Mohamed Abdeslam: 'Ik zou tegen Salah willen zeggen dat ik het hem niet kwalijk neem'

‘Wij zijn een open familie die nooit problemen heeft gehad met justitie. Ik ben inderdaad één van de broers. Maar in geen geval heb ik ook maar iets te maken met wat er vrijdag is gebeurd.’ Twee dagen na de aanslagen in Parijs wordt Mohamed Abdeslam (29), broer van Salah en Brahim, vrijgelaten na een dagenlang verhoor en spreekt hij voor zijn deur de internationale pers toe.

'Mohamed Abdeslam beweert dat hij nooit iets heeft gemerkt van de radicalisering van zijn broers, met wie hij onder één dak leefde'

‘Mijn maag draaide om toen ik die beelden zag. Ik herkende zijn gezicht en zat opnieuw in die nachtmerrie van tien jaar geleden,’ zegt mevrouw R., een Brusselse weduwe. Haar man, die in 2005 in dramatische omstandigheden overleed, was één van de slachtoffers van een bende lijkenrovende ambulanciers waarvan Mohamed Abdeslam deel uitmaakte, en waarvan hij volgens sommigen één van de leiders was. De bende roofde geld, bankkaarten, gsm’s en juwelen van de doden die ze vervoerde en liep in april 2005 tegen de lamp. Pas vijf jaar later kwam de zaak voor de rechtbank in Brussel. Mohamed Abdeslam, die niet op zijn proces kwam opdagen, kreeg een milde straf van twee jaar met uitstel, maar moest een fikse schadevergoeding van een paar duizend euro’s betalen aan de nabestaanden van zijn slachtoffers.


Lees ook: 'De broers Abdeslam: Humo helpt politie en gerecht een handje bij de speurtocht naar de meest gezochte man van Europa'

Mevrouw R. «De dagen na de aanslagen in Parijs leek Mohamed Abdeslam niet weg te branden van het televisiescherm. Met altijd datzelfde praatje. Dat hij hoopte dat de mensen zouden inzien dat hij méér was dan ‘de broer van een terrorist’. Dat de Abdeslams méér waren dan alleen ‘de familie van’ en dat ze eerbiedwaardige mensen waren. Hij deed zich voor als een witte duif. Dat was moeilijk te verdragen. Ik was gedegouteerd toen ik Mohamed Abdeslam op zijn balkon kaarsjes zag branden voor de slachtoffers van Parijs, terwijl hij geen enkel respect toonde voor zijn eigen slachtoffers. Tot vandaag heeft hij nog geen cent van de door de rechter opgelegde schadevergoeding betaald, omdat hij zogezegd ‘niet solvabel’ was. Nu blijkt plots dat hij al die jaren voor de gemeente Molenbeek heeft gewerkt, en zelfs jarenlang op het kabinet van burgemeester Philippe Moureaux


De goede broer

Mohamed Abdeslam komt, als broer van zelfmoordterrorist Brahim en de voortvluchtige Salah, vrijwel onmiddellijk na de aanslagen in beeld als mogelijke verdachte. ‘Op zaterdag 14 november omstreeks 16 uur is Mohamed opgepakt,’ zegt zijn advocate Nathalie Gallant.


Alles over de aanslagen in Parijs »

Nathalie Gallant «Hij is meer dan veertig uur vastgehouden en ondervraagd, maar ik heb hem als zijn advocate op maandagochtend moeten vertellen waarvan hij precies werd verdacht. Hij werd helemaal bleek. Op dat ogenblik wist hij niet eens dat zijn broers bij de aanslagen betrokken waren, en dat Brahim dood was. ‘Wil u dat vertellen?’ had de onderzoeksrechter me gevraagd. De speurders hadden hem ook niet naar een alibi gevraagd. Dat heb ik dan ook maar in één moeite door gedaan.

»Mohamed heeft op vrijdag 13 november tot 15 uur op het gemeentehuis gewerkt. Na zijn werk is hij – zoals hij al twee weken elke avond deed – naar Herstal gereden, bij Luik, waar hij samen met een vennoot werken uitvoerde aan een loungebar die ze samen zouden openen. Zijn gsm heeft die avond ook signalen uit het Luikse uitgezonden. Op maandagmiddag is Mohamed Abdeslam vrijgelaten zonder voorwaarden. Er valt hem niets, werkelijk niets te verwijten.»

Molenbeek heeft de arrestatie met verbazing gevolgd: Mohamed Abdeslam geniet er een vlekkeloze reputatie, in tegenstelling tot zijn ‘probleembroers’ Brahim en Salah. ‘Als Salah en Brahim ’s morgens thuiskwamen van een nachtje uitgaan, stond Mohamed op om naar zijn werk te gaan,’ zegt Gallant. Mohamed is de broer die om een baantje voor Salah gaat zeuren bij de gemeente, omdat hij zich zorgen maakt om zijn jongste broer. Die ook de oudere maar niet al te snuggere Brahim onder zijn vleugels neemt wanneer die weer één of andere stommiteit heeft uitgehaald. Het is de keurige gemeentebediende, jarenlang trouwe kabinetsmedewerker van burgemeester Philippe Moureaux, vader van twee schattige kinderen met de blonde, ravissante Jessica die hij op het gemeentehuis heeft leren kennen. Een rolmodel voor de moslimgemeenschap, kortom.

Hij is, zegt hij na de aanslagen, even verbijsterd als de rest van de wereld. Nee, hij heeft niets aan zijn broers gemerkt, ze deden heel normaal. In interviews praat hij over zijn verdriet om het verlies van zijn broers en zijn kwaadheid om wat ze gedaan hebben. Hij is boos omdat Salah niet naar zijn oproep luistert om zich aan te geven. ‘Ik hoop dat hij me ziet, dat hij me hoort,’ zegt hij op de RTBF. ‘Mijn familie is ontsteld over wat er gebeurd is. Het gaat zeer slecht met mijn moeder, dat zal hij ook wel weten. Ikzelf ben door wat er is gebeurd 48 uur opgesloten in een cel en ondervraagd. Ik zou hem willen zeggen dat ik het hem niet kwalijk neem. Ik wil alleen dat hij zich overgeeft, want thuis zouden we niet te horen willen krijgen dat hij dood is.’

'We denken dat sommige mensen in Molenbeek vermoedden waar Salah zat, maar het toch niet zijn komen vertellen.' Een speurder

Praatprogramma’s vechten onder elkaar om ‘de goede broer’ bij hen in de studio te krijgen. Dat beeld wordt enigszins doorprikt wanneer enkele weken later bekend raakt dat Mohamed Abdeslam een verleden heeft als, welja, lijkenpikker.


Gedienstige jongens

De zaak komt bij toeval aan het licht op 4 april 2005. Die dag maakt een 42-jarige man in Etterbeek een dodelijke val in de liftkoker van zijn garage, voor de ogen van zijn 12-jarige zoon, wiens hand hij nog net op tijd loslaat.

Mevrouw R. «François riep de lift, de deuren gingen open, hij stapte naar voren in het donker en zag niet dat er geen lift was. Hij is zeven meter diep gevallen. Mijn zoontje hoorde zijn vader nog kreunen en is hulp gaan zoeken, maar die kwam te laat. Het was een erg traumatiserende ervaring voor hem. Mijn man zou die dag met hem een ritje maken met de motor, een Yamaha waar hij erg fier op was. Blijkbaar was die ook de twee ambulanciers opgevallen toen ze zijn lichaam kwamen ophalen. De politie hoorde hen opmerkingen tegen elkaar maken: ‘Heb je die motor gezien? Niet slecht, hè?’ Eén van die twee was Mohamed Abdeslam.

»Onderweg zijn ze met de ambulance gestopt en hebben ze het lichaam van François gefouilleerd. Alles namen ze mee: het geld, de bankkaarten, zijn horloge, zijn gsm en de sleutels van zijn geliefde Yamaha. Die zijn ze twee dagen later komen stelen. Ze hebben ingebroken in de garage, die nog verzegeld was. De lift was nog steeds stuk, dus hebben ze dat loodzware ding via een smalle trap naar buiten gedragen. De telefoon van François heeft Mohamed Abdeslam aan zijn moeder gegeven. Wellicht wist ze niet dat haar zoon die gestolen had van een dode, maar een maand later kreeg ik wel een gepeperde telefoonrekening omdat er veel en lang mee naar het buitenland was gebeld.»

Het onderzoek naar de verdwenen spullen leidt de politie naar een groepje ambulanciers die werken voor Medical Assistance, een privéfirma die in verschillende Brusselse gemeenten het monopolie op het dodenvervoer heeft. Het lijkenroven blijkt een systeem dat – buiten medeweten van de directie – al maanden aan de gang is. Enkele werknemers vullen hun naar eigen zeggen te karige loon aan met het geld dat ze in portefeuilles van de doden vinden. Bankkaarten worden uitgeprobeerd, juwelen worden gesleten bij een vaste juwelier, fototoestellen en gsm’s doorverkocht. Soms worden ook oude, zieke of gekwetste passagiers op weg naar het ziekenhuis beroofd. Eén ambulancier leidt de aandacht af van de patiënt terwijl de andere in de handtas graait.

Hoofdverdachten zijn Mohamed Abdeslam en Christophe Mortier, die enkele maanden in voorarrest zitten en elkaar de zwartepiet toeschuiven. Mohamed Abdeslam zegt dat hij beïnvloed is door de oudere Mortier en dat hij ‘gewoon meedeed met de rest’. Maar nadat Mortier eind 2004 bij het bedrijf ontslagen wordt, zet Abdeslam de macabere praktijk voort.

'De bende van Mohamed Abdeslam heeft honderden lijken beroofd, soms twee per dag'

‘Mohamed Abdeslam probeert me nu de schuld in de schoenen te schuiven, maar ik werkte vooral met hem,’ vertelt Christophe Mortier in juli 2005 in een opmerkelijk openhartig interview met La Dernière Heure.

Christophe Mortier «Er waren ook collega’s die een passieve rol hadden. Ze zagen wat we deden, maar ze zwegen erover, en deelden in de buit. Eén lijk per dag, dat was 15 euro meer op zak. We waren geen bruten. We rukten geen kettingen los, maar namen ze voorzichtig af van de hals. Als een trouwring moeilijk loskwam, sneden we geen vingers af. Dat respect was er toch.»

Voor het goed draaiende Medical Assistance is de affaire het begin van het einde: de firma lijdt onherroepelijke imagoschade en gaat twee jaar later failliet. ‘Mohamed Abdeslam was een rustige kerel die zichzelf goed kon verkopen,’ zegt een oud-collega, die in het bedrijf ook zijn jongere broer leerde kennen. ‘Salah deed af en toe een studentenjob bij ons. Of hij meedeed met de praktijken van zijn broer is achteraf moeilijk te zeggen. Hij reed mee als begeleider in ambulances en hielp bij het transport van de lijken. Welopgevoede, gedienstige jongens vond ik die broers toen.’


Dode bruidegom

Oud of jong, ongeluk of zelfdoding, heengegaan tijdens een tukje in de fauteuil of vermoord, voor de bende maakt het weinig verschil.

Op 23 januari 2005 wordt de jonge, pasgetrouwde Bulgaar Iliyan Borisov in Schaarbeek doodgestoken door de laatste gast op zijn trouwfeest. Ondanks het politieonderzoek ziet Mohamed Abdeslam de kans schoon om de gouden ketting van de dode bruidegom te stelen. In 2004 sterft de jonge Brusselse politieagente Naïma D. een gewelddadige dood met de kogel in onopgehelderde omstandigheden. Voor ze door de ploeg van Medical Assistance bij de wetsdokter wordt afgeleverd voor een autopsie, is ook zij eerst netjes ontdaan van al haar juwelen.

‘Naima droeg altijd erg veel juwelen,’ vertelt haar zus Fatima D., bij wie de pijnlijke geschiedenis opnieuw werd opgerakeld toen ze Mohamed Abdeslam op televisie herkende.

Fatima D. «Ik heb destijds hemel en aarde moeten bewegen om een klacht te kunnen indienen over de diefstal van die juwelen. De politie van Wemmel lachte me gewoon uit. ‘U hebt te veel Hollywoodfilms gezien, mevrouw.’ Toen ben ik naar de politie van Brussel gestapt. Daar hebben ze mijn klacht uiteindelijk genoteerd om van mijn gezeur af te zijn. De halsketting van mijn zus is later teruggevonden bij één van de ambulanciers thuis. Zo is de link met ons dossier gelegd. De bende is vervolgd voor het beroven van in totaal negentien lijken, maar in werkelijkheid moeten het er honderden geweest zijn. Er waren dagen waarop ze twee lijken per dag bestalen. Als je ziet hoe moeilijk het was voor ons om een klacht in te dienen, denk ik dat veel van die diefstallen onontdekt zijn gebleven.»

In haar vonnis van 29 oktober 2010 wijst de rechter op het ‘gebrek aan scrupules en moreel besef’ bij de hoofdbeschuldigden Abdeslam en Mortier, die een gevoel van straffeloosheid tentoonspreiden, aangezien ‘verschillende feiten in aanwezigheid van de ordediensten zijn gepleegd’. Toch krijgen ze enkel een gevangenisstraf met uitstel, waardoor ze niet naar de cel moeten.

Mevrouw R. «Ik heb Mohamed Abdeslam twee keer gezien op de voorbereidende zittingen. Naar zijn proces is hij niet gekomen. De andere beklaagden waren er wel; die zijn zich nadien trouwens bij mij komen verontschuldigen. Ik heb hen nog gevraagd of ik het uurwerk van mijn man kon terugkrijgen, als aandenken voor mijn zoontje. Helaas: ‘Alle juwelen zijn verkocht, mevrouw.’»

Fatima D. «Ik ben na het vonnis onmiddellijk in beroep gegaan. Uit principe. Ik wilde niet dat die gieren er zo gemakkelijk vanaf kwamen. We zijn intussen alweer vijf jaar verder en de zaak staat nog steeds niet op de rol, maar ik wacht geduldig. Mensen die geen respect hebben voor weerloze zieken en doden zijn in mijn ogen tot alles in staat.»

'Natuurlijk wist Moureaux dat Mohamed in de bende van de lijkenrovers zat. Hij heeft het de burgemeester zelf verteld'

Mohamed Abdeslam reageert verontwaardigd wanneer zijn oude probleempje met justitie na tien jaar wordt opgerakeld. ‘Ik ben er uiteraard niet fier op, maar het was een jeugdzonde,’ zegt hij in een interview met het Franse magazine L’ Express.

Mohamed Abdeslam (in L’Express) «Ik vind het ongepast dat de link met een oude zaak wordt gelegd op een ogenblik dat het over terrorisme gaat. Ik was nauwelijks 18 jaar oud. Het systeem bestond al van voor ik er begon te werken. Ik ben zo stom geweest om een gsm, een horloge en enkele andere spullen mee te nemen toen me dat werd aangeboden. Het maakt niks goed, maar ik werd beïnvloed. Ik heb mijn straf gekregen en geaccepteerd, en ben sindsdien volwassener geworden. Tijdens mijn werk voor de gemeente Molenbeek heb ik veel mensen geholpen, en daar ben ik trots op. Ik denk dat ik een goede burger ben.»

Fatima D. «Misschien had hij beter twee keer nagedacht voor hij al die mediaoptredens deed. Ik geloofde mijn ogen niet toen hij via de media een oproep deed aan zijn broer om zichzelf over te geven. Terwijl hij in 2010, toen hij toch al 23 was, zélf niet eens de moed had om op zijn proces te verschijnen. Zo’n man zou zijn broer moeten bewegen tot enige verantwoordelijkheidszin? Het was je reinste komedie.

»Raar toch, dat iemand met zo’n verleden zomaar aan de slag kan op het kabinet van Moureaux? Ik begrijp niet waarom die daar zo licht overheen ging.»


Chinese soepterrine

De zaak van de lijkenpikkers zorgt ook binnen het gemeentehuis van Molenbeek voor opschudding. ‘Ze is nooit officieel gemeld, niemand was op de hoogte,’ zegt een goedgeplaatste bron. ‘Toen ik het vernam, schrok ik wel. Met zo’n achtergrond kom je hier in principe niet binnen. Hier worden mensen voor veel mindere vergrijpen geweigerd. De hamvraag is: wist Moureaux het?’

‘Natuurlijk wist Moureaux het,’ zegt Mohameds advocate Nathalie Gallant. ‘Mohamed heeft het hem zelf verteld, na zijn veroordeling in 2010. Moureaux wilde het door de vingers zien. Hij was tevreden over zijn werknemer, Mohamed heeft altijd goed voor hem gewerkt.’

Philippe Moureaux lijdt in de eerste dagen na de aanslagen aan acuut geheugenverlies. ‘Mohamed Abdeslam? Connais pas, ken ik niet.’ Dat blijkt moeilijk vol te houden: van 2006 tot 2012 heeft de onbekende bijna dagelijks op zijn kabinet gewerkt: hij organiseerde er de zitdagen van de burgemeester. ‘Voor mijn trouwste medewerker,’ schrijft die in 2011 als opdracht voor Mohamed in zijn pas verschenen politieroman ‘La soupière chinoise’.

'Mohamed riep zijn broer via de media op om zich over te geven terwijl hij in 2010 zelf niet eens de moed had om op zijn proces te verschijnen'

Net voor het echt gênant wordt, begint het Moureaux te dagen: ‘Het was ‘Momo’, een jonge kerel die we hadden aangenomen om hem van de straat te halen. Een sympathieke jongen die graag lachte en gek deed, maar altijd correct werk afleverde.’

Mohamed wordt in 2006 aangeworven in het kader van de Rosetta-contracten (een contract voor min-26-jarigen, deels betaald door de overheid). Opmerkelijk: tot vandaag zit in het dossier van Mohamed Abdeslam geen bewijs van goed gedrag en zeden, wat verplicht is om op het gemeentehuis te werken. ‘En gebruikelijk op het kabinet van een burgemeester,’ zegt

Françoise Schepmans (MR), de opvolger van Moureaux. ‘Ik vraag het aan al mijn medewerkers.’

‘In 2006 wisten we niets van de affaire van de lijkenrovers, en Mohamed was ook nog niet veroordeeld,’ zegt Moureaux aan Humo.

Philippe Moureaux «We hebben pas iets over de zaak vernomen in 2010, toen het proces er zat aan te komen. Mohamed heeft toen mijn kabinetschef aangesproken, want hij zat ermee. Ik heb toen voor het eerst vernomen dat hij une bêtise, une grande bêtise, had begaan. Maar mijn overtuiging is: je mag mensen niet voor de rest van hun leven kruisigen voor één misstap. Als je dat doet, vergroot je alleen de kans op recidive. Maar goed, dat heeft natuurlijk niks met het terrorisme van zijn broers te maken. Daar maakt de sensatiepers, waarvan u deel uitmaakt, één groot amalgaam van.»

''Mohamed brandde kaarsjes voor de slachtoffers van Parijs, terwijl hij nooit heeft omgekeken naar zijn eigen slachtoffers' Weduwe R.

De oud-burgemeester van Molenbeek krijgt na 13 november van alle kanten snoeiharde kritiek voor zijn lakse beleid, cliëntelisme en gepamper van de islamitische gemeenschap. Door twintig jaar lang de ogen te sluiten voor de radicalisering van sommige bewoners heeft hij het extremistische ideeëngoed laten gisten en kon Molenbeek uitgroeien tot een uitvalsbasis van moslimterroristen, klinkt het zelfs in eigen PS-kringen.

‘Zijn relatie met de familie Abdeslam was bijna symbolisch voor zijn beleid als burgemeester,’ zegt een schepen in Molenbeek. ‘Het was één van die vele families die hij op paternalistische wijze liet genieten van allerlei gunsten. Neem nu de sociale woning die de Abdeslams in 1998 van Moureaux kregen. Het inkomen van de familie was intussen al járen te hoog om daar nog te wonen, maar geen haan die ernaar kraaide. Daarmee gaf Moureaux het signaal dat de wet er niet toe deed, wel wie je kent.’

In 2012 is het uit met de bevoorrechte positie die Mohamed als kabinetsmedewerker geniet. De nieuwe MR-burgemeester Françoise Schepmans kiest haar eigen personeel, Mohamed Abdeslam maakt de overstap naar de gemeentekas, waar hij net als zijn collega’s moet prikken en geëvalueerd wordt door een chef. In april 2015 wordt hij na een negatief rapport van de gemeenteontvanger op de dienst bevolking gezet, aan het loket.

Momo heeft intussen andere dromen. In oktober 2015, enkele weken voor de aanslagen, neemt hij samen met een vennoot een loungebar over in een populaire buurt in Herstal, bij Luik. White Room Lounge Liège heeft Mohamed zijn nieuwe zaak genoemd. Elke avond rijdt hij na zijn uren in het gemeentehuis met zijn BMW 4.4 naar Herstal om er de laatste voorbereidingen te treffen, want de opening is over enkele weken gepland. Op de avond dat zijn ene broer zich laat ontploffen in Parijs en de andere van de aardbol verdwijnt, bevindt Mohamed zich naar eigen zeggen in zijn bar.


De raadselachtige Rida

‘Ik heb echt niks zien aankomen,’ zegt Mohamed over de radicalisering van zijn broers, die onder hetzelfde dak woonden als hij. Wel leek de anders altijd zo nerveuze Brahim veel kalmer, en hielp Salah, die een echte sloddervos was, zijn moeder met poetsen. Ze baden ook wat vaker en trainden zich in gevechtssporten. ‘Mijn broers zijn nooit geradicaliseerd, ze zijn gemanipuleerd,’ zegt Mohamed in de studio van ‘RTL info’. ‘Iemand heeft hen gebruikt. Ik denk aan een supersnelle hersenspoeling. Daarom hebben we misschien geen tekenen van radicalisering gezien, omdat die simpelweg onbestaande was.’

'Nee, ik weet niet waar Salah is. Dat weet niemand. In elk geval: niet in de kast, haha.' Nathalie Gallant, de advocate van Mohamed

Waren die tekenen er werkelijk niet? Al in januari 2015 wordt in twee processen-verbaal van de lokale politie melding gemaakt van een mogelijk vertrek van de broers Abdeslam naar Syrië. Diezelfde maand wordt Brahim in Turkije tegengehouden, omdat de politie vermoedt dat hij op weg is naar Syrië. Hij en zijn broer Salah worden bij zijn terugkomst door de Belgische politie ondervraagd. De broers ontkennen dat ze er extremistische ideeën op na houden en staan zelfs een huiszoeking toe. In maart 2015 zet het OCAD hen op de lijst van in het oog te houden geradicaliseerde personen. Alleen Mohamed merkt niets.

Ook niet wanneer zijn broer Salah in de zomer van 2015 heel Europa doorkruist om handlangers op te halen en contacten te leggen: in augustus zit hij in Italië en Griekenland, in september rijdt hij van Molenbeek naar Hongarije om er twee handlangers op te halen, in oktober wordt hij door een verkeerscamera geflitst in Barcelona.

‘Het zou kunnen dat Salah zelfs in Syrië is geweest, we weten het niet,’ zegt een speurder. ‘Van Brahim dachten we dat hij er nooit was geraakt, tot we beelden van hem zagen in een propagandafilm van IS. We merken wel dat de Syriëgangers telkens voor steeds kortere verblijven naar Syrië gaan en al na een week of tien dagen terugkomen.’

In Les Béguines, het drugscafé van Brahim, merken zelfs de buren dat er filmpjes van IS worden bekeken en dat Brahim de berichten over Syrië als een bezetene volgt. Mohamed, die nochtans erg dicht bij Brahim staat, heeft nog steeds niets in de gaten.

'De aanslag in het Stade de France mislukte omdat de terroristen stomweg te laat kwamen door het verkeer'

Op 30 september 2015, anderhalve maand voor de aanslagen, verkopen Brahim en Salah hun café aan ene Batis Rida. De nieuwe eigenaar van Les Béguines is een schimmige figuur die het blijkbaar niet erg vindt dat zijn nieuwe café met sluiting wordt bedreigd wegens drugshandel. In augustus is er een politie-inval geweest en is de gemeente een onderzoek gestart. Op 4 november 2015 wordt Les Béguines effectief gesloten en verzegeld. Dat deert Batis Rida niet. Hij is het gewend. Naast Les Béguines is hij eigenaar van de Brusselse loungebar Punjab Privé, maar ook die zaak houdt al na enkele maanden op te bestaan. De nieuwe uitbater van de club, die intussen No Limit heet, heeft trouwens nooit van Batis Rida gehoord.

De man lijkt eerder een spookfiguur dan een mens van vlees en bloed. Een oplichter die via stromannen bedrijfjes opstart als dekmantel voor bedenkelijke praktijken. Op het adres van de maatschappelijke zetel van Les Béguines en Punjab Privé, ergens op een industrieterrein in Quiévrain, is nergens een spoor van de man te vinden. Ook op zijn officiële adres in Elsene heeft de bewoner nog nooit ene Batis Rida gehoord of gezien. ‘En ik woon hier al vier jaar. U bent trouwens niet de eerste die naar die meneer komt informeren. Ik denk dat iemand gewoon mijn adres heeft ingepikt.’ Domiciliefraude, heet dat.

'Batis Rida, een oplichter met drugsconnecties, bezorgde Mohamed een alibi voor de avond van de aanslagen'

De enige die Batis Rida lijkt te kennen is – verrassing – Mohamed Abdeslam. Rida is namelijk de zakenpartner met wie hij in Herstal een loungebar zou openen, zo bevestigt zijn advocate Nathalie Gallant. Het is tevens de man die hem een alibi bezorgt op de avond van de aanslagen. En die, laten we dat niet vergeten, het café kocht van zijn broers waar zowat alle Belgische daders van de aanslagen in Parijs klant waren. Dat gebeurde zes weken voor de aanslagen. Zou Mohamed nog steeds niet doorhebben dat zijn broers iets van plan waren?

De politie trekt het alibi van Mohamed Abdeslam niet in twijfel. ‘Er zijn geen elementen die op zijn betrokkenheid bij de aanslagen wijzen,’ klinkt het. Zijn zakenpartner heeft wel hun aandacht: ‘Mogelijk voorziet hij met zijn drugshandel in de financiering van terreur,’ aldus een bron bij het onderzoek.

Rida toont in ieder geval een voorkeur voor zaken die bekendstaan als handelsplaatsen voor drugs. Zo koopt hij op 3 november 2015 via een stroman de bvba Akem in Elsene, een videotheek waar al jaren geen video’s meer worden verhuurd. ‘Een paar jaar geleden maakte de zaak zelfs openlijk reclame met de slogan ‘drugsstore, faut le faire’,’ zegt een buurman. ‘’s Nachts zag je hier jonge gasten in blitse wagens snel binnen en buiten wippen. Ook Salah Abdeslam is hier door de buren gezien. Na de aanslagen heeft de politie een huiszoeking gedaan en is de winkel verzegeld. Dat was eind december.’ Sindsdien is de winkel dicht. En geen spoor van Batis Rida.


Stomweg te laat

Gallant «Op woensdagochtend, twee dagen voor de aanslagen, stelde Mohamed vast dat zijn broers die nacht niet waren thuisgekomen. Hij vroeg aan zijn moeder waar Brahim en Salah waren. ‘Op vakantie, gaan skiën,’ antwoordde ze. Waarop Mohamed: ‘Gelukzakken, ik moet hier blijven en werken.’ Vrijdagavond kwam Mohamed laat thuis, waar hij zijn ouders voor televisie aantrof. Ze waren verbijsterd, de slachtpartij in Parijs had hen diep geraakt. Ze hadden geen idee dat hun zoons erbij betrokken waren.»

Toch gelooft Mohamed dat zijn broer Salah geen doden heeft gemaakt tijdens de aanslagen in Parijs. ‘Ik ben ervan overtuigd dat hij op het laatste nippertje een stap achteruit heeft gezet en beslist heeft om niet te doen waarvoor hij gekomen was. We weten niet of Salah mensen heeft gedood. We weten op dit ogenblik niet eens of hij op de plekken is geweest waar de aanslagen zijn gebeurd.’

'We wisten niet dat Brahim in Syrië geweest was, tot die beelden opdoken. Misschien is Salah ook wel in Syrië geweest.' Een speurder

Uit het Franse onderzoek is intussen gebleken dat Salah aan het Stade de France is geweest, waar hij drie kamikazes moest afzetten, onder wie de Brusselaar Bilal Hadfi. De aanslag die het spectaculairst had moeten zijn, maakt uiteindelijk het minste doden. ‘Omdat ze stomweg te laat waren gekomen, ze zaten vast in het verkeer, en de match was al begonnen,’ zegt een speurder. ‘Eén van de daders had wel degelijk een ticket. Het plan was dat hij het stadion zou binnengaan en zich daar voor de ogen van president Hollande zou laten ontploffen. De anderen zouden buiten wachten tot het volk in paniek naar buiten stroomde, om zich dan tussen de menigte te mengen en zo veel mogelijk slachtoffers te maken. We weten niet precies wat er nadien is misgelopen. Bilal Hadfi heeft een paar keer geprobeerd om zonder ticket binnen te glippen, maar is daar niet in geslaagd. Uiteindelijk hebben ze zich, bijna symbolisch, buiten het stadion opgeblazen.’

Of Salah toen nog in de buurt was, is niet duidelijk. Of hij zich op het laatste nippertje heeft bedacht en vandaag ook door IS gezocht wordt, zoals zijn broer Mohamed gelooft, al evenmin. De zoektocht naar de meest gezochte man in Europa verloopt moeilijk, klinkt het bij de politie, onder meer vanwege ‘de anti-overheidsstemming die nog steeds in Molenbeek hangt.’

Een speurder «Als het over gewone criminaliteit gaat, kan je dat nog snappen: het is wij tegen zij. Maar de moslimgemeenschap reageert op dezelfde manier als het over terrorisme gaat, en dat is verontrustend. We merken het als we huiszoekingen doen: iedereen zwijgt, zelfs als we de mensen duidelijk zeggen dat we onderzoek doen naar de aanslagen van 13 november. Meer nog, soms werken ze echt tegen. Dat heeft ook te maken met de sociale druk: ‘Je praat niet met de politie, anders word je gestraft.’ We denken dat sommige mensen een vermoeden hadden waar Salah zat, maar het toch niet zijn komen vertellen.

»Het verhaal dat hij in een kast uit een huis gesmokkeld zou zijn onder het oog van de politie, is complete onzin. Wel denken we dat hij zich na de aanslagen drie weken heeft schuilgehouden op een appartement in Schaarbeek, waar we achteraf een vingerafdruk van hem hebben gevonden, en nog drie ongebruikte bommengordels.»

Mohamed hoopt intussen nog steeds op een teken van leven van zijn broer. ‘Ik bezoek veel sociale netwerksites, op zoek naar geruchten, hopend dat hij me een bericht stuurt. Soms word ik ’s nachts wakker en sta ik op om te kijken of Salah in zijn bed ligt.’

De broer van Salah en Brahim is vandaag nog steeds met ziekteverlof. Het is niet duidelijk of hij nog naar zijn werk als gemeenteambtenaar zal terugkeren. Mohamed zelf is vragende partij, omdat zijn project met de loungebar niet doorgaat. Maar het gemeentehuis is ten diepste verdeeld. ‘Velen stellen zich vragen,’ zegt een schepen. ‘Kunnen we hem nog vertrouwen? Hij heeft over zijn gerechtelijk verleden gelogen tegenover de wereldpers. Was hij misschien toch op de hoogte van de plannen van zijn broers?’

De familie Abdeslam wil intussen ook graag verhuizen. Ze is de aanhoudende druk van journalisten en nieuwsgierigen beu en heeft bij de gemeente een aanvraag gedaan om een andere woning te krijgen.

Gallant «Het is loodzwaar voor de familie, ook in praktische zaken. Het is bijvoorbeeld een moeizame weg geweest om de toestemming te krijgen de stoffelijke resten van Brahim te laten begraven. Ik wilde dat regelen voor de familie, maar Mohamed zei: ‘Ik regel het wel.’ Hij was altijd heel close met Brahim, hoewel ze op alle mogelijke vlakken van elkaar verschilden. Ik was eerst in paniek: ‘Doe dat niet jongen, ze zullen je voor Salah aanzien.’ Maar hij lachte dat weg, het is echt een toffe jongen.

»Hij is dus naar Parijs getrokken, heeft zich gemeld bij het lijkenhuis en het stadhuis, en heeft alle papieren bekomen voor de begrafenis. Waar Brahim begraven zal worden, weet ik niet. Marokko? Dat is de bedoeling, maar Marokko is ook niet happig om mensen als Abaaoud en Brahim op zijn grondgebied te begraven.

»En nee, ik weet niet waar Salah is. Dat weet niemand. In elk geval: niet in de kast, haha.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234