Michael De Cock

een week zonder cultuurdagboek van michael de cock

Michael De Cock: ‘We zijn uniek: er is geen ander land in Europa te vinden waar cultuur het kind van de rekening is’

Michael De CockBeeld BELGA

De ontgoocheling was groot toen het laatste overlegcomité de cultuursector op slot deed, de verbazing nog groter toen de Raad van State de deur weer opende. Tussen hoop en wanhoop hield Michael De Cock, artistiek directeur van de Brusselse schouwburg KVS, een dagboek bij over een week zonder cultuur – op een stukje politiek theater na.

Redactie

Woensdag 22 december: Déjà vu

Overlegcomités zijn als het einde van een veel te lang soapseizoen. Alle ongeloofwaardige plottwists en middelmatige acteurs ten spijt, blijft iedereen kijken.

We hangen nog in de touwen van het vorige overlegcomité of daar is er al een nieuw. Het is dan ook met enige nervositeit dat ik naar deze dag heb toegeleefd. Dit jaar strompelt naar zijn einde als een 100-jarige zonder rollator.

De vorige beslissing, om de publieksaantallen tot 200 te beperken, kwam als een donderslag bij heldere hemel. Compleet absurd en onbegrijpelijk. Een kleine zaal is niet te vergelijken met een grote. Experten en politici weten dat. Een kind begrijpt het. Maar of het comité ook het gezond verstand heeft om de beslissing terug te draaien?

Nee dus. Het overleg is amper begonnen en het nieuws lekt al. Cultuur ligt op de slachtbank. Wat? Hoe kan dat? En hoe kan het zo snel beslist zijn? Ik voel me bedrogen en vernederd. Hoe kun je dit in vredesnaam verdedigen? Terwijl het leven buiten verdergaat, cafés en restaurants vol zitten en kerstmarkten à gogo georganiseerd worden. Solidair? Graag, maar dan met z’n allen. Hoe kun je de transmissie verminderen door alleen schouwburgen te sluiten? Welke verwaarloosbare minderheid viseer je dan eigenlijk? Mijn telefoon ontploft van de verontwaardigde berichten.

Ik ben verbouwereerd om zoveel onrechtvaardigheid en heb een akelige déjà vu terwijl ik door de gangen van het theater loop. Zelfde plek, maart 2020, werd hier in de lift een papier opgehangen waarop stond dat we drie weken geen voorstellingen zouden tonen. We bleven uiteindelijk maanden dicht, om eigenlijk nooit helemaal weer open te gaan.

We zitten met een handvol mensen in Café Congo, eten taart en klinken op een verjaardag. Iemand kleeft met een witte servet een geïmproviseerde kerstbaard onder het gezicht van Alexander De Croo, en zet daarna een rood hoedje op zijn hoofd. Het leven, een poppenkast. De politiek, een kleutertuin.

Op mijn telefoon stromen de eerste vragen van journalisten binnen. ‘Wat zeg ik hen’, vraag ik aan Nadia, ons hoofd communicatie. We overleggen even. Ik ga op het terras staan en zie hoe op een winterse Arduinkaai Els Dottermans en Han Kerckhoffs komen aangelopen. Die komen virtuoos ambras maken op tekst van Tom Lanoye. ‘Wie is bang?’ Wie niet, Tom, wie niet? Het is iets over zes. Misschien moesten wij dat ook maar eens gaan doen. Virtuoos ruziemaken.

Dezelfde avond beginnen er WhatsApp-rondes met Stany Crets, Frederik Sioen en Katrien Reist van State of the arts (SOTA) die op hun beurt met octopusarmen naar collega’s, vrienden en achterban appen. Zo groeit verzet in de 21ste eeuw: in chatgroepen en virtuele kamers. ‘Of we niet eindelijk de straat op moeten?’ Ik ben niet zo’n betoger. Ik word al moe bij het idee alleen al, laat staan dat ik een betoging mee zou organiseren. Pro’s en contra’s worden gewikt en gewogen. Gaan mensen komen? Is nu het moment? ‘Als er maar vijftig man komt, maak je je belachelijk’, zegt iemand. Nee, nee! Het momentum is nu. Dat voel je toch. Vier uur later – het is lang na middernacht – hebben we geen beslissing maar wel een plan: zondag 26 december om 14 uur op het Muntplein.

'We zijn uniek: er is geen ander land in Europa te vinden waar cultuur het kind van de rekening is'  Beeld Photo News
'We zijn uniek: er is geen ander land in Europa te vinden waar cultuur het kind van de rekening is'Beeld Photo News

Donderdag 23 december: OH Bernard!

Ik bel voorzichtig naar Sarah Vandecruys, kabinetschef van Brussels burgemeester Close, om te zeggen dat we vanuit de cultuursector een manifestatie plannen. Die verantwoordelijkheid moet ik als artistiek leider van het Brusselse Stadstheater op mij nemen.

Een uur later sta ik met een VTM-journaliste naast een CO2-meter in onze schouwburg. Ik overleg nog snel met Katrien. ‘Nu al zeggen dat we een nationaal protestevent doen? Het is meteen wel heel breed dan.’ ‘Wacht nog even,’ zegt ze, ‘we delen het nu op de socials. We krijgen het nog wel gecommuniceerd.’

‘Oké, ik zeg nog niets.’

‘Er is volgende zondag een bijeenkomst in Brussel, staat op de facebookpagina van Stany Crets,’ zegt de journaliste wanneer ik, nauwelijks 30 seconden later, bij haar sta om het interview te beginnen. Ze toont me het scherm van haar telefoon. ‘Kijk, het komt net binnen via een pushbericht van Gazet van Antwerpen.’ Zo snel reist nieuws in de 21ste eeuw.

Die avond ga ik naar de laatste ‘Norma’ van Bellini kijken in de Munt. De opera met de wereldberoemde aria ‘Casta Diva’. De voorstelling van volgende zondag is na de uitspraak van het overlegcomité afgelast. De foyer is gesloten. Buiten op de trappen krijgen mensen wijn of chocomelk en speculoos. Het gonst hier van de verontwaardiging. Een vreemde energie. Ik ken de woede van de sector, maar deze keer is het anders en werkelijk overal. Na de voorstelling zingt het koor een ingetogen versie van ‘Stille nacht’. Kippenvel in de zaal.

Ik drentel door de straten van Brussel. Sluitingsuur voorbij. Op de terugweg krijg ik telefoon van Katrien Reist. De betoging dreigt uit onze handen te glippen. Massaal gedeeld en gerecupereerd door mensen met foute bedoelingen. De actie wordt te groot, en wij worden schijtnerveus. Ik bel even met Stany. Waar zijn we aan begonnen?

En dan is er, naast de waan van de dag, het echte leven, en wat er echt toe doet. Bernard Dewulf is gestorven. Ik ben er niet goed van. Ik zag hem in een vorig leven geregeld bij de bakker. Hij, vaak weggedoken in de kraag zijn jas, wij allebei de slaap nog in de ogen. Ik hield van hem en onze ontmoetingen. We hadden ooit een plan om iets te doen in het theater. Het is er nooit van gekomen.

Vrijdag 24 december: Mort des arts

Politie aan de lijn. Het Muntplein is niet geschikt, vertelt ook Sarah me. Te klein, oncontroleerbaar en de Nieuwstraat is nauwelijks af te sluiten. Of we niet willen overwegen om uit te wijken naar de Kunstberg. De politie verwacht nu al 5.000 man.

Hoe krijgen we dit in godsnaam gecommuniceerd? De facebookpost werd al massaal gedeeld. Binnen 48 uur moeten we er staan. Ik bel Peter de Caluwe van de Munt. Iedereen heeft hetzelfde idee. Rellen en gedoe is het laatste wat we willen. Maar dit moet. We geven onszelf twee uur de tijd om alles af te kloppen. Dan moet de nieuwe communicatie naar buiten dat het de Kunstberg wordt. Ondertussen denken we aan de line-up. We maken een korte bijeenkomst met een paar artistieke interventies, maar geen festival. Zwangere Guy? Angèle? Wie vragen we? En vooral: wie kunnen we hiermee lastigvallen op kerstavond?

Tussen alle berichten en een digitaal overleg door, doe ik de laatste kerstboodschappen. Drie dichtbundels voor mijn dochter in Passa Porta, en voor mijn skatende zoon een plaat van Zwangere Guy. De aankoop in een Chinese theewinkel breekt het ritme van mijn dag. Ik hol al drie dagen rond, en zij pakken geschenken in met de zorg waarmee ze op een lome middag een kopje thee zetten. De uiterst vriendelijk eigenares – die voor covid, zo pocht ze, haar thee eigenhandig in Taiwan ging uitkiezen – stelt vast dat ik nerveus ben. Ik zeg haar dat dat niet onmogelijk is, maar dat ze zich daar niet te veel van moet aantrekken. Ik heb alle tijd, zeg ik terwijl ik met mijn bankkaart nerveus op de toonbank trommel. Ze werpt me een bedenkelijke glimlach toe.

'Ik ken de woede van de sector, maar deze keer is het anders en werkelijk overal' Beeld BELGAIMAGE
'Ik ken de woede van de sector, maar deze keer is het anders en werkelijk overal'Beeld BELGAIMAGE

Zaterdag 25 december: Verjaardag

Ik ben jarig, het is kerst en de hele ochtend is één doorlopende digitale vergadering, een race tegen de tijd. Mensen komen en gaan. Er wordt nauwelijks gediscussieerd of in vraag gesteld, er wordt beslist en gehandeld. Ieder vanuit zijn expertise. Waar op de Kunstberg gaat het door? Is er elektriciteit? Waar kan de pers terecht? Ook al springen we zonder valscherm, ik heb zelden zoveel efficiëntie bij elkaar gezien. Ik zal een voorstel voor de line-up coördineren. Wie spreekt als eerste? Is er voldoende taal en genderevenwicht? Katrien Vermeire (Event Confederation) – wat een kanjer – regelt een podium en een geluidsinstallatie op de tijd dat ik met mijn ogen knipper. Ann Van den Broek zal het koor van de musical ‘Rent’ bij elkaar proberen te harken. Michaël Pas voegt zich bij de vergadering voor de acteursgilde. Franstalige collega’s sluiten aan.

Ik nodig mijn vriend cineast Jaco Van Dormael uit om te komen spreken. Hij mag zijn huis niet uit, iets met quarantaine. Of hij niemand kent met een goeie speech in de mouwen? Bel Luc Dardenne, zegt hij, die heeft er in elke mouw één. Dardenne weet niet of hij er kan zijn. De Brusselse bioscopen blijven open en hij wil zien of alles goed verloopt.

‘Wat zal er nog allemaal gebeuren,’ vraagt Anne Teresa de Keersmaeker me wanneer ik haar vraag om mee te doen. Ik vertel haar over de actie, en hoe mooi ik haar interventie bij het afscheid van van Frie Leysen vond. Hoe de eerste regels van een sonnet van Shakespeare overgingen in beweging en dans. Ik ken haar niet goed genoeg om zeker te zijn, maar voel dat ze diep van binnen al beslist heeft.

Een politicus zei me ooit dat men het over jou en je thema’s moet hebben aan tafel. Als iedereen het erover heeft, dan staat het op de agenda. Ik heb dat gevoel. En mijn collega’s hebben het ook. Ik maak me dan ook al even totaal geen zorgen meer over de opkomst. Wel over de veiligheid. Ook op het familiekerstfeest heeft iedereen het erover. Van jong tot oud. De berichten op mijn telefoon blijven binnenlopen. Ik voel me schuldig dat ik niet helemaal aanwezig ben.

Twee uur later laat Anne Teresa De Keersmaeker me weten dat ze het publiek wil laten meedansen op ‘Santé’ van Stromae en op ‘The Sound of Silence’ van Simon and Garfunkel. Prachtig.

Zondag 26 december: And in the naked light I saw / Ten thousand people maybe more

Het is ijzig koud op de Kunstberg, Mort des arts, zoals iemand op sociale media schreef. Ik ontmoet mensen die ik tot dusver alleen uit zoommeetings ken. Een eind verderop regelt iemand een bureautje. Katrien zal er de hele dag niet meer vertrekken en vanachter haar computer de achterhoede aansturen.

Ik overloop het programma met moderator Annabelle Van Nieuwenhuyse. ‘Er zijn nog veel onzekerheden, maar als het fout loopt, moet jij het dichtlullen,’ vertel ik haar. Ze weet dat ze dat kan, maar ze is voor het eerst in haar leven nerveus, zegt ze me als ze een paar uur later de menigte vanaf het podium ziet staan. ‘Ik sta te trillen op mijn benen,’ lacht ze van opwinding.

Het plein loopt snel vol. De massa mensen die komt opdagen, is overweldigend. Franstalig, Nederlandstalig, collega’s en sectorgenoten en publiek… Het wordt een zinderende middag. Elektriciteit hangt boven de Kunstberg. Annabelle vraagt of we mogen starten. We willen niet langer wachten. Het begint te regenen. ‘De hemel huilt mee,’ zegt Stany. Na een welkomstwoord beleef ik het event naast het podium en de tijd raast voorbij. Een meute pers uit binnen- en buitenland staat aan het podium. Wat een overrompeling. 12.000 mensen. ‘Volgende week weer een feestje?’ vraagt Stany. We zijn uitgeregend en uitgelaten. Dit signaal kan niet ongezien blijven.

In het café van Bozar jaag ik een paar uur later de kou uit mijn botten. Het is er gezellig druk. Jaja. Geen tafel meer te bemachtigen, tenzij jullie willen eten... Het is half vijf, en dat deed ik nog niet vandaag. Gerda Dendooven trakteert voor mijn verjaardag, zegt ze. Ik laat gewillig begaan. Never waste free food. We praten over onze kinderen, haar studenten, en zeggen dat er een nieuwe generatie aankomt die radicaal anders denkt dan wij. Het is een wedstrijd die je niet moet willen winnen.

Stany Crets Beeld Photo News
Stany CretsBeeld Photo News

Maandag 27 december: En nu?

De scheuren in de politieke fracties zijn niet te tellen. In elke partij pleiten nu politici voor een heropening. Niemand wil de verkeerde beslissing op zijn geweten hebben. Op Twitter wordt gediscussieerd over of een parlementariër van een meerderheidspartij wel of niet op straat mag komen tegen een beslissing van de regering. Politicoloog Carl Devos vindt dat ze er dan naar moeten handelen. Een aantal roept dat het ook nooit goed is. Wat wil men nu, particratie of onafhankelijkheid? Twitter dus. Cultuur is talk of the town. De onzin die dat nu en dan met zich meebrengt, zullen we er maar bij nemen.

Met een scherm vol collega’s uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel bereiden we de meeting met minister Vandenbroucke voor. De eisen zijn duidelijk: samenroepen van een overlegcomité en onmiddellijke heropening, zodat de talrijke theaters die nu nog open zijn, niet langer in de illegaliteit werken. En eindelijk, na al die maanden een plan op poten zetten dat niet met absolute maar proportionele publiekscapaciteit rekening houdt. De stellingen zijn ingenomen. Een krachtdadig persbericht ligt al klaar.

De waarheid is niet meer dan een scenario dat nog voltrokken moet worden. De werkelijkheid is niet meer dan slecht geordende fictie.

Dinsdag 28 december: Just Belgium

Er zijn vele werelden. Die van de verbeelding, die van de economie, die van de zorg, die van het theater. En dan is er die van de politiek. Een wereldje van perceptie en gelijkhebberij, van koehandeltjes, armworstelen en strategieën.

Wat te zeggen over het twee uur durende overleg met de minister van Volksgezondheid? Dat het een lange vergadering was. Dat ze soms kil was, en soms weer begripvol, dat er een entente gezocht werd maar nauwelijks gevonden. Dat het emotioneel was, nu en dan. Vandenbroucke heeft het over omikron en hoe moeilijk de variant in te schatten is. Maar waarom dan één van de veiligste sectoren sluiten? Hij behoort niet tot de school politici die graag sorry zeggen, had iemand me gewaarschuwd. Ook al geef ik meer om morgen, het zou geen onaardig begin zijn.

Politiek is ook: creatief zijn met taal. Na meer dan twee uur vergaderen met Frank Vandenbroucke gaan we naar buiten met een ‘minimale sokkel’. Een overlegcomité samenroepen kan hij niet, en wil hij niet beloven. Maar tijdens het eerste overleg wil hij vechten voor de sector en de heropening. En een stappenplan wordt eindelijk uitgerold. Samen met de sector.

Daarna overleggen de aanwezigen onder elkaar hoe het nu verder moet. De strategieën en reacties lopen uit elkaar. De één zegt dat het een schot voor de boeg was, de ander dat het een kans is die we moeten aangrijpen. Veel Franstalige collega’s voelen zich bedrogen.

Ik praat met Milo Rau, die belt vanuit Keulen en daar de avond voordien een voorstelling bijwoonde. We zijn uniek in Europa, het moet gezegd: er is geen ander land te vinden waar cultuur het kind van de rekening is en als eerste en enige gesloten wordt.

Het is de Raad van State, die als een ware deus ex machina, met het snelste arrest ooit een einde maakt aan deze farce. Een arrest dat de hele zaak weer naar af stuurt en de politiek met de billen bloot en het schaamrood op de wangen achterlaat. Het nieuws slaat in als een bom. We mogen weer spelen! Wanneer? Morgen al! Ik kan het nauwelijks geloven. Van een vergadering die ons verdeeld achterliet, tot een onverdeelde triomf.

Het regent in de Brusselse binnenstad. Die avond ga ik met twee dochters los in de stad. Reuzenrad op 5-4, zoals mijn dochter en haar vrienden Sainte-Catherine, het Sint-Katelijneplein, in sms-slang noemen, ijs bij Gaston ook al is het barkoud en worden we zeiknat, en daarna naar de film, omdat het nog niet mag. Er komt een dag dat we ons zullen herinneren dat naar de film gaan clandestien was en dat de zalen openhouden een daad van verzet was. En hopelijk komt er ook een dag dat niemand daar nog iets van zal begrijpen.

‘We zijn weer open! Welcome to absurdistan,’ appt Milo Rau me, met een smiley achteraan.

‘Just Belgium kerel,’ stuur ik hem terug. ‘Just Belgium.’

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234