Monseigneur Léonard

Sedert enige tijd woon ik in het fantastische Mechelen, geprangd tussen het aartsbisschoppelijk paleis en de kathedraal. Vanuit mijn zolderkamertje kan ik perfect zien wat zich in de aartsbisschoppelijke tuinen afspeelt. Nooit eerder heb ik mij zo kort hoeven te verplaatsen voor een interview.

Terwijl een waanzinnig geworden aspirant-beiaardier vanuit de Sint-Romboutstoren een onwaarschijnlijke versie van ‘Smells Like Teen Spirit’ ten beste geeft (echt waar), bel ik aan bij Monseigneur André Léonard.

'Ik ween samen met de slachtoffers van de Kerk'

De persverantwoordelijke, Jeroen Morrens, leidt mij naar een spreekkamer met en suite bureau, waar ik korte tijd mag antichambreren. Het ruikt er naar de achttiende eeuw, een ideaal tijdvak om verstild te werken, te lezen, te bidden en over God en zijn armzalige schepping na te denken.

Want zeg nu zelf: als je de huidige, compleet geschifte maatschappij als maatstaf neemt, ga je de Schepper van al dat moois eerder als een ‘scheve architect’ dan als een ‘geniale bouwmeester’ beschouwen. Misschien is dat wel de ware reden waarom de Kerk zo achteruitboert: zelfs God ziet het niet meer zitten.

Monseigneur Léonard - níét kardinaal, want er kan maar één geestelijke per land die levenslange eretitel dragen en dat is nog altijd Godfried Danneels – is een gedroomde incarnatie van de kop boven deze reeks: ‘Het Lieve Leven en hoe het te Lijden’. Als ik op het einde van dit gesprek doorvraag naar de pijnpunten en schandalen die de Kerk de jongste jaren hebben geteisterd, krimpt de aartsbisschop in elkaar en trekt hij een dusdanig gefolterd gezicht dat hij even doet denken aan de lijdende Christus zelf. Ik besluit ter plekke hem een Goed Mens te vinden.

We beginnen het gesprek met, hoe kan het ook anders, de recente pauskeuze.

HUMO Met kardinaal Jorge Mario Bergoglio werd een atypische paus gekozen: hij is de eerste niet-Europeaan, de eerste Latijns-Amerikaan en de eerste die opteert voor de naam Franciscus. Hoe evalueert u zijn verkiezing?

André Léonard «Ik was verrast: ik had een jongere paus verwacht. Aan de andere kant: het feit dat hij maar vijf stemrondes nodig had om verkozen te worden, bewijst dat hij een sterke figuur is die anderen weet te enthousiasmeren en om zich heen te verenigen. Ik verwacht dat hij een sterke, populaire paus wordt. En nee, ik kende kardinaal Bergoglio niet persoonlijk; ik wist alleen dat hij bij de vorige pausverkiezing tweede was geëindigd. Ook dat pleit in zijn voordeel.

»Wat me bijzonder verheugt, is dat de nieuwe paus uit Latijns-Amerika komt. De Europese Kerk is wat gescleroseerd, er gaat nog weinig dynamiek van uit. Dat kun je van de Latijns-Amerikaanse Kerk niet zeggen: die zit vol dynamiek, vol vuur, vol energie. Onze missionarissen zijn indertijd de blijde boodschap naar Amerika gaan uitdragen. En nu stuurt Amerika de lift terug. Dat is buitengewoon boeiend om mee te maken.»

HUMO De naam Franciscus verwijst naar de Italiaanse heilige Franciscus van Assisi, wat een paus doet veronderstellen die kiest voor de armen, voor nederigheid en eenvoud. Vindt u dat een goede evolutie binnen de Kerk?

Léonard «Een opmerkelijke keuze, die zeker niet toevallig is. Met die naam heeft de nieuwe paus voor een welomlijnd programma gekozen: hij opteert duidelijk voor de armen. Tegelijk wil ik erop wijzen dat Franciscus van Assisi vaak al te eenzijdig wordt voorgesteld als ‘de heilige die met de vogeltjes praatte’, een ecologist avant la lettre. Franciscus was veel meer dan dat.»

HUMO Wat betreft de persoonlijke ethiek hoort Franciscus I tot de traditionele school: hij is tegen het homohuwelijk, tegen abortus en tegen euthanasie. Kunt u zich daarin vinden?

Léonard «Op dat vlak schaart de nieuwe paus zich in de brede traditie van de Kerk, net zoals zijn voorganger, paus emeritus Benedictus XVI. Hij blijft de aloude waarden van het leven verdedigen, en daar ben ik blij om.»

HUMO De nieuwe paus is niet geheel onbesproken. Hij zou zich tijdens de Argentijnse junta onvoldoende hebben bekommerd om de slachtoffers van de dictatuur aldaar.

Léonard «Het Vaticaan heeft zich al de dag na de pausverkiezing van die beschuldigingen gedistantieerd. Het waren niet meer dan geruchten, waarvoor geen enkel bewijs is geleverd. U heeft zelf kunnen merken dat paus Franciscus als een minzaam, maar ook kordaat en moedig man overkomt. Hij lijkt me niet het type dat slachtoffers in de steek laat.»

HUMO Hebt u al getwitterd of ge-emaild met de paus? Misschien een sms'je verstuurd om hem proficiat te wensen?

Léonard (glimlacht) Nee, zo gaat dat niet. De bisschoppen staan nooit rechtstreeks in verbinding met Zijne Heiligheid. Alle communicatie verloopt via de geijkte kanalen van de nuntiatuur, de Vaticaanse diplomatie, meestal per brief.

»De vorige paus heb ik schriftelijk bedankt voor mijn benoeming. Maar verder zal een bisschop nooit een paus aanschrijven, tenzij in zeer uitzonderlijke situaties. Van paus Johannes XXIII is bekend dat hij rechtstreeks contact had met president Kennedy, ten tijde van de Cuba-crisis.»

HUMO U komt uit een zeer eenvoudige familie.

Léonard «Mijn vader heb ik nooit gekend. Hij is tien dagen na mijn geboorte gesneuveld, in mei 1940. We waren thuis met vier jongens: Jean, Pierre, Paul en ikzelf. Alle vier zijn we priester geworden.

»Onder de afwezigheid van een vader heb ik nooit geleden: ik wist niet beter of het hoorde zo. Ik zie me nog thuis in de keuken staan, in Jambes, bij mijn moeder, die me een foto van mijn overleden vader toonde. Ik begreep er niets van, toen. Vooral mijn oudste broer, die ook mijn peter was, heeft de rol van vader overgenomen; hij heeft een grote invloed op mij gehad.

»Onafhankelijk van elkaar hebben mijn drie broers en ik beslist om priester te worden. Al op mijn zesde had ik mijn keuze gemaakt. In het jaar dat ik mijn eerste communie deed, stond ik bij de kerststal en ik zei tegen de kleine Jezus: ‘Ik word priester.’ En één jaar later vernam ik, totaal onverwacht, dat mijn oudste broer naar het seminarie trok. Ik ben dus niet beïnvloed of geïndoctrineerd: nooit hadden we met elkaar over iets als een roeping gesproken.

»Mijn vader was een zeer eenvoudig man. Later heb ik zijn dagboeken gelezen en zijn schoolrapporten ingekeken. Hij is maar tot het middelbaar naar school gegaan, tot zijn veertien jaar, bij de Broeders van de Christelijke Scholen in Namen. Opmerkelijk: hij had graag priester willen worden. Maar door familiale omstandigheden kon dat niet. Hij werkte bij de christelijke vakbond als verantwoordelijke voor telegraaf, telefoon en spoorwegen. Een diepgelovig man.

»Mijn moeder was een simpele vrouw zonder hoge cultuur. We kwamen helemaal niet uit de haute bourgeoisie: alleen mijn grootvader, die slotenmaker was, kon schrijven. Mijn andere voorouders waren ongeletterde, gewone dagloners. Moeder was zeer zuinig: iedere avond rekende ze tot de laatste centiem de uitgaven van de dag uit.

»Ik werd geboren op 6 mei 1940 en gedoopt op 10 mei – de dag dat de oorlog begon – en mijn vader werd op 11 mei gemobiliseerd, in Doornik. Zijn laatste woorden aan mijn moeder waren: ‘Zorg ervoor dat alle vier de jongens hun humaniora afmaken, in het college van de jezuïeten in Namen.’ Op 16 mei is hij gesneuveld.

»Als kleine jongen was ik een soort wonderkind: ik was amper vier jaar oud en ik kende alle hoofdsteden van tientallen landen uit het hoofd. Daar werd ik dan thuis, door mijn broers, uitgebreid op getest (lacht hartelijk). Mijn broers kweekten bij mij de interesse voor sterrenkunde, voor barokmuziek, voor filosofie en vreemde talen. Op school was ik uitstekend in alle vakken, behalve in welsprekendheid en lichamelijke opvoeding – dat was een foltering. Die welsprekendheid is pas véél later gekomen (lacht).»

HUMO U hebt humaniora gelopen bij de jezuïeten van Notre-Dame de la Paix in Namen. Wat hebben ze u geleerd?

Léonard «Ik heb alleen maar positieve herinneringen aan hen. De kwaliteit van het onderwijs was zeer hoog. Veeleisend, gedisciplineerd. Maar ook: met zin voor kritiek. En dat alles in een sfeer van gebed en versterving. De heilige mis, het lof, het rozenhoedje, de biechtgelegenheid: daar draaide ons leven om. Boven alles leerden de jezuïeten mij abstract te denken. Onze godsdienstlessen in de humaniora waren pure theologie, van een zeer hoog intellectueel niveau en zeer rijk aan inhoud. Op mijn vrije dagen gaf ik, als dertienen veertienjarige, bijlessen wiskunde, Grieks of Latijn aan de jongens van mijn klas die niet zo goed meekonden.

»Een grote intellectuele discipline, dát hebben de jezuïeten mij bijgebracht. Vandaag zou dat op nogal wat kritiek stuiten, vrees ik. Men wil nu veel intuïtiever en vanuit de ervaring aan kennisoverdracht doen. De cultuur was toen totaal anders: wij hadden een cultuur van lezen en nadenken, terwijl de huidige generatie zweert bij een visuele cultuur.

»Het gebed is voor mij altijd zeer belangrijk geweest. Toen ik het seminarie binnentrad, kregen we een inleiding tot het gebed, maar ik stelde vast dat ik die leerstof al jaren toepaste, dankzij de paters jezuïeten.

»Als kleine jongen was ik al zeer gevoelig voor de liturgie, de mooie Latijnse liederen, de kerkelijke feesten, de Mariaverering, de grote plechtigheden, alles schitterend verzorgd en prachtig muzikaal begeleid. Ik zong mee in het knapenkoor. Dat alles stelt je open voor God. Roeping is vooral: in je hart en je ziel de opwelling voelen om voor God en met God te leven.»

HUMO Als u bidt, krijgt u dan antwoord van God?

Léonard «Ik zie het anders: ons gebed, het gebed van de gelovigen, is geen dialoog maar een antwoord. God heeft tot ons gesproken via de geschiedenis, via de evangeliën, via de openbaring. En als wij bidden, antwoorden wij op wat God ons heeft meegedeeld. Ik heb nooit een rechtstreeks antwoord van God gekregen, nooit een stem gehoord.

»Zoals zoveel jongens in die tijd had ik een klein altaar, met een kelk en bekertjes voor water en wijn, en daarmee vierde ik dan de heilige mis (glimlacht). Het is eerst veel later dat ik de andere dimensie van het priesterschap heb ontdekt, met name de pastorale, herderlijke kant. Van 1958 tot 1961 zat ik op het Leo XIII-seminarie in Leuven. Daar werden we aangezet om tijdens de vakantie een pastorale activiteit te ondernemen. Dat draaide toen op een grote teleurstelling uit. Pas na mijn priesterwijding, in 1964, ging een nieuwe wereld voor mij open, die van de herderlijke zorg.

»Veel heeft te maken gehad met de zwakke gezondheid die ik als kind en adolescent had. De eerste dagen van mijn leven waren mijn moeder en haar vier jongens op de vlucht naar Frankrijk, voor de Duitsers. Ik was een boreling en stond op het punt te sterven; het was ook een zware bevalling geweest, omdat ik veel te dik was: ik woog meer dan vijf kilo (glimlacht). We reisden in veewagens. Aan die vlucht heb ik een ernstige spijsverteringsstoornis overgehouden: ik had nooit eetlust en bij het minste liep ik te braken. Op school word je door zo’n handicap volkomen geïsoleerd. Ik was zwak en schuchter en ik vluchtte volledig in de studie.

»Het opmerkelijke is: helemaal aan het begin van het seminarie volgde ik een retraite van drie weken, in Beauraing (waar Maria ooit verscheen, red.). Gedurende de eerste helft van die retraite was ik zo ziek als een hond. En plotseling, halfweg, vond ik een nieuw gevoel, een nieuw elan. En... ik was van mijn probleem verlost.» HUMO Een mirakel?

Léonard «Ach nee, ik zou het liever een bevrijding noemen. Sedertdien heb ik altijd eetlust gehad.»


Verdwaald in het oerwoud

HUMO Aan de universiteit heeft u vooral de filosofie van hegel en heidegger bestudeerd. wat heeft u

van hen geleerd?

Léonard «Mijn filosofische avontuur is vroeg begonnen: op de leeftijd van veertien jaar. Mijn oudste broer had me eerst de Franse literatuur laten lezen: Racine, Corneille, Molière, Pascal. Toen ik daarmee klaar was, zei hij: ‘Nu gaan we een stapje verder en beginnen we aan de filosofie.’ Zo kwam ik uit op Plato, Descartes, Leibniz, Spinoza, Kant. Ik was dus goed voorbereid. Mijn licentiaatsthesis heb ik over Kant geschreven. Maar mijn lievelingsfilosoof was Hegel.»

HUMO hegel, dat is toch een onontwarbaar kluwen van ontoegankelijke ideeën?

Léonard «Een soort oerwoud, waar je makkelijk in verdwaalt (glimlacht). Maar ook: prachtig en o zo boeiend! Het was voor mij, in al mijn pretentie van jonge student, een uitdaging: ‘Jij zult de moeilijkste filosoof van allemaal bestuderen.’ Ja, zo zit ik in elkaar.

»Later ben ik in Rome theologie gaan studeren, nog een trapje hoger (lacht). En vervolgens heb ik, terug in Leuven, gedoctoreerd over Hegel. Daar ontmoette ik een jezuïet, pater Chapelle, van wie ik in mijn retorica ooit enkele vervangingslessen had gekregen. Hij heeft voor mij een programma opgesteld voor mijn lectuur van en over Hegel. Ik heb toen vreselijk hard gewerkt, zo hard dat ik er plotseling onderdoor ging. Resultaat: een burn-out die drie maanden heeft geduurd. Het was te veel geweest.»

HUMO u was in het oerwoud verdwaald...

Léonard (glimlacht) «Ik werd geboeid, gefascineerd, helemaal opgeslokt door het hegeliaanse systeem; ik was er totaal in verzonken. Zo begon ik een dubbelleven te leiden. Aan de ene kant was ik een vrome priester die bleef bidden tot God. Maar intellectueel leefde ik in een andere wereld, die van de filosofie, waar van God geen sprake was. Na een tijd begon ik te beseffen dat ik een groot risico liep – het risico om mijn roeping en mijn geloof te verliezen. De bekoring werd almaar groter om dat geloof te laten opgaan in een soort gnostisch systeem (een systeem van mystieke, esoterische, geheime kennis, red.).

»Gelukkig heeft pater Chapelle mij van dat gevaar bevrijd. Eerst had hij me geholpen om binnen het systeem van Hegel te raken, en vervolgens hielp hij mij er weer uit (lacht).»

HUMO Is dat geen vorm van zelfcensuur: als ik deze deur niet dringend sluit, komt mijn geloof in het gedrang?

Léonard «Ja; het was een gevaarlijke situatie. Zelfcensuur zou ik het niet noemen, wel een vorm van zelfbescherming. Boven alles heeft Hegel mij geleerd ieder vraagstuk, ieder probleem, iedere levensvraag systematisch te benaderen. Mijn magisterthesis ging over zijn logica. Zijn openheid van geest en zijn logica van het tegengestelde denken heb ik overgeplant naar het christelijke geloof.»

HUMO Zit er dan een logica in het geloof?

Léonard «Absoluut. Bijvoorbeeld: het concilie van Chalcedon (451 na Christus, red.), over de uniciteit van de persoon van Jezus en de twee naturen van Jezus (God én mens, red.), heeft een prachtige, eigen logica. U moet er Maximus de Belijder maar ’ns op nalezen.»

HUMO Dat zal ik zeker doen. Maar gaat u verder.

Léonard «Ik heb ook veel gehad aan het werk van de theoloog Hans Urs von Balthasar. Erg literair en spiritueel. Dat was, na de systematiek van Hegel, een openbaring. Von Balthasar biedt een prachtig antwoord op de problemen die het westerse modernisme aan het geloof stelt: het lijden en de kruisdood van Jezus kunnen niet alleen de trouwe gelovigen, maar ook de grootste zondaars en godloochenaars redden.»


Nihilistische wind

HUMO we verlaten de theorie en gaan over naar de praktijk: na uw opleiding bent u leraar en professor geworden.

Léonard «Als jonge student en novice was ik schuchter, verlegen, in mezelf gekeerd en niet in staat tot echte communicatie met mijn medemensen. Maar vanaf mijn priesterwijding heeft mijn pastorale kracht zich ontplooid. Ik ben aalmoezenier bij de Wolfjes geworden (zeer jonge scouts, red.).

En eens terug in Leuven ben ik gaan meewerken aan de opleiding van toekomstige priesters – terwijl ik zelf net 27 was geworden (lacht). Johan Bonny, de huidige bisschop van Antwerpen, heb ik mee opgeleid. Uit die periode dateert ook mijn praktijk van het Nederlands. Vanaf 1970 gaf ik les aan de universiteit. De eerste cursus die ik gaf, aan de faculteit Psychologie en Pedagogie, was moraalfilosofie, voor zo’n driehonderd studenten.»

HUMO Dat was twee jaar na mei ’68. hoe stond u tegenover de maatschappelijke veranderingen toen?

Léonard «Ik had van meet af aan een afkeer van de nihilistische wind die toen door de universiteiten waaide. En ik ging de discussie niet uit de weg, hoor! Ik kon zeer goed argumenteren en discussiëren. Ha, ja, daar kwam mijn opleiding in de logica goed bij te pas (lacht smakelijk).»

HUMO U discussieert graag?

Léonard «O ja, de discussie is een zeer aangename sport. Maar u vroeg mij wat ik de jonge mensen graag wil meedelen? Wel, aangezien ik in de jaren 60 het risico had gelopen de wijsheid van het geloof te verliezen, wist ik dat mijn studenten hetzelfde kon overkomen.

»Het was mijn grootste bekommernis mijn studenten intellectueel zodanig uit te rusten en te wapenen dat ze hun weg zouden kunnen vinden op de markt van de ideeën. Eén van mijn belangrijkste boeken gaat over dat delicate evenwicht: ‘Foi et philosophies’. De structuur van dat boek is hegeliaans. En de inhoud leunt aan bij Von Balthasar. Ik heb altijd geprobeerd die twee te verzoenen: het logische en inzichtelijke van de grote filosofen te bewaren en tegelijk het nodige onderscheidingsvermogen aan te brengen om valstrikken te vermijden en trouw te blijven aan het geheel van de openbaring en het geloof.»

HUMO U hebt een Kerk in beweging geërfd, die wordt geconfronteerd met grote problemen en geteisterd door schandalen. Hoe hebt u die erfenis ervaren?

Léonard «Als bisschop van Namen-Luxemburg had ik al een goede bestuurlijke training gehad, eentje van negentien jaar (lacht). En plotseling diende ik tweetalig te leren denken en spreken. De achteruitgang van de Kerk ontmoedigt me helemaal niet. Integendeel. Hoe moeilijker de situatie, hoe boeiender het wordt om je in te zetten. Ik wil mijn steentje bijdragen aan een positieve evolutie.»

HUMO Uit een recente enquête blijkt dat nauwelijks 13 procent van de bevolking nog vertrouwen heeft in de Kerk. Dat moet u tocherg verdrieten?

Léonard «Het doet pijn en ik moet er rekening mee houden. Maar voor een stuk berust dat tekort aan vertrouwen op eenzijdige informatie in de pers en op televisie. En verder: gebrek aan vertrouwen wordt een algemeen verschijnsel. De mensen hebben ook geen vertrouwen meer in de instellingen, in de politici én in de media (lacht). Dat is geen excuus, en het lost ook het probleem niet op, natuurlijk.

»Een tekort aan vertrouwen – al of niet terecht – heeft tot gevolg dat diegenen die wél vertrouwen op God en het geloof, dat doen uit een zeer diepe overtuiging. Dat is de positieve kant van de secularisering en ontkerkelijking. Vroeger zaten de kerken vol en namen de mensen actief deel. ’t Was een sociologische vanzelfsprekendheid om naar de kerk te gaan. Maar hoeveel overtuiging zat erachter?

»De huidige situatie is helemaal anders. Vandaag vereist het moed en vrijheid van geest én een grote inzet om te kiezen voor het geloof, om te kiezen voor Jezus, om te kiezen voor zijn kerk. Jezus heeft ons nooit beloofd dat wij, gelovigen, altijd en overal in de meerderheid zouden zijn. Hij spreekt tot zijn discipelen met de woorden: ‘Kleine kudde, wees niet bang.’ Kleine kudde, begrijp je. Niet grote kudde. Officieel ís de kudde nog altijd vrij groot. En de kudde van mensen die echt overtuigd zijn, is ook niet kleiner geworden. Het zijn die mensen die ik wil oproepen om samen te bidden en opnieuw de kern van het geloof uit te stralen. Zij vormen voor mij een wonderbare verrassing en bemoediging.»

HUMO Hoe wil u de manifeste vertrouwensbreuk weer herstellen? Heeft u daar een programma voor?

Léonard «Een programma? ‘Er is geen ander programma dan het programma van Christus.’ Dat zijn woorden van Benedictus XVI, de paus emeritus. (Met grote nadruk) Jézus is het programma. Wij moeten ons niet bezighouden met tactieken om de verdwaalden uit de kudde te recupereren. Alleen een levendige getuigenis kan hun hart raken.»

HUMO Het goede voorbeeld?

Léonard «Ik probeer mijn best te doen, wat mijn eigen persoontje betreft. Daarom is het één van mijn voornaamste bekommernissen om voor een nieuwe generatie priesters te zorgen. Ik reken ook enorm op de inzet van zo veel leken. Doorheen de geschiedenis werd de Kerk vaak gered door de basis, door het geloof van het volk.

»Wat de Belgen betreft, is de huidige generatie priesters oud. In Brussel en Waals-Brabant – veel minder in Vlaams-Brabant – kunnen we gelukkig rekenen op de inbreng van priesters van vreemde afkomst. Kortom: we hebben een nieuwe, jonge generatie priesters nodig.»

HUMO Op vtm verklaarde u dat u die nieuwe generatie priesters vooraf grondig wil screenen, onder meer om mogelijke gevallen van pedofilie op voorhand de kop in te drukken.

Léonard «Screenen is een woord dat ik nooit gebruikt heb (glimlacht). Ik vermijd Engelse woorden. Wat ik wél op vtm heb gezegd is: ‘Meer dan ooit zullen wij erop attent zijn dat de toekomstige priesters over het nodige psychologische evenwicht beschikken.’ In de taal van de journalisten wordt dat dan ‘screening’, waarbij de lezer zich al meteen een hele batterij testen voorstelt. Wat wij onderzoeken, is of onze kandidaten evenwichtig zijn, of zij vanuit een diepe overtuiging voor het celibaat kiezen en beseffen wat de vereisten en consequenties van die keuze zijn. Het celibaat moet positief beleefd worden.

»En ja, ik hoop dat er een toekomst is voor de Belgische Kerk: ik kan nu rekenen op zo’n vijfenveertig jonge seminaristen. In juni hoop ik er vijf tot priester te mogen wijden. Veel minder dan in het verleden, ik weet het (zucht). Maar het is voldoende om de Kerk voort te zetten.

»Wat we nodig hebben, zijn christelijke gemeenschappen die het geloof diep kunnen en willen beleven. Mensen die iets uitstralen, die liturgie en diaconie (het geheel van solidaire daden voor mensen in nood, red.) weten samen te voegen. Soms is dat niet het geval: je hebt mensen die vooral interesse hebben voor het geestelijke leven, en je hebt er die zich boven alles sociaal willen inzetten. Ik vind dat beide moeten samengaan. Een mooie liturgie, één die verwijst naar de wijsheid en het mysterie van God, één die de heerlijkheid van God waardig is, en ook: een liturgie die spreekt tot het hart van de mensen. Een liturgie die warm is. En dat kan evengoed een Romeinse liturgie zijn. Het kán. De huidige generatie seminaristen kíést daarvoor – en dat verheugt me. Dat vind ik hoopvol.»


Dader in de ogen kijken

HUMO Laatste onderwerp: de kerk heeft ook slachtoffers gemaakt. Hebt u een boodschap voor hen?

Léonard (duidelijk geëmotioneerd) «In de eerste plaats wil ik hun een boodschap van empathie, van medeleven meegeven. Gisteren nog heb ik iemand ontvangen die ontzettend heeft moeten lijden. Ik ween samen met de slachtoffers. Ik heb een groot aantal van hen kunnen, nee, mogen ontvangen, en het eerste wat zij van ons verlangen is: gehoord en verhoord worden. Ook al ben ik zelf niet persoonlijk verantwoordelijk voor die situaties, vaak van dertig, veertig jaar geleden.

»Die mensen zeggen me dat zélf: ‘Monseigneur, u bent niet persoonlijk verantwoordelijk. Maar voor ons bent u het symbool van een Kerk die ons heeft doen lijden. En wij wéten dat er ook in andere milieus slachtoffers zijn gemaakt: in de sportwereld, in de gezinnen. Maar wij hebben moeten lijden in het kader van een pastorale relatie, van een relatie tussen een herder en zijn schapen. In internaten, parochies, jeugdbewegingen, scholen. Voor ons bent u de vertegenwoordiger van deze instellingen.’

»Die mensen willen dat ik naar hen luister, dat ik meeleef. En dat zij ook op andere vlakken geholpen worden. Als een slachtoffer met recente feiten komt – wat zeer uitzonderlijk is – verwijs ik naar justitie: (met grote nadruk) ‘Durf naar justitie te gaan, ook al is het moeilijk.’ En als ze dat níét willen, kunnen ze altijd hun verhaal doen bij één van onze opvangpunten. Tot 31 oktober konden de slachtoffers uit het verleden ook bij een arbitragecommissie terecht – en velen hebben daar ook aangeklopt.»

HUMO Leeft bij u het gevoel van: ‘excuseer mij’? Of juister: ‘excuseer ons, kerk’?

Léonard (lijkt van pijn in elkaar te krimpen) «Ja, dat gevoel leeft. Tegen de persoon die ik gisteren sprak, heb ik gezegd: ‘Ik vraag u om vergiffenis.’ Ik deed het omdat die persoon dat wenste. Maar het zou veel efficiënter zijn om van de pijn te genezen als die vergiffenis rechtstreeks van de dader zou komen. Let wel: ik wil hiermee niet naast of tégen de arbitragecommissie in werken. Wij hebben, als Kerk, al enkele keren publiekelijk om vergeving gevraagd. Ook paus Benedictus heeft dat gedaan. Maar was ik zélf een slachtoffer, dan zou ik me daar niet mee tevreden stellen. Nee, ik zou rechtstreeks contact met de dader willen hebben. Hem in de ogen kijken en luisteren naar wat hij mij te zeggen had. Maar als het de slachtoffers kan helpen, wil ik hun ook hier en nu graag mijn excuses aanbieden, in naam van de hele Kerk.»

HUMO Misschien nog een laatste levensles?

Léonard «Ik heb enorm veel contact met jongeren. Ik ben ervan overtuigd dat ze evenzeer openstaan voor God, Jezus en het geloof als in het verleden. Wat zij nodig hebben, is een gelegenheid die hun aangeboden – niet opgelegd – wordt om een mooie geloofservaring mee te maken en de getuigenis van andere jongeren, die diep en oprecht vanuit hun geloof leven, te kunnen horen. Ik ben vol bewondering voor zo veel jonge mensen – een minderheid, maar toch – die zich veel beter inzetten voor Jezus en God dan mijn eigen generatie in het verleden. Ik heb enorm veel hoop.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234