'Zodra je je 's ochtends gewassen hebt, is het om zeep en ben je nergens meer goed voor – dat is algemeen bekend.' Beeld Philippe Matsas/Opale/Leemage
'Zodra je je 's ochtends gewassen hebt, is het om zeep en ben je nergens meer goed voor – dat is algemeen bekend.'Beeld Philippe Matsas/Opale/Leemage

'anéantir'Michel Houellebecq

Michel Houellebecq: ‘Ik ben een aandachtshoer, ik schrijf om geliefd te zijn en bewonderd te worden’

De eerste literaire sensatie van 2022 is een feit: Michel Houellebecq (65) heeft net ‘Anéantir’ uit, zijn achtste roman, en de eeuwige pessimist lijkt een dagje ouder geworden. Hij grossiert als vanouds in zwarte humor in het dystopische verhaal van een dolende kabinetsmedewerker, maar aan het einde wacht behalve de onvermijdelijke dood ook een zweem van liefde. ‘Het klinkt misschien ouderwets, maar ik wil mijn lezers aan het lachen en aan het huilen brengen.’

Jean Birnbaum

Op het onopgemaakte bed in zijn Parijse studio in het 13de arrondissement ligt Michel Houellebecq in een afgedragen jeans naast een pakje sigaretten, een aansteker, een asbak vol peuken, een afstandsbediening, een bril en een pyjama. Hij neemt een trek van zijn sigaret en wil iets zeggen, maar bedenkt zich plots: ‘Ik lig hier en jij zit daar, toch wel vreemd, nee? Nu heb ik het gevoel dat ik bij de psychiater op de bank lig.’

Zijn nieuwste roman, ‘Anéantir’, is een meeslepende politieke thriller van meer dan 730 pagina’s die gaandeweg in een metafysische meditatie uitmondt. Pagina na pagina wordt de lezer meegesleurd in de droomachtige avonturen van het hoofdpersonage Paul Raison, een 47-jarige topambtenaar bij het ministerie van Economie en Financiën, die zich geleidelijk aan uit zijn existentiële leegte kan losrukken en zich met zijn stervende vader verzoent. Dromen speelden al een belangrijke rol in Houellebecqs romans ‘Elementaire deeltjes’ en ‘Serotonine’, maar nu gebruikt hij ze voor het eerst systematisch.

MICHEL HOUELLEBECQ «Ik ben niet zo geïnteresseerd in Freud. Er valt wel één en ander op hem en op zijn werk aan te merken, maar ik ben wel echt geboeid door dromen, en ik ben erg blij dat ik er zoveel in ‘Anéantir’ heb kunnen stoppen. Alle fictie ontstaat uit dromen. Daarom is iedereen volgens mij een schepper, want iedereen knutselt voortdurend verhalen in elkaar met echte en gefantaseerde details. Dat kan ik niet genoeg benadrukken. Zodra ik wakker word, begin ik te schrijven, want dan zweef ik nog in een nachtelijke sfeer en hangt er nog iets van die droomwereld rond me. Pas daarna neem ik een douche, want zodra je je gewassen hebt, is het om zeep en ben je nergens meer goed voor – dat is algemeen bekend.»

Op zijn bed in zijn rokerige hol heeft Michel Houellebecq ‘Anéantir’ bij elkaar gedroomd. Zijn bureau is maar één stap ver. Aan de muur van de spaarzaam bemeubelde studio hangen enkele foto’s die hij er tijdens het schrijven op heeft geplakt. Op één ervan staat minister van Economie en Financiën Bruno Le Maire in zijn kabinet, waar Houellebecq vele uren heeft geijsbeerd – de labyrintische gangen van het ministerie komen ook voor in één van de dromen van Paul Raison. Op een andere foto staat de kerk van Notre Dame-de-la-Nativité in Bercy, daar in de buurt vindt Paul de bevestiging dat hij weinig talent heeft om hoopvol te zijn.

En ook Carrie-Anne Moss, de actrice die Trinity speelt in ‘The Matrix’ – naar haar is Prudence gemodelleerd, de vrouw van Paul en één van de mooiste personages in ‘Anéantir’. Op een andere foto is een ziekenhuiskamer te zien waarin patiënten in een vegetatieve toestand worden verzorgd – net zoals de vader van Paul, Edouard Raison, een voormalige geheim agent die door een hersenbloeding is getroffen, op het moment dat de wereld wordt gedestabiliseerd door een reeks mysterieuze cyberaanslagen. En er hangen landschappen van de Beaujolais, groene heuvels en de scharlakenrode wijngaarden, waar in de roman de aangrijpende hereniging van Paul met zijn vader plaatsvindt. Houellebecq moet gezien hebben dat ik ernaar kijk: hij springt op om een kurkentrekker te zoeken.

HOUELLEBECQ «Witte wijn is het lekkerst, vind je ook niet? Ik moet toegeven dat ik een beetje een alcoholist ben. Wil je iets drinken? (lacht ondeugend)»

Ik wil het meteen over een sleutelscène in ‘Anéantir’ hebben: Paul zit bij zijn vader in het ziekenhuis en heeft het over zijn relatie met Prudence, die in het slop is geraakt, en over Bruno Juge, de minister met wie hij goed bevriend is en voor wie Bruno Le Maire model heeft gestaan. Plots bekent Paul dat hij betreurt dat hij geen kinderen heeft, en ‘hij was zelf geschokt toen hij die woorden uit zijn eigen mond hoorde komen’.

HOUELLEBECQ «Weet je, als ik de drukproeven van een roman corrigeer, kan ik alles verwijderen wat ik wil. Er staat van alles in dat ik niet van plan was te schrijven, en dat ik er toch in laat. Dat fragment is er één van. Ik had het kunnen schrappen, maar ik heb het niet gedaan.»

– Ook het fragment over de baby die de zus van Prudence haar op een dag komt aanbieden, hebt u behouden. Prudence werpt zich gretig op de baby en loopt ’m de hele dag te wiegen.

HOUELLEBECQ «Als Prudence dat doet, is dat eigenlijk niet omdat ik dat wil. Het is de interne logica van het personage. Die twee gebeurtenissen heb ik niet vooraf gepland, ze drongen zich gewoon op. Als je alles wat ik schrijf ernstig wilt nemen, moet je er wel van uitgaan dat de personages zelfstandig handelen, hoe irrationeel dat ook moge klinken.»

– U ziet literatuur als een voortzetting van uw dromen. Is het ook geen manier om de dromerige gevoeligheid te proberen behouden die van een kind onbewust een dichter maakt? Dat is toch wat Jean Cohen beweert, de taaltheoreticus die u erg bewondert.

HOUELLEBECQ «Als ik loop, maar dat doe ik bijna nooit meer, word ik weer een kind. Toen ik heel jong was, stapte ik niet: als ik ergens wilde zijn, rénde ik ernaartoe. Maar op een gegeven moment ben ik daar wel mee gestopt.

»Als ik nu poëzie schrijf, ben ik minder zelfverzekerd. Nochtans hoef ik maar aan mijn jeugdjaren te denken, of het onderscheid tussen realiteit en fictie begint al te vervagen. Het eerste boek dat een diepe indruk op mij heeft gemaakt, zijn de sprookjes van Hans Christian Andersen. Ik geloofde alles wat hij vertelde: voor mij was de kleine zeemeermin een echt bestaand wezen, en zelfs vandaag nog heb ik soms moeite om te geloven dat dat niet het geval zou kunnen zijn. Op dezelfde manier mis ik Prudence nu al. Maar naarmate je ouder wordt, is het steeds moeilijker om je bewustzijn te negeren. Toen ik jong was, zaten veel mensen aan de drugs – ik heb trouwens de indruk dat dat nu opnieuw het geval is. We proberen te ontsnappen aan de werkelijkheid, omdat je niet tegelijk helder van geest kunt zijn en bestand kunt zijn tegen het leven.»

In november vorig jaar las Michel Houellebecq zijn gedichten voor tijdens een klank- en lichtshow in de Rex Club in Parijs, samen met drie jonge acteurs. De sfeer was zweverig, de elektronische muziek van Traumer, het publiek enthousiast. Het zoog de ene tekst na de andere op en Houellebecq leek er wel kracht uit te putten.

HOUELLEBECQ «Ik ben al lang geleden begonnen met gedichten in het openbaar voor te lezen. Toen al waren de mensen verrukt. Ik deed het vooral om indruk op de meisjes te maken, meer moet je er niet achter zoeken. Ik wilde laten zien dat ik een interessante knul was, want anders kon je dat niet zo meteen merken (glimlacht). Eigenlijk ben ik een aandachtshoer, ik schrijf om applaus te krijgen. Niet voor het geld, maar om geliefd te zijn, bewonderd te worden.»

– Ik zou u wel willen geloven, maar ik heb toch vooral het gevoel dat u in uw boeken meer dan ooit zoekt naar een vorm van hoop, of toch naar morele waarden. In ‘Anéantir’ loopt er maar één echt kwaadaardig personage rond, de journaliste Indy.

HOUELLEBECQ «In tegenstelling tot wat een beroemde boutade je wil doen geloven, schrijf je pas goede literatuur als je je goed voelt. De hele 20ste eeuw lang waren schrijvers gefascineerd door het kwade. Maar je hoeft het kwaad helemaal niet op te hemelen om een goede schrijver te zijn! In mijn boeken snap je meteen wie de slechteriken zijn en wie de goeden, net als in de sprookjes van Andersen. Er zitten maar heel weinig schurken in ‘Anéantir’, daar ben ik heel blij mee. Pas als er geen enkele slechterik meer rondloopt in een roman van mij, zal ik die geslaagd vinden.»

TRANEN MET TUITEN

De sfeer in zijn kleine studio is veel vrolijker dan ik vooraf had verwacht, maar plots strekt Michel Houellebecq zich uit als een vermoeide tiener. Hij gaat languit op bed liggen, zwijgt een hele tijd en zegt dan: ‘Er is natuurlijk wel nog altijd de dood.’

HOUELLEBECQ «Thomas Bernhard heeft er uitgebreid over geschreven, en Pascal formuleert het nog briljanter: als je aan de dood denkt, wordt al het andere belachelijk. Prudence is zich daar erg goed van bewust.»

Zij heeft net als haar man aan de eliteschool ENA gestudeerd voor ze bij de financiële inspectie ging werken. Ze lijkt alle vreugde en tederheid te hebben opgegeven, en het koppel leeft naast elkaar. Paul volgt de terroristische acties tegen zijn vriend de minister op de voet, met als hoogtepunt een in scène gezette onthoofding. En er is de campagne voor de presidentsverkiezingen: Bruno Juge is running mate van de tv-ster Benjamin Sarfaty, die erg populair is bij tieners. Inhoudelijk is die een zwakke kandidaat, maar dat moet de zittende president de mogelijkheid geven daarna een derde termijn te ambiëren. Maar dat interesseert Prudence allemaal niet. Voor haar is slechts één vraag van belang: wanneer zal Paul eindelijk een greintje menselijkheid tonen, zijn vrouw gelukkig maken en zijn vader genadig helpen te sterven?

HOUELLEBECQ «Vaak denkt de schrijver dat hij zijn personages onder controle heeft, maar eigenlijk gebeurt het omgekeerde. Je kunt dat bijvoorbeeld heel duidelijk zien in ‘Boze geesten’ van Dostojevski. Hij wilde een boek schrijven tegen het nihilisme en links in Rusland en portretteert de samenzweerders eerst als demonen, maar op een gegeven moment beginnen ze een buitengewone verleidingskracht te vertonen. Mij is hetzelfde overkomen: als ‘Anéantir’ op het einde een andere richting uitgaat, is dat omdat ik Prudence steeds leuker begon te vinden.»

– Ze evolueert van een fragiel wezen dat in een kinderpyjama in bed ligt, tot een zelfverzekerde vrouw die geen blad voor de mond neemt, haar onverschilligheid laat varen en Paul weer durft aan te raken.

HOUELLEBECQ «Hm? Tiens, ik dacht dat ik nog sigaretten had, een momentje… Ha, hier liggen ze. Ik zat me net te bedenken dat we het nog steeds niet over Éric Zemmour gehad hebben (Franse populistische presidentskandidaat, red.).»

– Dat is waar. Het kan nog altijd, maar kan u dat wat schelen?

HOUELLEBECQ (zacht) «Nee, eigenlijk niet.»

'Nog op mijn sterfbed zal ik gedichten en pamfletten schrijven – tegen euthanasie, bijvoorbeeld.' Beeld Nicolas Portnoi
'Nog op mijn sterfbed zal ik gedichten en pamfletten schrijven – tegen euthanasie, bijvoorbeeld.'Beeld Nicolas Portnoi

– U gaat door voor een gedesillusioneerde, zelfs cynische schrijver, maar ik ken niemand die zo de lezer kan ontroeren met zijn tedere humor en mededogen. Ik vind ‘Anéantir’ uw ontroerendste boek tot dusver.

HOUELLEBECQ «Toen ik klein was, las ik ‘Of Human Bondage’ van William Somerset Maugham (vertaald als ‘Gekluisterde levens’, red.), en bij de laatste pagina’s stroomden de tranen over mijn wangen. Hetzelfde met ‘The Pickwick Papers’ van Charles Dickens, ik heb sindsdien nooit meer zo gelachen met een boek. Het klinkt ouderwets, maar ik probeer met mijn romans altijd mensen aan het lachen en het huilen te brengen. En als ik daar niet in slaag, ben ik niet gelukkig.»

Het gesprek valt even stil, het is tijd om de glazen bij te schenken en naar opkringelende sigarettenrook te kijken. Meer heeft hij niet nodig om weer op gang te komen.

HOUELLEBECQ «Mag ik een streepje theorie doceren? Een andere auteur die ik onbegrijpelijkerwijs nog niet heb vermeld, is Schopenhauer. Hij onderscheidt drie soorten tragedies: bij de eerste wordt de tragische context geschapen door uitzonderlijke omstandigheden, bij de tweede door personages van uitzonderlijke slechtheid, en bij de derde wordt de tragedie veroorzaakt door het simpele bestaan van de dingen. De meest verheven soort tragedie is voor hem die laatste, met doorgaans vrij sympathieke personages die eigenlijk wel van goede wil zijn. En ik ben het helemaal met hem eens.»

Eenvoudige mensen van goede wil komt Houellebecq gewoon om de hoek tegen. Hij vraagt hen uit en ze antwoorden vaak dat hun leven geen enkele zin heeft, en hij probeert hen van het tegendeel te overtuigen.

HOUELLEBECQ «Dat gebeurt erg vaak sinds ik beroemd ben. Ik ben beroemd, hoor, je weet dat toch? (lacht)»

Hij neemt gretig in zich op wat mensen hem vertellen. Het is essentieel voor hem, om zijn personages te kunnen smeden.

HOUELLEBECQ «Iedere mens is voor zichzelf een vreemde. Als ik mezelf wil leren kennen, heb ik de ogen van anderen nodig. Ze rukken mijn masker af en onthullen de naakte waarheid. Ik ben maar één van de ontelbaren, wachtend op zijn executie, terwijl de dood op de commandobrug staat.

»‘Anéantir’ is ontstaan uit onvrede met mijn roman ‘De kaart en het gebied’. Daarin wilde ik de dood behandelen zoals die het vaakst voorkomt: iemand wordt ziek en sterft. Daar wilde ik het over hebben. Iedereen gaat ooit dood, maar ik wilde er geen drama van maken, behalve dat van de dood zelf. Maar ik was maar half tevreden.»

Met ‘Anéantir’ heeft Houellebecq er een mouw aan proberen te passen. Het is de naderende dood die Paul en Prudence weer bij elkaar brengt, die Paul ertoe drijft met zijn vader Edouard te spreken en in extremis cruciale woorden over zijn lippen te krijgen. Wanneer hij in het ouderlijke huis rondsnuistert, ontdekt hij dat zijn vader van exquise wijn hield, en ook dat hij boeken van Joseph de Maistre las, een sleutelfiguur van de contrarevolutie.

HOUELLEBECQ «Zelf heb ik ontdekt dat mijn vader aan het einde van zijn leven een royalist was geworden. De vader-zoonrelatie in dit boek is trouwens een afspiegeling van de relatie die ik met mijn vader had. Ik lijk enorm op hem, al van toen ik een baby was. Van mijn kinderfoto’s zeiden mensen: ‘Dat is jouw vader!’ En hoe ouder ik word, hoe meer ik eruitzie zoals hij. De kans is groot dat ik aan dezelfde kwalen zal sterven, een gesukkel met hart en bloedvaten. Doodgaan is niet zo erg, maar hij zag steeds slechter, en ook ik heb nu problemen met mijn ogen. Daarom heb ik erop aangedrongen dat de drukker voortaan een grotere letter gebruikt voor mijn boeken (glimlacht)

– ‘Anéantir’ is erg verzorgd uitgegeven, als een boek dat de tand des tijds moet doorstaan. Het lijkt wel een knipoog naar de eeuwigheid, maar bent u niet nog wat te jong om de blik naar de uitgang te richten?

HOUELLEBECQ (ontwijkend) «Ik zal ooit sterven, maar de dood doet me niets. Dat is niet zo uitzonderlijk, hoor. Mensen zijn veel minder bang voor de dood dan algemeen wordt aangenomen, misschien omdat ze niet meer hopen op een hiernamaals. Ze trekken hoogstens een ongemakkelijke grimas. Met Kerstmis kreeg ik berichtjes van vrienden van me, reactionaire katholieken, die zeiden dat ze voor me hadden gebeden. En ik denk dat ze het nog menen ook, is dat niet ontroerend? Er lopen dus mensen rond die geïnteresseerd zijn in mijn zielenheil, dat vind ik toch een bijzondere uiting van vriendschap. Ze hopen dat ik door de goddelijke genade zal worden aangeraakt. Maar is dat nog wel iets voor mij?»

– Denkt u dat u ooit zult stoppen met schrijven?

HOUELLEBECQ «Nee, dat komt nooit in me op. Of ik nog een roman zal schrijven, dat is een andere vraag, want het is toch een zware inspanning. Het is een fysieke beproeving om geruime tijd met je personages te leven, en vanaf een bepaalde leeftijd zal ik dat misschien niet meer kunnen. Maar helemaal stoppen zal ik nooit doen. Nog op mijn sterfbed zal ik gedichten en pamfletten schrijven – tegen euthanasie, bijvoorbeeld. Ik zal blijven krabbelen tot het einde.»

© Le Monde

Michel Houellebecq, ‘Anéantir’, Flammarion.
De vertaling verschijnt in het najaar bij De Arbeiderspers.

null Beeld Flammarion
Beeld Flammarion

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234