Moneyball

In 2007 nam Brad Pitt - brilletje op de neus, kopje groene thee binnen handbereik en omringd door zeventien jengelende Afrikaanse en Aziatische pleegkinderen - het boek 'Moneyball: The Art of Winning an Unfair Game' van Michael Lewis ter hand. De superster kreeg terplekke een aha-erlebnis: 'Scheetje,' sprak hij tegen Angelina, 'Jouw beurt om op de kinderjuffrouwen te passen. Ik ga 'Moneyball' verfilmen.'

In het boek reconstrueert Lewis de merkwaardige carrière van Billy Beane, een mislukte quarterback die in 1995 aan de slag ging als sportief manager van de Oakland Athletics en in die functie een heuse revolutie in het Amerikaanse honkbal zou ontketenen.

In 2001 had Beane de Athletics - een kleine ploeg met één van de armzaligste budgetten uit de Major League Baseball - naar de finale van het kampioenschap geloodst, om vervolgens met lede ogen te moeten aanzien hoe zijn team door de rijke clubs werd leeggeplunderd (ook in het baseball dienen de kleintjes vooral als kweekvijver voor de groten: zie ook het Belgisch voetbal).

'Oké,' galmde Beane tegen zichzelf, 'als ik financieel niet tegen de grote jongens kan opboksen, dan zal ik mijn ploeg op een ándere manier moeten samenstellen.' Hij raakte geïntrigeerd door de ideeën van Paul DePodesta, een pas afgestudeerde economie-nerd die zonder veel omhaal poneerde dat de traditionele scoutingapparaten te wensen overlieten en dat de clubs meer gebaat zouden zijn met puur statistische analyses van hun spelers.

Op aanraden van DePodesta haalde Beane een lading spotgoedkope pitchers en catchers binnen die in het wereldje stonden gewaarmerkt als te oud, te eigenzinnig, te dik, en te blessuregevoelig, maar die volgens DePodesta’s computers wél een uitstekend honkpercentage haalden.

In de bestuurskamers van de Athletics en in de media weerklonk aanvankelijk oorverdovend luid hoongelach, wat overigens perfect valt te begrijpen: stel u maar eens voor dat Zulte Waregem acht spelers uit derde provinciale zou rekruteren, de vijfenzestigjarige Van Moer op het middenveld zou posteren, en Wesley Sonck in de spits. U giert toch ook?

Pitt rook in Beanes levensloop - terecht - een lekker ouderwets underdog-neemt-het-op-tegen-het-systeem-drama en trok met het project naar Sony Pictures, waar men aanvankelijk koeltjes reageerde: per slot van rekening leek het boek van Lewis, met al die tabellen en statistieken, meer op een spreadsheet dan op een potentiële kaskraker.

Maar Pitt beet zich in 'Moneyball' vast als een pitbull in een broekspijp: nadat Steven Soderbergh van Sony de zak had gekregen trok hij op aangeven van zijn goede vriendin Catherine Keener aan de mouw van Bennett Miller, de regisseur van 'Capote'; scenarist Steven Zaillian ('Schindler’s List', 'Gangs of New York') zocht en vond een goeie dramatische verhaallijn; Aaron Sorkin (de scribent van 'The West Wing' en 'The Social Network') dreef het knispergehalte van de dialogen omhoog; en rijzende ster Jonah Hill kreeg de rol van Peter Brand, alias Paul DePodesta.

Het resultaat is een verrassend intelligente en meeslepende prent die de omtrekken van het klassieke sportdrama moeiteloos weet te overstijgen. Jazeker, we krijgen de onvermijdelijke speech in de kleedkamer, en ja, uiteráárd krijgen we een scène waarin één van de spelers onder uitzinnig gejuich en terwijl de muziek uit de boxen schalt aan een triomfantelijke homerun begint, maar net zoals 'The Social Network' niet alleen maar over Facebook ging, zo handelt 'Moneyball' over veel méér dan alleen maar baseball.

Het échte drama vloeit niet voort uit de wedstrijden, maar uit een andere, nog héftigere clash: die tussen Beane, die koppig volhardt in zijn Sabermetrics-methode, en de enigszins gefossiliseerde talentscouts, die zweren bij hun ervaring, hun intuïtie en hun buikgevoel.

De spectaculairste scène is overigens geen honkloopmoment, maar een flitsende kantoorsequens waarin Beane, in een razend knap staaltje onderhandelingsbranie, verschillende managers telefonisch tegen mekaar uitspeelt terwijl Brand hem de juiste statistieken influistert.

Pitt is erg goed als Beane - een golden boy met een donkere insnijding - maar een echte homerun is 'Moneyball' niet geworden: ondanks de knappe dialogen slaagt de film er nooit écht in om te verhelderen hoe het Sabermetrics-systeem precies werkt, en ook de figuur van de trainer (Philip Seymour Hoffman) blijft iets te veel in de schaduw hangen.

O ja: naar verluidt speelt Beane met het idee om zijn methode in het Europese voetbal te introduceren. Hou Zulte Waregem dus maar in de gaten.

Trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234