Michel Nihoul is overleden: wie was dit vermeend lid van de bende van Marc Dutroux?

Michel Nihoul (78) is overleden. Nihoul heeft de uitdrukking 'ik heb een arm zo lang als de Donau' bedacht. Zijn vriendenkring bestond uit ministers en prostituees, magistraten en moordenaars. Zíjn politieke connecties en seksfeesten dreven het Dutroux-onderzoek in de richting van de netwerken. Hij werd nipt vrijgesproken voor betrokkenheid bij de ontvoeringen van kinderen, maar kreeg een celstraf van vijf jaar voor drughandel en bendevorming. Hij kwam in 2006 vrij.

(Verschenen in Humo 3266 op 8 april 2003)


Lees meer over de zaak Dutroux ☞

Brussels zakenman, stamgast op chique partouzes, oude bekende in politieke kringen, bon-vivant, voorzitter van een vrolijke club bierdrinkers, oplichter... Zo leert het grote publiek Michel Nihoul in augustus '96 kennen.

In Brusselse gerechtskringen is de man al veel langer bekend. Sinds de jaren '70 stapelt hij de ene veroordeling na de andere op wegens frauduleuze faillissementen en het uitgeven van ongedekte cheques. In 1989 wordt hij aangehouden omdat hij enkele miljoenen van de liefdadigheidsvereniging SOS Sahel in zijn eigen zakken heeft laten verdwijnen.

De krant La Dernière Heure bekroont de oplichter met de beeldrijke titel 'Prince des nuits Bruxelloises', en schetst een nog altijd erg herkenbaar portret: 'Letterlijk en figuurlijk een gewichtig man, die Jean-Michel Nihoul. Van het soort dat journalisten aanklampt, hen uitnodigt op restaurant, hun zesendertig scoops belooft waar nooit iets van komt. Het soort dat zijn wereld kent, zich in alle milieus als een vis in het water beweegt, steeds met ongelooflijke voorstellen op de proppen komt en de regel naleeft nooit ergens onopgemerkt voorbij te komen.' (DH, 27 januari 1989)

De krant La Lanterne omschrijft Nihoul diezelfde dag als 'een man die achter de coulissen de 'delicate' onderhandelingen voerde voor politici die in de kijker liepen.'

Ook de Antwerpse lobbyist Raoul Stuyck kruiste het pad van Nihoul al jaren. In René De Wittes boek 'De familie De Clerck, en haar verstopte miljarden' wordt hij geïnterviewd.

RAOUL STUYCK «Nihoul kon vrouwen leveren. Dat wisten we. Geen basse classe, maar vrouwen met een zekere standing. Ik zeg het niet graag, maar Nihoul was in zekere zin 'de Stuyck van Brussel'. Ik heb zijn hulp wel eens gevraagd omdat hij contacten had in Franstalige politieke kringen, bij de PSC en de PS. Men had mij gevraagd een ontmoeting te regelen tussen Roger De Clerck en André Cools. Ik heb naar Nihoul gebeld, die het nodige gedaan heeft.»

Drie maanden na Nihouls arrestatie in de zaak-Dutroux, eind '96, komt het proces-SOS Sahel eindelijk voor de rechtbank. 'Ik geniet bescherming van het soort waar je niet over praat,' verkondigt Nihoul tijdens de zitting. In het gerechtelijk dossier zit ook een proces-verbaal waarin Nihoul er zich op beroemt 'dat hij dankzij een ministeriële interventie aan een gevangenisstraf was ontsnapt.' Pas jaren later, in 2002, wordt duidelijk wat hij daarmee bedoelt: er komt een oude brief boven water waaruit blijkt dat minister van Nationale Opvoeding Joseph Michel (PSC) in 1979 tussenbeide is gekomen om Nihoul vrij te krijgen.

In de jaren tachtig organiseert Nihoul een aantal verkiezingsactiviteiten voor Brusselse PSC-politici, zoals de advocaten Jean-Paul Dumont en Philippe Deleuze. 'Via Deleuze heb ik Paul Vanden Boeynants leren kennen, die toen partijvoorzitter was,' zegt Nihoul. Een getuige uit de directe omgeving van Nihoul beaamt dat de Brusselse zakenman en de ex-premier geregeld samen aan de dis aanschoven. VdB's vroegere chauffeur, Henri B., herinnert zich daar niets van, maar heeft wel gehoord dat Nihoul 'de rechterhand was van Baron de Bonvoisin.' Vanden Boeynants zelf vindt het niet eens de moeite de vraag of hij Nihoul kent te beantwoorden. De zaak-Dutroux doet hij af als een fait-divers: 'Het gaat over enkele perverse individuen, niet over een georganiseerde bende,' zegt hij in een interview met La Libre Belgique in november 1997.

Inmiddels blijft Nihoul goochelen met namen van 'bevriende' politici: François-Xavier de Donnéa, Claude Eerdekens, Jean-Claude Van Cauwenberghe, justitieminister Jean Gol, Serge Kubla (voormalig Waalse minister van Economie, red.)... 'Die heb ik leren kennen in de Brusselse seksclub Les Atrébates. Vandaag zegt hij dat hij me niet kent, maar toen tutoyeerden we elkaar.'


Jean-Michel Bruxelles

Dankzij zijn contacten op het kabinet-Gol runt Nihoul in de jaren '80 samen met Annie Bouty een lucratieve handel in verblijfsvergunningen voor Afrikanen. Hij is in die dagen erg close met de Franstalige liberalen, en installeert zich in september '85 zelfs in de Brusselse Rogiertoren op dezelfde verdieping als het liberale hoofdkwartier. Hij huurt er ruime kantoren om zijn eigen radiostation te beginnen, 'Jean-Michel Bruxelles'. Hij richt een luxueuze studio in met geavanceerd materiaal, neemt 22 mensen in dienst en belooft de luisteraars exuberante geldprijzen. Omdat hij niets van dit alles betaalt, wordt de radio na enkele maanden weer opgedoekt.

Maar bij radio JMB moet het toch vrolijk zijn toegegaan, zo blijkt uit een brief van een beheerder van de Rogiertoren.

'Meneer Nihoul,

De conciërge van het gebouw heeft vastgesteld dat mensen die in de nacht van woensdag 16 juli 1986 gebruikmaakten van uw burelen op de 26de verdieping, braaksel hebben verspreid in de hele gang van aan de deur van uw burelen tot aan de wasbakken van de damestoiletten, die verstopt zitten.

De schoonmaakploeg heeft de gang schoongemaakt, u dient alleen nog te zorgen voor de ontstopping en de schoonmaak van de wasbakken...'

Tot aan zijn arrestatie in de zaak-Dutroux duikt de naam van Nihoul op in talloze oplichtingszaken, tot de vismaffia toe. De lijst van zijn medewerkers die door het gerecht gezocht of veroordeeld worden, is al even indrukwekkend: drugssmokkelaars, pedofielen, oplichters, bordeelbazen, een Franse moordenaar.

's Nachts maakt hij grote sier in het uitgaansleven. 'We hadden geld met hopen, en we hebben er goed van geprofiteerd,' herinnert zijn vriendin Marleen De Cockere zich. Altijd heeft Nihoul wel nieuwe plannen. Zo gaat hij op een dag op excursie met zijn vriend Pierre-Paul De Rycke, de baas van de Brusselse seksclub Jonathan, al even bekend om haar cliënteel als om haar confituurgevechten.

NIHOUL «We gingen een kasteeltje bezoeken in de streek van Hoei. Ik had plannen om er een klein, discreet hotelletje van te maken waar welgestelde mensen - bedrijfsdirecteurs en zo - een weekend zonder pottenkijkers met hun liefje konden doorbrengen. Een plaats waar ze niet het risico liepen op hun vrouw of een werknemer te botsen.

»De Rycke had een koppel meegebracht dat zich ook interesseerde voor het kasteel, maar dan om er een ontmoetingsplaats voor sadomasochisten van te maken. Ze zagen het al voor zich, compleet met kruisen, kettingen en schommels... Ik vroeg hen hoe de mensen gingen weten dat die plek bestond, en ze zeiden dat liefhebbers van het genre daar erg snel van op de hoogte zouden zijn. Weet u, die mensen zijn georganiseerd in een echt netwerk en wisselen informatie uit.»


De magere jaren

De jaren negentig brachten voor Nihoul nieuwe vrienden en nieuwe plannen mee. Hij besluit dubbel spel te spelen: hij gaat door met zijn oplichtingszaken, maar geeft ook malversaties aan bij de politie en verzekeringsmaatschappijen. Hij hoopt er misschien wat geld aan over te houden, maar vooral: bescherming. Nihoul wordt de man die in elke politiedienst wel een mannetje kent, en voor niets bang is. 'Bij mij komt er nooit een huiszoeking,' snoeft hij tegen zijn vrienden. 'De politie, daar werken postbodes die alleen maar goed zijn om te luisteren naar wat informanten hun vertellen.'

Begin september 1996 wordt in Neufchâteau de zoveelste Dutroux-verdachte aangehouden: rijkswachter Gérard Vanesse, die tot voor kort bij de BOB van Dinant heeft gewerkt. Vannesse is de runner (politieman die een informant opvolgt, red.) van Michel Nihoul, die hem - althans volgens Nihoul zelf - al schatten aan informatie heeft doorgespeeld over drugszaken en autotrafiek. Op het bureau van Vannesse vinden de speurders een merkwaardige nota: 'Lelièvre, pas toucher', gevolgd door een driehoek met uitroepteken.

- Kunt u wat meer uitleg geven bij de woorden 'Lelièvre, pas toucher'?

VANESSE « Nihoul had me informatie doorgespeeld over een drugssmokkel, en me verteld dat de inlichtingen van Michel Lelièvre kwamen. Hij vroeg me Lelièvre voorlopig met rust te laten, omdat hij hoopte nog meer informatie los te krijgen.»

- Dus toen u wist dat Lelièvre door de politie gezocht werd omdat hij nog zes maanden cel moest uitzitten, hebt u geen enkele poging gedaan om hem te arresteren?

VANESSE «Nee, ik had een andere strategie. Ik wilde zijn vertrouwen winnen en hem mijn bureau binnenlokken.»

- En hoe ging u dat doen?

VANESSE «Nihoul zou daarvoor zorgen.»

- U stelde vertrouwen in Nihoul?

VANESSE «Ja, omdat de inlichtingen die hij mij voordien had gegeven hun nut hadden bewezen.»

Op 12 juni 1995 was in een schuur in de streek van Dinant een gestolen Volkswagen Taro teruggevonden: Nihoul had de verzekeringsmaatschappij Royale Belge getipt, met het oog op een premie. Via Royale Belge komt Nihoul in contact met Dinantse BOB'er Gérard Vanesse, die het politie-onderzoek naar de gestolen VW Taro voert. Hoofdverdachten: David Walsh en Casper Flier, die de schuur gehuurd hebben.

Nihoul vertelt de BOB'er dat zijn informatie over de VW Taro van een zekere Michel Lelièvre komt, een jonge junk die nog wel meer interessante informatie kan leveren. Vanesse wil Lelièvre ontmoeten, en op 13 september '95 brengt Nihoul hem mee naar Dinant. Het verhoor van Lelièvre vindt plaats onder permanent toezicht van Nihoul. Hoewel Lelièvre op dat ogenblik gezocht wordt door de politie, verlaat hij de rijkswachtkantoren als een vrij man.

- Beseft u dat Michel Lelièvre door uw strategie straffeloos is gebleven?

VANESSE «Nee, ik heb hen niet beschermd. Het was gewoon mijn strategie.»

Uit het onderzoek blijkt echter duidelijk dat Vanesse ervoor zorgde dat Michel Lelièvre maandenlang ongemoeid bleef - zodat de jonge junk de handen vrij had om samen met Dutroux meisjes te ontvoeren.


Geen verhoor

Nihoul heeft BOB'er Vanesse inmiddels een andere gouden tip gegeven: elke week wordt er een halve kilo cocaïne uit Nederland in Dinant geleverd. Koerier: Casper Flier. Vanesse opent een nieuw dossier 'Flier & Co'. De eerste concrete tip van Nihoul gaat over een drugstransport naar Londen. Vanesse houdt zich klaar, maar op het laatste nippertje annuleert Flier de reis. Tip twee lijkt Vanesse nog interessanter: 'Flier wil de drugs naar Marokko smokkelen in een mobilhome, waarin hij een tachtigjarige dame zal vervoeren.' Opnieuw zit Vanesse op vinkenslag, maar vreemd genoeg laat Flier de mobilhome gewoon op een parking achter.

In Dinant wordt de onderzoeksrechter die zich met de gestolen Volkswagen Taro bezighoudt ongeduldig. 'Nog geen nieuws over Walsh en Flier?' vraagt hij aan Vanesse, die maanden wacht om hem te antwoorden. 'Walsh is onvindbaar,' schrijft hij in december '95, 'wij lanceren een opsporingsbericht. Wat Flier betreft, hij maakt deel uit van een discreet onderzoek door onze diensten naar een belangrijke drugssmokkel. Voor het goeie verloop van het onderzoek zou het zeer wenselijk zijn dat zijn verhoor over de gestolen VW Taro uitgesteld wordt.' Is Vanesse naïef? Het resultaat is in ieder geval dat Casper Flier ongemoeid blijft - omwille van een drugsonderzoek dat geen enkel resultaat zal opleveren.

De Brit David Walsh komt in april '96 boven water in Brussel met tien kilo speed en 5.000 xtc pillen, die hij in België wil verkopen. Een beetje naïef gaat hij aankloppen bij Michel Nihoul, 'om het weer goed te maken, na de streek die hij Nihoul destijds in Noord-Afrika heeft geleverd met de gestolen Mercedes.' Nihoul ziet zijn kans schoon: hij laat Walsh arresteren met de tien kilo speed. De xtc is op mysterieuze wijze verdwenen, wellicht in de zakken van Nihoul...

Nu Walsh aangehouden is, kan BOB'er Vanesse hem eindelijk ondervragen over de affaire van de gestolen VW Taro. De verhoren van Walsh en Casper Flier wijzen allebei in de richting van Michel Lelièvre. Maanden nadat Vanesse hem heeft ontmoet in zijn bureau, stelt de BOB'er een proces-verbaal op - 23 mei 1996 - waarin hij bijna juichend stelt 'dat hij erin geslaagd is de genaamde Michel Lelièvre te identificeren over wie Flier het in zijn verhoor heeft.' Het adres van de man is onbekend, maar Vanesse 'zal toch proberen hem te vinden.' Vijf dagen later ontvoeren Michel Lelièvre en Marc Dutroux de dertienjarige Sabine in Doornik.

Een maand later wordt de onderzoeksrechter nerveus: 'Mogen we hopen dat u ooit Michel Lelièvre gaat verhoren?' 'Binnenkort, monsieur le juge, binnenkort,' sust Vanesse. 'Nog even geduld: wij hebben vernomen dat hij is afgereisd naar Tsjechië om zijn vriendin bij te staan bij de bevalling van zijn kind.'

Op 13 augustus 1996 wordt Michel Lelièvre aangehouden in de zaak-Dutroux, nadat hij ook de 14-jarige Laetitia heeft ontvoerd. Hij is op dat moment nog steeds niet ondervraagd door de BOB van Dinant.


Te laat

Alles wat het onderzoek in Neufchâteau over Michel Nihoul heeft opgeleverd, kan op twee manieren gelezen worden: Nihoul was een goeie politie-informant, want hij gaf nuttige tips over de gestolen Volkswagen Taro en zorgde ervoor dat drugsdealer David Walsh de nor indraaide. Of: Nihoul spéélde de rol van informant om zichzelf en zijn vrienden te beschermen tegen gerechtelijke vervolging.

De duizend xtc-pillen die de Brusselaar aan Michel Lelièvre gaf, hadden te maken met de ontvoering van Laetitia de avond voordien. Of: het was puur toeval.

De talrijke telefoontjes tussen Nihoul en Dutroux hadden alleen maar te maken met de reparatie van Nihouls wagen. Of: ze gingen over meer.

Antwoorden geeft het dossier niet. Toch besliste de raadkamer in Neufchâteau in 2003 Nihoul niet naar assisen te verwijzen. Een twintigtal advocaten wees er in een open brief op hoe uitzonderlijk de beslissing van de raadkamer was: 'Normaal gezien wordt iemand al naar de rechtbank verwezen (in dit geval het assisenhof) als er ook maar de minste twijfel bestaat.'

Twijfels over Nihoul zijn er genoeg. Wat waren Nihoul en Dutroux van plan met hun handel in prostituees uit het Oostblok? Wat met de documenten waaruit bleek dat Nihoul interesse had voor de overname van twee seksbars in Mariakerke en Knokke? Wat met alle getuigen die Nihoul in Bertrix hebben gezien vóór de ontvoering van Laetitia? De mensen die hem in het gezelschap van Michaël Diakostavrianos hebben gezien? Of de getuigen die hem een week voor de ontvoering van Laetitia bij Dutroux thuis zagen?

En wat met dat rare zinnetje dat Nihoul zich op 23 juni 1997 tussen twee verhoren in liet ontvallen: 'Als u me had willen ondervragen over de moord op de kinderen, had u dat in het begin moeten doen. Alles is verdwenen. Het is te laat.'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234