Michelle Martin komt mogelijk vrij

Michelle Martin, de ex van Marc Dutroux, kan binnenkort vrijkomen - onder strikte voorwaarden. Martin diende vorige week een verzoek voor vervroegde vrijlating in. Humo kon in 2003 de hand leggen op een aantal politieverhoren. U kunt het volledige verslag hier opnieuw lezen.


Meer over Marc Dutroux »

- Hallo?

- Frédéric?

- Ja.

- Frédé, het is mama. Ik kom niet naar huis vanavond.

- Ik dacht het al.

- Luister, in principe kom ik morgen terug. De politiemannen moeten mij nog van alles vragen, maar maak je geen zorgen, het komt allemaal goed. Het duurt lang want de meneer hier moet alles met de typemachine noteren, zie je?

- Ja.

- Dus morgenvroeg, als je grootmoeder en je broertje wakker worden, reken ik op jou hè, Frédé. Blijf kalm. Ik heb alleen jou nog hè! Je bent al een grote jongen.

- Oké.

- Heb je alles goed afgesloten Frédé? De honden en het gas ook?

- Ja. Zeg mama, weet je wat de journalisten zeggen?

- Nee!

- Dat iedereen naar hier komt omdat jullie een kind ontvoerd hebben!

- Zeggen ze dat!?

- Ja!

- En jij gelooft hen!

- Sonia gelooft het niet, dus ik ook niet...

- Luister, ik bel je morgenochtend. Tot morgen he, ma puce.

- Slaapwel.

Het is al na middernacht, 14 augustus 1996, als Michelle Martin in de rijkswachtlokalen de hoorn neerlegt. Daags voordien is ze gearresteerd, samen met haar echtgenoot Marc Dutroux en zijn jonge junkievriend Michel Lelièvre. Net als Marc Dutroux wordt de vrouw nu al twee dagen non-stop ondervraagd over de ontvoering van de 14-jarige Laetitia Delhez. Ze weet van niks, zegt ze. Voor de rest krijgen de speurders weinig zinnigs te horen, behalve dat ze zich zorgen maakt over haar kinderen, die alleen thuis gebleven zijn met haar bejaarde moeder. Op de boerderij in Sars-la-Buissière bestiert de twaalfjarige Frédéric Dutroux intussen zelf het huishouden zo goed hij kan: de honden en de vogels te eten geven, zijn kleine broertje Andy van de straat houden, de telefoons van Michel Nihoul beantwoorden, de journalisten op een afstand houden en erop toezien dat zijn grootmoeder 'Mimie', de moeder van Michelle Martin, haar medicamenten op tijd neemt.


Geen foto's

- Zeg mama, er zijn een heleboel mensen die bellen en vragen naar jou of naar papa. Ze zeggen dat het dringend is.

- Ah ja. Maar luister, papa zit ook in de gevangenis hè, Fred.

- Ja, en waarom? Wat heeft hij gedaan?

- Ik weet het niet, want ik heb hem nog niet gezien.

- Wel, wat ze hem eigenlijk verwijten, is dat hij... Enfin mama, je weet best wel waarom ze hem in de gevangenis gezet hebben!

- Ja.

- Wel, wat dan?

- Ik moet ophangen, Dédé.

- Waarom? Jij weet dat toch? De gendarmes hebben me gezegd dat je het maar al te goed wist, en dat je zei dat je de waarheid wou weten!

- Ja. Zie je de journalisten daar nog staan?

- Nee. Maar ze waren er wel vanmorgen en gisteren.

- Luister, je geeft hun geen foto's, je geeft hun helemaal niks, begrepen?

- Maar nee mama, dat weet ik toch wel. Sonia en ik hebben hen naar nummer 51 in de straat gestuurd, maar er bestaat helemaal geen nummer 51...


Twee vuilniszakken

Het zal niet lang meer duren of de rue de Rubignies in Sars-la-Buissière loopt toch vol met journalisten. Wanneer drie dagen later de lichamen van Julie en Mélissa worden opgegraven, zijn de drie kinderen van Dutroux - Frédéric (12), Andy (3) en baby Céline (acht maanden) - in een home of ziekenhuis ondergebracht. Het met wrakken bezaaide terrein achter de boerderij van Dutroux wordt ondersteboven gekeerd door de speurders, die nauwelijks de gruwel van hun ontdekkingen kunnen vatten. Zaterdag 16 augustus 's middags graven ze de twee uitgemergelde lichamen van Julie Lejeune en Mélissa Russo op, in foetushouding. Wat verder zit nog een derde dode onder de grond, van wie later zal blijken dat het een vroegere medeplichtige van Dutroux is, Bernard Weinstein.

'Drie lijken in de tuin? Onmogelijk!', reageert Michelle Martin. Terwijl Marc Dutroux en Michel Lelièvre al na een paar dagen tot hun eerste bekentenissen overgaan - waardoor de twee ontvoerde meisjes Laetitia en Sabine levend uit de kelder bevrijd zullen worden - blijft Michelle Martin twee weken lang koppig zwijgen. Pas enkele weken later, als de speurders haar met de neus in de bewijzen drukken, geeft ze toe dat ze al die tijd heeft geweten dat haar man zes meisjes heeft ontvoerd en gegijzeld, en dat hij er uiteindelijk vier heeft begraven. Voor Julie en Mélissa maakte Michelle Martin konijn en bolognaisesaus klaar, en haalde ze haar oude barbiepoppen van de zolder. Toen ze dood waren, hielp ze mee om de lichamen te laten verdwijnen. Een jaar na haar aanhouding doet Martin aan haar ondervragers uit de doeken hoe ze op 27 maart 1996 vroeg in de ochtend naar het huis in Marcinelle reed, waar Dutroux op haar wachtte.

Michelle Martin « Dutroux stond al met de mobilhome voor de deur, ik parkeerde mijn zwarte Seat Ibiza ervoor en liep binnen om hem te zeggen dat ik er was. Ik steunde op een kast die hij tegen de deur van de keldertrap gezet had, en hij merkte ironisch op: 'Pas een beetje op, Mélissa zit in dat meubel.' Ik deinsde achteruit en ben toen buiten in de auto gaan wachten. Dutroux kwam buiten met drie of vier grote grijze vuilniszakken. In twee van die zakken zaten de resten van Julie en Mélissa. Hij zette de zakken haastig in de mobilhome via de glijdende zijdeur. Daarna zijn we meteen vertrokken naar Sars.

» Omdat er onderweg controles van de douane konden zijn, moest ik hem voorrijden. We hadden niks afgesproken, maar we waren dit soort dingen gewend: soms reed Dutroux in de mobilhome rond met een tank vol rode stookolie (goedkoper dan diesel en illegaal, red.). Als ik een controle zou zien, moest ik links of rechts afslaan, en Dutroux zou me dan volgen.

» Toen we aangekomen waren in Sars, ben ik direct het huis binnengegaan, nadat ik hem de sleutels van de graafmachine gegeven had. Even later hoorde ik buiten de machine werken. Ik veronderstelde dat hij bezig was met het begraven van de lijken. Daarna heeft hij de andere zakken met de kleren van de meisjes en de vuilnis verbrand in de allesbrander, achter op het terrein.» (pv 8124, 2 juli 1997, verhoor Martin door GP Aarlen)

Terwijl Dutroux het werk afmaakt, smeert Michelle Martin zijn boterhammen en keert daarna terug naar Waterloo, naar haar moeder. De 75-jarige Henriette Puers is niet meer zo goed ter been, en net voor de zaak-Dutroux in de zomer van 1996 uitbreekt, is ze er zo slecht aan toe dat ze in een verzorgingstehuis moet worden opgenomen. Martin schrijft haar ellenlange brieven.


Pornovideo's

Gevangenis van Namen, zaterdag 24 augustus 1996. 'Chère maman, 'Zie me hier nu zitten in de hel. Mijn kinderen zijn geplaatst, maar maak je geen zorgen, de maatschappelijk werkster zegt dat alles goed met hen is. Ik mag ze niet zien. Dat doet me zo'n pijn! Ik zou hem (Dutroux, red.) willen doden, hij heeft ons al zoveel pijn gedaan. Weet je dat ik me bevrijd voel van een zware last, Maman? Het is tijd dat ik eindelijk kan leven, voor de allereerste keer, die kans moeten ze me geven! Als je je bijbel bij je hebt, kijk dan eens naar Mattheus 7:7, die zegt: 'Blijf vragen, en men zal het u geven...' En lees ook de psalmen, Maman, waarin je heel wat troost zult vinden. Je weet dat ik niks gedaan heb, dat ik niks te maken had met wat hij deed. Je moet uit heel je hart hopen dat we snel weer samen zullen zijn. Ik ben een verhaal aan het opschrijven waarin ik de omstandigheden uitleg waarin ik geleefd heb... Dat kan de rechter helpen om te begrijpen, hoop ik, wat ik al heb moeten doorstaan. Ik zeg het je, Maman, ik heb zin om hem te doden, om al diegenen te wreken die hij pijn gedaan heeft, ook mijn eigen kinderen. Ik ben beschaamd, Maman, beschaamd. En nu ben ik het nog die ze willen veroordelen... Terwijl ik niks gedaan heb!'

Ik hou van je, Maman. Ik omhels je heel heel stevig.

Kleintje.

In het bejaardenhome Perce-Neige in Leers-les-Fosteau maakt moeder Henriette Puers zich meer zorgen over haar juwelen die de speurders tijdens een huiszoeking in beslag hebben genomen, dan over haar dochter. 'Ze heeft zichzelf niets te verwijten, Michelle is gemanipuleerd door Dutroux,' zegt ze. De bejaarde vrouw lijdt sinds enkele maanden aan zware geheugenstoornissen. Ze herinnert zich nog vaag dat haar dochter al eens een paar jaar in de gevangenis heeft gezeten in de jaren tachtig, maar ze weet niet meer precies waarom.

Michelle Martin is in 1985 aangehouden wegens medeplichtigheid aan de ontvoering en het seksueel misbruik van jonge meisjes. In die eerste jaren aan de zijde van Dutroux speelt ze chauffeur: niemand is zo handig achter het stuur van de witte bestelwagen als Michelle Martin. Ze manoeuvreert de mobilhome tot vlak bij een meisje op de stoep, en zodra Dutroux en een derde medeplichtige, Jean Van Peteghem, erin slagen het meisje binnen te trekken, geeft ze plankgas naar de route de Philippeville 128 in Marcinelle (het huis waar Dutroux later zijn ondergrondse kinderkooi zal bouwen, red.)

Daar bewaken Van Peteghem en Martin het meisje, terwijl Dutroux weggaat om videomateriaal te huren. Daarmee filmt hij het meisje in pornografische poses, terwijl Martin toekijkt. Vervolgens gaat ze weg om boodschappen te doen, en Dutroux de gelegenheid te geven een paar uur alleen te zijn met zijn slachtoffer. In tegenstelling tot Julie, Mélissa, An en Eefje, brengen deze meisjes het er wel levend vanaf: ze worden door Dutroux uit de auto gegooid op een vuilnisbelt of in een bos, soms met 500 frank 'voor bewezen diensten'. Aan een vriendin vertelt Michelle Martin later dat ze zelf ook wel eens de camera hanteerde als haar man de meisjes verkrachtte. 'Ze zei dat ze zo graag videocassettes maakte.' (Verhoor Françoise Grégoire, 14 november 1996, pv 2895/96) En ook bij de speurders van Neufchâteau komt ze later nog op de proppen met nieuwe geheimpjes: ze is in 1989 veroordeeld wegens medeplichtigheid aan twee ontvoeringen, maar eigenlijk waren het er drie. 'Over die derde heeft de politie mij nooit wat gevraagd...'


Nerveus baasje

Michelle Martin heeft één groot geluk: ze is kleurloos, valt nooit op en mag in 1986 dan ook al na drie maanden voorarrest beschikken, terwijl Dutroux in voorhechtenis blijft. De gediplomeerde onderwijzeres maakt van de tussentijd gebruik om voor de klas te gaan staan in Charleroi. Het schoolhoofd herinnert zich de blonde onderwijzeres als een klassiek geklede, kalme vrouw: 'Ze deed haar werk middelmatig. Er waren geen gezagsproblemen. Niets liet vermoeden dat er op dat ogenblik een procedure tegen haar liep wegens kinderontvoering. Haar zoontje ging trouwens ook bij ons naar school. Dat was een nerveus baasje.'

Martin probeert zich met behulp van psychiaters ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren, maar dat mislukt. In 1989 wordt ze veroordeeld tot vijf jaar cel. Ze zal er amper twee jaar van uitzitten. Op 8 augustus 1991 wordt ze vervroegd vrijgelaten om, zo stellen de psychiaters: 'aan de bezwerende invloed van Dutroux te ontsnappen.' Dat is helaas niet gelukt, moet ze vijf jaar later met een zucht erkennen. Na haar arrestatie in 1996 schildert Michelle Martin zichzelf opnieuw af als een zwakke, afhankelijke vrouw in de schaduw van Dutroux.

Martin « Het was alsof mijn man me drogeerde. Hij moest er niet eens zijn om controle over mij te hebben. Hij zat in alle poriën van mijn huid, ik wist wat ik moest doen, ik wist wat ik moest denken, ik ademde Dutroux. Hij heeft me volledig van mijn persoonlijkheid beroofd, ik was zijn slaaf.»

Gaandeweg merken de speurders dat het personage van Martin toch iets complexer in elkaar zit. Voor de speurders lijkt ze stil en timide, maar andere getuigenissen vertellen over een bazige, arrogante en egocentrische vrouw die soms agressief uit de hoek komt en even hard tegen haar kinderen tekeergaat als Dutroux. 'Ze is niet eerlijk, en ze heeft me zelf een paar keer bij de neus genomen,' zegt de huisdokter. 'Op haar manier was ze even manipulatief als Dutroux.'


De twee zottinnen

Michelle Martin wordt op 15 januari 1960 geboren in Watermaal-Bosvoorde als enig kind van August Martin en Henriette Puers. Moeder is dan al 39. Het gezin woont in een kleine villa op een groene verkaveling in Waterloo, aan de Avenue du Beau Vallon 63. Ze is de oogappel van haar ouders, Michelle groeit op als een stil blond meisje dat haar vader aanbidt als een god. De PTT-ambtenaar verongelukt op 12 februari 1966 met zijn auto terwijl hij zijn dochtertje Michelle naar school brengt. Die gebeurtenis zal haar leven voortaan bepalen, vertelt ze de speurders van Neufchâteau.

Martin « Mijn moeder heeft me alleen opgevoed, ze is nooit hertrouwd. Ze legde me uit dat ze niet wilde dat er misschien ruzie zou komen tussen mij en haar eventuele nieuwe vriend. Naar mijn gevoel offerde ze zich voor mij op. Als kind had ik het idee dat ze me verantwoordelijk achtte voor de dood van mijn vader. Het had die ochtend gevroren en mijn vader wilde vroeg vertrekken. Er was een carnavalsfeest op school en ik was mijn masker thuis vergeten, zodat we haastig terug naar huis moesten keren om nog op tijd te komen. Die vergetelheid verweet mijn moeder me.»

Therese Puers (zus van Henriette Puers) « Na de dood van haar man is mijn zus zwaar depressief geworden. Als mijn nichtje Michelle de telefoon opnam, kon ze haar moeder vaak niet eens doorgeven, omdat die al uren zonder te bewegen voor zich uit zat te staren in de zetel. Ze nam tot twaalf antidepressiva per dag.» Martin « Mijn moeder was hyper-possessief, ze wilde mij voor zich alleen. Ze controleerde mijn zakken en bespioneerde mij. Ze wilde niet dat ik bij vrienden ging spelen. Ze was bang dat ik mij aan iemand anders zou hechten. » We leefden heel nauw met elkaar samen, als een koppel. Tot mijn achttiende sliepen we samen in een bed. Zelfs op mijn twintigste mocht ik nog niet met jongens weggaan. Als ik toch uit wilde gaan, liet ze zich op de grond vallen en deed ze alsof ze een toeval kreeg, opdat ik toch maar bij haar zou blijven. Als ik telefoneerde, kwam ze naast mij zitten om te horen wat ik zei, en soms trok ze zelfs de stekker uit.» Vrienden herinneren zich Michelle Martin als een koket, vriendelijk meisje, rotverwend door haar moeder. Een beetje bazig misschien, als het over de keuze van de tv-programma's gaat. En met een overbeschermende moeder, die niet graag ziet dat Michelle bij vriendjes gaat spelen. 'Hun huis was altijd somber en bedompt. Er hing een sfeertje van een dodencultus,' herinnert een jeugdvriendin zich nog. 'Michelles moeder bewaarde de foto van haar overleden echtgenoot in zijn laatste zakdoek op een kast. Geregeld sprak ze haar dode echtgenoot aan en vroeg ze hem om raad. Ze verwachtte van Michelle hetzelfde. Elke woensdag en zondag gingen ze naar het kerkhof.' 'Elke zaterdag gingen ze samen winkelen,' vertelt een andere vriendin. 'Michelle was toen twaalf, dertien jaar, en altijd veeleisend wat haar kleren betreft. Ze kreeg altijd haar zin.' Het huis aan de Avenue du Beau Vallon is een gesloten wereldje. 'Moeder en dochter waren heel egocentrisch, erg met zichzelf bezig,' vertelt een nicht. Michelle Martin is achttien als ook haar grootmoeder bij hen thuis intrekt. 'Ik zeg het nu beleefd, maar destijds noemden we die moeder en grootmoeder de twee zottinnen,' gniffelt een jeugdvriend. Op school haalt Michelle Martin goeie resultaten, en na de middelbare school gaat ze voor onderwijzeres studeren. 'Zodra je haar wat beter kende, was ze helemaal niet zo verlegen. Je kon goed met haar lachen; het was een bruisend meisje,' vertelt haar beste vriend uit de normaalschool. 'Ze kreeg thuis weinig vrijheid. Ze kwam altijd met heel chique mantelpakjes naar school, terwijl de rest in jeans liep. Ze mocht ook bijna nooit uitgaan. Tot haar 22ste heeft ze nooit een vriend gehad. Het was iets raars, die verhouding tussen moeder en dochter: soms leken de rollen helemaal omgekeerd en moest Michelle beslissingen voor haar moeder nemen, want die was depressief en zat onder de medicamenten.'


De ontmoeting

Martin « In september 1981 heb ik Marc Dutroux leren kennen, op de schaatsbaan van Vorst Nationaal. Hij kwam er elk weekend van vrijdag tot zondag schaatsen. We zijn meteen vrienden geworden. Hij leerde me schaatsen, hij leek erg zeker van zichzelf, en legde gemakkelijk contact. Ik kon zien dat hij indruk maakte op de meisjes en ik was gefascineerd door hem. Ik zag hem als een sterke persoonlijkheid in wie ik vertrouwen kon stellen. Ik vertelde hem over mijn leven met mijn moeder, en hij luisterde, hij begreep me. Ik ben heel snel verliefd op hem geworden, en beleefde dingen die ik nooit aan de zijde van mijn moeder had beleefd. Bij hem kon ik ademen, bij hem kwam ik tot leven en voelde ik me vrij. Ik zag Dutroux als mijn redder.» (pv 8029/01, 24 januari 2001)

Dutroux « Nadat ik Michelle had leren kennen, kwam ik altijd met de caravan naar Brussel. Het duurde niet lang of ze bleef 's nachts bij mij. Ik wilde de dingen niet overhaasten, ik was nog altijd bezig het een beetje gezellig te maken, toen ze me verrassend snel vroeg 'tot de daad over te gaan'. Dat liet ik mij natuurlijk geen twee keer zeggen, maar het is niet het typische gedrag van een maagd. Ook uit andere praktische details kon ik afleiden dat ze dat niet meer was. Ik was vooral verbaasd toen ze me absoluut een fellatio wilde geven. De enige die dat ooit al bij mij had gedaan, was mijn vrouw Françoise, en toen waren we al een tijdje getrouwd! Michelle had niks meer te leren op seksueel gebied.» (brief van Marc Dutroux, 1 september 2000, pv 8319/01)

Michelle Martin verneemt later van Dutroux' vriend dat haar minnaar getrouwd is. Dat is zo, geeft Dutroux toe, 'maar ik ben van plan te scheiden.'

Martin « Later vernam ik ook dat ik niet zijn enige minnares was. Maar ik was allang blij met de plaats die ik kreeg. Mijn moeder verafschuwde de man die haar dochter van haar had afgepakt vanaf de eerste minuut.»

Puers (moeder van Michelle Martin) « Nadat mijn dochter Marc Dutroux had leren kennen, had ze nog maar weinig contact met mij. Zijn gedrag beviel me niet. Hij was agressief, deed mijn dochter non-stop huilen, en maakte haar ongelukkig. Als Dutroux bij mij thuis was, deed hij alsof alles van hem was. Ik werd behandeld als een nul. Hij trok meteen de koelkast open om het eten te controleren. Hij was bang dat iemand hem zou vergiftigen. Hij kwam altijd kijken naar mijn huis en de kostbare voorwerpen en maakte dan schattingen over hoeveel die waard waren. Dutroux wilde mijn dochter trouwen, maar voor mij was het duidelijk dat hij alleen mijn huis wilde trouwen. Ik heb een kluis genomen bij de Generale Bank in Waterloo om mijn huwelijkscontract in te bewaren. Ik wilde niet dat Dutroux het zou kapotscheuren.»

In 1983 gaat Martin samenwonen met Dutroux. Op zijn Dutroux': met afzonderlijke, fictieve adressen om het ziekenfonds en de werklozensteun om de tuin te leiden. Niet lang daarna begint ze Dutroux 's nachts te vergezellen op dievenpad. Het ontlokt de speurders de gedachte dat de eerste vrouw van Dutroux, Françoise D., nooit aan de illegale activiteiten van haar man heeft willen meewerken. Michelle Martin zal accepteren wat Françoise D. nooit heeft willen doen, ook wanneer Dutroux steeds vaker en steeds ernstiger feiten gaat plegen.

Op een nacht, terwijl Dutroux en Martin in een opslagplaats inbreken om materiaal te stelen, worden ze verrast door Patrice Charbonnier, die toevallig dezelfde plaats heeft gekozen om stookolie achterover te drukken. Het is het begin van een nauwe samenwerking. (Dutroux vond overigens bij Patrice Charbonnier de inspiratie voor het bouwen van een ondergrondse kooi. Charbonnier wordt later aangehouden wegens een aantal gewelddadige overvallen van geldtransporten. Bij hem thuis treffen de speurders dezelfde soort verborgen kelderruimte aan, red.).


Laag gevallen

Michelle Martin ondergaat een metamorfose: na enkele maanden herinnert niets nog aan haar burgerlijke opvoeding. De keurige mantelpakjes zijn verruild voor ongewassen trainingsbroeken. De propere villa van haar moeder doet in niets denken aan het smerige huisje dat ze in Goutroux betrekt. En de vroegere preutsheid is blijkbaar ook weg. Een buurman ziet haar in de garage zonder onderbroek bouten en moeren sorteren.

Christine D. (klasvriendin uit de normaalschool) « Ik ben Michelle Martin nog één keer gaan bezoeken met mijn vriend, na onze opleiding, in 1984. Ik had mijn vriend verteld dat Michelle een sympathiek meisje was. De ontgoocheling was groot toen we het huis binnenkwamen: overal slingerden kleren, boekjes en etensresten rond. Michelle was zwanger. Een muur van het huis was gevuld met hifi-apparatuur, en de muziek stond loeihard. Ze heeft me toen ook Marc Dutroux voorgesteld, die meteen opmerkingen begon te maken over de mooie nieuwe auto van mijn vriend. 'In zo'n wagen zou ik het gevoel hebben dat ik op mijn portefeuille rijd,' zei hij.

» Ik heb haar nog een keer teruggezien, op een reünie van ons vriendengroepje in de normaalschool. Michelle was toen al bevallen en had de baby en haar man bij zich. Het was choquerend om te zien hoe die man met zijn baby omging, alsof het een vod was. Hij maakte vulgaire opmerkingen. Ze zijn die avond als eersten weggegaan. Ze reden weg met piepende banden, een brullende motor en keiharde muziek. In dat soort sfeer namen ze de baby mee.»

Haar beste vriend van weleer vindt Martin plots niet meer zo 'bruisend'.

Marc A. « Haar gedrag was zo vulgair dat ik die avond besloten heb alle contact met haar te verbreken. Ze was laag gevallen.»


Baron Dutroux

Martin « Leven met Dutroux was voor mij een soort hersenspoeling. In die context werd ik in 1985 zijn medeplichtige bij de ontvoeringen en het misbruik. Hij dwong me gewoon om mee te doen. Het is juist dat ik tijdens het onderzoek destijds en voor de rechtbank zeven keer van versie ben veranderd. Ik schaamde mij voor wat mij werd verweten.»

In brieven aan haar moeder in 1986 zweert ze dat ze geen dag langer bij Dutroux wil blijven. 'Ik voel me als een stuk speelgoed in de handen van iedereen, ik verstik en ik zou eruit willen en terug komen schuilen onder je vleugel...' (Brief van 8 april 1986)

De psychiaters die Michelle Martin in 1997 onderzoeken, merken op dat er vaak een groot verschil is tussen wat ze zegt en wat ze doet. Dat leiden ze onder meer af uit de rorschachtest die ze van Martin afnemen. 'Hieruit blijkt dat mevrouw Martin voortdurend heen en weer slingert tussen twee aspecten van haar persoonlijkheid. Aan de ene kant voelt zij zich zeer kwetsbaar en fragiel, waardoor ze zich compleet overgeeft aan een ander, als een slaaf. De samensmelting gaat zo ver dat zij zich uiteindelijk verstikt gaat voelen en bang is voor het verlies van haar eigen persoonlijkheid. Als reactie zal zij zich van de ander losscheuren vanuit een narcistisch zelfbeeld, en de ander verwerpen. Door de afstand die daardoor ontstaat, komen gevoelens van eenzaamheid en onmacht weer opzetten, zodat zij weer toenadering zal zoeken tot de ander.'(2)

En dus, nadat Dutroux haar vanuit de bajes enkele 'zeer mooie liefdesbrieven' heeft geschreven, zal Michelle Martin twee jaar later, op 16 december 1988, met hem in het huwelijk treden. 'Ondanks de opgelegde scheiding tijdens Dutroux' gevangenschap, heeft ze de band met hem niet doorgeknipt,' aldus nog het psychiatrisch rapport. 'Als argument voert ze aan dat ze niet kon vluchten, omdat hij haar om het even waar had teruggevonden.'

Martin « Toen Dutroux in 1992 vrijkwam, is hij weer bij mij komen wonen. Hij maakte allerlei toekomstplannen, vooral voor zijn huizen. Zijn notaris had hem gezegd dat als je eigenaar bent van 54 huizen, je volgens de Belgische wetgeving recht had op de titel van baron. Hij was daar erg in geïnteresseerd.» (Verhoor Michelle Martin, 26 augustus 1996, pv 25.381)

Het duurt niet lang of de routine van weleer keert terug.

Michelle Martin krijgt een tweede zoontje, incasseert de klappen van haar man, en blijft hem graag zien. Dutroux troeft zijn kinderen af, breekt haar tweemaal de neus, spuwt haar in het gezicht, steekt één keer zelfs een vork in haar nek. Hij brengt zijn maîtresses mee naar huis; ze delen zelfs het bed met het koppel Dutroux-Martin. Eén van zijn maîtresses, Monique W., wordt later zelfs één van de beste vriendinnen van Martin, ook lang nadat haar relatie met Dutroux was afgebroken.

Slechts op één vlak biedt Michelle Martin enige weerstand: zij en haar moeder hebben zich aangesloten bij de getuigen van Jehova, tot ergernis van Dutroux. Die wordt woest als het tijdschrijft De Wachttoren in zijn huis rondslingert - hij leest alleen Science et Vie. 'Hij werd dan zo razend dat het schuim hem op de lippen kwam,' herinnert een buurman zich.

Een buurman « Het was een raar koppel, Dutroux en Martin. Het ene moment zag ik hen samen lachen en het volgende ogenblik sloeg hij haar in het gezicht.»


De gruwelkelder

Een buurvrouw « In 1994 is Dutroux met verbouwingswerken begonnen in zijn huis in Marcinelle. Zijn vrouw hielp hem. Het rolluik op de benedenverdieping was altijd dicht. Ook de voordeur ging zelden open. Het gebeurde zelfs dat ze hun touwen en kabels gewoon door de brievenbus staken.»

Op 24 juni 1995 worden Julie Lejeune en Mélissa Russo in Grâce-Hollogne ontvoerd. Dutroux richt samen met Bernard Weinstein en Michelle Martin de geheime bergplaats in de kelder in. Julie en Mélissa liggen verdoofd op de eerste verdieping, naast de kamer waar hun zoontje Frédéric vaak op de computer gaat spelen. Tijdens een verhoor zegt Frédéric dat hij thuis nooit een meisje heeft gezien.

Frederic Dutroux « Als ik in Marcinelle was, ging ik bijna altijd boven op de computer spelen, die in de kamer van mijn ouders stond. Soms verbood mijn papa mij om naar boven te gaan. Hij zei dan dat er te veel stof was. Mijn mama mocht er wel binnen.» (Verhoor Frédéric Dutroux, 6 september 1996, pv 100219/96)

Ook de geheime bergplaats in de kelder heeft de jongen niet gezien.

Frederic « Ik ging soms een beetje pisang in de kelder drinken. Ik wist dat er een aparte ruimte met een watertank in de kelder was, die vroeger diende om hout in op te slaan. Tot mijn vader een muur heeft gebouwd om die ruimte af te sluiten. Hij vertelde mij later dat hij de toegang ernaar met een wandrek had afgesloten. Ik had op de grond wel twee rails gezien (voor het schuifmechanisme van de toegang tot de geheime bergplaats, red.), maar verder niks.»

Michelle Martin zegt dat ze niks te maken wou hebben met de gijzeling van de kinderen, maar dat ze wel pogingen ondernam om hen het leven wat aangenamer te maken, en uiteindelijk voor 'surrogaat-moeder' ging spelen.

Martin « Als ik voor mijn kinderen kookte, maakte ik altijd wat meer voor Julie en Mélissa. Ik wist dat ze anders alleen slechte keuken van Dutroux zouden krijgen.»

Vreemd genoeg verdwijnt die bezorgdheid van Martin wanneer Dutroux van december 1995 tot maart 1996 in de gevangenis wordt opgesloten. Zowel Dutroux als Martin beweren dat Julie en Mélissa al die tijd in de kelder zijn gebleven. Martin moet voor hen zorgen. Waarom probeert ze de kinderen niet te bevrijden? Waarom belt ze niet naar de politie? Waarom brengt ze de kinderen zelfs geen eten? Michelle Martin put zich tegenover de speurders uit in excuses.

Martin « Voor mij was die kelder een brandende hel.< > Ik stelde me voor dat er geen kinderen in zaten, maar een leeuw, of wilde beesten die me hadden kunnen aanvallen.»


Dode ratten

Bobby Sands, de beroemde militant van het Ierse Republikeinse bevrijdingsleger (IRA), stierf pas na 66 dagen zonder eten en vestigde daarmee een record. Als we Dutroux en Martin moeten geloven, hebben twee kleine meisjes van acht jaar het nog beter gedaan: 104 dagen overleven met een kleine mondvoorraad, < >in een koude donkere kelder waar de elektriciteit een tijdlang is afgesloten.

'Hoe is dat mogelijk?' vragen de speurders. 'Ik heb hun wel één keer eten gebracht,' antwoordt Martin. 'Onder meer ingevroren soep.'

Michelle Martin is tijdens de gevangenschap van Dutroux met de kinderen bij haar moeder in Waterloo ingetrokken. De maatschappelijk werkster ziet haar elke ochtend rond halftien vertrekken naar Marcinelle met een tupperwarepot vol eten. Voor de honden: Martin heeft haar twee Duitse schepers er achtergelaten, en die moeten eten. Op een dag wordt er tijdens haar afwezigheid ingebroken in het huis.

Martin « Ik ben in die maanden dikwijls de kelder in gegaan. Die kelder trok me aan. Ik probeerde altijd muisstil beneden te geraken, op handen en voeten, klaar om meteen weer weg te rennen. Soms hoorde ik hen praten. Als ik niks hoorde, drukte ik soms wel eens mijn oor tegen de betonnen muur om beter te kunnen luisteren.»

Merkwaardig toch, hoe Martin die zo bang is voor de kelder, toch haar oor tegen de muur durft te drukken. Wil ze te allen prijze aan de speurders bewijzen dat Julie en Mélissa nog in leven waren?

Uit de autopsie blijkt dat de meisjes broodmager gestorven zijn - ze wegen 13 en 19 kilo - maar de doodsoorzaak en de datum van hun overlijden kunnen de wetsdokters niet achterhalen. Het enige waar de onderzoekers zich uiteindelijk op kunnen baseren, zijn de beweringen van Martin en Dutroux. Zoals het verhaal dat Julie en Mélissa sterven van uitputting in de armen van Dutroux, na zijn vrijlating.

20 maart 1996. Iets voor 17 uur wordt Dutroux ontslagen uit de gevangenis van Jamioulx. Om 18.09 u. arriveert hij aan het station van Charleroi-Zuid. Hij belt vanuit een telefooncel naar Michelle Martin in Waterloo om te vragen of ze de sleutels van het huis in Marcinelle kan brengen. Iets na 19 uur arriveert Martin in Marcinelle. Dutroux staat haar voor de deur op te wachten. Hij wil weten hoe het met haar gaat en wil ook in de kelder gaan kijken hoe het met de kinderen gesteld is. Na een korte woordenwisseling gaan ze het huis binnen. Ze kunnen haast geen stap verzetten. De vloer is helemaal bezaaid met hondendrollen, er ligt zelfs een dikke dode rat. Dutroux vraagt Martin snel een deel van de drollen op te ruimen, zodat ze tenminste een doorgang hebben. Voor hij naar Julie en Mélissa in de kelder gaat kijken, maakt Dutroux nog een korte inspectie in het huis om te zien wat de inbrekers hebben meegenomen. Martin begint alvast te schrobben. Dutroux komt bij haar staan, laat zijn broek zakken, en neemt haar op een keukenstoel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234