Humo sprak metLudwig van Beethoven

'Mijn doofheid en mijn rotkarakter zullen mijn faam maken, want mooie muziek volstaat niet'

Ta-ta-ta-tááá! Misschien wel de vier beroemdste noten uit de muziekgeschiedenis. De Vijfde! En 'Alle Menschen werden Brüder' is gezongen bij de val van de Berlijnse Muur en tijdens protestmarsen tegen dictators zoals Pinochet in Chili en op het Tiananmenplein in Peking. Gustav Mahler, zelf een genie, zei al in 1910: Als Beethoven nu zou leven, zouden wij voor hem knielen en hem aanbidden.' Uitgerekend in dit jubeljaar - Ludwig van Beethoven is 250 jaar geleden geboren - is in de Humo-archieven de weergave ontdekt van een gesprek met de meester aan zijn sterfbed.

Onderstaand gesprek met Ludwig van Beethoven werd indertijd afgenomen door onze toenmalige medewerker Hyppoliet Simonart, geboren in 1799, dus op de sterfdag van Beethoven in 1827 een relatief jonge snaak van 28. Hyppoliet Simonart werd pas aan het sterfbed van de meester toegelaten nadat die had vernomen dat de jonge chroniqueur enkele jaren eerder Beethovens held Napoleon Bonaparte had gesproken.

★★★

Ik dien mij aan ten huize Beethoven, op de tweede verdieping van het Schwarzspanierhaus, op 26 maart van het jaar Onzes Heren 1827. Het is een kille, mistige lentedag - meer late winter dan vroege lente. Binnen wachten Beethovens neef Karl (een op het eerste gezicht nerveuze man met een zenuwtic), de chirurgijn Hiller, de tekenaar Josef Teltscher en Elisabeth, die van 'Für Elise', later getrouwd met Johann Nepomuk Hummel, die ook aanwezig is. Ik word naar de meester geleid door secretaris Anton Schindler. Hij vertelt hoogdravend en niet zonder leedvermaak dat ik net het bezoek van Franz Schubert heb gemist.

De woonst is een zwijnenstal: overal boeken op de vloer, lege wijnflessen, partituren, proefdrukken en etensresten... Ik raap een vel aantekeningen van de meester op: onontcijferbare chaos, geheimschrift! Als ik de slaapkamer betreed, zit Beethoven rechtop in bed. De aanblik van mijn held kan ik niet anders dan ontluisterend noemen: hij ziet er verwaaid uit en is ongeschoren. De vlektyfus heeft onappetijtelijke sporen nagelaten in zijn nu meer dan ooit pokdalige, gelige gelaat. Zijn buik is gezwollen en hij tast met een van pijn vertrokken gelaat naar zijn lever.

Het ziet er niet naar uit, maar als de meester zijn verjaardag op 16 december haalt, dan zal hij 57 jaar oud worden. De laatste bocht naar de aftakeling werd ingezet na een ruzie in Gneixendorf, toen zijn broer Johann weigerde om hem zijn koets ter beschikking te stellen, zodat de meester te voet twee uitgeregende reisdagen terug naar Wenen moest incasseren, met een longontsteking tot gevolg. Dokter Hiller fluistert me toe welke vijandelijke coalitie Beethoven nog meer richting hiernamaals duwt: jicht, reuma, geelzucht en een hardnekkige leverkwaal.

Naast het bed ligt een oortrompet en een stapeltje conversatieboekjes om met de dove componist te communiceren. Elisabeth Hummel dept net het bezwete voorhoofd van de meester met een koel doekje. Hij schenkt haar een dankbare blik. 'Ga zeer dicht bij hem zitten,' maant Hiller me aan, want de meester is niet enkel hardhorend, maar ook slechtziend. Wegens zijn nu haast totale doofheid praat ik luid en traag in zijn oortrompet. Dan nog bromt hij vaak 'Wás?!' of 'Verstehe nicht', waarna ik de vraag snel neerkrabbel op een papier dat ik vlak voor zijn ogen houd.

HUMO Herr Beethoven, u bent goed geplaatst om het te weten: wat doet muziek voor de mens?

LUDWIG VAN BEETHOVEN «Drie dingen heb ik altijd liefgehad, maar nooit begrepen: kunst, muziek en vrouwen. En qua onbegrip niet noodzakelijk in die volgorde. Maar muziek is zodanig met onze natuur verbonden dat we niet zonder kunnen, ook al zouden we dat willen. Muziek dient tot verstrooiing, opvoeding, aansporing van geest en hart. Er is geen hartstocht in de menselijke ziel of ze vindt haar voedsel in muziek. Muziek brengt een genoegen en een troost teweeg die de menselijke natuur niet kan missen. Muziek baant zich moeiteloos een weg tot in de geheime, meest hunkerende plekken van de menselijke ziel. Mooie muziek maakt de mens tegelijk weerloos en sterker.»

HUMO Mijn favoriete moment is het begin van uw Negende Symfonie, het Allegro ma non troppo, un poco maestoso: bij de eerste noten denk je dat de muzikanten hun instrument stemmen, en plots zijn we vertrokken!

BEETHOVEN (glimlacht) «Dat hoorde ik zo in mijn hoofd. Ik dacht zelf eerst dat ik, neurotisch, ook in mijn hoofd de muzikanten liet stemmen, maar die eerste maten drongen zich zo aan me op. Ik weet nog dat ik dacht: men zal dit niet begrijpen.»

HUMO Het kwam me altijd voor dat de mooiste muziek klinkt alsof ze niet werd gecomponeerd door een mens, maar al lang bestond, als een oeroude, altijd al aanwezige natuurkracht.

BEETHOVEN «Ik heb vaak dat gevoel bij mijn eigen muziek. En wat is muziek componeren anders dan een wijsje op papier gooien waaraan nog niemand anders heeft gedacht? Soms is het componeren slopend. Unerträglich! Ellendig! Dan is het wroeten, alsof ik uit een dikke laag modder fijne witte kant moet trekken zonder dat er ook maar een spatje vuil op komt. Maar soms, als ik zweef, droom, in een soort trance raak, dan is het alsof ik enkel neerschrijf wat al bestond. Dat zijn vaak de beste stukken, maar ik twijfel er het meest aan omdat die muziek zo beschamend makkelijk kwam... (zakt even weg in het vuile kussen

HUMO Werd u zelf vaak door muziek ontroerd?

BEETHOVEN «Alleen als ik iets van Bach speelde. Zou hij ontroerd of onder de indruk zijn geweest van mijn muziek? Binnenkort kom ik aan in de hemel, dan kan hij het me zeggen.»

HUMO U kreeg in 1792 les van Joseph Haydn. Naar verluidt boterde het niet tussen u beiden.

BEETHOVEN «Hij wilde mij eerder vormen dan me iets leren. Ik was toen 22 en ik speelde al sinds mijn 5de klavecimbel, orgel en viool, maar hij behandelde me als een kind. Dat ik les kreeg van Haydn, was overigens geen liefdadigheid van zijn kant: hij werd daar vorstelijk voor betaald. (Mompelend) Je kunt lessen volgen en toch niets leren... Haydn bezwoer mij nooit een originele gedachte aan een tiranniek voorschrift op te offeren, hij zei dat hij in mij meerdere zielen en wild kloppende harten bespeurde, maar ook iets wat verwrongen en zonderling is. Dat heeft hij, helaas, correct ingeschat. Maar ik heb drie sonates aan hem opgedragen, en toen Salieri later zijn 'Schöpfung' dirigeerde - Haydn was dan al 76 - heb ik in het bijzijn van iedereen de hand van de meester gekust. Niemand kan mij ondankbaarheid verwijten.»

HUMO U was zelf als leraar niet veel toeschietelijker: u stuurde Franz Liszt weg toen die...

BEETHOVEN «Dat lag heel anders. Ik hoorde hem spelen en dacht: die komt er zonder mij ook wel. Dat heb ik hem ook gezegd. (Fijntjes) Uit mijn mond is dat toch een compliment en een aanmoediging, zou ik denken.»

HUMO U kreeg zelf ook les van Amadeus Mozart.

BEETHOVEN «Neen, zover is het nooit gekomen, want mijn moeder stierf onverwachts en ik moest in allerijl terug naar huis. Ik heb wel voor hem gespeeld. Ik was geen Wunderkind zoals hij, maar hij leek toch blij verrast door wat ik liet horen. Hij maakte een gebaar dat ik, terecht of onterecht, interpreteerde als: 'Op deze knaap moet je letten, hij zal nog van zich doen spreken!' Na zijn dood heb ik op een door zijn weduwe georganiseerd benefietconcert zijn pianoconcerto in D gespeeld. Prachtig werk.

»Later heb ik les gevolgd bij Mozarts concurrent, hofkapelmeester Antonio Salieri. In het Italiaans. Ik moest wel: hij sprak amper Duits, ook al woonde hij al meer dan dertig jaar in Wenen. Je kon niet om hem heen, hij was immers een vertrouweling van keizer Joseph II. Nu, Salieri heeft mij grootmoedig geholpen, mij en minstens honderd andere leerlingen. Gratis! Alleen rijkeluiskinderen moesten betalen. In 1813 voelde hij zich niet te goed om mijn assistent-dirigent te zijn: tijdens twee concerten dirigeerde hij de trompetten en het slagwerk, die in de zijbeuk stonden opgesteld. Hij was toen al 65 en uitgeput! En hij was helemaal niet de sinistere intrigant die men nu van hem maakt, het is een mythe dat hij Mozart heeft vergiftigd of zijn einde heeft versneld. Het klopt dat Salieri zichzelf daarvan beschuldigde op zijn sterfbed, maar dat heb ik nooit geloofd, die man was doodziek, hij ijlde! Ach, in elk verhaal wordt iemand tot pispaal en bliksemafleider gemaakt.»

DOODSVIJANDEN

HUMO Wat vertel ik muzikanten die graag uw leerling waren geweest, maar te laat zijn geboren?

BEETHOVEN «Iedereen speelt al eens iets fout. Zelf speel ik vaak ruw en onbehouwen, dat weet ik - het is mijn temperament. Maar gebrek aan expressie, bijvoorbeeld bij crescendo's, daar kan ik niet tegen, want het wijst op een gebrek aan karakter, inzicht, gevoel en oplettendheid. Algemeen ben ik een regelrelativist: er is geen enkele regel waartegen je niet mag zondigen, zolang je maar streeft naar schoonheid en waarachtige zeggingskracht.»

HUMO U hebt met 'Fidelio' slechts één opera gecomponeerd. Waarom?

BEETHOVEN «Tijdgebrek: ik moest vaak Brotarbeiten uitvoeren om de rekeningen te kunnen betalen. Ik schreef neer wat ik in mijn hoofd hoorde, en ik hoorde zelden stemmen. Ik wil de grenzen van mijn muziek niet laten bepalen door de technische restricties van iemands stembereik of motoriek. Er was een violist die over een aartsmoeilijke passage klaagde. Ik zei hem: 'Toen ik dat componeerde, sprak God tegen mij. Denk je echt dat ik dan rekening kan houden met jouw geweeklaag of de kwaliteit van je ellendige viool?'

»Ik vond ook geen geschikt libretto. Banale en vulgaire teksten zoals Mozart die heeft gebruikt, zou ik nooit op muziek zetten. Ik wilde iets verheffends, een nobele tekst, maar ik vond er geen. Goethes 'Faust' was een optie. Of 'Macbeth'... En dan was er nog de censuur: de geheime politie vlooide alles wat woorden bevatte na op sporen van een revolutionaire gezindheid. Ach, met de moeizame strijd rond 'Fidelio' had ik de martelaarskroon al ruimschoots verdiend.»

HUMO Moeizaam, maestro?

BEETHOVEN (diepe zucht) «Tegenwerking. U denkt wellicht dat zangers en muzikanten per definitie medestanders zijn voor een componist. Dat is helaas niet altijd het geval. Bij Weense collega's proefde ik vaak een nauwelijks verhulde doodsvijandschap. Vaak werd ik verraden. En bij de eerste opvoering van mijn Negende Symfonie, in 1824, hadden de muzikanten afgesproken dat ze alleen naar dirigent Umlauf zouden kijken, niet naar mij, ook al stond ik tijdens de opvoering schuin achter hem en gaf ik met armgebaren de tempi en de expressie aan. En dan de slordige kopiisten van wie ik een leven lang last heb gehad! Je schrijft een meesterwerk, waarop zij het slordig overschrijven, vaak nog met betweterige opmerkingen. Zelfingenomen ezels die mij willen beleren, als varkens die Minerva iets willen bijbrengen!»

HUMO Hoe maakt u duidelijk wat u wil aan orkestleden? Natuurlijk bevat de partituur precieze aanwijzingen, maar volstaan die?

BEETHOVEN «De metronoom is net op tijd voor mij uitgevonden. Want andante, allegro, presto, adagio: dat is allemaal te vaag, te zeer onderhevig aan willekeurige interpretatie. Ik ervoer de metronoom van Maelzel als een verademing, ja, een redding! Ik heb al mijn werken aan de piano gespeeld terwijl neef Karl hier het overeenkomstige cijfer op de metronoom noteerde. Geen discussie! De betweters verliezen!

»Medewerkers snappen zelden of nooit wat ik bedoel omdat ze niet in mijn hoofd leven. Soms zeg ik iets als: 'Dit moet donkerblauw klinken, meer blauw!' Soms hoor ik rood of oranje in mijn hoofd. Mijn noten hebben kleuren. Ik zie geluiden. Merkwaardig. Ach, ooit zullen wetenschappers mijn kwaal benoemen. Nu ja, kwaal: ik beschouw het als een zegen.

»Het publiek wil horen wat het al kent, niet de revolutionaire nieuwigheid die hen zal verrijken. Ergerlijk! Maar tijdens de eerste opvoering van mijn Negende, toen ik zelf dirigeerde, met mijn rug naar het publiek, hoorde ik na afloop niets. Pas toen ik me omdraaide, zág ik hoe uitbundig het publiek applaudisseerde.»

Het is een mythe dat Salieri Mozart heeft vergiftigd of zijn einde heeft versneld.

SLECHTE SMAAK

HUMO Men beweerde vaak dat u een lastige mens bent: nors, impulsief, ongeduldig.

BEETHOVEN «Unsinn! Eigenzinnigheid en bevlogenheid zijn in mijn ogen synoniemen. En bent u nooit slechtgeluimd? Voelt u nooit irritatie tegenover de leeghoofdige, maar daarom niet minder betweterige Arschlöcher met wie u moet werken? Eén keer, slechts één keer heb ik mijn pruik gegooid naar een incompetente Scheisskerl die mijn werk verknoeide.

»Opvliegendheid is trouwens geen uiting van een slecht karakter, maar van ongeduld. Natuurlijk ben ik ongeduldig! Na und? Dat is de vloek van het genie. Niets gaat zo snel als wat zich in mijn hoofd afspeelt. Zelfs al verloopt het componeren vaak heel moeizaam, toch kunnen mijn handen mijn brein niet volgen. Men zou daar iets voor moeten uitvinden. En ook iets om uitvoeringen te bewaren, zodat ze later nogmaals beluisterd kunnen worden door mensen die er de dag zelf niet bij konden zijn. Mijn nazaten, als ik die al zou hebben, zouden dan kunnen horen hoe hun voorvader zijn éígen muziek bracht.»

HUMO De grote Goethe omschreef u als volgt: 'Een energieker en inniger kunstenaar heb ik nog niet ontmoet, zijn talent verbijstert mij, maar hij heeft helaas een onbeheerste persoonlijkheid. Hij vindt de hele wereld verfoeilijk, maar beseft niet dat hij haar door die houding niet genietbaarder maakt.'

BEETHOVEN «Natuurlijk beschik ik over gevoel voor humor, net zoals iedereen. Net zoals Bach: die werd extra betaald voor begrafenissen en klaagde dat er 'wegens de ongewoon milde weersomstandigheden te weinig mensen sterven'! (Gnuivend) Ik liep ooit met Goethe op straat. Hij klaagde opzichtig over de talrijke voorbijgangers die hem aanklampten. Ik zei: 'Trek het u niet aan, excellentie, wellicht waren die groeten voor mij bestemd.'»

HUMO U bent niet altijd even hoffelijk behandeld door de critici, zelfs niet in Wenen.

BEETHOVEN «Ach, de biedermeiers lusten mij niet, die willen ongevaarlijke deuntjes en champagneriedeltjes van Rossini. Men zegt altijd: 'Vox populi, vox dei.' Ik geloof daar niets van. De slechte smaak regeert en het gepeupel beslist. (Gromt verachtelijk) Toen ik mijn 'Eroica' opvoerde, riep een ondankbare hond uit het publiek: 'Ik geef véél geld voor dit lawaai, op voorwaarde dat het ophoudt!' Mijn grootmoeder werd op de Grote Markt van Brussel als heks op de brandstapel gezet nadat zij was verklikt door het gepeupel. Dat is onze familie niet vergeten.»

HUMO U hebt zich ook verzet tegen het aloude systeem waarbij de adel een oratorium, sonate of symfonie bestelt bij de componist. Waarom?

BEETHOVEN «Ik ben een artiest, meneer, geen knecht! Neem nu Bach, een genie dat zijn ontslagbrief in Mühlhausen ondertekende met 'Uw nederige dienaar'. Of Mozart, die aan de keurvorst in München vroeg: 'Staat uwe majesteit mij toe mij nederig aan uw voeten te werpen en u mijn diensten aan te bieden?' Báh! Weet u dat ik toestemming moest vragen om mijn septet in Es 'zeer onderdanig' aan keizerin Maria Theresa te mogen opdragen? Een Beethoven kruipt niet! Ik weiger afhankelijk te zijn van de luimen van een onevenwichtige, leeghoofdige en ijdele graaf of prins! Waarom zou de adel mogen beslissen welke muziek wij beluisteren? Mijn muze laat zich niet dwingen. Ik wil componeren wat ik wil, niet wat de mode voorschrijft of wat prinsjes gezellig in de oren klinkt. En ik heb geen tijd voor die afleiding, maar toch moest ik telkens als aartshertog Rudolph mij ontbood urenlang wachten tot het hem beliefde op te dagen!

»En altijd komt er wel de vraag of de componist iets sámen met de prins wil maken, wat de prins dan steevast als eigen werk presenteert. En dan moet ik die wanklanken ook nog loven! Maar ik vermoed dat slimme componisten dachten: ik heb nog overschotjes liggen, ik rijg die aan elkaar en draag het resultaat op aan de prins. Ik heb mijn Vierde Symfonie enkel opgedragen aan Graf von Oppersdorff omdat hij me er 500 gulden voor heeft betaald. Ik werkte toen al aan mijn Vijfde, maar die zou te avontuurlijk zijn geweest voor de ouderwetse muzikale smaak van de graaf.»

HUMO Maar, met permissie, Von Oppersdorff heeft voor die Vijfde wel een voorschot betaald.

BEETHOVEN «U bent vertrouwd met de Bijbel? Dan kent u vast het elfde gebod: 'Weiger nooit een voorschot.'»

HUMO U hebt toch praktische en financiële hulp gehad van adellijke personen?

BEETHOVEN «Ach, was! Vaak gaan grote rijkdom en gierigheid samen. Frederik Willem III, de koning van Pruisen, probeerde mijn 'Missa solemnis' af te kopen met een koninklijke onderscheiding die me zou worden toegekend. Natuurlijk: dat kostte hem niets! En toen ik hem de Negende zond, mijn meesterwerk, schonk hij me een zogenaamd onbetaalbare diamanten ring. Ik liet hem door een juwelier hier in Wenen taxeren: het was een banale edelsteen van amper 300 gulden!»

HUMO U was razend toen Napoleon zich tot keizer kroonde: u kraste zijn naam op de partituur van de aan hem opgedragen symfonie zo hard uit dat het perkament scheurde. Maar toen u de Franse gezant ontmoette, polste u of u door Napoleon in de adelstand kon worden verheven.

BEETHOVEN «Napoleon had zijn broer Jérôme tot koning van Westfalen benoemd, daar kon ik kapelmeester aan het hof worden. Men moet niet kruipen, maar je mag evenmin de hand bijten die je voedt. En niet zo lang daarna werd Napoleon verslagen in Waterloo en heb ik 'Wellingtons Sieg' gecomponeerd. Wie zoals u in vredestijd volwassen wordt, heeft makkelijk praten.»

HUMO Ik zag u voor het eerst in 1807, ten huize van Graf von Braun, waar u pianospeelde. Maar toen graaf Ferdinánd Pálffy te lang en te luid praatte met freule Reisling, stopte u abrupt: 'Voor zulke respectloze varkens als u speel ik niet langer!'

BEETHOVEN «Pálffy was een strontvent. Soms wil ik het publiek vragen: 'Entschuldigung, stoort het dat ik muziek maak terwijl u praat en hoest?' Prins Louis Ferdinand, die speelde tamelijk goed piano... voor een prins. Maar ik bedenk altijd: een prins is wie hij is door toeval en geboorte. Er zullen nog duizenden prinsen zijn, maar er is slechts één Ludwig van Beethoven, en ik ben wie ik ben dankzij mezelf! De adel is een kaste van bemoeizieke betweters. Franz Joseph Maximilian von Lobkowitz was de ergste. Toegegeven, hij was zeer gul, het grootste deel van zijn vermogen werd opgesoupeerd door het mecenaat. Dankzij hem kon ik mijn 'Eroica' repeteren, met een door hem betaald orkest.

»Maar toen ik zelf een concert mocht organiseren, moesten de kaarten bij mij thuis in Tiefer Graben afgehaald worden en ik moest zelf afrekenen! Ik woonde op de derde verdieping: die pelgrimstocht, dat komen en gaan van al die mensen! En dan werkte het orkest nog tegen omdat ik hun favoriete dirigent, die sul van een Conti, verving door de veel competentere Wranitzky

HUMO Ik zou denken dat ze zich met grote dankbaarheid ten dienste van een groot genie stelden.

BEETHOVEN «U moet de wereld nog leren kennen, jongeman. Ik heb geld geleend aan mijn broer, waardoor ik zelf in financiële problemen kwam. Ik heb mijn geliefde Josephine en haar acht kinderen financieel geholpen. Ik heb de voogdij over mijn neef Karl op mij genomen, met onverwachte implicaties waarover ik niet zal uitweiden (Karl maakte schulden, kwam in aanraking met het gerecht en overleefde een zelfmoordpoging, red.)

Ach, de liefde... Wie tranen wil oogsten, moet liefde zaaien. Onthoud dat, mijn jongen.

GEBROKEN HART

HUMO U bent nooit getrouwd. Vaak verliefd, nooit begeerd, zeggen kwatongen.

BEETHOVEN (dromerig) «De nabijheid van jonge vrouwen, al die leerlingen die ik de vingerzetting moest leren, zo dicht bij hun hals, ogen, mond... Men moet van steen zijn om niets te voelen. Maar in hun ogen was ik, ook toen ik nog jong was, te oud, te excentriek, te nors. Ach, hoeveel meesterwerken zouden niet het gevolg zijn van afwijzing door een onbereikbare of ongeïnteresseerde vrouw...»

HUMO Mij is een brief onder ogen gekomen waarin u aan uw vriend Ignaz von Gleichenstein schreef: 'Als je daar in Freiburg een schoonheid tegen het lijf loopt van wie je denkt dat ze mijn harmonieën zo nu en dan met hartstochtelijk smachten wil verrijken, leg dan alvast contact namens mij. Maar ze moet wel knap zijn!'

BEETHOVEN «Ik ben kunstenaar. Een kunstenaar is per definitie een estheet. Van iets wat niet mooi is, kan ik niet houden. Indertijd schreef ik aan mijn uitgever Nikolaus Simrock: 'Zijn uw dochters reeds groot? Voed één van hen op als mijn bruid, want als ik ongetrouwd in Bonn moet leven, zal ik er niet lang blijven.' Niet erg tactvol, nee. Ik ben een mens van vlees en bloed, verwacht geen heilige. Maar zinnelijk genot zonder versmelting der zielen is bestiaal.»

HUMO Eén van uw werken, een liederencyclus, heet 'An die ferne Geliebte', voor de onbereikbare aanbedene. Is muziek troostrijk tijdens of na een ongelukkige liefde?

BEETHOVEN (droef) «Geenszins. Ik ervaar dat als een constructiefout van de Schepper. De muziek mag dan al de moedertaal van het hart zijn, met een gebroken hart slaag ik er zelden in om iets te componeren. Dan is het alsof ik door een muur heen moet breken. Bij hoeveel vrouwen voelde ik niet al bij de eerste ontmoeting een onlesbare heimwee naar iets wat nooit was en nooit zou zijn? Goede muziek dringt makkelijk in het oor en verlaat moeilijk het geheugen, dat heeft ze gemeen met liefdesverdriet. Ach, de liefde... Wie tranen wil oogsten, moet liefde zaaien. Onthoud dat, mijn jongen.»

HUMO Men heeft lang gespeculeerd wie de ferne Geliebte was.

BEETHOVEN «Mijn Josephine Brunsvik werd door haar opportunistische moeder helaas uitgehuwelijkt aan een onnozele, maar rijke koopman. (Glimlachend) Ik verwerkte in mijn eerste strijkkwartet subtiele muzikale verwijzingen naar mijn liefde voor haar. Toen het werd gespeeld, zat haar echtgenoot Joseph Deym erbij, maar hij begreep ze niet!

»(Somber) Toen Deym stierf en Josephine weduwe werd, moest ik afstand houden, zo gebiedt het protocol. Ik mocht voor haar spelen om haar op te beuren, meer niet. Er waren tussen ons vele overeenkomsten in denken en voelen... Mijn tedere bewondering voor haar vloeide algauw over in uitgekristalliseerde liefde. Zij inspireerde mij. Mijn lied 'An die Hoffnung' was een niet mis te verstane boodschap aan haar, maar haar familie lag dwars omdat ik niet van adel was. En zelf verkoos ze een spiritueel verbond, volgens haar was het uitgesloten om mij op een andere manier lief te hebben... Maar ze liet zich wel het hof maken door die Tiroler hansworst van een Von Wolkenstein! En amper een jaar later trouwde ze met Von Stackelberg, een tirannieke gokker uit Estland die ze amper kende.

»(Zuchtend) Er was Giulietta... Ze was toen 17, maar ze werd uitgehuwelijkt aan Graf von Gallenberg. Therese Malfatti was ook twintig jaar jonger dan ik en haar ouders waren ertegen. Zij was jong, maar al zo wijs. Ze zei mij eens: 'Voor jou, arme Ludwig, is geen geluk voorzien dat van buitenaf komt, jij zult het geluk in jezelf moeten scheppen, en troost putten uit jouw ideale, ideële wereld.'

»En er was Bettina Brantano, maar die zat ook achter Goethe aan, die nota bene veertig jaar eerder nog een affaire met haar moeder had gehad! Ach, kon ik mijn geliefde Eleonore nog maar eens zien, maar ook daarvoor is het wellicht te laat. Alle muziek die ik maakte in de jaren nadat ik die zielsverwanten had gevonden en weer verloren, was niet meer dan verklankte eelt op mijn ziel.»

Er is geen enkele regel waartegen je niet mag zondigen, zolang je maar streeft naar schoonheid en waarachtige zeggingskracht.

HUMO Met permissie, maestro: hoe is het voor een componist om doof te zijn?

BEETHOVEN (geërgerd) «Het is een doffe ellende! Een oude, in zichzelf gekeerde vrijgezel wiens doofheid hem nog meer isoleert van de anderen, een componist wiens edelste zintuig hem in de steek laat: kan het erger?

»Wie mij inschat als knorrig en onontvankelijk voor de genietingen der samenleving, vergist zich. Maar voor mij bestaat geen ontspanning in gezelschap van mensen, geen belangrijk onderhoud, noch wederzijdse uitgieting van harten. Als een banneling moet ik leven, hoewel ik word verteerd door een vurig verlangen naar gezelligheid. Ga ik naar een gezelschap, dan bevangt mij een benauwde angstvalligheid, dat men mijn toestand zal opmerken. Doch welk een beschamende afgang toen iemand naast mij stond die lachte om het grapje van een jongedame en ik niet eens iets hoorde! (Mompelend) Een mens zou voor minder opstandig en mensenschuw worden. Vaak ervoer ik mijn doofheid als pesterij, als een pesterij van God. Als Hij almachtig is, waarom doet Hij dan mij dat aan? Het leek een wrede en perverse ruil: ik kan prachtige muziek scheppen, maar mag ze niet horen. En Hij schiep ook de dokters die door hun onkunde mijn kwaal alleen maar hebben verergerd. Wat heb ik allemaal genomen? Oordruppels van wijwater en amandelolie! Vollidioten!»

HUMO Hebt u onvervulde ambities?

BEETHOVEN (hoest) «Ik had graag eens op een piano uit de toekomst gespeeld, eentje van topkwaliteit. En op een klavecimbel die niet klinkt als twee copulerende skeletten op een plaatijzeren afdak. Is het niet tragisch dat ik dat moet zeggen? Ik heb de evolutie meegemaakt van slechte naar tamelijk goede instrumenten, maar ik heb het gevoel dat mijn opvolgers de volgende eeuwen op nog betere instrumenten zullen kunnen spelen, met een nog groter klavier, een betere pedaaltechniek of een nog groter klankvolume, en dat zij minder gefrustreerd zullen zijn dan ik. En ik wil al lang de graven van mijn ouders in Bonn bezoeken. Maar dat is nu niet langer nodig, want zeer binnenkort zie ik hen in de hemel.»

HUMO Zou u bereid zijn uw volledige oeuvre in te ruilen voor een mooie vrouw en twintig jaar langer leven?

BEETHOVEN (zwijgt lang) «Wélke vrouw? Hóé leven?»

HUMO Denkt u dat uw muziek de tand des tijds zal trotseren?

BEETHOVEN «Ik heb unieke, revolutionaire muziek voortgebracht. Dat móét. Ik heb geen gezwets voortgebracht. Hummel? Het klopt toch dat ik enig talent had? (Hummel knikt bevestigend en knijpt bemoedigend in Beethovens arm) Herr Salieri heeft veertig opera's en een paar dozijn oratoria, missen en symfonieën geschreven, en zijn faam is nu al aan het tanen, amper drie jaar na zijn dood! (Peinzend) Nee, mij zal dat niet overkomen. En ik was een rare man, mijn doofheid en rotkarakter zullen mee mijn faam maken - mooie muziek volstaat immers niet, voor de leek moet er een dramatisch verhaal aan verbonden zijn. Opdat een componist onsterfelijk wordt, is de eerste vereiste dat hij eerst een lastig, controversieel mens is en dan sterft. Bij dezen.

»(Rochelend) Ik kan niet beslissen of het poëtisch dan wel tragisch is dat ik, uitgerekend ik, aan het einde van mijn leven tot deze conclusie kom: het schoonste geluid ter wereld is de stilte...»

De volgende uren spreekt Beethoven geen woord meer. Een priester dient de meester de laatste sacramenten toe. Dan stamelt hij met een van pijn verwrongen grijns: 'Plaudite, amici, comedia finita est.' Hij tast naar de hand van Elisabeth Hummel, zijn Elise van weleer. Die woorden zijn amper koud of de regen die daarnet inzette, begint nu tegen het raam te striemen. Enkele minuten later blikkert onverwacht een felle bliksemflits en knalt een donderslag die ons allemaal verkilt. Op dat moment verheft het lichaam van Beethoven zich voor het eerst licht van de matras. Hij buigt naar voren en heft even zijn arm, met gebalde vuist, alsof hij zich verweert, een bevel geeft of iets opmerkt wat niemand ziet, maar zijgt dan uitgeput neer. Ik verzin niets, zo geschiedde het werkelijk! De adem stopt. Het hart stopt. De meester is niet meer.

Teltscher begint meteen de dode te schetsen. Minutenlang hoor ik enkel het krassen van zijn potlood. Ik zie ook hoe dokter Hiller lokken van het haar van de meester begint af te snijden. Als hij merkt dat ik toekijk, stopt hij me er eentje toe, misschien omdat hij zich betrapt voelt, om mijn stilzwijgen af te kopen. Even later maakt men zich klaar om met pleister een afdruk van het levenloze gelaat van de meester te nemen. Een afgietsel van dat dodenmasker ligt voor mij nu ik deze laatste woorden van Ludwig van Beethoven neerschrijf. Het was een voorrecht ze te mogen noteren. Ik bewaar ze deemoedig voor het nageslacht.

Hyppoliet Simonart, Wenen, april 1827.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234