Michael Cunningham - Bij het vallen van de avond

Vijftien jaar geleden overrompelde Michael Cunningham
met het vuistdikke 'Bloedverwanten'. Vreemd genoeg weerde hij uit zijn volgende romans precies wat zijn familie-epos zo onontkoombaar maakt: de haast ongebreidelde vertelkracht. De schrijver ging de dialoog aan met literaire reuzen, liet het echoën van verwijzingen primeren op de actie, en ruimde gretig plaats voor mijmeringen over kunst & artisticiteiten. Met succes: 'De uren', een spiegelspel met leven en werk van Virginia Woolf
, werd bejubeld, bekroond en verfilmd.

In zijn nieuwe roman, 'Bij het vallen van de avond' (Prometheus), gaat Cunningham verder op z'n gelauwerde elan. 't Is het verhaal van de midlifecrisis van de New Yorkse galeriehouder Peter Harris, die zijn gesetteld leventje voelt verkruimelen als het door een drugsverleden achtervolgde broertje van zijn vrouw in hun hippe loft komt logeren.

Afwijkend van zijn succesformule gaat Cunningham dit keer niet aan de slag met één schrijver, maar logt hij losweg in op de wereldliteratuur: hij vertrekt bijvoorbeeld bij Thomas Mann
(het uitgangspunt van 'Dood in Venetië') om via Scott Fitzgerald
(de zedenschets van 'The Great Gatsby') uit te komen bij James Joyce
(de sfeer en pointe van 'De doden').

Het blijkt een geweldige ingeving, die zuurstofrijk bloed het verhaal in pompt, de dreiging van literatureluursheid afwendt, en de baan vrijmaakt voor een prettig gelaagde roman.

Peter gaat gebukt onder wat hij zelf 'de grote verwarring' noemt. De vierenveertigjarige kunsthandelaar voelt na twintig jaar ontwrichtende routine sluipen in werk en huwelijk, en dat privéonbehagen rijmt lamlendig met dat van zijn door de bankencrisis geteisterde land en stad. New York, haast een personage in deze roman, noemt hij 'één van de meest godvergeten warhopen die ooit op het verraderlijke aardoppervlak zijn verschenen'. Al die crises weerspiegelen en versterken elkaar, met dank aan de ragfijne taaltoets van Cunningham, zodat een zwartkanten voile als voor een begrafenis over de hele roman komt te hangen. Al die apocalyptische doodsangst is de donkere ommekant van Peters hang naar schoonheid, zo leert het motto van Rainer Maria Rilke
: 'Schoonheid is niets anders dan het begin der verschrikking.'

Deze en andere bespiegelingen over het wezen aller kunsten zijn organisch in het verhaal ingebed. Logisch: een galeriehouder is de geknipte man voor een onderzoek naar wat kunst vermag tegen 'de grote verwarring'. Peter leeft voor de kunst, heeft hoge verwachtingen en stelt nog hogere eisen: 'Dat is toch wat je steeds maar weer zoekt in de kunst: redding uit eenzaamheid en subjectiviteit, het besef dat je niet alleen bent in de geschiedenis en de wijde wereld. Een blik in het diepste wezen van een medemens.'

In zijn nieuwe roman haalt Cunningham deze hoge standaard. Meer dan wat wel altijd onze favoriete Cunningham zal blijven, 'Bloedverwanten', is deze roman een verkenning van de melancholische condition humaine, sensitief en subtiel. 'Bij het vallen van de avond' is een boekje voor het bloeden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234