null Beeld

'Minder conventionele lustbeleving' Dwarskijker over 'Het goeie leven'

Ik denk dat 'Het goeie leven' zonder wedstrijdverband had gekund – het kan me te weinig schelen welk tweetal als beste moestuiniers en zelfvoorzienende koks uit de bus zal komen.

'Wim Lybaert nam de gedaante en de spreektrant van een welgedane hopman aan wanneer hij zich tot het deelnemersveld wendde'


Het goeie leven

Eén – 27 september

Televisieprogramma’s zijn net als de meeste stervelingen voer voor de vergetelheid, maar een enkele keer heugt een programma me langer dan verwacht. Meestal gaat het dan niet om een kijkcijferkanon maar om een productie die, naar ik aanneem, alleen de makers ervan zich nog zullen herinneren, als ze sindsdien niet zelfvernietigend aan de drank zijn gegaan. ‘Plan B’ komt me nu voor de geest, een programmaatje dat de firma Woestijnvis in 2012 te vondeling heeft gelegd bij VIER. Het draaide lichtvoetig en inventief om het thema duurzaamheid, en bespaarde ons dus de moraliserende zeurtoon van steile en dan ook humorloze wereldverbeteraars die het begrip ‘duurzaamheid’ in pacht menen te hebben. ‘Plan B’ was een kleinood dat wegens onmiskenbare kwaliteit voortijdig werd afgevoerd, wat niet ongebruikelijk is bij de televisie.

Er zat een rubriekje in ‘Plan B’ waarin een man met een beheerst West-Vlaams accent, ergens in het onherroepelijk verkavelde overgangsgebied tussen platteland en stad, helemaal opging in zijn moestuin, soms op het extatische af. Dat rubriekje heette zonder omwegen ‘De moestuin’. Met een aanspreekpunt buiten beeld, ene Bart, ouwehoerde de man bevlogen over de zeden en gewoontes van allerlei groente en bij uitbreiding ook wel over het leven zelf, die eeuwigdurende opeenvolging van seizoenen waar altijd weer een eind aan komt. Zo nu en dan bereidde hij in die moestuin op een gietijzeren gasbekken iets lekkers en toch voedzaams van eigen kweek, waar ook de aanwezigheid buiten beeld, Bart dus, zich te goed aan mocht doen. Het viel me op dat de hartstochtelijke moestuinier, een kennelijke gezelligheidsmens, onbekrompen wijn inschonk, wat mij vertrouwen inboezemde – ik moet hieraan toevoegen dat ik me onder invloed van wijn geregeld in mensen heb vergist, niet het minst in mezelf. Hoe het ook zij, van ‘De moestuin’ werd ik, een geboren zenuwlijder, merkwaardig rustig – laat ik zeggen dat ik dit rubriekje haast in een meditatieve, mogelijk zelfs ietwat dommelige stemming onderging. Er zal wel iets ancestraals in het spel zijn. Geleerden, die je precies kunnen uitleggen wat ‘ancestraal’ betekent, kunnen je er vast nog veel meer over vertellen, maar godzijdank niet in deze kolommen.

Die man in die moestuin van weleer, Wim Lybaert, heerst nu over ‘Het goeie leven’, een schaalvergroting van ‘De moestuin’ waarin enkele welgekozen duo’s in wedstrijdverband groente telen die ze vervolgens om het smakelijkst in een gerecht moeten verwerken. In Drongen werd een mooie lap weiland tot moesgrond omgeploegd. Ik vroeg mij af of je een wei niet beter met rust kunt laten, maar vanuit vogelperspectief bekeken – een luchtopname met een drone, neem ik aan – was dat patchwork van moestuinen, omgeven door weiland, een mooi gezicht. Wim Lybaert nam de gedaante en de spreektrant van een welgedane hopman aan wanneer hij zich tot het deelnemersveld wendde. Ten behoeve van de kijkers kenschetste hij de moestuiniers van ‘Het goeie leven’ als volgt: ‘Ze kweken graag, ze eten graag en ze drinken graag een goed glas. Dat alles samen is de definitie van: de Vlaming.’ Het moestuincomplex lijkt een enclave in de echte wereld, een ancestraal Vlaams Arcadië. De diversiteit zit ’m dan ook vooral in de groentesoorten. Wim Lybaert, die zelf vast ook aardig aan zijn definitie van een Vlaming beantwoordt, had het zomaar over ‘de goesting om dat zaad in de grond te krijgen’. ’t Klonk eventjes alsof hij het in primetime openhartig over minder conventionele lustbevrediging had, maar dat was maar schijn.

We zagen hoe het lente werd, en tussendoor hoorden we, om die tijd van het jaar te markeren, oude weerberichten van Frank Deboosere, waarin hij bijvoorbeeld virtuoos de IJsheiligen aankondigde. Er moest vooreerst sla worden geoogst, en tussendoor leerden we over de natuurlijke vijanden van de groente en de moestuinier die ermee samenhangt: ik vermeld met een zeker genoegen de wortelvlieg en de preimot, en – niet te vergeten – de emelt, die niets minder dan de larve van de langpootmug is. Wim Lybaert, die weet had van lichamelijk contact met emelten, sprak er zo beeldend over dat hij ervan walgde: ‘’t Is als een fluim die over je hand kruipt.’ In ‘Het goeie leven’ is biologisch tuinieren verplicht: de vraatzuchtige naaktslak bestrijd je dan ook met vraatzuchtige aaltjes, vernam ik, rondwormen die zich langs een porie toegang tot de slak verschaffen en die vervolgens van binnenuit opvreten. De Schepper kon zijn lol vast niet op toen hij dit bedacht. Darwinisten lachen ongetwijfeld minder vaak.

null Beeld

In het Vlaamse Arcadië eet men niet strikt vegetarisch, zodat er ook een toom kippen rondscharrelt. Er woei een gesprekje voorbij waarin een kandidate kuikentjes schattig vond, zich tegen het doodmaken van kippen kantte, maar toch kip at. Wim Lybaert vond het ethisch meer verantwoord dat je, als je kip at, eigenhandig zo’n hoen slachtte dan dat je het onbestemde gevogelte kocht dat in warenhuizen voor kip doorgaat, zonder dat je erbij denkt dat het ooit een levend wezen was, dat kon tokken of kraaien dat het een aard had. Er kwam geen kringgesprek van, want de deelnemers moesten met bekwame spoed een zogeheten lentekip met primeurgroente klaarmaken, maar dan zonder elektrische middelen, want het moestuincomplex in Vlaams Arcadië is volgens de overlevering niet van stroom voorzien. Kobe Desramaults, de sympathieke boskok des velds, kwam uitleggen hoe je een kip gaart aan een haak boven vuur of in hooi gewikkeld in een kookpot op een verhitte staalplaat, voorvaderlijke technieken die me even aan het succulente programmaatje ‘De wilde keuken’ van Wouter Klootwijk deden denken. Peter, een deelnemer die in het gewone leven slager is, slachtte de kippen zonder ze eerst te verdoven. Wist die ongelukkige veel dat hij er de meest urgente discussie van dit turbulente tijdsgewricht mee zou aanzwengelen, ergens. Laten we in godsnaam enkele tellen stilstaan bij Peter Goossens, de sterrenchef, die zijn zegje moest doen over de smaak van die onverdoofde, met lenteachtige kweeksels omkranste kip. Zijn favoriete werkwoord was ‘releveren’. De kandidaten die volgens hem en Wim het relevantst hadden gekookt, kregen een vork met inscriptie als zegeteken. Wie de mooiste lentetuin had aangelegd, en de smakelijkste sla had geteeld, kreeg in dit programma dan weer een riek met inscriptie aangereikt, net zo’n riek als de mestvork waarmee eenvoudige landlieden in mijn dorp van herkomst op zekere dag, een slordige vijftig jaar geleden, een jongen achternazaten wiens naam ik liever niet releveer. Tot zover de ernst. En nu de rest nog: ik houd niet meer van competitie, misschien heb ik wel nooit van al die sportief bedoelde afschaduwingen van de ratrace gehouden. Ik denk dat ‘Het goeie leven’ zónder dat wedstrijdverband had gekund – het kan me te weinig schelen welk tweetal als beste moestuiniers en zelfvoorzienende koks uit de bus zal komen. Ik vermoed dat het ware leven zich hors concours afspeelt, waar zich míjn Arcadië uitstrekt. Dit programma had op het trage ritme van de seizoenen soeverein tegen het doordeweekse gejakker van de televisie moeten ingaan. Na drie afleveringen merk je al dat de moestuiniers, over een bedje jonge sla gebogen, zo nu en dan iets loslaten over hun persoonlijke wedervaren en, vooruit dan maar, over het leven in z’n onoverzichtelijke geheel; de verschillende persoonlijkheden en levenshoudingen worden beetje bij beetje duidelijker, en in hun onderlinge dynamiek, gecombineerd met hun kundigheden in de moestuin, zou een televisiemaker met een documentaire inslag vast iets kunnen releveren dat in het gevleugelde woord ‘Il faut cultiver son jardin’ besloten ligt. Het komt uit ‘Candide’ van Voltaire, en kwam ook in me op toen ik voor het eerst het rubriekje ‘De moestuin’ in ‘Plan B’ zag. Dat was me – ik weet het nog goed – een genoegen, die keer.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234