Onze Man in Pepinster Beeld Anton Coene
Onze Man in PepinsterBeeld Anton Coene

terug naar Pepinsteronze man peilt de waterschade, één jaar later

‘Mijn meubels, kleren, spullen: alles is weg. Alleen de fotokaders hoog tegen de muur, die heb ik nog’

Een jaar geleden, op 14 en 15 juli 2021, kwam het water. Een nationale ramp waar zandzakken noch gummilaarzen wat tegen vermochten: Wallonië werd overspoeld. Er viel een veertigtal doden, en in tienduizenden huizen ging het water op een hufterige strooptocht. Enkele dagen later trok Humo naar het hart van de catastrofe, van Angleur naar Pepinster, over Chaudfontaine, Fraipont en Trooz, om er te praten met wie getroffen was. Nu, twaalf maanden later, leggen we diezelfde route af, met een voorzichtige vraag: hoe herstel je de toekomst wanneer met één kwaaie beenveeg alles weggemaaid is?

Jeroen Maris

Op de Place de l’Ecole Moderne in Angleur is het naambord van café La Drash’ vervangen. Le Code Bar 2 heet het nu. Maar het grootste verschil met een jaar geleden zit ’m in het straatbeeld: dat wordt niet langer gedomineerd door puin, schroot en korstige modder. Het asfalt is weer schoon, de auto’s grommen weer.

Net als vorig jaar kloppen fotograaf Anton Coene en ik aan bij Dinah (53) en Jean-Claude (64), in de Rue Vaudrée. Beneden wijst niets erop dat de klok zich twaalf maanden verder gezwoegd heeft. De keuken en de woonkamer zijn nog steeds een haastig ingerichte camping. Jean-Claude wijst naar het kleine straalkacheltje, en dan naar de microgolfoven.

JEAN-CLAUDE «Onze twee beschermheiligen. We hebben ons het afgelopen jaar verwarmd met dat ene kacheltje. Ach, een mens past zich aan. En het was geen strenge winter, hè. Om te koken hebben we alleen die microgolfoven - in de keuken werkt niets meer. Mijn moeder woont hier zo’n 25 kilometer vandaan, en bij haar bereid ik telkens eten voor een hele week. Dat warmen we dan op in onze microgolfoven. Ik noem ’m onze kitchenette (grijnst). Een steak bakken zit er nog even niet in. Maar we doen het met wat we hebben. Een beetje improviseren is heus niet zo erg. Een beetje relativeren ook niet: ik ben liever hier dan in Oekraïne.»

Jean-Claude heeft bewust de boel de boel gelaten.

JEAN-CLAUDE «Het belangrijkste is dat alles droogt - de vloer, de muren, het plafond. En dat vraagt tijd. Veel mensen begonnen twee maanden na de ramp alles te herschilderen. Niet verstandig: de muren en plafonds zaten nog vol vocht, en alles begon meteen te verbrokkelen.

»Er is hier een man van de verzekeringen geweest, maar hij kwam uit Antwerpen, en sprak alleen Nederlands - geen Frans of Engels. Hij nam ook geen foto’s. Eigenlijk weet ik niet wat hij hier kwam doen. (Haalt de schouders op) Ik reken niet op de verzekeringen. Ik zal het wel zelf doen, stapje voor stapje. Ik heb net Dinah naar de luchthaven gevoerd: ze gaat een maand naar Ghana, het land van haar ouders. Die tijd wil ik gebruiken om de dingen hier een beetje op orde te krijgen.»

Vorig jaar zat Dinah er wel bij. Het water was toen niet haar eerste verdriet: eerder die zomer was haar moeder in Ghana gestorven.

JEAN-CLAUDE «Aanvankelijk was het de bedoeling dat haar lichaam in een koelcel bewaard zou worden, tot Dinah naar Ghana zou vliegen. Maar door de watersnood en de pandemie werd dat almaar uitgesteld. Het was ook een hele organisatie, want de hele familie moest erbij zijn, en die woont verspreid over de wereld, van Zweden tot de Verenigde Staten. Enfin, nu pas, een jaar later, is het gelukt. Het lichaam is al lang begraven - zo’n koelcel kost handenvol geld - maar ze zullen nu samen afscheid nemen met een mooie plechtigheid.»

Ik herinner Jean-Claude aan het verhaal van de jetski. Aan de overkant van de straat had een vrouw, meegesleurd door de brullende stroom, zich kunnen vastklampen aan een auto. Jean-Claude wilde haar ter hulp schieten, maar botste op de muur van water. Een man op een jetski plukte - ‘net een scène uit een superheldenfilm’ - de vrouw mee.

JEAN-CLAUDE «Ik heb nooit geweten wie die vrouw was, maar ik denk er nog vaak aan. En ik ben die man op de jetski eeuwig dankbaar. Want anders… Iemand voor je ogen zien sterven, en niets kunnen doen: dat staat op niemands verlanglijst, hè.

»(Peinzend) Het waren vreemde dagen. Zo’n plotse ramp legt de menselijke natuur bloot. Die man op de jetski, al die mensen die hulpgoederen inzamelden en slachtoffers onderdak verleenden: het mooiste kwam boven. Maar net zo goed waren er plunderingen in achtergelaten huizen, en stonden er in de rij bij de voedselbedeling mensen die helemaal geen slachtoffer van de overstromingen waren.

»Het verbindt een gemeenschap, zo’n catastrofe, maar zoals met alles dat heftig en ingrijpend is in een mensenleven, verdampt dat gevoel ook weer. De grote emotie wordt een herinnering, en het normale leven keert weer. C’est la vie.»

Een man met de handen vol klodders gips doet open wanneer we - nog altijd in Angleur, maar nu aan de oever van de Ourthe - aankloppen bij het huis waar we vorig jaar Jacky en Louise troffen, een ouder echtpaar dat dagenlang ingesloten had gezeten door het water, en de hele inboedel had zien verdrinken. ‘Ik woon hier pas anderhalve maand,’ zegt de man. ‘Jacky en Louise ken ik niet. Ik ben de huurder - niet de eigenaar. Momenteel ben ik de boel wat aan het opknappen. Of ik niet bang ben dat het ooit weer gebeurt? (Achteloos) Ach, ik probeer om er niet mee bezig te zijn. Je kunt de toekomst toch niet voorspellen.’

We gaan verder, en ik vraag me af waar Jacky en Louise nu zijn, en of ze hun voornemen gevolgd zijn: verhuizen naar een klein appartementje, met een tafel en twee stoelen. Want, zo zeiden ze vorig jaar: ‘Wie veel heeft, kan veel verliezen.’

Sekou: 'De solidariteit heeft me geraakt. De mensen die massaal kleren en eten brachten, de jonge Vlamingen die me nu nog geregeld in het huis komen helpen... Dát onthoud ik van het afgelopen jaar' Beeld Anton Coene
Sekou: 'De solidariteit heeft me geraakt. De mensen die massaal kleren en eten brachten, de jonge Vlamingen die me nu nog geregeld in het huis komen helpen... Dát onthoud ik van het afgelopen jaar'Beeld Anton Coene

BAKJE TROOZ

De Rue des Grands-Prés, de steenweg naar Chaudfontaine, was in 2021 een langgerekt lint van ellende. Nu is het puin geruimd, en vangen de ‘A Vendre’-bordjes de aandacht. Als sproeten bedekken ze de huizenrij: kleine spikkels op grote gevels.

Het centrum van Chaudfontaine is één ribbelig litteken. De leegstand regeert het land. Op de gevels slaapt een korrelig residu. Er zijn de huizen die dichtgetimmerd zijn, met spaanderplaten waar eens glas en gevelsteen zat, en er zijn de huizen die met open mond naar het voorbijsnellende autoverkeer kijken - daar is de deuropening gewoon een gat dat de moeite van het dichten niet is.

Ik speur naar het huis van Fabienne. Niet dat ik haar ken, maar de elegante, zelf geschreven letters op haar raam raakten me vorig jaar: ‘Au revoir. Depuis 1968. Tu vas me manquer. Fabienne.’ Ik vind het huis: het is leeg, maar de hartekreet staat nog steeds op het vensterglas.

Even verderop, in Trooz, is de verwoeste brug naar het eilandje in de oksel van de Vesder vervangen door een nieuw exemplaar. In de cité, een sociale woonwijk met identieke huisjes met een benedenverdieping en een etage, bedoeld voor telkens twee gezinnen, sprak ik vorig jaar met de Irakese vluchtelingenfamilie Alrahmani, en met Kimberdy, een moeder met twee kinderen. Vandaag maakt de stilte lelijk geluid. Voor geen van de huisjes staat een auto, nergens speelt een kleuter. Alle huizen zijn leeg en onbewoond.

De schade binnenin deze sociale woningen in Trooz is onherstelbaar. De hele wijk zal worden afgebroken. Beeld Anton Coene
De schade binnenin deze sociale woningen in Trooz is onherstelbaar. De hele wijk zal worden afgebroken.Beeld Anton Coene

‘De hele cité zal met de grond gelijk gemaakt worden,’ zegt Colette (70). ‘De huisjes staan nog recht, ja, maar binnen is de schade onherstelbaar. Ze verdwijnen, allemaal.’

Colette komt uit Luik, maar ze is hier samen met Sekou (68), die sinds 2012 een huisje op de oever van de Vesder huurt, even verderop. Sinds de ramp woont Sekou bij Colette, in Luik dus, maar om de andere dag komt hij naar hier om een wild katje eten te geven, en om zijn moestuin te onderhouden.

COLETTE (vertederd) «Hij houdt zoveel van hen - van het katje én van zijn boontjes.»

Op 14 juli van vorig jaar was Colette hier ook, bij Sekou.

COLETTE «Het was apocalyptisch.»

SEKOU «Dat is het woord, ja.»

COLETTE «Zien jullie de twee huisjes naast dat van Sekou? Daar zijn de bewoners door de veluxramen in het dak moeten ontkomen.»

SEKOU «Eén van mijn buren was een jonge vrouw met zo’n grote husky, en een chihuahua. Met die dieren in haar armen klom ze door het dakraam: een surrealistisch zicht.»

COLETTE «Zelf hebben we er 48 uur over gedaan om in Luik te geraken. Met de auto was geen optie: alle wegen waren afgesloten. We vertrokken te voet, maar het was avond, en het blééf maar gieten. Mensen die aan de overkant van de Vesder op een heuvel wonen, kwamen ons zeggen dat we de nacht niet in de regen konden doorbrengen, en dat we bij hen op de sofa mochten slapen.»

SEKOU «Dat leverde nog een onverwacht mooie avond op. Want de mensen van op de heuvel waren niet door de overstromingen getroffen, maar ook zij hadden geen elektriciteit, waardoor alles in hun diepvriezers ontdooid was. Op een bepaald moment riepen de buren: ‘Kom, we improviseren een grote barbecue.’ Dat vond ik prachtig: zelfs temidden van de grootste ellende kan je plezier vinden.»

COLETTE «De volgende dag konden we naar een opvangcentrum in Beaufays, bij Chaudfontaine.»

SEKOU «Daar zijn we heel goed ontvangen.»

COLETTE «Mensen kregen droge kleren, er was een dokter bij wie je gratis terecht kon, en er werd voor de meegenomen huisdieren gezorgd. (Tot Sekou) En jij bent er goeie maatjes geworden met Koningin Mathilde, hè.»

SEKOU (glundert) «Ja! Het koningspaar kwam het centrum bezoeken, en Mathilde wilde horen wat we meegemaakt hadden. Dat was een heel aangenaam gesprek. Ze nam haar tijd voor mij…»

COLETTE «Terwijl Filip stond te wachten (hilariteit)

Het huis van Fabienne in Chaudfontaine staat één jaar later nog steeds leeg, maar haar hartekreet prijkt nog op het raam. Beeld Anton Coene
Het huis van Fabienne in Chaudfontaine staat één jaar later nog steeds leeg, maar haar hartekreet prijkt nog op het raam.Beeld Anton Coene

SEKOU «Ik vertelde de koningin over de solidariteit, en hoe die me raakte. Dat was niet overdreven. In normale omstandigheden kan je niet altijd binnenkijken in het hart van wie je ontmoet. Je komt zoveel mensen tegen van wie je niet weet wie ze echt zijn. Maar als er dan zoiets catastrofaals gebeurt, merk je hoeveel warmte er achter de façade zit. De opvang in het centrum, de mensen die massaal kleren, eten en meubels brachten, de jonge Vlamingen die me nu nog regelmatig hier in het huis komen helpen… Dát onthoud ik van het afgelopen jaar.»

We zijn het huis van Sekou intussen binnengegaan. Het is een werf waar stukje bij beetje afgebroken en gebouwd wordt. We gaan de trap op en manoeuvreren over wankele planken die de vloer vervangen, tot in de slaapkamer waar het bed al een jaar geen gast meer heeft.

SEKOU «Je ziet het, hè: er is hier nog véél werk. Nog een jaar is de meest optimistische schatting, nog twee jaar de meest realistische.»

COLETTE «Volgens de burgemeester van Trooz zijn er in de gemeente op dit moment nog driehonderd tot vijfhonderd woningen onbewoonbaar. En Trooz is niet groot, hè.

»Het was niet evident om aan de opruimwerken te beginnen. Pas na twee maanden was er weer water, pas op 4 december weer elektriciteit. In de tuin was er wel een gevulde mazouttank die intact gebleven was - het huis verwarmen lukte dus.»

SEKOU «Eén van de buren - de vrouw met de honden - had een mazouttank op de begane grond. Die werd wel meegesleurd door het water. Een ramp: het hele huis heeft maandenlang naar mazout gestonken. Dat is een vreselijke geur, hè, en je krijgt ’m haast niet weg.»

COLETTE «Naast de twee honden had de buurvrouw ook een kat. Die had ze niet kunnen meenemen. Het beestje is twee dagen in het overstroomde huis gebleven, door- en doornat. Daarna heeft het tien dagen bij de dierenarts doorgebracht, omdat het geïntoxiceerd was door de mazout. Maar het heeft het gehaald.»

SEKOU «Die buurvrouw is nu definitief vertrokken. Te getraumatiseerd door de ramp, ja. Maar je ziet ook het omgekeerde: mensen die absoluut willen blijven. Zoals de vrouw van hiernaast: het is haar ouderlijk huis, en dat wil ze absoluut niet verliezen.»

COLETTE «In Pepinster wil de burgemeester woningen in mogelijk overstromingsgebied laten afbreken. Dat stuit natuurlijk op weerstand: mensen zijn gehecht aan hun huis, hè, vooral ouderen laten zich niet zomaar verpotten. Maar op langere termijn zullen die moeilijke beslissingen genomen moeten worden. Er is in deze streek veel te lichtzinnig in overstromingsgebied gebouwd. We moeten een deel aan de rivier teruggeven.»

Bij het afscheid wil ik nog één ding weten: waarom is Sekou zo betrokken bij de renovatie, en blijft hij terugkeren naar het huis? Als huurder hoeft hij dat toch niet te doen, en zou hij gewoon kunnen vertrekken.

SEKOU «Ik wil absoluut hier blijven tot het weer bewoonbaar is. Voor mij is het een kwestie van respect. De eigenaar is altijd heel goed geweest voor mij, en hij is zelf stevig getroffen: ook zijn eigen huis was overstroomd. Op termijn wil ik met Colette verhuizen naar iets kleins in Henegouwen. Maar eerst moet het hier klaar zijn. Ook al omdat ik hier zo graag woonde. Het moet weer een huis zijn. Pas dán kan ik vertrekken.»

null Beeld Anton Coene
Beeld Anton Coene

SPIEGEL AAN DE WAND

Tussen Trooz en Pepinster ligt het kleine Fraipont, een dorp met hellende steegjes die beneden op de hoofdweg uitkomen. Hier zag ik vorig jaar hoe het dubieuze modderballet huizen, gezinnen en dromen stukgemaakt had. Nu zijn het café en de frituur weer open, en schuift Karim (55) opnieuw Quatro Stagioni’s in de oven van z’n pizzeria.

KARIM «Ik was aan het werk toen het water binnenliep. Ik ben toen te voet gevlucht, richting de hoger gelegen spoorweg. Enfin, te voet: op sommige plekken stond het water twee meter hoog, en moest ik zwemmen. Daar wil ik niet te dik over doen, hoor. Vroeger was ik matroos op handelsschepen en vissersboten. Ik heb veel stormen meegemaakt, en ik kén het water. Nee, ik was veel bezorgder over mijn jongere collega. Gelukkig raakte zij er ook door.

»Na enkele dagen ben ik teruggekeerd om de schade op te meten, en vervolgens begon het kuisen. Twee maanden werk is het geweest: toen kon ik de zaak weer openen.

»Zo’n onverwachte catastrofe zorgt voor veel gedeeld sentiment. Want iedereen die in het lage deel van Fraipont woonde, was getroffen. Maar nu, een jaar later, loopt er wel een breuklijn. Je ziet de huizen en de zaken die weer opgeknapt zijn, en opnieuw bewoond en uitgebaat worden. En je ziet de huizen die opgegeven zijn - en waarvan de bewoners weg gingen.

»Zelf ben ik wel optimistisch. Wie gebleven is, pompt weer leven in de straten, petit à petit. Dat merk ik elke dag.»

Dat leven lijkt nog niet terug in Pepinster, waar in het centrum leegstand het straatbeeld vergrijst. Er zijn huizen waar de gordijnen nog keurig langs weerszijden van de ramen hangen - opengeschoven op de ochtend van 14 juli 2021, als voorschot op een mooie dag, en daarna nooit meer dichtgetrokken.

'Na de ramp kwam het beste boven in de mens, maar er waren net zo goed veel plunderingen' Beeld Anton Coene
'Na de ramp kwam het beste boven in de mens, maar er waren net zo goed veel plunderingen'Beeld Anton Coene

Alain (63) woont wel nog in z’n huis.

ALAIN «Toen ik het water in m’n straat zag stijgen, besloot ik om m’n auto te verplaatsen. Ik zette ’m bij vrienden die hoger wonen, en keerde te voet terug. Maar de politie hield me tegen: ik mocht m’n straat niet meer in, want het water stond intussen al anderhalve meter hoog. Ik ben toen teruggekeerd naar die vrienden en heb daar twee dagen gelogeerd, maar euh… M’n toenmalige vriendin was nog bij me thuis, en dat is een benedenverdieping: ze heeft toen de nacht rechtopstaand op de tafel in de eetkamer moeten doorbrengen. Ik kan je verzekeren: toen ik terugkeerde, was ze niet blij. Maar ik kon er niets aan doen! Ik was vertrokken zonder gsm, in de veronderstelling dat ik een kwartier later weer thuis zou zijn. Maar dat water kwam met zo’n snelheid, zo’n kracht, zo’n volume…»

Naast z’n relatie raakte Alain ook z’n hele inboedel kwijt.

ALAIN «Wat wil je: binnen stond het water één meter dertig hoog. Mijn meubels, mijn kleren, mijn spullen: alles weg. De fotokaders die hoog aan de muur hingen, ja, die heb ik nog. Voor het overige heb ik alles nieuw moeten kopen.

»Vervolgens kwam het gevecht met de verzekeringsmaatschappij. (Rolt met de ogen) Dan ben je netjes voor de volle honderd procent verzekerd, vinden ze toch altijd weer een argument waarom ze je maar voor zeventig procent moeten vergoeden. De discussie heeft aangesleept tot in december. Maar soit, uiteindelijk ben ik wel vergoed. Als ik het zo rond me hoor, ben ik daarmee een geluksvogel: veel mensen zijn nog altijd aan het wachten. Hier vlakbij was een goeie slager. De verzekering wil niet uitbetalen, en hij heeft besloten om zijn zaak niet opnieuw te openen. Dat is het lot geweest van veel zelfstandigen in Pepinster: je vindt hier nauwelijks nog een winkel. Gelukkig is mijn stamcafé wél weer open (lacht)

Toch lopen we even later op een broodjesbar waar het licht wit is en de stemming uitgelaten. Nog enkele dagen en Allison (33) opent haar zaak, maar vandaag zijn vrienden en buren al uitgenodigd voor een glas.

ALLISON «Na de ramp oogde Pepinster als oorlogsgebied. Intussen werd het puin geruimd en is de aanblik wat zachter. Maar het blijft wel voelen als een stad waar het leven maar langzaam weer inkruipt. Ik hoop dat mijn zaak iets kan bijdragen, dat ze weer wat schwung brengt. We hebben ook bewust gekozen voor een concept waarbij mensen samenkomen: een broodjesbar waar je ter plaatse kunt eten.

»Natuurlijk is er de angst dat het weer zal gebeuren. De eigenaar van dit pand is verhuisd: hij wil nooit meer in Pepinster wonen. Maar ik waag het erop. Je kunt een stad toch niet leeg laten?»

Aan de oever van de Vesder zit er een gat in het gebit. Hier stond ik vorig jaar beduusd te kijken naar de overkant, naar het gebouw dat door zoveel cameralenzen werd bepoteld: de achtergevel volledig afgescheurd, de kamers naakt, een kinderbed nog kibbelend met de zwaartekracht. Vandaag is het volledige gebouw weg. ‘Stel je daar geen complexe afbraakwerken bij voor,’ zegt Vincent (56). ‘Het grootste deel is weggegleden in de rivier.’

Op een handvol meters van de oever boent Vincent nog een laatste keer de nieuwe stoelen, kaptafels en mobiele wasbakken op. Al meer dan twintig jaar is dit een kapsalon - eerst van zijn schoonvader, later van zijn vrouw Chantal.

VINCENT «Op 14 juli van vorig jaar behoorden we tot de optimisten. We dachten: het water stijgt, maar het zal wel ophouden met stijgen. En bij elke tien centimeter die erbij kwam: ach, dit zal wel het maximum zijn. Maar het stopte niet. Uiteindelijk zijn we toch gevlucht. We waren de laatsten, geloof ik: de stad was al helemaal verlaten.

»Toen we terugkeerden om de schade op te meten, was de aanblik onthutsend. De Vesder was langs de ene kant het kapsalon ingestroomd, en langs de andere kant er weer uit. Alles was meegesleurd. En wij, wij voelden ons verpulverd. De hemel was ons op het hoofd gevallen. Voor Chantal was dit haar levenswerk, hè. Ze was zo gehecht aan het huis van haar vader, aan dat kapsalon dat ze van hem had overgenomen. Haar mooiste herinneringen zitten hier in de muren.

»Op dat moment dachten we niet aan heropbouwen. Twee maanden lang zijn we heel somber geweest: alleen maar vlakke ruis in ons hoofd. We waren alles kwijt. Maar daarna begon het te keren. Stapje voor stapje, dag per dag, groeide er toch weer optimisme. We zijn vijftigers: te jong voor pensioen. We moesten íéts doen. En uiteindelijk besloten we dus om de boel toch maar weer op te bouwen.

»Ondertussen zijn we een volledig jaar verder. Het was om te beginnen al een verschrikkelijke klus om het kapsalon weer proper te krijgen. Die ellendige modder kruipt overal in - in de muren, in de stenen van de gevel. Je wrijft en wrijft en wrijft, maar er blijft viezigheid komen. Twee maanden geleden, op het moment dat de nieuwe vloer er lag, kwam het kantelpunt: toen zagen we het hier weer móói worden. Toen dachten we: ja, dit is weer een kapsalon.»

Hier geen feestje met hapjes en schuimwijn, zoals in de broodjeszaak van daarnet. Vincent en Chantal houden het sober.

VINCENT «Een nieuw begin, dat moet je vieren. Maar we zien dit niet als een nieuw begin. Wel als het voortzetten van iets dat jammerlijk onderbroken werd. En dus doen we het sans tambours ni trompettes - hier geen feesthoedjes, geen slingers aan de muur.

»Het is waar: heel langzaamaan komt er weer beweging in de wijk. Het bloemenwinkeltje hiernaast gaat weldra ook weer open, de opticien wat verderop is er ook mee bezig - hij moet er nog uitgeraken met de verzekeringsmaatschappij. Maar het zal nog jaren duren voor elke wonde in Pepinster een pleister heeft. Ik schat dat er voor de ramp zo’n 8.000 mensen woonden in de stad zelf - ik reken de periferie even niet mee. Hoeveel blijven er nog over? Veel meer dan 2.000 zullen het er niet zijn, denk ik.»

Maar wie er nog is, kan wel weer het haar laten knippen.

VINCENT «Zie je die twee spiegels daar? Dat zijn de enige twee stukken die de verwoestende doortocht van het water overleefd hebben. Met wat goeie wil kun je er hoop uit puren: zelfs wat broos is, kan blijven bestaan.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234