Met Sinterklaas op stap door Antwerpen

Hoefgetrappel op het dak? Gemompel in de schoorsteen? Snoepgoed dat vanuit het niets opduikt in uw schoeisel? Dan weet u vast hoe laat het is, of liever: wiens verjaardag we vandaag vieren. Humo-journalist Jan Hertoghs ging in 2009 op tournee met de goedheilig man: lees hieronder zijn reportage.

(Verschenen in Humo op 30 november 2010)

Vorig jaar vergezelden we Sint en Piet door de Kempen, in de week voorafgaand aan 6 december. De dag zelve waren we ook met hen onderweg, en dat verslag leest u nu. Plaats van afspraak is de koekenstad Antwerpen, meer bepaald een pluralistische stadsschool: de Sintenmijter heeft géén kruis, en hier staan drie Sinten en zés Pieten klaar om op huisbezoek te gaan. Voor wie toespelingen op Léonard en Vangheluwe zoekt: dit Sintenstuk is opgetekend in illo tempore toen er nog geen sprake was van verdachte kindervrienden, verjaringstermijnen en bisschoppen-in-het-verborgene.

De afspraak is zondagmorgen in de schoolrefter en Sint Erik heet me hartelijk welkom. Zijn stem was me aan de telefoon al opgevallen en nu hoor ik het heel duidelijk: deze Sint heeft the voice van Clement Peerens, dus ook dat ongemeen forse dialect en die gruizige korrel in het timbre. Hij zegt dat Humo van geluk mag spreken, aangezien ik op pad zal gaan ‘met het Dreamteam’. Dat team bestaat uit Fred, restaurateur in de stadsmusea en al eenendertig jaar Piet; Magda, kinderverzorgster in een peutertuin en tien jaar knechtervaring; en Erik zelf, werkzaam op de personeelsdienst van het OCMW en al eenentwintig jaar in het vak (‘Eerst veertien jaar Piet en dan stilaan opgeklommen in de hiërarchie’). De anderen zeggen dat Erik graag Sint is omdat hij overal de mama’s op zijn schoot noodt. Erik grijnst, it’s a dirty job, but someone’s gotta do it!

We staan klaar bij de auto, maar Fred moet nog eerst even plassen (heuj heuj, hier staat een Zwarte Piet met een wit Pietje in zijn handen!’). Ik ben nu wel zeker dat we op schoolreis vertrekken.

Chauffeur Tom (‘dagelijks op de baan’ als vertegenwoordiger) houdt de deur van de VW Passat open. Erik zegt dat zo’n chauffeur en extra man geen luxe is: ‘Ge zit hier in de stad, ge komt in wijken waar ze de Sint al eens willen provoceren, dan is het goed dat er een ‘burger’ bij is. Die kan dan gendarm spelen en orde op zaken stellen. Als er gescholden wordt op straat, mogen Sint en Piet niet uit hun rol vallen.’ En dat zij overál komen, zowel in de villa’s in Aartselaar als in de klein huizekes van de Seefhoek. Dat noemen zij ‘het plezante van dees job, die mix van sociale milieus’. Voor Fred zijn de ‘marginale’ gezinnen zelfs de plezantste, ‘daar zijn ze nog ongecompliceerd, daar spreken ze niet van: o ja, Sint, zou u ook nog willen vermelden dat...’ en hij mimeert een pruimig ABN-mondje. Dan liever de marginale bomma’s. ‘Daar was er één bij die de Sint wou opvrijen! Die ging op zijn knie zitten en die ging er niet meer af! Sintnikloas, ik wil mè a mee nor Spanje! Gaj zè ne farme vent!’ De Sint knikt: alles is beter dan de oppassende en overbezorgde oma’s van de middenklasse, ‘dat ge binnenkomt en dat ze al tegen u beginnen dat de kinderen toch méér zouden moeten helpen thuis! Ik zat nog niet op mijn stoel!’

We komen op het eerste adres. Erik belt aan en schakelt moeiteloos over op een beschaafd Nederlands dat met een belegen brom uit zijn baard komt. Dag Mama! Dag Lieve Kinderen! Er wordt een mooie stoel aan de keukentafel geschoven en de Sint zegt dat hij flinke, heel flinke en megaflinke kinderen onderscheidt, en uiteraard zijn we ‘hier bij de mega’s beland’. ’t Is jeugdig jargon, en hij zal later zeggen dat hij ‘beroepshalve’ regelmatig naar Ketnet kijkt. Er moet een nagelbijtertje bij de Sint komen: wat ze vorig jaar hadden afgesproken? Een lipje gaat trillen, een traantje blinkt en Erik moet het opkomend verdriet sussen, ‘dan proberen we er dit jaar mee te stoppen, afgesproken?’

Traantjes worden zeldzaam, zal het gezelschap later zeggen, ‘kinderen van nu zijn veel assertiever, die zijn niet langer bang of onder de indruk van ons’.

Onderweg naar het tweede adres neemt Erik zijn blad nuttige Inlichtingen door: hij oefent alvast de voornamen in van de volgende kinderen (Sietse, Matthias, Fenne), alsook de juiste aanspreking van de grootouders. Hier is het oma-opa, maar het kan ook vakemoeke zijn of bomma-bompa. of één van de andere variaties die we nog zullen tegenkomen: pépé-mémé, bonnie-bompie, omie-opie, en zelfs grootmoeders die ‘bomsie’ en ‘mimie’ heten.


Flaptop

In dit huis, en in alle huizen van vandaag, gaat erik gebukt naar binnen. Niet dat de huizen te klein zijn, maar ‘lusters zijn lastig’ voor een mens met een mijter. In het stijlvolle interieur zitten opa en oma, twee paar ouders en alle kleinkinderen aan een feestelijk ontbijtbuffet. Dat is de trend, zal Erik later zeggen, ‘Sinterklaas is stilaan een familiefeest aan het worden,’ en zo kunnen de vele geschenken van de verschillende gevers ‘gecentraliseerd worden op één adres’. De Sint vraagt om ‘Sinterklaas Kapoentje’ te zingen. Hij vindt het goed dat de kinderen ‘Gooi wat in mijn laarsje’ gezongen hebben, en niet ‘gooi wat in mijnen bottien, want daar kan meer in’. Dat heeft hij eens twee hebberige kindjes horen zingen, ‘met name Didjeeke Reynders en Iefke Leterme!’

Wat nu al opvalt, is dat de knechten Fred en magda een stille rol hebben. Normaal nemen de Pieten altijd de flauwe woordspelingen en de gekke lapsussen op zich, maar hier doet de Sint het hele werk: flaptop in plaats van laptop, Megawindy in plaats van megamindy, of zijn geliefkoosde stopwoord: alle gekheid op een stafje! Met die scherts mikt hij op de grotere aanwezigen. Dat doet hij ook met de berisping dat ze bij het zingen van de stoomboot ‘juist’ moeten zingen. Dus niet ‘hoe huppelt zijn paardje, het dekt op en neer’. En als iemand zich afvraagt wat dat rode boek is op zijn schoot: ‘Dat is het boek van goed en kwaad, en niet den Humo van deze week!’ Voor elk wat wils, het is de corebusiness van de huursint.


Mooie Remix

Bij het volgende gezin zitten de kinderen in hun pyjama op de sofa en met de armpjes rond de knieën geslagen. De ogen nog groot van ontzag en verbazing, de stemmen veel bedeesder dan op gewone dagen. Het is een vertederend gezicht en als we in de auto stappen, kunnen we alleen maar verzuchten dat dit een modelbezoek was. Ook de geschenken waren niet overdreven groot of bombastisch, wat Erik op het vorige weekend brengt. ‘We kwamen bij een papa en mama met één kind. En dat gastje kreeg een Wii met vijf accessoires en dan nog een PlayStation 3. Dik zevenhonderd euro voor dat ene kind! Ik geef dat allemaal af en tot slot vraag ik hem: moet gij nog iets zeggen tegen de Sint? Ge verwacht dan een dank u, maar hij zei dat hij eigenlijk ‘nog iets gevraagd had’. Zijnde een draadloze muis voor zijn laptop. Dus dat gastje van amper zeven, acht jaar had ook al een laptop! Ik keek eens schuin naar die ouders, ge zoudt toch wel verlegen zijn met zo’n inhalig kind, maar nee, die leken dat precies normaal te vinden.’

Plotse ontsteltenis in de auto als ze het volgende adres horen, o nee, toch niet opnieuw bij dat hyperkinetisch manneke! En inderdaad, bij het binnenkomen rukt één van beide kinderen het boek van de Sint bijna uit zijn handen, het maakt lawaaierige koprollen op de sofa, en zijn mond staat geen ogenblik stil. Omdat de ouders amper ingrijpen moet de Sint het doen: ‘We spreken af dat we éérst goed gaan luisteren. Dus vinger aan de lippen en mondje dicht!’ Dat helpt veertig seconden, en dan lanceert het kind zich alweer voor een kopstand tegen de muur (‘ik heb een pietendiploma!’). Fred en magda knikken beleefd, de Sint vraagt een rustig lied, en broer en zus zetten een contrair refrein in: ‘Zwarte Piet Kapoentje! Stámp eens in mijn schoentje!’ Fred rolt bedenkelijk met de ogen, de Sint trekt een hoge wenkbrauw: ‘Dat is een eh... mooie remix, kinderen!’ Intussen is ook een kat in de kamer verschenen, een bijkomende springveer in het gezelschap. Als dan onder fel geroep de geschenken worden uitgepakt (racebaan, prinsessenbed en rollerblades) is er nog amper omzien naar de Sint. Het wordt een rommelig afscheid, Zeker als Erik ook nog eens ongelukkig op de poes trapt. Hij wijst op de zijflappen van zijn pruik: ‘Ik zit ier verdoeme mè nen dooien hoek!’

Op stap met Sinterklaas door Antwerpen (2)

Bakje witlof

De volgende halte is een bescheiden woning in de stadsrand. De huiskamer zit helemaal vol: bomma en bompa, twee koppels en hun vier kinderen. Het gaat er plezierig aan toe, het is er klein maar gezellig. Chauffeur Tom, die op de klok moet kijken, geeft de Sint een stille wenk dat het tijd is om op te stappen. De Sint zet zijn hand aan het oor: ‘Hebt ge dat gehoord, Piet? Dat was de stoomboot in de haven. Tijd om te vertrekken, zou ik zo zeggen!’

Na het bezoek krijgen we een bos wortelen, bier en een fles wijn mee (‘Dank u! Die fles neemt de Sint mee naar Spanje, dan kan hij dat opdrinken met de bomma’s van Benidorm!’). De peekes zijn voor knecht Fred, die ons toevertrouwt dat hij ‘thuis een konijn heeft zitten’. Wat Erik aan een andere groente doet denken. ‘Weet ge nog die mensen die ons een kistje witlof hadden meegegeven voor het paard? Bedoeling was dat we dat bakje stilletjes terug zouden geven aan de voordeur, maar dat waren we vergeten. En die mensen hebben ’s avonds kaassaus met hesp moeten eten!’

Magda zegt dat ze een compliment hebben gekregen voor de ‘schone kostuums’. Dat krijgt ze wel meer te horen, en ook dat de mensen het appreciëren dat ‘zij deftig en fatsoenlijk zijn’. Ze hoort vertellen welk slecht Sintenvolk er soms op de baan is: ‘Mensen zeggen: de Sint was zat, zijn mijter viel af, hij stootte met zijn staf tegen de luster, en ook van een Zwarte Piet die de kinderen nog in de zak stak, dakannatochnie hé!’


Hier zijn geen kindjes

’s Middags rijden we terug naar onze uitvalsbasis. In de schoolrefter staan de tafels gedekt voor de chauffeurs, Sinten en Pieten. De heiligen en hun knechten zetten de pruiken af, en we eten rijst met kip en groentesoep met extra véél wortelen (‘van de schoentjes van gisteren’). Het zijn de vrijwilligers van Simoc, de vriendenkring van het stadspersoneel en het stadsonderwijs, die in de potten roeren. Zij organiseren deze huisbezoeken al tientallen jaren.

Aan tafel komen natuurlijk de anekdotes los, dat ge ‘in de armere cotés’ wat kunt meemaken. Van gezinnen die het ene jaar nog broederlijk bij de bomma zitten en die het jaar daarop ‘slaande ambras’ hebben en ‘dan moet ge die ineens allemaal apart bezoeken’. Of die vader die hen stond op te wachten bij de deur, ‘ja mannekes, ’t zal niet doorgaan dees jaar want al het speelgoed is gepikt! En we weten wie de dader is, hij woont hier in den blok!’ Of dat triestige verhaal van die moeder van wie de vijf kinnekes allemaal bij een verschillend pleeggezin zaten, en de dag dat de Sint kwam, was de enige dag ‘dat die broertjes en zusjes mekaar zagen, op een heel jaar tijd.’

Erik herinnert zich een bezoek waarbij hij een fles jenevel aan de bomma-in-de-rolstoel moest afgeven. Het was ‘in naam van de kinderen’ en toen de bomma verrast was om íéts te krijgen, klonk het gemeend: ‘Ja bomma, da’s voor u want voor ’t zelfde geld zijde gij d’r volgend jaar niet meer bij hè!’

Of van die keer op den Dam! Ze bellen aan, er wordt opengedaan, ze mogen binnen, ze mogen gaan zitten in de zetel, en ze beginnen rond te kijken, euh, waar zijn de kindjes?! – ‘Ik denk dat gij verkeerd zijt, Sinterklaas, hier zijn geen kindjes.’ Dat was een verkeerd huis dus, tien nummers te ver. Ja man, ge komt wat tegen!

Of de crisis zich sterk laat voelen in de geschenken, daarover zijn ze het oneens: bij sommigen wel, bij anderen niet. Over één ding zijn ze unaniem: de kinderen krijgen nog altijd te veel.


Nonkel Van Grauwel

Na de middag volgen de huisbezoeken aan de buitenrand van de stad. In Wommelgem doet er na drie keer bellen nog altijd niemand open, het zal toch niet wéér het verkeerde huis zijn? De Sint bonkt dan maar op de voordeur en ineens doet men wel open (Sint: ‘Ja, ik moest kloppen, want de bel doet het niet!’). We betreden een oerklassiek Vlaams interieur: donkere meubelen, ingelijste trouwfoto’s, ingelijste kleinkinderen, een groot verlicht aquarium met dun opstijgende belletjes, het gedroogde bruidsboeket uit 1970 achter glas en ten slotte de onverslijtbare spreuk: Wie werkt voor vrouw en kind en wordt door hen bemind? Dat is vader!

In dit stilleven schijnt de zon door de gordijnen en zijn alle zitplaatsen bezet door (groot) ouders en (klein) kinderen. Of de kinderen flink zijn, dat zullen ze nu moeten bewijzen met een liedje voor onze Sint. En ook hier krijgen we een alternatieve versie te horen: Sint-Niklaas kapoentje, geef ons een miljoentje, zet het op de rekening, dan maken wij een tekening! (Sint: ‘Hm, een kapitalistisch refrein van vraag en aanbod, daar moet de Sint toch eens diep over nadenken.’) Bij de vele geschenken is ook een bewegend hondje (Sint: ‘En dit is voor u. Een hondje met parkinson!’). Zo is deze Sint: er huist in hem een kleine Nonkel Van Grauwel, die graag een scherp kantje zet aan deze zoete dag.

Het volgende bezoek zal ons gezelschap onderdompelen in gif en zuur opbrekende marsepein. We zijn in een groot herenhuis in Brasschaat, waar alle meubelen, alle ouders en alle kinderen de sfeer uitademen van geld, veel geld uitgeven. Er heerst een vanzelfsprekende luxe die we algauw associëren met de arrogantie van Vuitton-mama’s in terreinwagens en van kinderen die op heelblanke scholen zitten en dure namen dragen als Sébastien en Valérie. En wij zijn de stumpers van de pokdalige grootstad, wij moeten hier ons nummertje opvoeren voor die lifestylemama’s en loftpapa’s die fluiten champagne drinken en eigenlijk maar een half oog hebben voor ons. O, o, o, wat zijn we pissig en afgunstig.

De sfeer is ook koeler dan elders, er is meer aandacht voor de drank en de borrelnoten dan voor de uitsloverij van de Sint en zijn Pieten. De interesse steekt pas op als de Sint een mama op de schoot vraagt. Braaf zijn hé Sint! Och, laat ‘m doen, hij heeft toch zijne staf niet vast!

In de auto breekt het los. Wat een snobs! Wat een dikkenekken! En die was een zuur, en die was een bitch en die andere keek alleen maar van haar gsm op als háár kinderen bij de Sint stonden. Tom de chauffeur had nog wat anders in de mot en hij richt zich voluit tot Piet Fred: ‘Amai joenge, gelijk gij naar die vrouwen keekt! Uw witte bollen draaiden nogal in uw oogkassen! Gij waart ze weer allemaal aan ’t uitkleden hé!’ Zo is dat. De rijken zitten ons dwars, en de neger moet het bekopen.

Op stap met Sinterklaas door Antwerpen (3)

Ambiance!

Ook in het volgende huis in Kapellen valt er een kilte op onze nek. Het is groot en nieuwgebouwd, ruimte genoeg, maar de gezelligheid ontbreekt. De twee kinderen staan bij de grote zetel van de Sint, de twee ouders hebben zich zwijgend verschanst achter een filmen een fotocamera, en dan zit er ook nog een ongeïnteresseerde bompa aan een afgelegen tafel. Hij zit met zijn rug naar het gebeuren en laat af en toe zijn vingers op de tafel trommelen, een hol en akelig geluid. Alles wat Erik vertelt valt plat, gewoon omdat er geen reactie, geen weerklank is. De kinderen hebben zelfs geen zin om te zingen, dat is de eerste keer vandaag, de Sint kijkt eens naar de ouders maar die halen hun schouders op.

De cadeaus zijn ook raar: veel nuttig ondergoed van de Hema en weinig speelgoed (Tom in mijn oor: ‘Hier zijn ze nog altijd kwaad op de Fortis, denk ik!’). De afwe zige bompa is intussen ook fysiek afwezig, hij staat nu op het terras een sigaret te roken en kijkt met belangstelling naar de dakgoot en de interessante lucht daarboven. Hoe unheimlich kan een familie­sfeer zijn! Gelukkig is de tafel gevuld met boterstaaf en petitfours, dat verzoet het onbehagen.

In de auto breekt het opnieuw los. Wawasda, jong! Hedde zoiets al meegemaakt?! maar ik krijg ook zwaar op m’n kop. Allemaal heb­ ben ze gezien dat ik twee stukken boterstaaf en een heel p­ titfourtje heb gegeten. Gij vetzak! Gij dikke profiteur! Gij schooier van den Umo! Behandelen ze hun werk­ volk daar zo slecht dat gij hier uw kas moet volfretten?!

De lach en de slappe lach zijn nog niet weg als we al bij de vol­gende voordeur staan. Eigenlijk moeten we deftig en braaf kijken, maar dan zegt Fred: ‘Ik moet ei­genlijk een scheet laten, maar ik durf niet want die mensen staan boven al aan het raam te zien.’ Het is zo’n dwaze opmerking dat ieder­ een weer in een wilde lach schiet, en slechts met grote moeite slagen we erin om met uitgestreken gezicht binnen te komen.


ZaZawie!

Ook hier is de trend zichtbaar: de Sint komt aan huis, en dat is een familiefeest waarbij (groot)ouders en (klein)kinderen en zelfs grote kinderen met hun lieven aanwezig zijn. De jonge grootouders heten hier bompie en bomsie, maar ik heb vooral oog voor de oude bomma die stil en peinzend aan tafel zit. Je ziet haar zo denken hoe eenvoudig zij het in haar leven gehad heeft, en zie alles hier nu eens staan: cake en toastjes en chips en wijn en Duvel en ook nog sjampieter, die flessen liggen klaar in de frigobox.

Het is een gezellige bedoening, de geschenken worden op gejuich onthaald, en de familie gaat wat rechter zitten als één mama op de schoot van de Sint wordt gevraagd. ‘Niet van profiteren hé Sint!’ ‘Zeker niet, mama, de Sint is een goedgeilig man!’ (Volwassen jolijt) Tom geeft weer teken van te vertrekken en erik zegt getrouw: ‘Hebt ge dat gehoord, Piet, dat was de stoomboot, denk ik.’ Waarop één kind la­coniek: volgens mij was da nen ond! We stommelen weer lachend de auto in en na al die gespeelde hei­ligheid moet de stille bomma het eerst ontgelden (‘amai gast, die was helemaal zazawie!’) en daar­ na volgen de jonge mama’s: wow joeng, dat één wèfke, da was een hete, die zag ik wel zitten! Ge bedoelt: liggen! Het is de praat van de voetbaldouche, de platte geestigheden van de achterste rij van de bus op de schoolreis: die grofheid en balorigheid, als je trimesters lang opgesloten hebt gezeten in braaf zijn en goed gedrag.


SOS Piet

De slappe lach is nog niet uitgewoed als Erik op de volgende huis­ bel duwt. Fred roept: heuj heuj ’t is SoS Piet! en dat is weer een aan­ slag op de lachspieren. Op de trap naar de eerste verdieping wordt nog in de rug gepord en tegen een hiel getikt, ik kan er niet bij hoe zij toch nog met een pokerface die woonkamer binnenstappen. Vandaar dat mijn kop gecorrigeerd moet worden: Janneman, serieus nu, die zotte smile van uw gezicht!

De woonkamer is in een vorig le­ven een living geweest maar nu ligt alles vol lego, dino’s, kinder­cd’s, kinder­dvd’s en kindervideo’s. In de houten speelbox zal soms een baby zitten, maar nu huist er een grote kolonie pluchen beesten. ’t Is het domicilie van de bomma, die duidelijk vaak op de kleinkinderen moet passen. Voor de eerste keer geven de kinderen geen obligate kindertekeningen af, maar een heel mooie kartonnen stoomboot met een rookpluim van witte watten. Prachtige old skool!

De aanwezige mama is niet bepaald een schoonheid, en zo kan Piet Fred de Sint in de zak zetten: ‘Ben je niks vergeten, Sint! Je had toch gezegd dat hier een brave mama woonde. en brave mama’s mogen toch bij u op schoot zitten!’ Erik kucht lelijk, jazeker Piet, bedankt om mij hieraan te herinneren. En vroeger dan gepland hoort hij al de stoomboot, ‘tja, we moeten nu echt wel richting Spanje!’

Weer in de auto is de ontlading van korte duur. Dit was het laatste huisbezoek van het weekend, het zit er weer op voor dit jaar, en zo komt ook een eind aan ons wild ge­raas. We zijn het erover eens, we hebben weer veel gezien, oud en jong, rijk en arm, modern en neo­-antiek, de vlaming op zondag zoals het in honderdduizenden gezinnen op zondag aan toegaat, in die huis­kring van magneten op de koelkast en overledenen op het dressoir.

In de schoolrefter kleden de drie Sintenploegen zich om. De mijter dichtgevouwen, de staf in twee delen uiteengeschroefd, de Zwarte Pieten luidruchtig in hun onder­broek. Is dat daar geen harde fluit? Dat zal de stoomboot zijn!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234