slingerde ik met luider stemme allerhande teksten naar het televisiescherm, die de volgende week al ten behoeve van een gnuivende lezersschare in druk verschenen. ‘Arresteer elkaar en laat ondertussen de aftiteling lopen!’ klonk het op een mooie avond nadat ik circa zeven minuten ‘Aspe’ had ondergaan. Ik had die keer met mijn spontane woordenlozingen een zeker succes bij mijn huisgenoten, een bereidwillig proefpubliek dat me evengoed te kennen gaf dat ik, uitgerekend als ik me op m’n best waande, een tikje vermoeiend was. Nu ik in mijn nadagen en tot mijn leedwezen tegen een soort van volwassenheid aanhik, en vaak verstild naar Motörhead zit te luisteren, heb ik nog steeds geen hoge pet op van Vlaamse politieseries. Vandaar dat ik zonder noemenswaardige verwachtingen en dus met een zo goed als afzijdige houding naar ‘Coppers’ heb gekeken, een nieuw, in opdracht van de VTM gemaakt product.

‘Coppers’: auteurs van Vlaamse misdaadromans, in dit geval Toni Coppers, doen nogal snel alsof hun familienaam een vanzelfsprekend begrip is bij winkelende huisvrouwen, een merk dat het dan ook zonder voornaam kan stellen. Ik wou dat er weldra een misdaadauteur opstond die van vader op zoon onder de naam Kieckens of Verckens gebukt ging, maar zo mooi wordt het natuurlijk nooit. Humor ligt namelijk níét op straat, laat staan voor het rapen, maar daarover doorbomen zou ons ergens heen leiden waar ik al bij al liever wegblijf, want het leven is volgens recente bevindingen van mijn huisarts al kort genoeg.

In ‘Coppers’ speelt Hilde De Baerdemaeker het personage Liese Meerhout, een politiecommissaris. Hoe je het ook wendt of keert, het eerste wat me aan deze vrouw opvalt is haar lichaam, ’t is te zeggen: haar rijzige gestalte. Types die net iets minder goed in savoir-vivre ingevoerd zijn dan ik, zouden wellicht van een ‘lang wijf’ gewagen. Als personeelslid van een boekhandel zou ze, op eenvoudig verzoek, zonder trapleer de laatste Verckens van de bovenste plank kunnen nemen, of desgewenst de laatste Kieckens, mocht die zich op die hoogte bevinden. In het politiebureau torent ze moeiteloos boven haar ondergeschikten uit en bovendien verplaatst ze zich, van nature al anderhalve kop groter dan gemiddeld, ook nog eens op hoge hakken, alsof ze rechercheur Michel Mason, met inzet van lijf en leden vormgegeven door Luk Wyns, en passant op zijn enigszins naar beneden afgeronde lichaamslengte wil wijzen. Na drie afleveringen weet ik dat ze, zoals zoveel hoofdfiguren in politieseries, nog wel wat anders aan haar hoofd heeft dan politiewerk: ik las op de site van deze serie dat haar flamboyante moeder haar in de steek liet toen ze 12 was, en dat ze zich kort na haar studie criminologie, toen ze zich met een Erasmusbeurs in Rome had vervolmaakt, tot een abortus genoopt zag, met alle psychologische gevolgen van dien. Ze blijkt, als het erop aankomt, ook biseksueel te zijn en alleen maar te glimlachen als ze met haar vriendin tortelt. Ze is kennelijk ook chantabel – ze krijgt tijdens de werkuren geheimzinnige en dwingende e-mails, die zo te zien naar iets naars verwijzen: ter illustratie van dat onheil zien we zo nu en dan het beeld van een kind, een meisje, dat levenloos aan een schommel hangt. Voorts neemt ze het als wetsdienaar niet zo nauw met de wet. Ze liegt als dat haar bij de uitoefening van haar ambt goed uitkomt. Dat ze rookt in de auto heeft in deze tijd ook een illegaal karakter.

Ze kampt voor de rest met iets te stevige vaderbinding, een ongemak dat net iets minder knelt dan een stevige moederbinding. Om één of andere reden veracht ze alcoholgebruik op de werkvloer, zelfs ter gelegenheid van haar verjaardag: die afkeer zal spoedig wel betekenisvol blijken. Voor ik het vergeet: ze kan ook een belager verzuipen in een badkuip. In Keulen hadden bepaalde feestvierders op oudejaarsnacht vast een kluif aan haar gehad.

Wat particuliere hoofdbrekens en muizenissen betreft, moet ze niet voor Hannah Maes (Veerle Baetens) onderdoen, de hoofdrol van ‘Code 37’, een serie die, evenals ‘Coppers’, door het productiebedrijf Menuet aan de wereld is toegevoegd. Dat wil vooral zeggen dat ze een cliché in haar genre is, wat haar niet belet een eigenaardigheid te hebben: in haar privésfeer gaat Liese Meerhout op een drumstel tekeer. Daarbij houdt ze dezelfde barse gezichtsuitdrukking aan als tijdens de kantooruren.

Ook Michel Mason (Luk Wyns) is een cliché: hij blijkt per ongeluk ooit iemand te hebben doodgeschoten tijdens een actie van de politie, een traumatische ervaring waardoor hij sindsdien zo stilletjes mogelijk een drankprobleem koestert. Aan alcoholistische smerissen geen gebrek in televisieseries, ik zou ze niet graag de kost geven, maar desondanks vind ik dit personage wel aardig: een solitaire, ingetogen figuur die Luk Wyns geloofwaardig neerzet. Maar dat belet me niet om een poosje hevig naar de volgende serie van het nog steeds onderschatte en allesbehalve ingetogen ‘Crimi Clowns’ te verlangen.

Het geluid in ‘Coppers’ is apart. Om te beginnen is deze serie niet met muziek volgegooid: er zit veel omgevingsgeluid in, en de soundtrack van Marc Bonne, drums en twang guitar – God zegene Duane Eddy en Hank B. Marvin – dringt zich nooit op. Ook de toon die de hoofdpersonages aanslaan, is gedempt: zelfs als Liese Meerhout met een getrokken pistool een verdachte gebiedt onmiddellijk, nú, op z’n buik te gaan liggen, zet ze het niet op een schreeuwen. Ze rekent veeleer op haar natuurlijke gezag, wat mooi is, al weet ik niet of het in zulke precaire omstandigheden ook in de natuur voorkomt.

Voor de rest is ‘Coppers’ inhoudelijk een whodunit als een andere, wat betekent dat het me net niet genoeg kan schelen wie het heeft gedaan, hoe levensecht de vermoorde slachtoffers er ook uitzien. Ik knauw niet op mijn knokkels van spanning, maar goed, dat doe ik haast nooit bij fictie. Deze serie is vormelijk verre van onverdienstelijk – het is een duidelijke oefening in het kleurgebruik van ‘The Bridge’: een groenige grauwsluier die uitbundige tinten weert en zachtjes onderstreept dat het leven ook voor comakijkers geen lolletje is. Laat ik er toch maar een voorzichtige slotconclusie uitknijpen: ‘Coppers’ spreekt me meer aan dan ‘Aspe’, maar is tot op heden geen serie die de clichés van nu vervangt door de clichés van morgen. Voorlopig neem ik een afwachtende houding aan. U mag daarbij aan tai chi denken.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234