Mijn zomer in Mosul: dagboek van een Vlaamse AZG-medewerkster

Hoe vergaat het de inwoners van Mosul na de bevrijding? De Oost-Vlaamse projectcoördinator Leen Lacroix spendeerde zeven zomerweken in de tot puin herschapen regio. Bij een gemiddelde temperatuur van 53 graden – in de schaduw – leidde ze er een veldhospitaal voor Artsen Zonder Grenzen. ‘Ik heb nog nooit zoveel wapens bij elkaar gezien.’

'De kinderen leerden op school niet tekenen met potloden, maar tellen met kogels'

Leen Lacroix «Ik ben vertrokken op 4 juli, vijf dagen nadat het Iraakse leger de befaamde Al-Nuri-moskee had heroverd op Islamitische Staat. Of tenminste wat ervan overbleef: vóór hun aftocht uit Mosul had IS de moskee eigenhandig platgelegd. Een week later, op 10 juli, is de Battle of Mosul officieel ten einde verklaard.

»Ons veldhospitaal lag in Hamam al-Alil, een stadje ten zuiden van Mosul. AZG had het hospitaal in februari opgericht, toen Hamam al-Alil was bevrijd en de frontlijn een paar kilometer was opgeschoven.

»Ik werk al jaren voor AZG en had net nog een missie in Syrië achter de rug, dus ik begin de regio beter en beter te begrijpen. Maar de briefing die ons team vlak voor het vertrek kreeg, was toch pittig. We werden gewaarschuwd voor zelfmoordaanslagen, autobommen en kidnappings. De eerste weken na mijn aankomst was ik enorm op mijn hoede. Ik heb de tijd genomen om de lokale dynamiek zo goed mogelijk te begrijpen, om informatie en geruchten te dubbelchecken en van alles te vragen aan ons team van locals. Dat is voor ons de beste veiligheidsgarantie: een goed contact met de bevolking, zelfs met de verschillende gewapende groepen. Hoe beter het contact, des te sneller je geruchten over mogelijke spanningen of aanslagen kan verifiëren. Eén van de regels van AZG was: nooit naar markten of drukke plaatsen gaan. Daar is het risico op aanslagen groter en het is er te druk om de boel te controleren.»


Spel van leven en dood

Lacroix «We zaten met onze tenten en ons mobiele operatiekwartier op een open terrein zo groot als een voetbalveld, tussen kapotgeschoten huizen. We hebben een paar van die huizen kunnen oplappen, zodat we er konden werken en slapen. Maar erg veel slaap je niet in zo’n zengende hitte. Na een tijdje had ik er wel iets op gevonden: ik sliep onder een natte handdoek. Niet echt comfortabel, maar het hielp om mijn lichaamstemperatuur wat naar beneden te krijgen.

»Maar ook al was ons hospitaal erg basic, voor de lokale bevolking was het van levensbelang. Ik voelde heel erg hoe de gemeenschap ons in hun hart had gesloten. We warende eerste internationale organisatie die er na de bevrijding van Hamam al-Alil aan de slag was gegaan. De mensen zeiden: ‘Na twee zwarte jaren brengen jullie hier weer wat menselijkheid.’»

HUMO Jullie hadden ook inwoners van Mosul in dienst.

Lacroix «Met 380 waren ze, van chirurgen tot schoonmaakploegen. In ons ziekenhuis zagen ze hoe niet alleen soldaten, maar ook moeders en kinderen werden gered. Dat gaf hun leven weer zin.

»Het waren vooral onze twee psychologen die opvingen wat voor wreedheden er waren begaan: verhalen over mensen van wie de helft van hun familieleden voor hun eigen ogen waren vermoord, over de lijken die in de straten werden opgehangen. Ik hoorde hoe IS-strijders huilende kinderen op straat legden, als lokaas. Liep een familielid of een soldaat de straat op om het kind te redden, dan werden ze door snipers neergeschoten. Zo dwongen ze mensen te kiezen tussen hun eigen leven en het leven van dat kind. Constant was dat spel van leven en dood aan de gang.

'Het gewone leven hervat sneller dan je denkt.' Leen Lacroix in Mosul

»De laatste patiënt die we in ons veldhospitaal hebben verzorgd, was een jongetje dat ze dagen na een bombardement in het puin van de stad hadden gevonden. Zijn leeftijd werd tussen 2 en 3 jaar geschat, maar hij was zó ondervoed dat hij het gewicht had van een kind van nog geen jaar. Hij sprak geen Arabisch, dus vermoedde ons team dat het een kind van buitenlandse IS-strijders was die waren gedood tijdens het bombardement. Ik heb het in ons hospitaal niet zien gebeuren, maar in andere ziekenhuizen in Mosul reageerden sommige patiënten heel vijandig op kinderen van foreign fighters. Die kinderen zaten daar gewond en helemaal verweesd, maar ze werden uitgespuwd: ‘Ga weg. Jullie horen hier niet.’

»Soms verschenen er ook politiemannen met een lijst namen in ons ziekenhuis: ‘Dat zijn verdachten en we komen hen arresteren.’ Wie er precies berecht moet worden, daar houden we ons niet mee bezig. Voor ons is alleen de medische zorg van tel. ‘Oké, die mannen zijn inderdaad bij ons binnengebracht,’ zeiden we dan, ‘maar die liggen nu op de operatietafel.’ Daar legden ze zich dan bij neer.»


boeken begraven

Lacroix «Wij proberen ons lokale team duidelijk te maken wat de identiteit van AZG is: wij kiezen geen kant, een patiënt is een patiënt. Ik besef heel goed hoeveel ik daarmee van hen vraag. Het is best mogelijk dat ze door IS familieleden hebben verloren. Toon dan maar eens je hart, als je een gewonde IS-soldaat op je operatietafel krijgt. Ik had er op het eind een gesprek over met één van onze chirurgen. ‘Ik ben op het punt gekomen,’ zei hij, ‘dat ik me daaroverheen kan zetten, dat ik me niet meer afvraag wie er op mijn tafel ligt.’ En niet alleen die chirurg deed dat, na verloop van tijd ook de verplegers, de bewakers, de brancarddragers, zelfs de schoonmakers. Ik vind dat onwaarschijnlijk straf.

»Een vertaler vertelde me hoe hij een vrouw had geholpen die na een bombardement met haar baby in de armen was binnengekomen. Ze had net haar hele familie verloren. Samen met haar baby was ze als enige uit dat platgebombardeerde huis geraakt. Ze was zo in shock toen ze bij ons aankwam, dat ze niet in de gaten had dat de baby in haar armen óók was overleden. De vertaler heeft haar dat nieuws moeten brengen. Vreselijk. De hele dag heeft ze totaal verlamd aan de ingang van de tent gezeten, tot we haar voorzichtig hebben benaderd en haar kind van haar hebben overgenomen om het in doeken te wikkelen. Toen was ze iedereen kwijt. De vertaler ging naar huis en zijn moeder zei: ‘Je moet stoppen met dit werk, anders ga je eraan kapot.’»

HUMO Kan het normale leven ooit terugkeren in Mosul?

Lacroix «Het gewone leven hervat sneller dan je denkt. Toen ik er wegging, begon de markt weer te floreren en maakten de scholen zich klaar om aan het nieuwe schooljaar te beginnen. Hier en daar zag je kleine groentewinkeltjes opduiken of ging er weer iemand met thee rond door de straten. Zodra ze de kans krijgen, hervatten mensen hun oude leven. Ze snakken ernaar, terwijl ze goed weten dat het gevaar nog niet is geweken.

»Maar ik hou mijn hart vast voor de kinderen: zij hebben dingen gezien die ze nooit hadden mogen zien. Op school leerden ze niet meer tekenen met potloden, maar leerden ze tellen met kogels. Onze psychologe deed soms sessies met die kinderen en ze ontdekte dat ze bepaalde speelreflexen gewoon niet meer hebben.

»Het nauwst werkte ik samen met een Irakees van 29 die met zijn familie altijd in de regio heeft gewoond. Hij had Engelse literatuur gestudeerd en had eerst als vertaler gewerkt, maar door zijn politieke contacten was hij doorgegroeid tot tussenpersoon. Als ik weer eens geruchten over mogelijke aanslagen moest gaan checken, dan vergezelde hij me. Eén keer ben ik gaan eten bij zijn familie, een middenklassegezin van gematigde soennieten. ‘Het vertrouwen is nog niet terug,’ zeiden ze. ‘IS is intussen al maanden verdreven, maar er heerst nog veel onzekerheid: wie heulde er mee met IS? Wie heeft zich laten brainwashen? Wie kunnen we geloven?’

»Ze vertelden ook hoe ze tijdens de oorlog hun boeken hadden begraven, om te voorkomen dat IS ze zou verscheuren of verbranden. Op een bepaald moment zijn ze moeten vluchten, maar het eerste wat ze deden toen ze terug thuis waren, was die boeken opgraven. Van anderen hoorde ik dat ze zelfs gitaren hadden verstopt achter dubbele wanden, omdat onder IS alle muziek verboden was.»

HUMO Is de muziek inmiddels terug?

Lacroix «Stilaan wel, ja. Mijn laatste taak in Hamam al-Alil was het opdoeken van het veldhospitaal. Na het einde van de Battle of Mosul was het aantal levensreddende operaties sterk gedaald. De andere, minder dringende operaties konden beter worden uitgevoerd in één van de nieuwe, veiligere ziekenhuizen die AZG aan het oprichten is in het oosten van de stad. Dat begrepen de locals wel – een tentzeil beschermt nu eenmaal niet tegen kogels of bommen – maar ze vonden het toch enorm spijtig dat we vertrokken. Dus hebben we een groot afscheidsfeest gegeven, met muziek en dans. Je voelde wat voor een verademing dat voor hen was. Dat feest heeft geen uren geduurd – de nacht is te onvoorspelbaar, dus voor het donker moest alles worden afgerond – maar we hebben lekker gegeten en stevig gedanst. De lokale vrouwen worden niet verondersteld te dansen, maar van ons, de vrouwelijke foreigners, werd verwacht dat we meededen met de mannen.

»Verschillende locals van ons team hebben toen ook gespeecht, om ons te bedanken. Op het eind heb ik zelf een gedicht voorgelezen, dat iemand voor mij heeft vertaald. Het eindigde met: ‘All good things come to an end.’ Een heel emotioneel moment, met veel tranen. Op de plek van ons veldhospitaal staat nu niks meer. Maar op één van de kale muren rond het terrein staat nu de Arabische vertaling van het gedicht.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234