Noëmie Willemen Beeld Tine Schoemaker
Noëmie WillemenBeeld Tine Schoemaker

Ouderschap

Moederen alsof je geen werk hebt en werken alsof je geen kind hebt? Daar moeten we van af, zegt deze historica

Als de crisis in de kinderopvang aanhoudt, zal dat heel de samenleving zuur opbreken, zegt historica Noëmi Willemen. Maar moeders het zuurst. ‘Je moet tegenwoordig moederen alsof je geen werk hebt en werken alsof je geen kind hebt.’

Lotte Beckers

“Als er geen kinderopvang meer is, belanden vooral vrouwen terug in de jaren 1950. Als de externe hulp wegvalt, zijn het meestal de moeders die het moeten oplossen. Dat zagen we in de lockdown en dat zien we ook vandaag, als de crèche belt dat de kinderen die dag niet kunnen komen omdat er te weinig verzorgers zijn.”

Noëmi Willemen, onderzoeker, blogger en illustratrice van enkele succesvolle kinderboeken, is een van de bezorgde ouders die in de aanloop naar de Septemberverklaring van de Vlaamse regering de druk probeert op te voeren. Via acties zoals petities en het verzamelen van getuigenissen van ouders over het belang van kinderopvang, probeert ze de eis om meer en betere opvang hoger op de agenda te krijgen. “Ik mis nog steeds een sense of urgency. Maar het ineenstorten van de sector is niet alleen een probleem voor de moeders, alle werkgevers zullen dat voelen. De crèches dragen ons allemaal.”

Als historica aan de UCLouvain spreekt Willemen ook met de nodige expertise. Na een traumatische keizersnede en een kortstondige passage bij de opleiding vroedkunde – “ik miste de nodige koelbloedigheid” – raakte ze geïnteresseerd in geboortepraktijken. “Ik heb ook lang een mommy blog gehad, omdat ik na de bevalling van mijn oudste dochter in een diepe dip ben beland. Je kon daar toen nog niet zoveel over lezen, dus ik dacht: als ik mijn eigen ervaring deel, komen de verhalen wel. Zo is het ook gegaan.

“Die gesprekken hebben mijn onderzoek geïnspireerd, want de manier waarop we bevallen reflecteert ook een ouderschapsverwachting. Hoe praten we over moederen en hoe omschrijven we die ervaring? Dat zijn de vragen die mij bezighouden. Ik bestudeer vooral het publieke discours. Wat zeggen mensen, wat schrijven de experts ons voor en wat vertellen de zwangerschaps- en opvoedingsbijbels?”

Vroeger had iedereen het opvoedingsboek van dr. Benjamin Spock in huis, wat zijn vandaag de opvoedingsbijbels?

“Opvoeden is wat uiteengevallen in verschillende opvoedingsstijlen. Het begint al met de vraag: wil ik een kind? Dat is vandaag een belangrijke lifestylekwestie, een persoonlijke keuze waaromheen je je leven moet oriënteren en waarbij je in een soort keuzefestival terechtkomt: al vanaf de bevalling moet je kiezen wat zogezegd bij je past. Er zijn weinig ouders die zich alleen op de adviezen van Kind & Gezin baseren: op het internet kun je alle richtingen uit en je kunt ook niet meer om sociale media heen. Maar dat zegt vooral iets over de norm die ons wordt voorgeschreven, niet wat we elke dag effectief doen met onze kinderen.”

En wat is die norm?

“De norm vandaag is het intensieve ouderschap: het is een expertgeleid ouderschap, zeer intensief qua investering in tijd, energie, emoties en financiën. Het kind wordt als zeer kwetsbaar beschouwd en heeft veel bescherming nodig, maar tegelijk zijn er ook tal van ontwikkelingsdoelen die gehaald moeten worden. Het kind is als het ware te optimaliseren.

BIO

• geboren in 1983 • historica aan UCL, gespecialiseerd in de geschiedenis van moederschap • illustreert o.a. kinderboeken zo­als Wilma Wonder • vertelt over moederen en feminisme op haar Instagram @lecoeur­amaree­basse • woont in Gent, heeft twee kinderen

“Het was de Amerikaanse Sharon Hays die in de jaren 1990 voor het eerst schreef over intensief moederen – want we spreken wel over ouderschap maar in de praktijk ligt de eindverantwoordelijkheid toch nog vooral bij de moeders – en we hebben die trend alleen sterker zien worden. Niet iedereen doet het, maar elke ouder moet zich er wel toe verhouden. Je kunt je tegen die norm afzetten door jezelf al lachend een ploeter- of een wijnmoeder te noemen, maar niet iedereen mag aan dat ideaal tornen. Ik mag bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik wil mijn kinderen soms uit het raam gooien en straks een goeie cava drinken.’ Als een alleenstaande bruine moeder met een vervangingsinkomen dat zegt, spreken we al gauw van een problematische opvoedingssituatie.

“Ouders voelen die druk heel erg. Zij krijgen constant informatie over wat ze allemaal kunnen doen om hun kind te optimaliseren. Het begint al bij babyspeelgoed: op elke verpakking staat een lijst met ontwikkelingsdoelen. ‘Dit speeltje stimuleert de hersenen, de motorische ontwikkeling en de creativiteit’. Hoe kun je daar als ouder, die zijn kind elke kans wil gunnen, niet gevoelig voor zijn? Maar het ouderschap is zo wel een echte job geworden.

“De opdracht van moeders is almaar groter geworden: je stuurt je kind niet zomaar naar de buurtschool, maar zoekt de juiste school. En je geeft niet zomaar eten, je geeft het juiste eten.”

Er zijn tegenwoordig wel twintig manieren om je baby groentepap te geven.

“Geef je je baby een fopspeen of niet? Groentepap gepureerd of met stukjes? Want als je stukjes geeft, kunnen ze die groenten zelf vastpakken, voelen ze de textuur en dan kun je daar over praten. Zelfs de meest alledaagse handelingen met een klein kind zijn uitgegroeid tot momenten waarop je je kind alle ontwikkelingskansen geeft, in plaats van gewoon een potje Olvarit op te warmen in de microgolfoven.

“Aan elke kleine dagelijkse beslissing hangt een groot gewicht en je moet je voor elke keuze verantwoorden. Hoezo, je stopt al na drie maanden met borstvoeding? De adviezen zijn eindeloos én tegenstrijdig. Ik las onlangs een krantenartikel over hoe je snel en kort afscheid moet nemen van je kleuter aan de schoolpoort – want je wilt toch geen hysterische ouder zijn? – en de volgende dag een stuk over het feit dat kinderen te veel hobby’s hebben. Mogen ze ook nog eens thuis zijn? Dus je moet ze loslaten, maar ook voldoende thuis houden? Het is moeilijk om je cool te bewaren als je voortdurend een onzichtbaar evenwicht moet bewaren.

null Beeld Studio Ski
Beeld Studio Ski

“Het doel is om van onze kinderen productieve burgers te maken die niet in de hangmat van de samenleving liggen, dat idee is heel erg doorgesijpeld naar de manier waarop we over die eerste jaren nadenken. Conner Rousseau, de voorzitter van Vooruit, zei het letterlijk zo in zijn pleidooi om kinderopvang te verplichten: daar begint eigenlijk je loopbaan.

“In de crèche ervaren verzorgers alvast dat ze de kinderen moeten klaarstomen voor de kleuterschool. Als ze daar aankomen moeten ze bovendien zindelijk zijn, en op veel scholen mogen die kleine kinderen ook geen dutje meer doen. Ah nee, want op school moeten ze leren.”

Is het moederschap volgens u zwaarder dan vroeger?

“Oma had zes kinderen en geen wasmachine, waar zeuren wij over? (lacht) Ik ga zeker niet beweren dat de generaties voor ons het makkelijk hadden, maar ze zaten vast in een verhaal van plichten: je deed het gewoon. Wij worden steeds meer gezien als kleine ondernemers in ons eigen leven: je moet jezelf managen, jezelf mentaal en fysiek optimaliseren en je kind ook. Dat continu op jezelf teruggeworpen worden en je afvragen of je het juiste doet, dat is nieuw. En het micromanagen dat daarbij hoort is ontzettend vermoeiend.

“Bovendien is de fundamentele arbeid die kinderzorg is heel onzichtbaar en wordt het niet beschouwd als een waardevolle bijdrage aan de samenleving. Maar als niemand de boterhammen smeert en de was ophangt, draait de boel niet. En naast dat ouderschap heb je meestal ook nog ander werk, dat veel vaker dan vroeger overloopt in ons leven thuis. Het is een platgetrapte boutade maar het is wel waar: je moet werken alsof je geen kind hebt en moederen alsof je geen werk hebt. En tegelijk hoor je: jij hebt die kleine gewild. Zorg er nu maar voor en doe dat vanuit je moederhart. Het moederschap wordt voorgesteld als een universele, natuurlijke ervaring, alsof wij daarvoor gemaakt zijn.”

Is dat dan niet zo?

“Bij het zogenaamde natuurlijke ouderschap is dat discours heel sterk: al tijdens de zwangerschap ben je een fysiologische eenheid met je baby, daarna volgt langdurige borstvoeding, samen slapen en veel dragen. Ik heb daar niets op tegen, maar het wordt wel een probleem als je dat promoot vanuit het idee dat apen ook zo moederen, of dat ze dat in die ene verre cultuur ook doen. Niet alleen worden die andere culturen geromantiseerd, je verduistert ook het feit dat je inspiratie haalt bij samenlevingen waar de opvoeding veel collectiever is dan bij ons en mensen er ook voor kinderen zorgen die biologisch niet van hen zijn. Bij ons is het ligt ouderschap heel erg bij het kerngezin.

Le coeur à marée basse, de naam van mijn blog, betekent: een hart waarin het eb is waar je vloed verwachtte. Na die eerste moeilijke geboorte voelde ik ‘het’ niet. Ik wilde gewoon wég. Maar je leert je kind wel graag zien door ervoor te zorgen. De filosofe Sara Ruddick benoemde ‘moederen’ als werkwoord, een activiteit die je leert door het te doen in plaats van iets dat je moeten zoeken in je hart of in je vrouw-zijn. Mannen kunnen het ook, net als grootouders en mensen die geen kinderen hebben.

“Maar dat idee van de zelfopofferende moeder wordt door allerlei instituten naar voren geschoven, want het is ook wel handig. Als de overheid een lockdown afkondigt en beslist dat we de kinderen moeten pre-teachen, wat zeggen al die moeders dan? Ah ja, oké. En iedereen doet dat. We hadden ook kunnen zeggen dat we dan niet zouden werken, maar dat hebben we niet gedaan omdat we het zo normaal vinden om het er allemaal maar bij te nemen.”

Maar wat is het alternatief: niemand wil toch zijn of haar werk verliezen?

“Mijn punt is dat alles vanuit het kerngezin moet komen: werk én zorg. Maar de coronacrisis heeft heel duidelijk gemaakt hoe fragiel die constructie is. Zonder poetshulp, kinderopvang en grootouders klapt dat volledig in elkaar. Het zelfvoorzienende kerngezin is een illusie die zeer veel vraagt en toch leggen we dat model – de bubbel van vier – heel gemakkelijk over iedereen. Ik vind het belangrijk om in deze zorgcrisis solidair te zijn met de kleine kinderen, maar óók met hun ouders en niet gratuit te zeggen: pak dan wat meer ouderschapsverlof.

“Het intensieve of responsieve moederschap wordt vooral verspreid door witte, rijke Instagrammoeders die mee de norm bepalen door erover te praten en hun ouderschap als het ware tentoonstellen. Maar er wordt weinig gepraat over wat er nodig is om dat allemaal mogelijk te maken. We zeggen wel eens ‘it takes a village to raise a child’ maar vandaag betekent dat evenveel als een poetshulp inhuren en je kind langer op de crèche laten. Maar je moet dat niet alleen kunnen betalen, die uitbestede zorg mag ook niets kosten.”

Die zogenaamde village, bestond die vroeger wel?

“Hét vroeger bestaat niet, er is altijd een grote diversiteit in gezinsvormen geweest. Maar in de negentiende eeuw ruilden mensen de grote samenlevingsverbanden en huishoudeconomie in voor industriële jobs in de stad. Omdat ze vreesden dat die arbeiders – die in verschrikkelijke omstandigheden leefden – te veel zouden zuipen en god weet welke revoluties zouden ontketenen, probeerde de burgerij haar eigen samenlevingsnorm op te leggen: de mannen gingen uit werken en de vrouwen moesten thuis blijven bij de kinderen. Op dat moment is een strakke genderverdeling ontstaan.

“Door het ontstaan van de welvaartsstaat in de twintigste eeuw werd het voor steeds meer mensen ook mogelijk om volgens het kostwinnersmodel te leven. In die tijd ontstond ook het concept Moederdag, of de cultus van de vrouw die haar diepste levensgeluk vindt in de zelfopoffering voor haar kinderen.

“Maar het kostwinnersmodel was vooral dat: een model, een ideaal om naar te streven. Veel vrouwen moesten bijklussen om het loon van hun man aan te vullen, of waren ongetrouwd. En op oude foto’s ziet het er allemaal gezellig uit – oma aan de haard, de taart vers uit de oven – maar uit enquêtes in de naoorlogse jaren weten we dat veel vrouwen eenzaam en ongelukkig waren. Ze zaten alleen in hun huis en hadden geen apparaten, waardoor het huishouden zwaar en saai werk was. Je zou dus kunnen zeggen dat het kerngezin altijd in crisis is geweest. De socialistische vrouwenorganisaties hebben toen nog geopperd om collectieve wasserijen en volkskeukens op te richten om die eenzaamheid te doorbreken, maar dat is er nooit van gekomen.

null Beeld Studio Ski
Beeld Studio Ski

“In de jaren 1970 dwong de economische crisis de vrouwen uit de keuken. Feministen vochten om te kunnen werken en zichzelf te ontplooien. Dat is de generatie van Hillary Clinton, die zich nog heel hard moest bewijzen op de werkvloer, die belachelijk gemaakt werd en gevochten heeft om door het glazen plafond te breken. Maar die liberale feministen, veelal witte carrièrevrouwen, hebben het moederschap ook heel erg in een hoekje geduwd.

“Het aantal vrouwen op de werkvloer is sindsdien enorm toegenomen en vrouwenemancipatie staat vandaag gelijk aan bevrijding via werk. Maar dat neemt niet weg dat van vrouwen nog steeds veel zorgwerk wordt verwacht. En als je je vandaag als vrouw wilt bevrijden, is het antwoord: pak een poetsvrouw, je moet dat toch niet allemaal zelf doen? Maar wat is dan het verhaal van de poetsvrouw, die thuis ook een huishouden heeft, of de alleenstaande moeder die drie jobs combineert? Daar is heel weinig aandacht voor. Een andere tendens die de laatste jaren steeds duidelijker wordt: de overheid verwacht van ouders dat zij allerlei maatschappelijke problemen zelf oplossen.”

Wat bedoelt u daarmee?

“We zitten met een structurele zorgschaarste waardoor we kinderen naar crèches sturen waar verzorgers aan het verzuipen zijn. Dat is geen natuurwet hè, dat zijn beleidskeuzes. Maar ondertussen bekijkt Kind en Gezin hoe ouders zelf crèches kunnen oprichten. Met andere woorden: los het zelf op. Maar wie kan dat financieel dragen? Ook uit de krant, onlangs: een artikel over hoe je je kind veilig moet leren fietsen. Ben ik dan als ouder verantwoordelijk voor hun veiligheid als het vrachtverkeer langs dezelfde weg rijdt als fietsende schoolkinderen?

“Heel dominant vandaag is ook het verhaal van ‘de eerste duizend dagen’, dat stelt dat de zorg voor een jong kind allesbepalend is. Maar dat is ontstaan als een Unicefproject tegen ondervoeding en werd dan opgepikt door het Britse parlement met het idee dat je allerlei sociale problemen kunt oplossen als kleine kinderen maar optimaal worden grootgebracht. Ik wil geen afbreuk doen aan het belang van die levensfase, maar het is een allesbepalend verhaal waarmee oplossingen voor grote samenlevingsproblemen in de relatie tussen ouder en kind worden gezocht.

“Want een baby is inderdaad niet gemaakt om veertig uur per week te kloppen in een crèche met veel te weinig verzorgers, maar het enige antwoord dat we blijkbaar te bieden hebben, is: denk eens na over je werk-privébalans, want een kind is beter af bij zijn ouders. En heb je een parentale burn-out? Ga naar een coach en zoek uit wat jij kunt doen om tot rust te komen. Dat zijn geen structurele oplossingen. Bovendien: voldoende eten, een schimmelvrij huis, en betaalbare energie zijn óók essentieel in die eerste duizend dagen. Wat doen we daarvoor?”

Zou het kunnen dat het intensieve ouderschap en dat zoeken naar opvoedingstips en -tricks een manier is om in die moeilijke context toch een houvast te zoeken?

“Ik denk het wel. Sla de krant eens open: wat overspoelt ons allemaal? Heel veel ouders vragen zich met de beste bedoelingen af wat ze kunnen doen voor hun kind en klampen zich daaraan vast for dear life. Er is ook veel angst om iets verkeerd te doen, want je krijgt constant de indruk dat de kans groot is dat je het verpest. Hoeveel moeders zeggen niet: ik gebruik altijd de buggy in plaats van een draagzak, kan dat kwaad voor de hechting?

“Bij ons is je eigen baby vaak ook de eerste bij wie je een pamper ververst, net omdat het ouderschap zo weinig breed gedragen is.

“Ik wil dat krampachtig ouderen dus ook niet ridiculiseren of het rapport maken van deze of gene stijl. Ik sta daar zelf ook helemaal niet boven: ik rijd ook op mijn elektrische bakfiets door de Brugse Poort, na te denken over welke peperdure hobby mijn kinderen gaan doen. Zou ik ze beter laten sporten of eerder creatief ontwikkelen? Terwijl ik weet dat er achter de gevels veel ouders zitten die hun best doen maar hun kinderen met een lege brooddoos naar school sturen. Zij hebben toch ook het recht om hun kinderen waardig groot te brengen?”

Dat wilde ik net vragen: hoe verhoudt u zich als moeder met alle kennis en inzicht die u over en in het moederschap hebt?

“Ik vind dat heel moeilijk. Als ik gedachten heb à la ‘ik zou dit of dat meer moeten doen’, probeer ik me af te vragen of het kán. En is het ook nog mogelijk voor mensen die minder privileges hebben dan ik? En als dat niet zo is, is het misschien een wens die we niet kunnen invullen. De ‘goed-genoeg-moeder’ probeer ik wel te omarmen, net als het idee dat kinderen weerbaarder zijn dan we denken. En ik vind dat het historische perspectief veel troost biedt, zien hoe het opgroeien van kinderen gelinkt is aan tijd en ruimte en hoe vaak zich dat buiten het kerngezin afspeelde. Dat laat me toe om verder te kijken dan mezelf.

null Beeld Tine Schoemaker
Beeld Tine Schoemaker

“Ik probeer ook wel wat mensen in mijn leven te betrekken als medeouders, als aunties. Dat is een traditie uit de zwarte gemeenschap. En ik probeer wat kleine dingen te doen: er is een dameshuis opgericht in de Brugse Poort, daar heb ik wat aan meegewerkt. Het is een plek waar vrouwen die niet in mijn bubbel zitten samen kunnen praten over moederen en het onzichtbare werk.”

En wat met de vaders?

“Bij mannen is werk nog altijd de prioritaire identiteit. En hoewel ik veel betrokkenheid zie, worden ze veel minder aangesproken op het intensieve werk: hoeveel vaders kennen de actuele kledingmaat van hun kinderen? Ik ken ook weinig vaders die hun vaderschapsverlof volledig hebben opgenomen, omdat ze daar op het werk scheef voor bekeken worden, laat staan ouderschapsverlof. Dat is heel problematisch. Anderzijds vind ik niet dat we dat intensieve moederschap met hen moeten delen, ik wens het hen niet toe dat ze even angstig worden. Ik pleit er juist voor om collectiever over zorg te denken.”

Hoe zou dat er kunnen uitzien?

“Een kinderopvanginitiatief in de wijk georganiseerd door papa’s, waarom niet? Er zijn daarnaast nog veel interessante ideeën. In het natuurlijke ouderschap gaat het vaak over vertragen en tijd nemen voor elkaar: fijn, maar als dat alleen geldt voor welgestelde witte gezinnen ten koste van de poetsvrouw, heeft dat niet zoveel maatschappelijke waarde.

“Ik mis ook vaak een breder perspectief op opvoeden. Neem nu die lege brooddozen: hoe klein kun je het plaatje maken? Een lege brooddoos betekent immers dat er een arme ouder is die geen eten kan kopen: je kunt dat toch niet lostrekken van elkaar? Wat met de impact van pfos, vervuilde lucht of slechte scholen op onze kinderen? Dat zijn ook belangrijke vragen die het ouderschap overstijgen.

“Het gaat ook om meer dan kinderzorg: er zijn zo veel singles die in hun eigen bubbel leven, en die mensen moeten ook koken en wassen en plassen. En wat met de zorg voor eenzame bejaarden? Kunnen we dat niet collectiever doen?”

Dat klinkt nogal utopisch.

“Dat is vaak de reactie, maar waarom zeggen we nooit dat het onrealistisch is om te denken dat we kunnen voortdoen zoals we vandaag bezig zijn? En waarom zouden we dat willen? Het werkt niet en vrolijk word ik er ook niet van: iedereen die in zijn kleine bubbeltje van zijn eigen kleine ukje de beste bijdragende burger maakt.”

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234