'Mijn hartslag ging boven de 400': Stefaan Lauwers (CEO), Kristof Hoho (volleyballer) en Peter Verhelst (schrijver) gingen bijna dood

De dood is voor eeuwig en altijd. Dat denken we toch. Maar bij sommigen komt ze even aankloppen, om vervolgens onverrichter zake weer af te druipen. Die lucky few zijn de enigen die ons kunnen vertellen hoe het voelt om bijna dood te gaan.

'Eigenlijk is bijna doodgaan een aanrader. Het heeft mij nederig gemaakt. Ik weet nu wat mede dogen en kwetsbaarheid zijn'


Stefaan Lauwers: ‘Ik heb beter leren luisteren’

Jaarlijks krijgen in België 11.000 mensen een hartstilstand. 93 procent van hen kan het niet navertellen. Stefaan Lauwers (57), CEO bij Partena, gelukkig wel. Voor hij begint – de zwarte gaten worden ingevuld door zijn vrouw Joëlle – zet hij een glas water klaar.

Stefaan Lauwers «Door de medicatie die ik nu moet slikken, heb ik voortdurend een droge mond. Mijn tandarts wees me op die bijwerking. Cardiologen – fantastische mensen, overigens – zijn daar niet mee bezig: voor hen ben je alleen dat hart. Zolang dat klopt, zijn ze tevreden.

'Niks werkt beter om aandacht te krijgen dan te zeggen dat je een keer bent doodgevallen' Stefaan Lauwers

»Ik had nooit gedacht dat mijn hart het zou begeven. Ik zat in wat dokters ‘de groene zone’ noemen. Omdat ik in een marathonclub zat – ik liep al vijftien jaar lang twee marathons per jaar – liet ik geregeld een medische check-up doen. De resultaten van mijn fietstest waren altijd prima. Voor mijn huisarts was ik perfect gezond.»

HUMO Zo voelde je je ook?

Lauwers «Absoluut. Ik heb altijd nogal bourgondisch geleefd, geef ik toe. Je hebt marathonlopers die geen druppel alcohol drinken, maar zo was ik niet. Ik had een druk leven met veel stress. Daarom was ik bij de marathonclub gegaan: ik liep om mijn levensstijl te compenseren.

»Mijn laatste marathon liep ik 10 maanden eerder, in Valencia. Omdat ik tijdens de voorbereidingen last kreeg van ontstekingen, waarvoor ik dan telkens ontstekingsremmers nam, had ik besloten het kalmer aan te doen. Ik liep alleen nog recreatief.»

Joëlle Orlans «De week voor het gebeurde, had hij het opeens over een druk op zijn borst. Daarvoor zou hij naar de cardioloog gaan, zei hij. Maar zover is het niet gekomen: op 5 augustus kwam hij rond vier uur thuis en zei hij dat hij zou gaan lopen.»

Lauwers «We waren net terug van vakantie en op het werk was het nog kalm. Ik dacht: ‘Ik stop wat vroeger en loop nog een toertje.’ Geen al te grote inspanning, gewoon genieten van het mooie weer.»

Orlans «Voor hij vertrok, vroeg ik nog hoe laat hij thuis zou zijn. Normaal vraag ik dat nooit. Ergens moet ik een voorgevoel hebben gehad.»

Lauwers «Ik ben in elkaar gezakt in de Dulle Grietstraat. Vreemd, want dat ligt niet op mijn vaste route. De man die me heeft gered, zei dat hij me naar mijn maag zag grijpen en voorover vallen. Hij wist meteen wat er aan de hand was. Toen hij mijn pols nam – hij doet aan gevechtssport en had een EHBO-training gevolgd – schrok hij zich een ongeluk: niets. Hij is meteen gestart met de reanimatie, terwijl een voorbijganger de ambulance belde. Die was vlakbij, na vier minuten konden de ambulanciers en de MUG het van hem overnemen.»

Orlans «Had die man Stefaan niet gereanimeerd tot de ambulance er was, dan had hij hersenschade opgelopen.»

Lauwers «Na vier of vijf minuten mag je pompen zoveel je wilt, dan is het voorbij. Die man heeft mijn leven gered, zo simpel is het.

»In de ambulance werd ik gedefibrilleerd en kreeg ik een adrenaline-injectie in mijn hart. In het ziekenhuis hebben ze me in een kunstmatige coma gehouden en mijn lichaam afgekoeld, om mijn organen te beschermen.»

HUMO Intussen zat jij nietsvermoedend thuis, Joëlle.

Orlans «Ik ging voortdurend kijken aan de voordeur, maar hij kwam niet terug. Ik durfde de spoeddienst niet te bellen. ‘Dan vindt hij zeker dat ik overdrijf, als hij hier komt binnenwandelen,’ dacht ik. Uiteindelijk heb ik toch naar het UZ Gent gebeld, of er geen loper van 57 jaar was binnengebracht. Ze schakelden me door van de ene dienst naar de andere. Ik moest hem beschrijven: zijn kleding, of hij flesjes water aan zijn riem had... Opeens hoorde ik iemand op de achtergrond roepen: ‘We weten wie hij is.’ Ik denk dat ik toen in shock ben gegaan.

»Ze zeiden dat ik beter niet zelf naar het ziekenhuis kon rijden. Mijn dochter heeft me gebracht. De eerste die ik zag, was de spoedarts. ‘Ze hebben uw man hier blauw binnengebracht,’ zei hij. Ik zie Stefaan nog liggen: zongebruind op hagelwitte lakens.»

HUMO Wanneer is hij uit zijn coma ontwaakt?

Orlans (wijst naar een zelfgemaakte kalender aan de keukenmuur) «Daar kun je het zien: op zondag. Die kalender hangt er al twee jaar. Ik heb al vaak op het punt gestaan om hem weg te halen, maar om de één of andere reden doe ik het nooit. Uit bijgeloof? Misschien.

»Toen ik die zondag op intensieve kwam, liep de verpleegster me tegemoet met een kamerbrede glimlach: ‘Hij is wakker.’ Op de kamer keek Stefaan me aan met een verdwaasde blik: ‘Wat is er gebeurd?’»

Lauwers «Ik herinner me daar bijna niets meer van. En wat ik me herinner, haal ik door elkaar. Het moment waarop ik uit de coma ontwaakte, en het moment waarop ik wakker werd na de openhartoperatie, zijn in mijn hoofd niet van elkaar te onderscheiden.»

Orlans «Hij functioneerde nochtans goed, sprak vrij normaal, en kon zelfs onze identieke tweeling van elkaar onderscheiden.

»Die twee dagen na de coma waren de schoonste en warmste die we als gezin hebben beleefd: Stefaan is een echt alfamannetje, maar toen was hij opeens ontzettend emotioneel, lief, zorgzaam. Alleen werkte zijn kortetermijngeheugen niet, en mocht hij zijn been niet bewegen: ze hadden een pomp in zijn lies geplaatst om zijn hart aan de gang te houden, maar dat vergat hij telkens, dus moesten ze hem vastbinden.»

'Ik heb mijn redder ontmoet. Ik wilde hem iets schenken, maar wat geef je de man aan wie je je leven te danken hebt?'

Lauwers «Dinsdag hebben ze me geopereerd: ze hebben slagaders uit mijn kuit genomen en rond mijn hart geplaatst. Pas daarna begon mijn geheugen weer te werken. Ik had vreselijke rugpijn na de operatie. Zodra die voorbij was, wilde ik maar één ding: naar huis.»

Orlans «Op een dag kwam ik zijn kamer binnen en stond hij al zijn spullen in een plastic zak te proppen: ‘Ik ga naar huis.’ ‘Da’s goed,’ zei ik, ‘ga even op de crosstrainer op de gang zitten en dan zien we wel.’ Hij geraakte zelfs niet tot aan dat toestel: na vijf passen was hij buiten adem.

»Omdat zijn hersenen toch even zonder zuurstof hadden gezeten, had hij diffuse hersenschade. Daardoor was hij heel ongeremd en flapte hij er alles uit. Het heeft even geduurd voor die hersenen terug op hun plooi waren.»

Lauwers «Mijn grootste angst was: zal ik nog wel de mentale capaciteit hebben om mijn job te doen? Ik wilde meteen weer aan het werk, maar ik had al snel in de gaten dat ik alleen maar stommiteiten kon begaan. Eerst probeerde ik het werk te volgen vanop een afstand, maar zelfs dat heb ik snel opgegeven, om me volledig te concentreren op mijn revalidatie.»

HUMO Die heb je aangepakt met dezelfde verbetenheid waarmee je voordien voor marathons trainde.

Orlans «Een ander zou schrik hebben om opnieuw te sporten. Hij niet: hij moest en zou weer fit worden. Zijn longcapaciteit bedroeg nog 15 procent, maar toch is hij meteen gaan trainen bij de kinesist.»

Lauwers «Die kinesist wist niet waar hij het had, zo hard ging ik. Ook in het UZ schrokken ze: ik fietste als een gek tijdens de fietstest, alsof ik nooit dood was geweest.»

HUMO Was je niet bang dat je hart opnieuw zou haperen?

Lauwers «Eigenlijk niet. Alles klopte weer. Létterlijk. Sinds die hartstilstand sta ik natuurlijk constant onder controle. Ik ben net nog bij de cardioloog geweest: de echo van mijn hart was prima. Het pompt, al doet het dat iets zwakker dan vroeger.

»Elke zomer fiets ik samen met mijn broers en zussen een berg op in Frankrijk. Vorig jaar heb ik die rit overgeslagen, maar dit jaar stond ik nog voor ik het goed en wel besefte boven. Op zich lukt alles me nog, maar toch voel ik me anders. Niemand kan me zeggen hoe dat komt. Ik kan me er alleen bij neerleggen dat ik het voortaan met een minder goed functionerend lichaam moet doen.»

HUMO Je hartstilstand was te wijten aan plaque, die je aders had doen dichtslibben. Maar hoe kwam die plaque daar?

Lauwers «Dat heb ik gevraagd aan de cardioloog en aan de chirurg, maar een antwoord hebben ze niet. Ik ben ervan overtuigd dat we het ooit wél zullen weten – in mijn job zie ik hoe snel de geneeskunde evolueert – maar voorlopig moet ik het stellen met: ‘Je hebt pech gehad.’»

HUMO En tegelijk heel veel geluk.

Lauwers «Ja. Van wie buiten het ziekenhuis een hartstilstand krijgt, overleeft slechts 5 à 10 procent dat. En de helft van die mensen moet verder met hersenschade.»

Orlans «Hij is één van de weinigen die normaal verder kan na een hartstilstand. De chirurg, een oudere man, had nog maar één gelijkaardig geval meegemaakt in zijn hele carrière.

»In het begin wilde Stefaan de foto’s van toen hij in coma lag absoluut niet zien. Hij wilde vooral doorgaan. Het heeft even geduurd voor hij zich klaar voelde om aan het mentale verwerkingsproces te beginnen. Hij heeft zijn redder pas in december ontmoet.»

HUMO Die had jij intussen weten te vinden.

Orlans «Via Facebook. Na het ongeval had die man geen gegevens achtergelaten bij de ambulance.»

Lauwers «Omdat hij bang was dat hij iets fout had gedaan bij de reanimatie, en dat ik er toch niet ongeschonden was uitgekomen. Hij was zelf in shock.»

Orlans «Op Facebook zag ik dat hij werkte als huishoudhulp voor Partena: hij had het leven gered van zijn eigen CEO. Ik heb hem meteen opgebeld om hem te bedanken, maar dat wimpelde hij wat af: ‘Ik heb gedaan wat iedereen zou doen.’»

Lauwers «Later hebben we elkaar ontmoet. Ik wilde hem iets schenken, maar wat geef je de man aan wie je je leven te danken hebt? Hij vond ook niet dat ik hem dankbaarheid verschuldigd was: het was de normaalste zaak van de wereld. Ik zag wel zijn opluchting toen hij merkte dat ik normaal functioneerde. Hij was lang bang geweest dat hij mij veroordeeld had tot een leven als plant. Dat wilde hij niet op zijn geweten hebben.»

HUMO Heeft het je leven een nieuwe wending gegeven?

Lauwers «Er is een vóór en een na. Ik luister nu beter naar mijn lichaam. Ik kan ook niet anders: ik ben nu sneller moe. Vroeger stond ik elke ochtend op om halfzeven en werkte ik ’s avonds vaak door. In die tredmolen wilde ik niet meer belanden. Het tempo is nu rustiger. Ik probeer elke nacht acht uur te slapen en ’s avonds werk ik alleen nog als het echt moet. Ik fiets nu ook naar het werk – de auto bezorgde me stress. Op vrijdagnamiddag zeg ik al eens: ‘Foert, ik ga nog wat lopen of wandelen.’

»Door mijn hartstilstand ben ik gaan beseffen dat niemand onmisbaar is. Ik heb gezien dat het bedrijf verdergaat zonder mij. Ik gedraag me nu ook anders tijdens vergaderingen. Vroeger bonkte ik veel sneller op tafel. Omdat ik na mijn hartstilstand niet wist of mijn brein zich volledig had hersteld, nam ik een meer afwachtende houding aan. Daardoor heb ik geleerd om beter te luisteren. Mijn directe medewerkers voelen dat zeker (lacht).»

Orlans «Het heeft een half jaar geduurd voor ik mijn man helemaal terug had. Voor iedereen was hij weer de oude, maar niet voor mij: hij was er wel, lachte weer, sprak als voordien, maar het contact tussen ons was anders. Mijn kinesist heeft me toen verteld dat ze in de oosterse geneeskunde geloven dat het na een bijna-doodervaring een tijdje duurt voor het hart weer op z’n oude plaats zit. (Lacht) Geen idee of dat klopt, maar na een half jaar was onze oude connectie er inderdaad terug.»

Lauwers «Natuurlijk blijft het spoken bij mij. De eerste zes maanden vroeg iedereen me hetzelfde: ‘Je gaat je leven nu toch anders aanpakken?’ En of ik er iets uit had geleerd. (Haalt de schouders op) Dat zou betekenen dat ik iets verkeerds had gedaan, maar dat is niet zo.

»Trouwens, niks werkt beter om aandacht te krijgen dan te zeggen dat je een keer bent doodgevallen (lacht).»

Orlans «Misschien had ik gedacht – gehoopt – dat het verschil met vroeger groter zou zijn. Het besef dat het zo voorbij kan zijn, heeft er bij mij dieper ingehakt dan bij hem. Het heeft zeker een jaar geduurd voor ik dat traumatische telefoongesprek had verwerkt. Eerst heb ik loopbaanonderbreking genomen om hem bij te staan tijdens zijn revalidatie. Pas sinds kort ben ik meer op mijn gemak als hij gaat lopen, al blijft de angst toch sluimeren.»

Lauwers «Ik loop nog steeds, maar ben wel uit de marathonclub gestapt. Bij wedstrijden ga je te veel in het rood en dat raadde mijn cardioloog me af. Toch hoop ik het ooit weer te kunnen. Stil blijven staan past niet bij mijn temperament, al ben ik wel een versnelling lager geschakeld. Ik weet nu beter waar mijn grenzen liggen.»

Orlans «En als je ze dreigt te vergeten, dan heb je een vrouw die je er op tijd aan zal herinneren.»

Lauwers «Ik moet nu elke dag medicatie slikken. (Grijpt zijn pillendoos) Dit doet me meer als een oude vent voelen dan het feit dat ik een hartstilstand heb gehad. Dat is een beperking, maar er valt mee te leven. Ik heb nog jaren voor me, en elk jaar vier ik nu een extra verjaardag: op 5 augustus.»

Orlans «Dan stuur ik een bedankje naar zijn redder. Dat is wel het minste wat ik kan doen.»


Kristof Hoho: ‘Kennelijk ben ik goed in de dood omzeilen’

Ex-topvolleyballer Kristof Hoho (38) heeft het verhaal al meermaals verteld: hoe hij in 2009 net een contract had getekend bij het Italiaanse Padua, hoe zijn hartslag tijdens een medische controle opeens boven de 200 schoot, en hoe hij de volgende dag tijdens de training neerging als een baksteen.

Kristof Hoho «Een hartstilstand voel je niet aankomen. Het is gewoon (slaat met zijn ene hand op de andere) bam, gedaan, finito. Ik heb het grote geluk gehad dat de dokter in de zaal was: hij heeft me een halfuur gereanimeerd. Onderweg naar het ziekenhuis zijn ze nog een keer moeten stoppen, omdat mijn hart weer stilgevallen was en ze opnieuw moesten pompen.

'Ik trok mijn kniebeschermer omhoog en opeens ging het licht uit. Mijn hartslag was boven de 400 gegaan' Kristof Hoho

»Ik ben anderhalve week compleet kwijt. Het enige wat ik me herinner, is dat ik wakker werd op intensieve zorgen en dat er iemand naast mijn bed stond met een paarse trui. Geen idee wie dat was. Misschien is het zelfs nooit gebeurd. Toen ik weer bijkwam, werd ik volgens mijn moeder zo opstandig – ik heb alle buisjes en slangetjes uit mijn lijf gerukt – dat ze me hebben moeten vastbinden op mijn bed en me in coma moesten houden. Daar weet ik zelf niets van. Mijn hele even-doodervaring heb ik alleen van horen zeggen.

»Het eerste wat ik te horen kreeg, was dat mijn volleybalcarrière voorbij was. En dat ik de dag erna al onder het mes moest, om een defibrillator te laten inplanten. Ik wist niet eens wat dat was. Ik heb meteen naar cardioloog Pedro Brugada gebeld. ‘Ik zorg dat je opnieuw kunt volleyballen,’ zei hij. ‘Kom nu naar België.’ Maar dat kon niet, want zonder defibrillator wilden ze me in Italië niet laten gaan. Ze hebben hem toen in mijn schouder gestopt. In België heeft Brugada me opnieuw geopereerd. Nu zit die defibrillator in mijn buikholte. Ik voel hem zo zitten.»

HUMO Dat alleen al herinnert je nog dagelijks aan het moment dat je even doodging.

Hoho «Daarmee heb ik moeten leren leven, ja. Dat is me ook gelukt, omdat ik er niet constant over pieker. Veel mensen appreciëren dat ik na mijn hartstilstand absoluut opnieuw wilde volleyballen, en dat ik me niet liet tegenhouden door een defibrillator. Maar anderen kunnen daar minder appreciatie voor opbrengen. Veel mensen kunnen na een hartstilstand niet zomaar verder: ze hebben een fysieke beperking opgelopen, of mentaal valt het hen zwaar. Ze kunnen het niet loslaten, worden zelfs ziek of depressief. Ik heb daar alle begrip voor, maar bij mij gaat het anders. Ik vind het belangrijk om erover te kunnen praten, hoe moeilijk het ook is. Het lucht me op. Ik heb geen ziekte, hè. Mijn hart heeft het alleen een keer begeven.

»Pas op: ik heb het soms ook moeilijk. Een journalist vroeg me ooit een dubbelinterview te doen met de ouders van een jonge volleybalspeler. Na een gewonnen match had die jongen een vreugdeduik gemaakt in de richting van zijn ouders. Hij is nooit meer rechtgestaan: dood, hartaderbreuk. Dat gesprek viel me zwaar: hun zoon was weg en ik was er nog. De vrouw van Jo Baetens, een volleybalspeler die lang geleden overleed aan een hartaderbreuk, is ook een keer heel kwaad op me geworden. Het had meer met onmacht te maken dan met woede. We hebben erover kunnen praten, maar makkelijk was dat niet.»

HUMO Jij bent de geluksvogel die opgestaan is uit de dood.

Hoho «Zo voel ik me ook. Toen ik terugkwam uit Italië, sloeg ik de krant open op een artikel over sporters met hartfalen. Er stonden zeven foto’s bij: de enige van de zeven die het had overleefd, was ik. Maar moet ik me schuldig voelen dat ik die ene geluksvogel ben? Nee, het leven gaat verder.»

HUMO Zoiets moet je onherroepelijk veranderen.

Hoho «In het begin dacht ik: ‘Vanaf nu wordt het anders. Ik ga het rustiger aan doen.’ Maar die trein is opnieuw langsgekomen en ik ben erop gesprongen. Bij Padua kon ik niet blijven, maar ik had eind december 2009 al een nieuw contract bij Roeselare.

»Fysiek heb ik hard moeten knokken om terug te komen. Ik ben van nul moeten beginnen om mijn conditie weer op peil te krijgen. Sommige dagen kwam ik terug van de training, viel in slaap op de sofa en werd pas de volgende dag wakker. Zo uitgeput was ik.»

HUMO Was je tijdens die trainingen niet bezig met je hart?

Hoho «Nee. Ik werd voortdurend gecontroleerd en opgevolgd. Ik volgde ook nauwgezet de adviezen van dokters en kinesisten. Ik pushte mezelf niet om toch sneller terug te komen: dat had geen zin.»

HUMO Heb je Pedro Brugada gevraagd hoe groot de kans was dat je hart het nog eens zou begeven?

Hoho «Nee. Maar ik heb hem wel gevraagd wat er met mij is gebeurd. En waarom. Daar heb ik nooit een antwoord op gekregen. Na een controle heb ik Brugada ook eens gevraagd of die defibrillator er ooit weer uit kon. ‘Als ik dat doe, ben je dood,’ zei hij. Hij heeft me dan getoond, met de gegevens die mijn defibrillator registreert, wanneer mijn hart rare sprongen had gemaakt. Dat was even slikken, ja.»

HUMO Die defibrillator heeft al eens je leven gered: tijdens een match in 2013 ging je neer.

Hoho «Ik trok mijn kniebeschermer omhoog en opeens ging het licht uit. Mijn hartslag was boven de 400 gegaan.»

'Ik heb het meegemaakt, doodgaan. Maar van zwarte tunnels of licht heb ik niks gemerkt'

HUMO Na de wedstrijd reageerde je nogal laconiek: ‘De machine werkt, dat weet ik nu wel.’

Hoho «Ik wist dat het ooit kon gebeuren. Vooraf vroeg ik me weleens af hoe die shock zou voelen. Toen wist ik het: stop je vingers in een stopcontact en doe dat maal vijf. Je hele lijf trekt samen. Omdat het tijdens een match gebeurde, is het natuurlijk allemaal gefilmd. VTM stond meteen na de match al in Maaseik, maar aan sensatie doe ik niet mee. Ik heb die beelden en niemand krijgt die ooit te zien.

»Liefst was ik gewoon weer op het veld gaan staan, maar daar was geen sprake van. De dag nadien hebben ze me een nieuwe defibrillator gegeven. Dat was het einde van mijn volleybalcarrière: de club wilde geen risico meer lopen. Dat hebben ze nooit met zoveel woorden gezegd, maar het kan haast niet anders.

»De grootste klap kwam toen ik op zoek moest naar gewoon werk. Tot mijn 33ste had ik geld verdiend met mijn hobby. Ik had nooit iets anders gekend dan topsport. Tegenwoordig ga ik de baan op als verkoper. Als ik vroeger ergens binnenkwam, vroegen de mensen: ‘Ben jij niet die volleybalspeler?’ Nu hoor ik steeds vaker: ‘Ben jij niet die gast van die hartstilstand?’ Mij stoort dat niet. Integendeel, dan is het ijs meteen gebroken.»

HUMO Moest je bij het zoeken naar een job rekening houden met je hart?

Hoho «Nee, al mag ik niet alles doen. Ik mag niet meer door de metaaldetector op de luchthaven. Nu moet ik een kaartje tonen en me laten fouilleren. Bij de poortjes tegen winkeldiefstal aan de ingang van winkels blijf ik ook beter niet stilstaan, anders connecteert mijn defibrillator zich ermee. Hetzelfde bij slotmachines in een casino. En ik mag nooit meer Red Bull drinken, maar dat vind ik niet erg.»

HUMO Ben je ooit bang geweest?

Hoho «Nooit. Als ik elke dag zou stilstaan bij het feit dat mijn hart het weer kan begeven, dan word ik gek. Ik hou me vast aan de gedachte: van iedereen die hier nu zit, ben ik met mijn defibrillator de veiligste.

»Voor mijn werk kom ik vaak bij begrafenisondernemers. Als ik zeg dat ik een defibrillator heb, zeggen ze: ‘Kijk eens wat voor een verzameling ik hier heb.’ Dan halen ze de defibrillators boven die ze uit lichamen hebben verwijderd – zo’n ding mag niet mee begraven of gecremeerd worden, omdat het shocks blijft geven waardoor de spieren blijven samentrekken. Ik vind dat niet luguber. Ik heb zelfs al een operatie bijgewoond om te zien hoe ze zo’n ding in je lichaam stoppen. Om die defibrillator te testen, leggen de dokters je hart even stil. Telkens als ik een nieuwe nodig heb, zal ik dus weer heel even doodgaan.»

HUMO Hoe lang doe je met een defibrillator?

Hoho «De batterij gaat 10 jaar mee. Dat ik tot het eind van mijn leven geregeld zo’n operatie moet ondergaan, is niks om vrolijk van te worden. Ik weet intussen welke pijn me te wachten staat. Ik vertrek naar elke controle met een klein hartje, omdat ik weet dat er een dag komt waarop de dokter zegt: ‘Nu mag je niet naar huis, maar moet je onmiddellijk naar de operatiezaal.’

»Mijn littekens storen me niet: het zijn aandenkens aan het feit dat ik nog leef. Mijn hele torso staat vol. Eigenlijk ben ik al op de eerste dag van mijn leven door het oog van de naald gekropen: ik werd geboren met een geperforeerde darm. De dokters wisten niet of ik de ochtend zou halen. Kennelijk ben ik nogal goed in de dood omzeilen. Maar vraag me niet naar zwarte tunnels of licht: niks van gemerkt. (Wijst) Ik ben daarboven niet geweest, ik ben daaronder niet geweest. Ik heb het meegemaakt, doodgaan. Maar wat het is? Ik weet het niet.»


Peter Verhelst: ‘Epidemie aan haperende harten’

‘Ik draag iedereen die ik graag zie bij mij,’ zegt schrijver Peter Verhelst (56). Hij tovert een zwart touwtje vanonder zijn T-shirt, met daaraan de trouwring van zijn moeder, een steentje van zijn goeie vriend Stefan Hertmans en van zijn kinderen, en een juweel van zijn vrouw. ‘Geen talisman,’ benadrukt hij. ‘Ik heb totaal geen talent voor transcendentaal gedoe. Ik wil die mensen gewoon bij me hebben als ik doodga.’ Het is niet zo vreemd dat hij zulke voorbereidingen treft: Peter Verhelst is al meer dan één keer aan de dood ontsnapt.

'De dag erna had ik het gevoel dat er een kudde olifanten over me heen was gevlamd. Elk spiertje deed pijn' Peter Verhelst

HUMO Stefaan Lauwers en Kristof Hoho herinneren zich weinig van hun aanvaring met de dood, maar jij wel.

Peter Verhelst «Er is een groot verschil tussen een hartstilstand en een hartaanval. Ik kan het weten, want ik heb niet zo lang geleden een hartaanval gehad.

»Elk jaar gaan mijn vrouw en ik naar Zuid-Afrika. De periode voor we vertrokken, had ik het ontzettend druk. In mijn geval betekende dat ook dat ik ontzettend veel rookte. Toen ik in Kaapstad een heuvel opwandelde, voelde ik plots een stekende pijn in mijn borst. Mijn vrouw zei dat het misschien mijn hart was, maar ik dacht: ‘Dat kan niet.’ In het ziekenhuis in Kaapstad konden ze niet meteen iets vinden – niks mis met de medische zorg daar: ze hebben de eerste harttransplantatie op hun naam staan. Daarna overkwam het me nog een keer of vijf: ik kreeg het benauwd, mijn oksels deden pijn en ik moest gaan liggen. Op een avond kreeg ik het weer toen ik met de auto uit Nederland terugreed. De volgende ochtend ben ik naar de spoeddienst gegaan. ‘U hebt een hartaanval gehad,’ zeiden ze. Bij een hartaanval krijgt een stuk van je hart geen zuurstof meer, waardoor het afsterft. Bij mij was er gelukkig nog niks afgestorven: mijn verstopte ader had zijadertjes gemaakt, waardoor mijn hart toch nog een beetje bloed kreeg. Onwaarschijnlijk hoe mooi het lichaam in elkaar zit. Maar ik moest wel onmiddelijk twee stents krijgen. Binnenkort komt daar nog een derde bij.

»Wat me is overkomen, is tegelijk erg én ook weer niet. Ik heb het overleefd, maar ons hart is zo’n symbolisch ding. Hapert daar iets aan, dan lijkt ook je ziel, je wezen te zijn aangetast. Dat maakt het zo ingrijpend. Dat hoor ik ook in mijn vriendenkring, waar een epidemie aan haperende harten lijkt te zijn uitgebroken.

»Wat ik bij die hartaanval voor de tweede keer ondervond, was dat het zo (knipt met z’n vingers) voorbij kan zijn. In 2013 had ik al een zwaar auto-ongeval. Sindsdien weet ik: wij zijn nietig. Ik weet nog hoe ik die ochtend vertrok: zorgeloos, nog snel een kus voor mijn vrouw. Even later reed ik de snelweg op, en baf! Terwijl ik een vrachtwagen aan het inhalen was, was er een wiel losgekomen en tegen mijn auto geknald. Ik ben een paar keer over de kop gegaan en op mijn dak verder gegleden.»

HUMO Wat dacht je toen je dat wiel jouw richting zag uitkomen?

verhelst «Dat heb ik zelfs niet gezien. Ik heb alleen de knal gevoeld, waarna alle airbags zijn ontploft – je hebt er geen idee van hoeveel van die dingen in je auto zitten. Opeens zat ik in een wolk van wit. Ik voelde hoe de auto werd opgetild, en tegelijk flitste door mijn hoofd hoeveel vrachtwagens ik net aan mijn rechterkant had zien rijden. Niet bepaald een leuke overpeinzing. ‘Ik eindig als gehakt,’ dacht ik.

»Zo’n moment kondigt zich niet aan, het is gewoon: tjak! Net zoals bij die hartaanval was het onverwachte ervan erg choquerend. Alleen is het geweld van een auto-ongeval veel groter, dat is pure agressie. De dag erna had ik het gevoel dat er een kudde olifanten over me heen was gevlamd. Elk spiertje deed pijn.»

HUMO Uitwendig had je geen schrammetje.

verhelst «Een kleine wonde aan mijn hoofd, die ze hebben dichtgeniet. Even vreesden de dokters wel voor inwendige bloedingen. Toen ik dat hoorde, stak even de angst op: ‘Maar ik ben toch oké?’ Het leek me zo’n belachelijke dood, na dat spectaculaire ongeval alsnog het loodje te leggen door inwendige bloedingen.»

HUMO Meteen na de crash reageerde je koelbloedig: je haalde de stukjes autoruit uit je mond, nam je gsm en belde Jan De Cock, om te melden dat je niet zou komen opdagen op jullie afspraak.

verhelst «En daarna mijn vrouw – toen nog mijn vriendin. Ik probeerde zo hard om normaal te klinken dat ik hysterisch overkwam. Maud zei dat ze iemand op de achtergrond hoorde zeggen: ‘Meneer, nu moet u écht gaan liggen.’

»Ik denk dat iedereen schijnbaar koelbloedig blijft na zo’n ongeval. Ik weet niet of het bewust is, maar je doet het gewoon. Nu ja, als je been loshangt of het bloed gutst uit je hoofd, is het wellicht iets lastiger. Maar ik had dus niks. Dat choqueert me nog het meest: ik heb zoveel geluk gehad. Echt hoerenchance. Dat dacht ik zéker toen ik een foto van het wrak zag. Na het ongeval had ik mijn auto wel op z’n dak zien liggen, maar het drong niet tot me door dat ik daaruit was gekropen. Ik zat nog vol adrenaline. Pas op die foto zag ik dat mijn auto tot schroot herleid was. De mensen die achter me reden, hadden me als een zombie uit dat wrak zien klauteren. Dat moet een onwaarschijnlijk beeld zijn geweest.»

HUMO Heb je hen achteraf nog gezien?

verhelst «Nee, jammer. Ze waren zo vriendelijk en lief. Op zo’n moment is het van levensbelang dat iemand je vastpakt en zegt: ‘Kom, meneer.’ Ik stond volkomen verdwaasd op dat wegdek. Terwijl de chauffeur van die vrachtwagen meteen begon te beweren dat het zijn wiel niet was. Wat een debiel.»

HUMO Herbeleef je het moment nog vaak?

verhelst «Niet dagelijks, maar toch een keer per maand, en vooral op momenten dat ik er niet op bedacht ben. Op de snelweg, bijvoorbeeld. Dan rijd ik een vrachtwagen voorbij en voel ik plots de tintelingen van aan mijn gat tot in mijn kruin. Een echte steekvlam. Ik kan nu ook heel kwaad worden op vrachtwagenchauffeurs. Als ik ze zie inhalen in de regen, zou ik een torpedo op mijn dak willen hebben om ze van de baan te schieten. Razend word ik.

»Ik ben wel meteen weer op de snelweg gaan rijden, omdat ik wist: hoe langer ik wacht, des te erger het wordt. Vooraf denk je dat je zal kotsen van paniek, maar een mens is veel weerbaarder en sterker dan we vermoeden. Dat heb ik nu al zo vaak gezien: bij dat ongeval, bij mijn hartinfarct, bij de plotse dood van mijn moeder.

»We hebben allemaal die romantische visie: ‘Stel dat ik ooit aan de dood ontsnap, dan ga ik van het leven genieten.’ Maar dat doe je niet. Zodra de lichamelijke ongemakken je leven niet meer domineren, herneemt het zich in al z’n banaliteit. En gelukkig maar: anders zou je al na een jaar zijn opgebrand. Ik vind dat geruststellend: het is de triomf van het leven. Dat heb ik ook gezien bij mijn vader: hij was verpulverd door de dood van zijn vrouw. In het begin dacht ik dat er nooit meer een moment zou komen waarop hij er niet aan zou denken, maar ook dat herstelt zich. Bij de één al sneller dan bij de ander.»

HUMO Voel jij je, door die overvloed aan geluk, verplicht om voortaan de meest goedgemutste mens ter wereld te zijn?

verhelst «Ik probeer een vrolijke Frans te zijn, maar dat ben ik niet. Ik heb nog altijd het recht om te klagen. Dat is trouwens gezond, het heeft een ventielfunctie. Maar dat wil niet zeggen dat er niets is veranderd. Gek genoeg heeft die verandering meer te maken met de dood van mijn moeder dan met mijn ongeval. Kennelijk moest ik meer dan één waarschuwing krijgen voor het helemaal tot me doordrong.

»De manier waarop mijn moeder is gegaan, is de mooiste dood die een mens zich kan wensen: een hartaderbreuk in de fleur van haar leven. Twee seconden en het was voorbij. Maar voor de achterblijvers is het een gruwel. Niet dat ik mij verzet tegen de dood: als het zover is, dan is het zover. Die sereniteit voelde ik ook tijdens mijn ongeval: er was een compleet gebrek aan paniek. Ook dat was geruststellend. Uit bijna doodgaan heb ik geleerd dat je niet bang hoeft te zijn voor de dood. Je lichaam maakt op zo’n moment één of andere stof aan, waardoor je niet in een blinde paniek schiet.»

HUMO Hebben de dood van je moeder en je ongeval je verzoend met de dood?

verhelst «Ja, maar ook met het leven. Na de dood van mijn moeder kon ik niet anders dan een balans opmaken en besluiten dat ik het mooiste leven heb dat ik me kan voorstellen: ik doe niks liever dan schrijven, ik heb een fantastische vrouw, mijn kinderen zijn zo lief en tof, ik heb zoveel goeie vrienden. Maar als ik dat wilde behouden, moest ik mijn leven aanpassen. Voordien werkte ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Dat is niet gezond, dus doe ik dat niet meer. Na die hartaanval rook ik ook niet meer – mag niet van de dokter.

»Na de dood van mijn moeder heb ik beslist om te trouwen met mijn vriendin. Ik dacht altijd dat trouwen niet nodig was, maar nu weet ik dat het goed is af en toe een pathetisch gebaar te stellen. Als je door bepaalde gebeurtenissen tot een besef komt, is het goed daar ook gevolg aan te geven.»

HUMO Heeft bijna doodgaan een leuker mens van je gemaakt?

verhelst «Zo simpel is het, ja. Het heeft me nederig gemaakt. Ik was vroeger arroganter, bij momenten misschien zelfs behoorlijk onuitstaanbaar. Ik begin steeds meer de nederige mensen te verkiezen boven de arrogante muilen. Nu weet ik wat mededogen is en heb ik een grote boon voor mensen die al klappen hebben gekregen. Je weet pas wat kwetsbaarheid is, als je zelf kwetsbaar bent geweest.

»Misschien klink ik nu alsof ik iets strafs heb gerookt, maar ik heb me voorgenomen een zachtmoedige Boeddha te zijn. In het Engels hebben ze daar een prachtwoord voor: to be gentle. Dat lukt met vallen en opstaan. Ik betrap mezelf nog weleens op een cynische opmerking, maar ik werk eraan. Ik ben ook opengebloeid, vijf jaar geleden had ik dit interview nooit gedaan. Ik liet niks los over mijn privéleven. Mensen moesten moeite doen om bij mij binnen te geraken. Dat is veranderd. Dat merk ik ook in mijn boeken.»

'Toen door mijn hoofd flitste hoeveel vrachtwagens ik had zien rijden, dacht ik: 'Ik eindig als gehakt.''

HUMO De eerste keer dat Frank Raes na zijn openhartoperatie op een terras de zon op zijn gezicht voelde, moest hij een traantje wegpinken.

Verhelst «Daar kan ik inkomen. Deze week was ik te voet op weg naar het centrum en betrapte ik mezelf op de gedachte: ‘Hoe fantastisch is het om de zon op mijn lijf te voelen.’ Meteen gevolgd door: ‘Peter, nu is het genoeg. Straks val je op je knieën om een grassprietje te omhelzen.’ Zo obsceen moet het niet worden.»

HUMO Ik las dat je als kind al testamenten maakte. Heb je er nu echt één?

verhelst «Ja. Ik wil absoluut niet dat er na mijn dood ook maar één seconde ruzie is. Dat kan alleen door alles goed te regelen. Ik vind een testament maken ook niet luguber. Op mijn 11de schreef ik al prachtige testamenten, met stempels en zo, waarin ik preciseerde aan wie ik mijn 17 boeken naliet. Ik ben ermee opgehouden toen ik bij ieder nieuw lief een nieuw testament moest maken.»

HUMO Had de Franse filosoof Michel de Montaigne gelijk toen hij zei: ‘Wie geleerd heeft te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn’? Voel jij je vrijer?

verhelst «Ja. Ik voel me onthecht. Het kan me nog weinig schelen wat mensen over me denken. Ik weet toch dat bij alles wat ik doe, zowel het goudstof als de emmer stront klaarstaan. Ik heb daarin rust gevonden. Ik ben intussen mijn werk kwijt, ik werkte bij NTGent en nu niet meer. Dat was ingrijpend voor mijn zelfbeeld, maar het heeft me niet verpulverd. Heeft dat te maken met wat ik heb meegemaakt? Ik vraag het me af.

»Eigenlijk is het een aanrader om eens stil te staan bij het leven door bijna dood te gaan. Iedereen zou dat geluk moeten hebben.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234