null Beeld

Miles Davis - At Newport 1955-1975 The Bootleg Series Vol. 4

Twintig Miles Davis-jaren in vier live-cd’s? Vier live-cd’s in vier tracks dan maar.

1) ‘Round Midnight’ (1955). Miles Davis mag zijn jeugdheld Dizzy Gillespie al tien jaar Diz noemen, en sinds kort denkt hij aan Bird als hij stilstaat bij de dood van zijn andere leermeester Charlie Parker. Davis heeft net een heroïneverslaving gecoldturkeyd en lult zich op de valreep bij de organisator van het historisch zéér belangrijke Newport Jazz Festival binnen met één tot vervelens toe herhaalde zin: ‘You can’t have a festival without me.’ Hij staat zelfs niet met zijn naam op de affiche. Hij mag meejammen met de All-Stars, waarin Thelonious Monk de spil is. Monk wordt als ‘The High Priest of Bop’ aangekondigd, begeleidt Davis’ trompetsolo in ‘Now’s the Time’ gewoon níét op de piano, en zal ook vinden dat de versie van ‘Round Midnight’ niet veel voorstelt. Alle andere aanwezigen denken er anders over. De ovatie is staand, Columbia Records staat met een contract te zwaaien, de technici die het geluid voor een massa van tienduizend mensen moeilijk goed krijgen, zijn wát blij dat Miles Davis de eerste is die zijn trompet gewoon tegen en dus rond de micro houdt. Op het feestje achteraf stapt een vooraanstaande blanke vrouw op hem af: ‘O, hier zit de boy die zo mooi heeft gespeeld.’ Davis’ antwoord is ook kort: ‘Ik ben geen boy. Ik ben Miles Davis, en ik zou die naam maar onthouden als ik jou was.’

2) ‘Two Bass Hit’ (1958). Naast Davis blazen twee andere giganten: John Coltrane en Cannonball Adderley. Hoor hoe de artiesten constant moeten wennen aan elkaars klanken om een groepsgeluid te vinden. Het is zelfs een raadsel hoe het sextet er negen maanden na het Newport-optreden in zal slagen in twee dagen tijd het verbluffende, maar ook zeer toegankelijke ‘Kind of Blue’ op te nemen. ‘Two Bass Hit’ wordt na een minuut gekaapt door Coltrane, die hard en snel tenor speelt boven de drums van Jimmy Cobb en de bas van Paul Chambers. Trane speelt al lang niet meer louter wat hij kent. Hij probeert vanaf seconde één overal bovenuit te komen.

3) ‘So What’ (1967). Davis moet Trane en Cannonball laten gaan omdat die hun eigen orkest willen leiden, en pianist Bill Evans omdat veel zwarten geen blanke meer zien zitten. De orkestleider heeft aan overzicht en wijsheid gewonnen, drummer Tony Williams is het creatieve vuur, tenorsaxofonist Wayne Shorter is de man van de ideeën en de deeltjesversneller van het kwintet, toetsenist Herbie Hancock en bassist Ron Carter zijn de ankers. De jonge groep speelt in 1966 én 1967 in Newport, en stuurt Davis vooral in 1967 richting freejazz, een genre dat hij eigenlijk maar niks vindt: het maakt jazz zijns inziens onpopulair en niet langer meeneuriebaar. Davis zal zelfs de blanke critici die freejazz omarmen de schuld geven. De cd ‘Kind of Blue’ is in Humo ooit treffend omschreven: ‘Subtiele, bijna onmerkbare variaties op één thema. Impressionisme op een notenbalk.’ Het uit die plaat gelichte ‘So What’ is in de versie van ’67 compleet het tegenovergestelde.

4) ‘Miles Runs the Voodoo Down’ (1969). Davis heeft zijn elegante pakken verruild voor een jeanskostuum en blijft voor het eerst op het festival rondhangen om de andere groepen te bestuderen. Sly And The Family Stone en Led Zeppelin moeten dus een priemende blik uit de coulissen hebben gevoeld. Het publiek krijgt in 1969 ongevraagd een voorsmaakje van ‘Bitches Brew’ te verhapstukken. Uit de Chick Corea-piano en de Dave Holland-bas komt een soort ‘Are ‘Friends’ Electric?’ In de 1970-’75-opnames van Newport Jazz – dat in de seventies ook een in Europa rondreizend festival is geworden – wordt Davis steeds minder toeschietelijk, en steeds meer een losgeslagen funk- en rockbeest. Jimi Hendrix had ’m al verteld dat zijn trompetstijl ‘heel gitaristisch’ is. Davis toetert zich met een wah wah van nooit eerder ontdekte stukjes Afrika naar de poolgebieden en terug.

Vanaf 1975 zal de man met dezelfde energie, onnavolgbaarheid en ontoeschietelijkheid vijf jaar lang een junk en een klootzak worden. Maar dát beest zit hier nog niet in de mix.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234