Meyrem Almaci (Groen!), kandidaat-burgemeester van Antwerpen

't Is zelden gezien: een lid van de statige Kamer van Volksvertegenwoordigers dat kort voor middernacht, terwijl een nerveuze herfstwind dikke plassen regen tegen de ruit smakt, 'Struck a Nerve' van Bad Religion aanheft - uit het blote hoofd nog wel.

Eerder hadden we het al over 'Nevermind' van Nirvana gehad, precies 20 jaar nadat die plaat haar en mijn generatie midscheeps trof: 'Twintig jaar?! Zég dat toch niet! Damn, I'm old.' Nochtans is Meyrem Almaci, het parlementslid in kwestie, een piepkuiken in vergelijking met - háár woorden - 'de drie olifanten' Patrick Janssens, Filip Dewinter en Bart De Wever: de zwaargewichten tegen wie ze het volgend jaar opneemt in de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen. Vorige week zaterdag werd ze door haar partijgenoten van Groen! aangeduid als lijsttrekker.

Almaci studeerde in Gent, werkte in Leuven en Brussel, en verhuisde dan naar Antwerpen ('heel bewust'), maar haar Wonderjaren speelden zich af in de Wase polder. In Sint-Gillis-Waas meer bepaald, een fusiegemeente die gehuchten en wijken met ronkende namen als 't Kalf en 't Hol verenigt.

HUMO Welke kronkel van het lot voerde jouw ouders, landbouwers uit het Turkse binnenland, uitgerekend naar het Waasland?

Meyrem Almaci «Mijn ouders komen uit Kozlucay, een dorp nabij het stadje Isparta, midden in één van de meest conservatieve streken van Turkije. In de buurt ligt een beroemd soefi-heiligdom waar ook de dansende derwisjen vandaan komen. Ze waren heel religieus, maar - dat is mijn geluk - niet op een gratuite, onnadenkende manier. Mijn vader las ook veel.

Mijn moeder heeft elf kinderen gekregen. Maar de eerste en de derde dochter zijn overleden, aan - je houdt het niet voor mogelijk - diarree. Mijn vader wilde die armoede ontvluchten, en zo is hij zijn geluk elders gaan zoeken. Hij was laaggeschoold en pakte alle jobs aan die hij krijgen kon, de smerigste eerst.

Eind jaren 60 is hij naar België vertrokken. Hij kwam terecht in Beringen, de mijnstreek dus: drie maanden aan een stuk heeft hij ongebruikte mijnsporen opgebroken. Daarna is hij gaan werken in Sint-Gillis: eerst in een metaalgieterij, dan voor een bouwbedrijf. Toen hij daar aankwam, woonden er in Sint-Niklaas en De Klinge al veel mensen uit Isparta. Typisch voor Turkse migranten: hele dorpen verhuizen naar één en dezelfde plek, waardoor hele gemeenschappen worden overgeplant. In '74 is mijn moeder hem gevolgd, en twee jaar later ben ik geboren.»

HUMO Je ouders kwamen terecht in 't Kalf, een kleine gemeenschap pal in de polder. Ik veronderstel dat je familie opviel in het straatbeeld?

Meyrem Almaci «'t Kalf: dat is la Flandre profonde, hè. Wij waren de enige allochtone kindjes op de kleuterschool. Dat had ook voordelen: een leerkracht heeft zich toen over ons ontfermd. Met de superdiversiteit van nu is dat niet meer mogelijk, maar mijn kleuterjuf Gaby heeft het zich ter harte genomen om ons Nederlands te leren. Mijn ouders spraken thuis alleen Turks: toen ik voor de eerste keer de speelplaats op wandelde, verstond ik geen gebenedijd woord Nederlands. Ik voelde me niet thuis op die school, precies door die taalbarrière, en ik ben vaak weggelopen, recht naar de bossen van 't Kalf, waar ik op mijn eentje ging spelen en braambessen ging plukken. Uren later ging ik pas naar huis, en als ik thuiskwam was iedereen hysterisch - Meyrem is verdwenen! - en kreeg ik wat lappen. Zo ging dat. Later is dat fel verbeterd en ging ik me wél goed in mijn vel voelen. Sommige klasgenootjes van toen zijn nog altijd goede vrienden.»

HUMO Je zat als moslimmeisje op een katholieke school. 't Valt te denken dat ze tenminste geprobéérd hebben om je te bekeren?

Meyrem Almaci «Te kerstenen, bedoel je? (lacht) Dat gebeurde pas in de middelbare school, toen van ons verwacht werd dat we naar de mis gingen. En dan moest je ook ter communie, (plechtig) 'om het lichaam van Christus tot je te nemen'. Ik, toen al een rebel: 'Maar dat is toch kannibalisme?' Kreeg ik natuurlijk weer een preek op mijn bord. Dat was niet slecht bedoeld, hoor, maar het pakte niet bij mij. Op den duur mocht ik de mis overslaan en intussen op school mijn huiswerk maken of lezen.

Nu, in de kleuterklas had ik ook al hilarische dingen meegemaakt. Achteraf bekeken, want als kind begreep ik er niets van. Met aswoensdag kregen we op school een assenkruisje op ons voorhoofd, maar toen ik daar 's middags mee thuiskwam, veegde mijn moeder dat uit: 'Maar enfin, wat is dat nu?' Na de middagpauze ging ik weer naar school: daar deden ze het kruisje er terug op, en 's avonds ging het er weer af. En zo ging dat door, dagen aan een stuk.

Sinterklaas: nog zoiets. Mijn oudere zussen hebben daar een trauma aan overgehouden. Zij zetten altijd hun schoen, met wortel én suikerklontje, maar de Sint kwam nooit. Ze voelden zich bedrogen en verdrietig, maar mijn vader lachte hen uit: 'Maar allez: Sinterklaas is een Turk, en hij is al duizend jaar dood!' Hij had de beste bedoelingen, maar 't was ontnuchterend voor kinderen die zo graag een nieuwe pop wilden. Hij heeft wel zijn lesje geleerd: de jongste kinderen - onder wie ik, dus - kregen wel mandarijntjes.»

OP DINSDAG 13 SEPTEMBER LEEST U IN HUMO 3706/37: DE WONDERJAREN VAN MEYREM ALMACI

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234