Molly Prentiss - Dinsdagnachten in 1980

In ‘Just Kids’ zette Patti Smith het New York van de sixties en seventies weergaloos neer, met alle opwinding en rauwe hardheid die daarbij komen kijken. ‘Dinsdagnachten in 1980’ (Querido), het debuut van Molly Prentiss, lijkt er het fictieve vervolg op: we krijgen een blik op de kunstscene, bevolkt door echte kunstenaars als Jean-Michel Basquiat, Keith Haring en Andy Warhol, een handjevol verzonnen kunstenaars én een hoop wannabe’s.

Het boek opent – na een beklijvende proloog die zich afspeelt in het Argentinië van de militaire junta – met de jaarwisseling van 1979 naar 1980, op een fancy feest. Enter: James Bennett, hoog aangeschreven kunstcriticus voor The New York Times. James, die tijdens zijn studies ‘letterlijk een stijve’ kreeg bij het zien van werk van Chagall. James, die synesthesie heeft, wat betekent dat wat hij ziet en voelt vertaald wordt in kleuren en geuren – seks met zijn vrouw Marge is als het eten van ‘een wilde aardbei’ – en daardoor poëtische recensies kan schrijven die autonome kunstwerkjes zijn.

Eveneens van de partij op het nieuwjaarsfeest: Raúl Engales, knappe, donkere ladies’ man en jonge beloftevolle schilder. Raúl, die zijn thuisland Argentinië ontvluchtte en hier hoopt op de glamour van een kunstcarrière én een recensie van James Bennett. Raúl, die later op de avond Lucy tegen het bekoorlijke lijf loopt. Jonge, naïeve Lucy uit Idaho, die haar tienerjaren wegdroomde bij het idee van New York en de kunstenaars die ze daar zou ontmoeten. Lucy, die bang is dat de moed die in haar geboortedorp zo groot leek, in het niets zal verzinken in de grote stad.

Drie personages, twee getalenteerde mannen en één mooie vrouw, wier levens – zo gaat dat dan – almaar meer in elkaar verstrengeld raken, door toedoen van toeval én het lot. Het lot, want Prentiss strooit kwistig met voortekenen en symbolen en schurkt zodoende een beetje aan tegen het magisch realisme. ‘Dinsdagavonden in 1980’ heeft daardoor iets van een sprookje, zij het een modern Manhattansprookje, met de magie, schoonheid en gruwel die bij sprookjes horen.

Want alle drie de personages verliezen op een bepaalde manier hun onschuld, botsen tegen de ongenadig harde kant van het leven aan. In één jaar, 1980, zien we drie levens die in downtown New York – het SoHo van vóór de gentrificatie – de onvermijdelijke overgang maken van belofte en hoop naar teleurstelling, verlies en melancholie. Het is zoals Marja Pruis schreef in ‘Zachte riten’: ‘De skyline van Manhattan: er is gewoon niets wat je zozeer tegelijkertijd vrolijk en droevig stemt. Vrolijk als in opgewonden. Droevig als in melancholiek.’ ‘Dinsdagnachten in 1980’ doet hetzelfde.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234