Met topmagistraat Henri Heimans naar Breendonk

Volgende week gaat Henri Heimans, de meest authentieke en menselijke rechter van Vlaanderen, met pensioen. Zijn inzet voor de geïnterneerden in Belgische gevangenissen heeft veel te maken met zijn tragische familiegeschiedenis.

‘Hier moet mijn vader gestaan hebben toen hij het kamp binnenkwam,’ mompelt Henri Heimans, terwijl zijn vingers over de grijze betonnen muur van de binnenplaats strijken. ‘Hij schrijft erover in zijn oorlogsdagboek: hier stonden de nieuwe gevangenen van Breendonk urenlang te wachten, met hun gezicht naar de muur. Dan kregen ze een dreun tegen het achterhoofd, zodat hun gezicht tegen de muur smakte en werd opengehaald door het ruwe gekartelde beton. ‘Mijn neus wordt tegen de muur geslagen en begint te bloeden.’ Dat was mijn vaders eerste kennismaking met Breendonk.’

'Mijn vader vond het idee om een Joodse staat op te richten onzinnig. Hij voorzag niets dan ellende, en hij heeft gelijk gekregen'

De magistraat is zichtbaar geroerd als we door de klamme gangen van het met prikkeldraad omringde fort wandelen. Geprangd tussen maïsvelden, achtertuintjes van de buren en de drukke autosnelweg tussen Brussel en Antwerpen ligt het Belgische concentratiekamp: een stenen nachtmerrie waar tussen 1940 en 1944 ongeveer 3.500 gevangenen van de nazi’s werden opgesloten, uitgehongerd, uitgeput, vernederd en gefolterd. Eén op de vier gevangenen overleefde Breendonk niet. Heimans’ vader deed dat wel. Hij werd na zes maanden gedeporteerd naar Auschwitz en werd twee jaar later bevrijd. Heimans’ moeder overleefde de oorlog in het concentratiekamp Ravensbrück, maar bleef haar hele leven getekend door het oorlogstrauma. Na de oorlog leerden ze elkaar kennen op de bijeenkomsten van overlevenden. Ze kregen één zoon. Henri Heimans, vandaag 66, werd één van die uitzonderlijke magistraten die de Belgische justitie een menselijker gezicht probeert te geven. Dat rechtvaardigheidsgevoel was aangeboren, letterlijk.

Henri Heimans «Eigenlijk is het een wonder dat ik geboren ben, gezien de medische experimenten die de nazi’s op mijn moeder hebben uitgevoerd. Ik heb eigenlijk pas nu, aan het einde van mijn loopbaan, beseft dat mijn allergie voor machtsmisbruik en mijn verontwaardiging als mensenrechten worden geschonden, heel veel met mijn eigen familiegeschiedenis te maken hebben. Ik ben trouwens geboren in 1948: het jaar van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.»

Heimans is al jaren rechter bij het hof van beroep in Gent. In die hoedanigheid voerde hij verscheidene onderzoeken die ophef maakten in de media: het fraudeonderzoek naar Lernout & Hauspie, het voorkennisonderzoek tegen ex-minister Karel De Gucht, de zaak van de vermoorde rijkswachter Peter De Vleeschauwer, het Fortisdossier tegen de hoogste Brusselse magistraten.

Meestal houdt rechter Heimans zich ver van de schijnwerpers, behalve als het gaat om het lot van de meer dan duizend geesteszieken die vandaag nog altijd in de Belgische gevangenissen wegkwijnen, zonder enig uitzicht op verzorging. In de jaren 90 werd hij voorzitter van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij (CBM) in Gent, die zich buigt over de dossiers van psychisch gestoorde delinquenten. Sindsdien springt hij bij elk onrecht op de barricaden.

Heimans «Mijn ouders hadden een enorm rechtvaardigheidsgevoel, en dat hebben ze ook aan mij overgedragen. Ze vonden het belangrijk om het altijd voor de zwakkeren op te nemen. En dat doe ik op mijn beurt ook voor de geïnterneerden. Ik kan er niet mee leven dat mensen in dit land als grof huisvuil worden weggezet.

»Er is een parallel tussen het lot van geïnterneerden en dat van gevangenen in concentratiekampen. Dat is de uitzichtloosheid van hun situatie: het niet weten wanneer ze zullen vrijkomen, en of ze ooit nog zullen vrijkomen… Zoiets is ontzettend zwaar om te dragen. De mensen in concentratiekampen verloren alle tijdsbesef, en zo is dat ook bij geïnterneerden: ze komen terecht in een vreemde tijdervaring vol kwellingen, angst en onzekerheid. Vorige week nog was er het verhaal van Frank Van Den Bleeken, de geïnterneerde die om euthanasie heeft gevraagd omdat hij ondraaglijk psychisch lijdt door zijn geestesziekte en de onmenselijke omstandigheden waarin hij in de gevangenis leeft. Zo zijn er intussen twaalf geïnterneerden die om euthanasie vragen. Justitie doet niets, de geestelijke gezondheidszorg faalt, de politiek kijkt de andere kant op, de samenleving is te onverschillig om in te grijpen, en een dokter moet het oplossen met een euthanasiespuit? Ik ben heel beschaamd dat het zover is moeten komen.

»Er zijn misschien nog andere mogelijkheden voor Van Den Bleeken. Hij zou een behandeling kunnen uitproberen in het nieuwe forensisch psychiatrisch centrum voor geïnterneerden, dat begin november in Wommelgem opengaat. Als hij concludeert dat die optie heeft gefaald, lijkt euthanasie me een verdedigbare keuze.»


Dagboek van mijn vader

‘Auschwitz was verschrikkelijk afzien, onder meer door de voortdurende angst om ‘geselecteerd’ te worden voor de gaskamers, maar Breendonk vond ik als folterkamp nog erger. We werden er de hele dag brutaal geslagen, systematisch en zonder reden. We moesten zwaar werk leveren onder het gebrul en de zweepslagen van de beulen van het kamp. We werden gekleineerd en tot beesten herleid.’

(uit het oorlogsdagboek van Yevgenys Heimans)

Heimans «Mijn vader heeft 45 jaar lang nauwelijks gesproken over wat hij in Breendonk en Auschwitz heeft meegemaakt. Maar op hoogbejaarde leeftijd heeft hij zijn herinneringen toch nog op papier gezet, moeizaam. Hij zag het als een soort plicht voor het nageslacht. Ik heb het manuscript destijds vluchtig gelezen en daarna opzijgelegd. Ik had het te druk met mijn job, ik had ook nog kleine kinderen. Maar nu, met mijn pensioen in het vooruitzicht, ben ik me beginnen te verdiepen in dat dagboek, dat in het Frans is neergepend. Ik ben het nu aan het vertalen en bezoek alle plekken die een rol hebben gespeeld in die donkere oorlogsjaren van mijn ouders: Auschwitz, Ravensbrück, Breendonk… Noem het een soort zoektocht naar mijn wortels.

»Het blijft ook maatschappelijk relevant. Ik ben altijd bijzonder argwanend geweest tegenover iedereen die totalitaire trekjes vertoont – ook een erfenis van mijn ouders. Dat kan de overheid zijn, maar ook individuele beleidsmakers, politici of magistraten.

»Onlangs heb ik je meegenomen naar de tentoonstelling in het vernieuwde museum van de Mechelse Dossinkazerne, over de Holocaust. Daar wordt vanuit het historische verhaal van de Jodenvervolging getoond hoe een maatschappij, ook vandaag nog, naar een autoritaire staat kan afglijden. Hoe bepaalde bevolkingsgroepen worden uitgesloten, eerst op een bijna sluimerende wijze, maar vervolgens meer en meer openlijk. Hoe een soort vijandbeeld wordt gecreëerd, en hoe omstanders dikwijls niet reageren uit angst voor de groepsdruk.

»Ik zie het vandaag ook in de rechtszaal gebeuren. Ik kan me tijdens zittingen soms ergeren aan het taalgebruik van magistraten die beschuldigden aanspreken met een zweem van minachting of racisme. ‘Doen ze dat allemaal in uw land? Is dat de gewoonte in Marokko?’ Eigenlijk zou iedereen op zo’n moment moeten opstaan en de zitting verlaten, want het is totaal onaanvaardbaar. Maar het ligt zeer delicaat om een collega te berispen. Ik betrap mezelf erop dat ik ook niet reageer, en dat is fout, want zo begint het dus.

»Ik vind dat we, ook vandaag nog, altijd op onze hoede moeten zijn voor machtsmisbruik in alle vormen, zeker bij de politie en het gerecht. We moeten erop toezien dat het rechtssysteem geen ongebreidelde macht krijgt en dat we niet naar een politiestaat evolueren.»

HUMO Er was de voorbije weken veel publieke verontwaardiging rond het drugsmaffiaproces in Hasselt, waar de familie Aquino mogelijk vrijuit zou gaan wegens een procedurefout, gemaakt door het federale parket. Hun advocaten werpen zich op als verdedigers van de democratie.

Heimans «Ik deel die verontwaardiging niet, en ik heb er ook niks op tegen dat advocaten procedurefouten pleiten. Politie en rechters moeten zich aan bepaalde regels houden, anders is het hek van de dam. Je kunt geen recht baseren op publieke verontwaardiging of een rechtvaardigheidsgevoel, want dat is zo individueel en subjectief dat het de deur naar complete willekeur zou openzetten.

»Ik heb jaren als parketmagistraat gewerkt, en ik weet hoe groot de drang is om te scoren als je weet hebt van een grote drugstrafiek. Je wilt die daders vangen, je wilt de samenleving beschermen door die misdrijven te doen stoppen. Dat is een mooie motivatie, maar daar staan nog altijd rechtsregels tegenover. Soms zit je heel dicht bij het ontrafelen van een drugslijn die honderden kilo’s drugs op de markt brengt, en ontbreekt het je nog aan één sluitend bewijsstuk. Dan moet je bijzondere opsporingstechnieken gaan gebruiken, een moeilijk terrein met heel strikte regels. Op dat moment moet je extra uitkijken dat je niet over de schreef gaat, zeker als je samenwerkt met mensen uit het criminele milieu, die vaak een dubbele agenda hebben. Ik heb destijds zaken moeten laten schieten omdat ik ze niet op een gewettigde manier kon bewijzen.»

HUMO Advocaat Sven Mary joeg iedereen de gordijnen in met zijn uitspraak dat een mogelijke vrijspraak van zijn cliënt ‘collateral damage’ is.

Heimans «Het is inderdaad een cynische uitspraak als je denkt aan de collateral damage die drugs in de maatschappij toebrengen. Ik ken genoeg gevallen van druggebruikers die psychoses krijgen en onherroepelijke hersenschade oplopen. Maar dat wil niet zeggen dat ik die Aquino’s bij voorbaat schuldig acht. Daarover moeten de rechters in Hasselt oordelen. Laat ze dat nu maar eerst doen. Ik ben een beetje geschrokken van de populistische manier waarop dit proces in de media wordt gevoerd. Het gerecht zelf blonk ook niet uit in communicatie: iemand daar had weleens één en ander mogen duiden, ook al is dat moeilijk bij een hangende zaak.

»Ik wil trouwens opmerken dat niet elke procedurefout die wordt gepleit, er ook één is. Als rechter bij het hof van beroep heb ik daar ook vaak over moeten oordelen. Onlangs was er de zaak van Bernard Wesphael, die Waalse politicus die ervan wordt verdacht zijn vriendin te hebben vermoord. Ook daar maakte de advocaat gewag van een procedurefout, maar die hebben we als hof van beroep niet weerhouden. Er is ook een groot verschil tussen kleine, louter formele procedurefouten – een stempel die vergeten is, of een voorblad van een proces-verbaal dat verloren is gegaan – en zware fouten, waarbij fundamentele rechtsregels worden geschonden die betrekking hebben op het vermoeden van onschuld, of op de privacy. En daar hebben die gedoodverfde procedureadvocaten zeker gelijk als ze zeggen dat de burger tegen willekeur beschermd moet worden.

»Zonder elementaire rechtsregels kom je in een totalitaire politiestaat terecht. Dat is precies wat er in de tijd van mijn ouders is gebeurd. Mijn vader en mijn moeder zijn op een ochtend van hun bed gelicht door de Gestapo, opgesloten in de gevangenis en afgevoerd naar de kampen. Zonder dat hen werd verteld waarom, zonder dat ze wisten voor hoelang. Ze hadden geen énkel verweer. Er waren gewoon geen procedures meer.»


Vettige stoofschotel

Yevgenys Heimans komt in maart 1943 in Breendonk terecht, op het einde van de wreedste winter in het concentratiekamp, waarin aan de lopende band werd gefolterd en gemoord. Hij maakt er kennis met honger, dwangarbeid en constante terreur. ‘Het werk is hard en uitputtend, en het voedsel onvoldoende. De soep ’s middags is een bouillon van paardenkop met soms wat afval van groenten. De ontbering bij de verzwakte gevangenen leidt tot opzwelling van de benen tot ze openbarsten, met een vaak dodelijke afloop.’ Op een dag wordt hij uitgepikt om het varkenshok schoon te maken en wordt het varkenseten gebracht: ‘Twee emmers vettige, lekker ruikende stoofschotel.’ Uitgehongerd slobbert hij er stiekem een beetje van naar binnen, maar hij wordt betrapt. Als straf krijgt hij 25 zweepslagen.

‘De zweep is een heft met tien slingers van ossenpezen, verzwaard met een loden kogel. De pijn duurt een week. Door de diepe bebloede groeven in mijn rug kan ik enkel op mijn buik slapen. Het meest pijnlijke is het moment dat ik moet opstaan en mij wassen; ik moet dan telkens mijn hemd losrukken dat zich in de bloederige wonden heeft vastgeklit.’

De oude varkensstal is er nog steeds, uitgevend op het binnenplein. En overal in het fort herkent Henri Heimans details die zijn vader in zijn dagboek beschrijft: de blauwgeverfde, getraliede ramen, waardoor de gevangenen niets van de buitenwereld konden zien, maar wel de geweersalvo’s hoorden als er iemand werd geëxecuteerd. De geblutste emailkommetjes waaruit ze hun dagrantsoen van twee koppen eikelkoffie dronken. De ondraaglijke geur van beton vermengd met uitwerpselen, waarover een ex-gevangene op video getuigt. De roestige, loodzware kiepkarren die ze moesten torsen om een hoop aarde van de ene plek naar de andere te verplaatsen. De magistraat is bijzonder stil tijdens het bezoek. ‘Ik probeer me de drama’s voor te stellen die zich in deze kamers hebben afgespeeld.’ Alles raakt hij aan, bevoelt hij, als om het beter in zich op te nemen.

Over zijn brillenglazen tuurt hij door het kijkgaatje in de deur van een gevangeniscel waar de politieke gevangenen werden opgesloten. Het zijn claustrofobische hokjes met een ligplank en een emmer, en volgekraste muren. ‘De cellen in de kelders van het Gentse gerechtsgebouw zijn niet veel beter dan deze, hoor,’ zegt hij. ‘Het zijn de cellen waar verdachten moeten wachten voor ze voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling moeten verschijnen. Gelukkig zitten ze er meestal maar een paar uur en nooit langer dan een dag, terwijl ze hier nooit wisten wanneer er een einde aan de ellende kwam. Ik denk dat dat het meest traumatiserende was.’

Op de tentoonstelling vindt hij de foto’s en de namen terug van de kampbeulen die zijn vader het leven zuur hebben gemaakt. Het gewelddadige SS-duo De Bodt en Wyss: ‘De obscure Wyss is een Vlaamse SS’er die de misdaad in het bloed heeft. De andere, De Bodt, is ook heel grimmig, maar hij slaat minder.’ En Obler, de Joodse kameroverste van zijn vader, die zich aan de kant van de kampbewakers had geschaard en er niet voor terugdeinsde om zijn medegevangenen dood te folteren: een slachtoffer dat zelf beul werd.


Het gevaar van de macht

Heimans «Macht is iets gevaarlijks, het kan het slechtste in mensen bovenhalen. En magistraten zijn ook maar mensen. Je hebt enorm veel macht, en je moet voortdurend op je hoede zijn om die niet te misbruiken.

»Ik ben jaren onderzoeksrechter geweest. Dat is één van de machtigste posities in het rechtssysteem: je kunt mensen aanhouden, huiszoekingen doen, telefoons aftappen, eigendommen in beslag laten nemen. In een onderzoek moet je je voortdurend afvragen hoever je kunt gaan. De partner van een verdachte aanhouden in de hoop dat hij sneller zal bekennen, vind ik bijvoorbeeld een vorm van machtsmisbruik. Of disproportionele middelen inzetten: een gigantische reeks huiszoekingen doen voor een kleinigheid, bijvoorbeeld.

»Ook een voorzitter van een assisenhof is heel machtig tijdens een proces. Je hebt het leven en de toekomst van iemand anders in handen. Ik kan me soms ergeren als voorzitters zo’n proces op een zeer eenzijdige manier leiden. Hoe sommige assisenvoorzitters gedragsdeskundigen aanspreken alsof ze grote onnozelaars of foefelaars zijn. Dat kan toch niet! Soms vind ik dat juristen een te hoge dunk van zichzelf hebben. Psychiaters en psychologen zijn ook mensen die gestudeerd hebben, soms nog veel langer dan zijzelf.

»Als je een kick krijgt van je macht, zit je verkeerd, want des te groter wordt het gevaar om een situatie verkeerd in te schatten. Als strafrechter maak ik er bijvoorbeeld een punt van om de mensen tijdens zittingen altijd te laten uitspreken en hen de gelegenheid te geven om hun verhaal te doen. Misschien is het niet het juiste verhaal, maar het is wel hún verhaal. En ze hebben het recht om dat te vertellen. Ik weet dat ik daardoor soms op de zenuwen van mijn collega-rechters werk, maar zo vind ik nu eenmaal dat het hoort.»

HUMO Zelfs al zie je dat iemand je gewoon voor de gek houdt, of staat te liegen?

Heimans «Liegen is soms een soort verdedigingsmechanisme. Je weet wat je boven het hoofd hangt, en je probeert eraan te ontsnappen. Ik neem dat die mensen niet kwalijk. Het is hun vrijheid die op het spel staat, hun meest dierbare goed. En jij neemt dat van hen af. Iemand van zijn vrijheid beroven, daar mag je nooit licht overheen gaan.

»Ik doe trouwens hetzelfde met geïnterneerden op de zittingen van de CBM. Geesteszieken die aan psychoses of waanbeelden lijden, komen soms met de waanzinnigste complottheorieën aanzetten. Er zijn er bij die hele epistels hebben voorbereid, en dan laat ik ze die altijd helemaal voorlezen, ook al zijn het bladzijden en bladzijden… alweer tot grote ergernis van sommige collega’s (lachje). Eigenlijk is het heel triestig, want zij zijn echt overtuigd van wat ze vertellen, en daar moet je respect voor hebben.

»Ik vind dat men in de hoven en de rechtbanken meer aandacht moet hebben voor de manier waarop men de mensen aanspreekt: daders, slachtoffers, familieleden… Je moet iedereen, van hoog tot laag, met respect behandelen, ook zware criminelen. Het creëren van een menselijke sfeer op een zitting heeft een enorme meerwaarde, voor daders én voor slachtoffers. Soms worden mensen emotioneel, kwaad of agressief. Dan laat ik ze gewoon uitrazen, zonder ze te onderbreken. Zo’n zitting is voor hen enorm stresserend, ze hebben ernaartoe geleefd. Het zijn hoe dan ook menselijke drama’s.

»Als strafrechter probeer ik altijd zo dicht mogelijk de waarheid te benaderen. Dat is niet altijd de waarheid die op papier staat. Ze kan genuanceerder zijn, minder erg, of misschien zelfs erger. Omdat ik ze rustig aan het woord laat, gebeurt het weleens dat beschuldigden er zichzelf in praten. Ik ben er zo op zittingen al in geslaagd om hardnekkige ontkenners dingen te laten bekennen die ze niet aan de politie of de onderzoeksrechter hadden verteld. Dat zegt ook wel iets over de ondervragingstechnieken van sommige politiemensen, die een totaal verkeerde aanpak hanteren. Op tafel kloppen en iemand in het nauw drijven is volgens mij nooit een goede methode.

»Toen ik het onderzoek naar de fraude bij Lernout & Hauspie voerde, heb ik Pol Hauspie langdurig ondervraagd, uren en uren, dagen en dagen. Op de duur was er een sfeer van vertrouwen en kwam hij door de gesprekken met mij in een zodanige gemoedstoestand dat hij heeft bekend. Jo Lernout is tot op de dag van vandaag blijven ontkennen, maar meneer Hauspie heeft alle fraudemechanismen uit de doeken gedaan. Het was een heel emotioneel moment, alles kwam er in één gulp uit.

»Ik heb me nooit kwaad gemaakt op mensen die de evidentie ontkennen. Je moet ze de tijd geven om hun eigen schaamte te overwinnen. Het is niet gemakkelijk om toe te geven dat je een fraudeur bent of andere foute dingen hebt gedaan.»


Geur van ether

Het is zijn moeder die hem die empathie heeft bijgebracht, vertelt hij. Maria Goethals, een bruisend Hollands meisje dat op haar achttiende naar Brussel kwam om viool te studeren, werd tijdens de oorlog wegens verzetsactiviteiten opgepakt en naar Ravensbrück afgevoerd.

Heimans «Mijn moeder heeft vaak verteld hoe ze in het kamp voor zieke medegevangenen zorgde, met de weinige middelen die ze daar hadden. Met een paar vrouwen had ze in haar slaapzaal een clubje gevormd, een soort communistische cel, die het eten eerlijk verdeelde zodat er niet werd gevochten om de laatste druppel watersoep, en ook de zwaksten, die niet meer van hun strozak raakten, hun portie kregen. Ze had enorm veel geduld, kon goed naar anderen luisteren en had veel empathie voor mensen die het mentaal moeilijk hadden.

»Ze is het oorlogstrauma nooit te boven gekomen en is een angstige vrouw gebleven. Als kind herinner ik me dat er in huis altijd een geur van ether hing. Bijna dagelijks kwam er een dokter langs om haar een inspuiting te geven tegen haar migraineaanvallen, een gevolg van de zware slagen die ze op haar hoofd had gekregen tijdens de folteringen in de kantoren van de Gestapo aan de Louizalaan in Brussel. Op een bepaald moment had ze zo veel pijn dat ze uit wanhoop uit het raam probeerde te springen, maar ze heeft nooit een woord gelost. Mijn moeder heeft het me altijd op het hart gedrukt: ‘Een geheim is een geheim.’ Ze heeft zelf nooit geweten door wie ze verraden is, mijn vader trouwens ook niet.

»Het zal je niet verwonderen dat ik een hartsgrondige hekel heb aan alle systemen waarbij anoniem verklikken in de hand wordt gewerkt. Een tijd geleden was er het zogenaamde Patsersproject van de Antwerpse procureur Herman Dams. Burgers werden opgeroepen om de politie te bellen als ze in hun buurt jonge allochtonen in dure bakken zagen rondrijden. Ik was echt gechoqueerd. Dat soort initiatieven wakkert mijn angst voor een totalitaire staat aan. Dams zou eens een bezoekje aan de Dossinkazerne in Mechelen moeten brengen. Door dat ene fenomeen eruit te pikken deed hij ook alsof dat nu het allerbelangrijkste is. Waarom niet focussen op de dure appartementen in Knokke of de plezierjachten in de haven van Marbella? Als we daar alle Belgische nummerplaten noteren, gaan we ook wel iets ontdekken.»


Verplicht wc-uur

We staan in de slaapzaal van de Joden, met houten stapelbedden, waar de gevangenen sliepen op schimmelige strozakken onder dunne dekens, of ’s nachts lagen te luisteren naar het gekerm dat uit de martelkamers kwam. Op één van die strozakken heeft vader Heimans gelegen. In zijn oorlogsdagboek schrijft hij over de verschrikkelijke stank die de nachtemmer in de hoek van de kamer verspreidde. ‘Het is walgelijk, één emmer voor veertig tot vijftig gevangenen.’ Hij beschrijft ook het hallucinante schouwspel ’s morgens bij het verplichte wc-uur. ‘Mijn kameraden en ik moeten ons achterste tegen achterste zetten op de rand van een grote ton om zo onze behoeften te doen. We beschikken uiteraard niet over papier, ons hemd dient als wc-rol.’

‘Al hun waardigheid werd afgenomen.’ Het doet Heimans opnieuw denken aan de situatie van de geïnterneerden vandaag.

Heimans «Vandaag zijn er nog altijd geïnterneerden die in hun cel niet eens een wc hebben, alleen een emmer die ze éénmaal per dag mogen leeggieten. Het zijn verschrikkelijke toestanden. België wordt niet voor niets voortdurend door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld vanwege de mensonwaardige behandeling van de geïnterneerden.»

HUMO Is er geen beterschap in zicht, nu in november het nieuwe forensisch psychiatrisch centrum voor geïnterneerden in Wommelgem opengaat? Daar hebt u zelf voor geijverd.

Heimans «Het is een stap vooruit, maar een veel te kleine stap. In het centrum is plaats voor ongeveer een kwart van het aantal geïnterneerden dat in de gevangenissen verblijft. Het andere driekwart zal dus blijven zitten waar het zit. Ik heb wel vertrouwen in de goede bedoelingen en de aanpak van de hoofdpsychiater en de psychologen die het centrum mee zullen opstarten. Het is alleen nog de vraag of ze genoeg geld zullen krijgen om voldoende zorgpersoneel aan te werven, want ook daar hangt veel van af. Maar voor de groep die er terecht zal kunnen wanneer het opengaat, zal het alleszins een verbetering zijn.

»Momenteel zijn we met de CBM bezig met een zeer delicate operatie: de selectie van de mensen die naar het nieuwe centrum zullen gaan. Ik vind het een lugubere term die me aan Auschwitz doet denken, en ethisch een enorm moeilijke kwestie. Sommigen zullen gekozen worden, anderen niet. Ik vind het wel een absolute schande dat er geen vrouwen worden toegelaten. Justitie heeft dat zo beslist, en ik heb er al hevig tegen geprotesteerd; het is pure discriminatie. Vrouwelijke geïnterneerden staan in België nog meer in de kou dan de mannen. Ik krijg wanhopige brieven van een vrouw met een psychiatrische stoornis die al vier jaar in de gevangenis zit voor het stelen van twee portefeuilles. Een andere vrouw, een kleptomane, zit al jaren in de cel voor een paar kleine diefstallen. Niet omdat justitie ze per se wil houden, maar omdat opvang buiten de gevangenismuren vinden zo moeilijk is. De samenleving biedt gewoon geen alternatief. Het zijn mensen die als een hete aardappel worden doorgeschoven tussen justitie, volksgezondheid en de welzijnssector van de Vlaamse Gemeenschap.»


Geen papieren

Heimans tuurt naar de muur waarin de namen van alle ex-gevangenen staan gebeiteld, en vindt uiteindelijk wat hij zoekt: ‘Yevgenys Heimans. Geboren te Libau (Letland). Opgesloten te Breendonk tot 07/09/1943. Bevrijd.’

Heimans «Mijn vader is heel zijn leven staatloos geweest en had het statuut van VN-vluchteling. In 1908 is hij als baby met zijn ouders vanuit Letland naar Gent gekomen, op de vlucht voor de pogroms tegen de Joden in het Russische tsarenregime. Ook tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog is hij meerdere keren gevlucht. Als rechter krijg ik soms ook te maken met vluchtelingen zonder verblijfsvergunning. Meestal kan ik niet verhinderen dat ze het land worden uitgezet. Daar heb ik het altijd heel moeilijk mee, omdat het me natuurlijk aan mijn eigen grootouders en mijn vader doet denken, die als vluchtelingen wél hun plek in België hebben gevonden.»

HUMO Hoe krijg je als rechter bij het hof van beroep met mensen zonder papieren te maken?

Heimans «Als ze worden opgesloten door de Dienst Vreemdelingenzaken om het land te worden uitgezet, kunnen ze tegen hun opsluiting in beroep gaan en komt hun zaak bij mij in de Kamer van Inbeschuldigingstelling voor. Het zijn vaak hartverscheurende verhalen, die de mensen zelf op de zitting komen vertellen. Maar over de opportuniteit van de gedwongen repatriëring mag ik me als rechter niet uitspreken, ik moet enkel controleren of de procedure correct is gevolgd.

»Fouten in de procedures gebeuren maar zelden. We hebben één keer een opsluitingsbevel gehad dat niet getekend was, en daarop hebben we ons toen gebaseerd om de betrokkene vrij te laten.»

HUMO Bent u blij als u zo’n fout ontdekt?

Heimans (glimlacht) «Dat kun je wel veronderstellen. Maar ik mag dat niet tonen, en ik toon dat ook niet. Wat ik persoonlijk denk, gaat eigenlijk niemand aan. Ik moet de wet toepassen, daar kan ik als rechter niet onderuit.»

HUMO Misschien is het geen goede wet?

Heimans «Ik vind dat België wel erg paniekerig doet over ‘de toevloed aan vluchtelingen’. We zitten in dit land nog zeer comfortabel. Kijk naar Italië, dat in zijn eentje duizenden bootvluchtelingen moet slikken en het allemaal zelf moet oplossen. Of de buurlanden van Syrië: daar gaat het om miljoenen vluchtelingen die in tenten wonen, terwijl er weer een harde winter voor de deur staat. En wij klagen hier in België over een paar honderd vluchtelingen meer. Volgens mij kunnen er best nog wat bij.

»Ik ben vijftien jaar geleden voorzitter van de regularisatiecommissie geweest, die het statuut van een groot aantal sans-papiers heeft geregulariseerd. Dat heb ik zeer graag gedaan. Daar hebben we echt het verschil kunnen maken in het leven van veel vluchtelingen. Voor je mij als een complete naïeveling bestempelt: we hebben er toen ook heel wat frauduleuze gevallen uitgepikt en aan het gerecht gesignaleerd – zo was er een hele handel in valse doktersattesten ontstaan.»


Blind geweld

Henri Heimans is een man van principes. Toen de Brugse magistraten op bedrijfsbezoek gingen bij Bekaert, wilde hij niet mee, omdat die tijdens de oorlog prikkeldraad aan de nazi’s hadden geleverd. En toen voor de KI een zaak over eerherstel voor een Vlaamse nazicollaborateur voorkwam, liet hij zich als rechter van de zaak ontheffen. ‘Dat kon ik niet.’

HUMO Uw vader was Joods, uw moeder niet. Voelt u zich Joods?

Heimans «Ik voel me een halve Jood, niet als religieus maar als etnisch begrip. Mijn vader was vrijzinnig en heeft me geen enkel religieus gebruik geleerd. Ergens spijt me dat wel een beetje. Hij was ook een overtuigd antizionist. Het idee om voor de Joden een eigen staat op te richten vond hij onzinnig: hij voorzag niets dan ellende, en hij heeft gelijk gekregen. Het oprichten van Israël heeft het vijandbeeld bij de moslims tegenover het Westen aangewakkerd. Daar zijn veel problemen begonnen. Het zou interessant zijn om te zien wat er was gebeurd als de staat Israël er nooit was gekomen. Mijn vader kon daar zware discussies over voeren. En het blijft maar doorgaan. Kijk naar wat er dezer dagen in Gaza is gebeurd: het geweld dat Israël tegen de Palestijnen heeft gebruikt, is blind en buiten alle proportie. Niets kan het gebruik van zo veel geweld op onschuldige burgers rechtvaardigen. Ik vraag me dikwijls af wat mijn vader daar vandaag over zou zeggen, als hij nog had geleefd.»

We laten de grijze bunkermuren van het Fort van Breendonk achter ons en lopen voorbij een met konijnenpijpen doorboorde heuvel waarop het silhouet van de enorme kiepkarren zich aftekent, langs een kasseiweg die glimt van de regen. Voor Henri Heimans was het een emotioneel beladen dag.

Heimans «Op het einde van zijn dagboek spreekt mijn vader me aan en geeft hij me een soort missie mee. Als ik dat lees, krijg ik altijd kippenvel. Ik hoor het hem zo zeggen, hij sprak zoals hij schreef. Ik hoop dat hij trots op mij zou zijn geweest.»

‘Ik wil dit verhaal niet in het donker beëindigen. Ondanks mijn angsten wil ik optimistisch blijven, zoals ik altijd ben geweest. Het is aan jou, Henri, om samen met mensen van goede wil, terug een wereld op te bouwen van liefde en broederlijkheid, van verdraagzaamheid en gerechtigheid.

Jouw vader, Genia, 1992’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234