null Beeld

Met Netsky door Europa

Nu zaterdag 20/12 zet Netsky The Flame op zijn kop, de Music For Life-concerttent in De Schorre in Boom, en dat alles ten voordele van Artsen Zonder Grenzen. Het concert is helemaal uitverkocht, maar bij wijze van troost serveren we u de avonturen van Onze Man, die met Netsky door Europa reisde. Schrale troost, maar hey: troost is troost, toch?

(Verschenen in Humo 3737/16 op 17/4/2012)

‘Wicked!’ Sinds vorige week weet ik dat er niemand is die dat woordje met zo veel flair uitspreekt, en met zo’n überschattig accent, als Boris Daenen – Netsky voor de duizenden vrienden.

Sinds vorige week weet ik ook exact wat het betekent. Wicked is: jezelf als grijnzende twintiger naar een bestaan als hot shot in de internationale drum-’n-bassscene toveren met maar één plaat op zak – de tweede komt uit in juni. Wicked is: risico’s nemen en je muziek absoluut live willen brengen voor vijfduizend Britse club kids, en dj-sets spelen waar overvolle zalen geil van worden. Wicked is: eeuwig onderweg zijn, in vreemde bedden slapen, en geen feestje overslaan.

Wicked is ook: als journalist/roadie/steun-en-toeverlaat/drinkebroer mee met Netsky op tour gaan. En dagen later nog altijd perfect navoelen hoe het was.


VrIjdag 6 april: London Calling

Er woont nog wat slaap in mijn ogen als ik vrijdagochtend vroeg in een krap minibusje stap. Krap, omdat het zes mensen en flink wat materiaal naar Londen moet vervoeren. Die zes zijn tourmanager Bjorn, sound engineer Frank, diens assistent Hein en het olijk duo Michael en Babl – respectievelijk drummer en keyboard player in de liveband van Netsky. Boris zelf neemt het vliegtuig.

In de cammionetsky heerst jongensachtige luim. Hoewel: wanneer de heren uitgepraat zijn over tieten, porno en tieten, gaat het een uur lang over desserts. Rock-’n-roll in een tourbusje anno 2012 is: debatteren over roomsoezen, crème au beurre en banana splits.

De ferry dropt ons in Engeland, en we rijden in één ruk naar Brixton Academy – de AB van Londen, waar alle groten op het podium gestaan hebben, groupies bediend en kotsemmers gevuld. Ik maak de hele podiumopbouw en de soundcheck mee – het geluid bonkt bruut tegen de muren van de imposante, lege zaal aan.

In een restaurant nuttig ik met groep en crew het laatste avondmaal voor de grote vuurdoop. Want jawel: het zal straks de allereerste keer zijn dat Netsky live optreedt, en zich dus niet beperkt tot een dj-set.

Boris Daenen «Ik ben altijd heel chillax, maar in dat restaurant hield ik het niet meer van de zenuwen. De hele tijd zat ik te denken aan keys en chords, en wat daar allemaal mee kon misgaan. De typische stress van een eerste keer, hè.»

Een beetje vroeger dan de rest van de band trek ik met Boris naar Brixton Academy. We checken de kleedkamer, en dan ben ik hem plots kwijt.

Boris «Het klinkt misschien cheesy, maar ik ad tien minuten voor mezelf nodig. In een kamertje ergens in het concertgebouw heb ik me teruggetrokken. En daar heb ik het op een roepen en springen gezet. (Verontschuldigend lachje) Ik móést die stress kwijt.»

De band is intussen aangekomen, en in de kleedkamer proef ik de zenuwachtige samenhorigheid die voorafgaat aan Een Groots Moment. Net voor de drie het podium op mogen, vraag ik Boris waarom hij dit in hemelsnaam doet. Want drum-’n-bass-producers die hun muziek live brengen zijn eerder uitzonderlijk, en niemand zou het Netsky kwalijk nemen als hij het gewoon op dj-sets zou houden.

Boris «Simpel: ik wilde een beetje risico. Achter mijn draaitafel sta ik in mijn comfort zone. Ik ben nog altijd heel graag dj, maar ik wilde er wat gevaar bij. Ik wil weer in het diepe springen, zoals in m’n begindagen als dj. Want als de kans bestaat dat je de dingen helemaal upfuckt, en je doet het dan toch goed, dan is de voldoening des te groter. Op veilig spelen is gewoon saai.»

Maar het loopt perfect. Vanuit de frontstage zie en hoor ik hoe Michael een beest wordt achter zijn elektrische drum, hoe Babl achter zijn keyboards de sound van Netsky pimpt met akkoorden die niet vintage drum-’n-bass zijn, en hoe Boris centraal op het podium met controllers en een divers instrumentarium in de weer is. Het publiek geeft zich meteen gewonnen: vijfduizend Britse club kids gaan nuts. Na de show is er euforie in de kleedkamer.

Boris «Ik was overdonderd. Echt: het zat er knál op, en het publiek was helemaal mee. Ik zag diezelfde euforie ook bij Michael en Babl, en dat verwonderde me enigszins. Die gasten staan al heel lang op het podium, en ze hebben al veel grotere dingen gedaan. Michael bijvoorbeeld was lang de drummer van Ozark Henry, en speelde met Milk Inc. in uitverkochte Sportpaleizen. Maar ook voor hun was ’t kicken.

»Ik wil dat die liveshow af is, dat hij professioneel en clever is. Maar de sfeer eromheen moet gemoedelijk zijn. Ik kan niet functioneren zonder camaraderie. En met deze groep zit het perfect. Met Bjorn en Michael ben ik al jaren close, Babl en Frank zijn op korte tijd vrienden geworden. Dat moet ook: als we straks weken samen in een tourbus zitten, moeten we tegen elkaars scheten kunnen.»

In mei spelen Netsky en band de liveset twee dagen na elkaar in een uitverkochte AB, later deze zomer headlinen ze Rock Werchter en Pukkelpop.

Boris «Het blijft niet bij de AB en de zomerfestivals: Het is de bedoeling dat de volgende jaren alle sets van Netsky in België live zijn. Ik wil nog hard werken aan het visueel aspect. Nu sta ik nog iets te theatraal achter m’n laptop, waardoor mensen zouden kunnen denken dat ik gewoon op start en stop druk. Ik zou bijvoorbeeld graag met een draadloze keytar werken, waardoor ik geregeld achter die laptop weg kan.»

Het backstagefeestje wordt even onderbroken voor een handtekeningensessie: Boris, Babl en Michael moeten platen, gsm’s, posters en armen signeren. Honderden iPhones flitsen. Na de handtekeningensessie moet Boris zich door de massa weer naar de backstage wurmen. Tientallen fans omzwermen hem, willen hem aanraken en stellen dringende vragen.

Boris «Op dat moment kreeg ik een paniekaanval. Ik was sowieso al overdonderd door het succes van die live-avond, en toen kreeg ik plots die horde fans achter me aan. Ik werd vastgepakt, omhelsd, aan de haren getrokken – en bevangen door een claustrofobisch gevoel. Een bevredigend claustrofobisch gevoel, wel.»

Diep in de nacht, na een kleedkamerfeestje met wodka, Belgische pils en aangebrande moppen, keren we terug naar het hotel. Dat heeft een aardige bijzonderheid: de Honesty Bar, een bar zonder barman – je schenkt zelf je drank in, en duidt op een lijst je consumpties aan. Het getuigt van een ontroerend geloof in de goedheid van de mens. Maar net wanneer Boris iedereen een shot sterke wil geven, verschijnt een hotelmedewerker in het deurgat: dat de bar net gesloten is, want dat het ontbijt zo meteen wordt opgediend. En of het misschien niet tijd is om te gaan slapen?

Lees het vervolg »

Met Netsky door Europa (2)

Zaterdag 7 april: Night at the Museum

Op dinsdag keren band en technici weer naar huis. Boris en ik vliegen door naar Geneve, waar hij op Electron een dj-set moet spelen. Electron is een vierdaags festival voor elektronische muziek, verspreid over verschillende locaties in de stad. Straks zal Boris in de concertzaal van een museum spelen, maar eerst gaat hij bijdutten in z’n hotelkamer. Tot er paniekerig op zijn deur geklopt wordt: een aardig meisje van de organisatie dat naar het hotel getaxied is met de mededeling dat Boris dringend op het festival verwacht wordt voor interviews. We haasten ons naar het museum, en net op tijd krijgen de Zwitserse Studio Brussel en een Franse documentairemaker Netsky voor hun microfoon en camera.

Boris «Op zulke momenten zou een tourmanager wel handig zijn. Iemand die de dingen voor je regelt en de chaos oplost. Maar ik blijf koppig vasthouden aan alleen reizen. Ik zie vaak dj’s die hun vriendin laten meetouren en die dan in de backstage droppen, of zich nergens vertonen zonder bodyguard. Dat vind ik lachwekkend. Een dj is geen rockgroep: hij kan perfect alleen touren. Bovendien opent solo reizen de geest. Ik sta veel meer open voor sociaal contact. Ik ben avontuurlijker, laat me makkelijker meetronen naar home party’s

In Geneve is het niet meteen game, set, match voor Netsky: een deel van het publiek – in totaal zo’n achthonderd clubbers – ziet het allemaal even aan.

Boris «Vind ik op zich niet zo slecht: het betekent dat ik fans kan bijwinnen. Het maakt het moeilijker maar ook interessanter. Tijdens de set voor die van mij, van Rustie, had ik gezien dat het een Berlijnachtig publiek was dat ook house en techno lustte. Dus ben ik in mijn set wat ruimer gegaan. Dat had ik in Brixton Academy niet moeten proberen: daar is ’t strictly drum-’n-bass.»

Met de hulp van MC AD plooit Netsky argwaan om in overgave: de hele keet gaat voor de bijl, en de set wordt alsnog een zegetocht. De taferelen van gisteren in Brixton Academy herhalen zich in ’t klein: euforie op alle rijen.

Na zijn set vraag ik Boris waar hij de meest surrealistische respons kreeg.

Boris «Ik heb al twee keer door de Verenigde Staten getourd, en daar is het echt mega. Je wordt er behandeld als een koning – zeker in vergelijking met Engeland, waar promotoren je vaak als een stuk shit behandelen. In Amerika word je soms opgehaald in een limo waar meisjes je champagne ingieten, en het publiek is er altijd uitzinnig.

»Maar het gekst zijn ze in Zuid-Afrika, waar ik onlangs geweest ben. Ze reageren daar tien keer zo hard en tien keer zo opgefokt als in Europa – echt gestoord. Ik heb nog altijd littekens op m’n armen van fans die me niet wilden lossen.»

Om zes uur ’s ochtends zijn we weer in het hotel. Het ontbijt staat klaar, en voor we gaan slapen storten we ons op het mandje croissants. De lange nacht en de drank backstage brengen Boris tot gemijmer over zijn nieuwe grote liefde: Zuid-Afrika.

Boris «Fantástisch land. Overweldigende natuur, pinguïns op het strand, zo veel verschillende subculturen, à l’aise-sfeertje. En bloedmooie vrouwen – ook niet onbelangrijk (lacht).

»Boven op de Tafelberg in Kaapstad heb ik een haast mystieke ervaring gehad. Ik weet het, dat klinkt cheesy, maar zo voelde het écht. De emoties zinderden door mijn lijf. En ik had al wel eerder momenten gehad waarop ik voelde dat ik muziek moest maken, maar deze keer was het echt onontkoombaar: ik móést daar een song schrijven. Want de volgende dag zou ik terugvliegen naar Europa, en op Heathrow landen, en weer tussen al die haastige zakenmensen met stijve aktetassen lopen, weer helemaal terug in dat drukke en nijdige leven. Ik wilde dat gelukzalige moment op die berg vasthouden, en ik heb ter plaatse een song geschreven.

»Kaapstad was mijn eerste moeilijke goodbye: voor het eerst had ik het moeilijk om afscheid te nemen van een plek. Die ervaring is in mijn hoofd blijven malen, en intussen heb ik besloten om er volgend jaar minstens zes maanden te gaan wonen. Om inspiratie op te doen en een plaat te maken. En iets van rust te vinden. En om het leven gewoon op me af te laten komen op de plek waar ik me die ene dag perfect in evenwicht voelde.»

En Boris frommelt nog een croissant in z’n mond. Buiten fluiten de eerste vogels een hitje van Netsky, en ik besef dat het tijd is om te gaan slapen.


Zondag 8 april: Taxi driver

Vandaag worden we in Dornbirn verwacht, net over de Oostenrijkse grens. Eerst reizen we per trein naar Zürich, om daar een taxi te nemen. De treinrit is bepaald charmant: we genieten van het soezerige on the road-gevoel, legen de fles wijn die we ’s nachts op het festival meegekregen hebben, en kijken als gelukskinderen door het raam, waar het Meer van Geneve pront het Meer van Geneve ligt te wezen.

In Zürich stoppen we de eerste taxi die we zien. De chauffeur schrikt als we ’m de bestemming spellen. ‘Dornbirn? Anderhalf uur rijden? En jullie hebben daar het geld voor?’ We leggen uit dat de promotor ons opwacht, en de taxi zal betalen. De chauffeur knikt, en vraagt een geldsom als garantie – na betaling door de promotor zullen we die terugkrijgen. Ik vis 50 euro uit m’n zakken, Boris geeft 120 Britse pond. En onderweg vertelt hij me z’n sappigste taxianekdote.

Boris «Vorig jaar speelde ik op Glastonbury. Regen had van de festivalsite één blubberige moddervlakte gemaakt. Ik had geen hotel, maar er was een artiestencamping waar ik wat mensen kende. Ik hopte van tent naar tent, en ben toen, euh, aardig dronken geworden. Om één uur ’s middags werd ik wakker, in de wetenschap dat ik die dag nog in België moest draaien. ’t Duurde immens lang om daar weg te raken: Glastonbury is een stad, hè, met honderd uitgangen. Ik heb zeker twee uur door de smurrie gebaggerd voor ik toch een taxi vond.

»Probleem: ik hing tot m’n kin vol met zurige modder. De chauffeur heeft zijn wagen eerst nog volgegooid met plastic zeil, en reed me naar de luchthaven. Een gigantische trip: heel m’n fee erdoor (lacht). In de luchthaven zag ik mijn medepassagiers: vooral zakenmannen, kraaknet in het pak. En plots besefte ik dat ik onmogelijk als een stinkende modderduivel dat vliegtuig op kon. Waarop ik in een winkel snel-snel een kostuum gekocht heb. De vrienden die me opwachtten in Brussel vonden het hilarisch: in jeans en T-shirt naar Engeland vertrokken, in pak teruggekomen.»

We komen aan in Dornbirn, en de taximeter wijst een onthutsende 600 Zwitserse frank aan. Zoals beloofd betaalt de promotor, en we checken in in het hotel. Een uur later zeg ik Boris dat we de grootste idioten van West-Europa zijn. Want ergens in Zürich rijdt nu een taxichauffeur rond met 600 Zwitserse frank, 120 Britse pond en 50 euro in z’n portemonnee: we zijn helemaal vergeten de garantie terug te vragen. We beslissen samen dat hij het geld zal besteden aan cadeautjes voor zijn kinderen en een verwenweekend voor zijn vrouw – en niet aan partouzes met champagne nippende callgirls.

We worden naar de Conrad Sohm Club gebracht, op een afgelegen plek net naast de Ruhr, diep in de bossen. ’t Is een gewezen staalfabriek waar de plaatselijke jeugd – zo’n zeshonderd man sterk – is samengetroept voor een heftig nachtje dansen. Backstage krijgen we exquise wodka uit Nieuw-Zeeland geserveerd. En dan verwacht ik dat Boris toch een beetje zenuwachtig wordt, en zich over de laatste details voor zijn set bekommert. Maar neen: hij krijgt een kleine paniekaanval omdat hij plots merkt dat Facebook hem als een vrouw beschouwt.

Boris «‘Netsky heeft haar profielfoto aangepast.’ Damn! Hoe krijg ik dat veranderd?»

Maar er is geen tijd: Boris moet het podium op voor wat – alweer – een zegetocht wordt.

Boris «Wanneer ik op een plek buiten een grote stad speel, weet ik dat de meerderheid van het publiek me allicht voor het eerst ziet. Daar hou ik dan rekening mee: ik speel ook ouder werk.»

Dat slaat aan, want de oude staalfabriek is in een mum van tijd een sauna geworden. De stage manager is nergens te bespeuren, en dus speelt Netsky een vrolijke twee uur – hoewel hij slechts voor één uur geboekt is. Ergens in dat tweede uur jaagt hij er zelfs een remix van Adele door. Hoezo, drum-’n-bass een oogkleppengenre?

Boris «In zo’n lange set kan dat. Dan kan je het tempo even naar beneden halen met zo’n poppy nummer, om daarna weer all the way te gaan. Na die twee uur had ik nóg zin, maar ik zat door m’n nummers heen (lacht).»

We zijn nu drie dagen onderweg, en zijn mateloze populariteit fascineert me. Overal wordt Netsky aanbeden, en dat wijzigt niet wanneer hij weer Boris wordt – onveranderd zoeken jongens zijn schaduw op en openen meisjes hun frivole trukendoos. Surrealistisch, doldwaas, rock-’n-roll. Mist hij het burgerlijke leven nooit?

Boris «Ik verlang niet terug naar de eenvoud en de keurigheid van mijn leven van enkele jaren geleden, neen. Dit bestaan is een cadeau: ik knal van het ene hoogtepunt naar het andere.

»En, heel belangrijk: ik heb geen afstand genomen van mijn vroegere omgeving. Mijn maten van toen zijn mijn maten van nu. Ik heb die ook echt nódig: bij hen kan ik de dingen kwijt die ik onderweg niet kwijt kan. En: ze houden me met m’n voeten op de grond. Ik heb niet het karakter voor superstergedrag, maar soms moet ik mezelf inprenten dat het niet normáál is dat ik overal toegejuicht word, en dat alles voor mij gedaan wordt. Ik wil nog weten wat het is om eten te kopen en af te wassen. Heel veel dj’s weten dat niet meer. Gevaarlijk: als het dan misloopt met je carrière, ben je een baby die hulpeloos op de wereld geworpen wordt. Ik wil niet fucking kinderachtig doe n en me als de grote man presenteren. Dat bén ik namelijk niet.»

Met Netsky door Europa (3)

Maandag 9 april: The Sopranos

We reizen door naar skiwalhalla Mayrhofen. Een Britse enclave, en daar heeft het gigantische Snowbombingfestival veel mee te maken. Massa’s Britten koppelen er een snowboardvakantie aan hun hoogmis van de dance. Op weg naar de zaal van vanavond stelt Boris me een existentiële vraag.

Boris «Zouden wij niet eens iets éten? Het is verdorie twee dagen geleden dat we nog iets fatsoenlijks naar binnen gespeeld hebben.»

En zo komt het dat we enkele minuten later in een hilarische worsteling belanden: we hebben een gigantische pizza gekocht, en die krijgen we nauwelijks door de deur van het busje.

Net als de vorige nachten gaat de euforiemeter tijdens de set van Netsky in het rood.

En ook voor hemzelf is het een topset: op het podium staan die dag alleen dj’s van Hospital, het prestigieuze Londense drum-’n-basslabel waarvan hij als jonge gast droomde en nu het paradepaardje is. Voor Netsky spelen Camo & Krooked, na hem London Elektricity, de artiestennaam van Tony Colman, de baas van Hospital. En High Contract sluit af. Ze begroeten elkaar met viriele handshakes en hugs, en staan tijdens elkaars sets op het podium te dansen. En diep in de nacht nemen ze samen afscheid van het publiek: ontroering, zowaar.

Boris «Heerlijk, om zo samen met m’n labelcollega’s te feesten. Ik ben ontzettend blij dat ik bij Hospital zit: een heel clean en new school label. Want in de drum-’n-bass zit veel meer fout dan in de andere dancegenres. Tien jaar geleden was er heus maffiagedrag – ‘The Sopranos’ in clubland. Promotoren die pistolen tegen de slaap van een artiest drukten, mensen die in elkaar gebonkt werden. Hooligangedrag, ja. Die oude garde is er nog altijd, maar daar heeft Hospital niets mee te maken. En maar goed ook.»

De afterparty is saai, en we gaan weer naar het hotel. In ons zog volgt een groepje blozende Netsky-fans. Terwijl we de trappen naar Boris’ kamer op hollen, zien we nog hoe ze vrolijk amok maken en zelfs een brandblusser leegspuiten. Als Boris een kennis tegen het lijf loopt, besluiten we met z’n drieën een klein feestje op de kamer te houden – de rest laten we buiten staan.

En zo racet dat jetlagleven van feest en vrolijkheid maar door. De wereld? Een discobol.

Boris «Mijn geest is niet meer ingesteld op ‘hechten’ of ‘settelen’. Ik hou van de vluchtigheid van onderweg zijn, van aankomen en weer vertrekken. Het fijne daaraan is dat je alleen de eerste kant van mensen ziet, en dat is doorgaans de plezante, feestelijke kant. Je leert mensen op hun best kennen. Dat is surrealistisch, maar ook heel plezierig. Maar het moet natuurlijk niet m’n hele leven blijven duren: ik wil niet voor altijd zulke relaties hebben. »Ik ben al een poosje over iets aan het nadenken, dat ik niet afgestompt wil raken. Soms merk ik van mezelf dat ik al niet geïnteresseerd genoeg meer ben. Dat mensen me niet lang boeien, en dat ik al snel weer op zoek ga naar nieuwe sensaties en ontmoetingen. Daar wil ik absoluut iets aan doen, want ik wil duurzame relaties opbouwen: er zijn voor mensen en nieuwsgierig zijn naar het leven van anderen. Nooit een egocentrisch eikeltje worden: dat heb ik mezelf beloofd, en ik blijf er mezelf aan herinneren.»


Dinsdag 10 april: Wicked game

En dan zit onze trip erop. Vier dagen lang zijn we door een stukje Europa geraasd. We hebben gefeest en katers bestreden, fun gemaakt en ernstige gesprekken gevoerd, scheten gelaten in chique taxi’s – een jongensvriendschap gevierd, quoi. Nu vliegen we terug naar Brussel, en daar bestellen we twee Stella’s en vraag ik Boris bij wijze van point final naar z’n meest hallucinante onderwegverhaal.

Boris «Ik draaide met oudjaar op een festival in Nieuw-Zeeland, en daar leerde ik een piloot kennen. Om zes uur ’s ochtends waren we nog shotjes aan het hijsen, waarna hij voorstelde om me naar Auckland te vliegen – daar moest ik een vlucht naar Sydney halen. Zo gezegd, zo gedaan. Op die kleinere luchthavens in Nieuw-Zeeland is er bijna geen security: je stapt gewoon een vliegtuig in, gooit je bagage ergens neer en weg ben je. Ik was nog redelijk van de wereld – ik zat in de cockpit met een fles champagne in de ene en een sigaret in de andere hand. En die piloot was ook niet bepaald nuchter. Heel even heb ik toen het stuur overgenomen: het was absurd, gevaarlijk en geheel onverantwoord – maar keiplezant.»

Hij grijnst, en vat dan de trip nog eens samen met dat ene woordje dat hij met zo veel flair, en met zo’n überschattig accent uitspreekt.

‘Wicked!’


Bekijk hier een fragment van het concert dat Netsky onlangs gaf in Londen:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234