Moshi Hoffman, boegbeeld van de Antwerpse orthodoxe joden: 'Wij zijn geen sombere mensen, wij zijn bourgondiërs!'

Een joodse man – weerbarstige baard, keppeltje, pijpenkrullen – zwaait met zijn paraplu naar de rijkelijk uitgestalde gerechten achter de etalage van restaurant Hoffy’s. ‘Kijk nu eens, fantastisch toch?’ schatert de man die die ochtend om halfzes het licht van zijn keuken aanknipte. Moshi Hoffman (61) is, zeker sinds zijn gesmaakte optreden in ‘Goed volk’ van Jeroen Meus, het goedlachse boegbeeld van de Antwerpse orthodoxe joden. Sinds kort heeft Hoffman samen met zijn broers een boek klaar, ‘Hoffy’s – De joodse keuken’, het aangrijpende familieverhaal aangevuld met een lange lijst familierecepten.

'Mijn geloof is het antwoord op al mijn vragen. Wij hebben geen psychologen of pillen nodig'

Moshi Hoffman wil per grote uitzondering nog eens een interview geven, maar liefst niet in het familierestaurant: daar zou hij de hele tijd aangeklampt worden. We kiezen voor een hotellobby. Hoffman vouwt zijn paraplu open en beent met stevige tred door de Lange Kievitstraat, naar links en rechts wijzend. In nummer 52 staat Moshi zelf achter het fornuis. Verderop baten familieleden een fruitwinkel uit, en aan de overkant zien we de viswinkel die vader Hoffman zestig jaar geleden startte. Verderop houdt zijn dochter een ijzerwinkel-drogisterij open en achter een garagepoort schuilt de drukkerij van zijn neefje.

HUMO Ik begrijp waarom de Lange Kievitstraat weleens de Hoffmanstraat wordt genoemd.

MOSHI HOFFMAN (lacht) «Dat is een geweldig grote eer. Deze straat heeft mijn ouders veel gegeven, ze zijn hier na de oorlog zo gastvrij onthaald. Daarom zullen wij hier nooit ofte nimmer weggaan. Dat is onze manier om dank u te zeggen.»

HUMO De roots van uw familie liggen in Spanje.

HOFFMAN «Nu spreekt u over vele eeuwen geleden, maar het klopt: mijn familie bestond uit sefardische joden, ze zijn meer dan 520 jaar geleden Spanje ontvlucht omdat de Spaanse koningin alle joden vogelvrij had verklaard. Via Duitsland zijn ze in Hongarije beland. De familie Hoffman woonde er op het platteland, in Pápa, op 250 kilometer van Boedapest. Het waren landbouwers, ze maakten bloem.

»Mijn moeder is ook geboren in Hongarije, in een familie van kleermakers in een klein dorpje op de oever van de Donau. Dat dorpje is in het begin van de oorlog volledig verwoest door de Duitsers. Als bij toeval hadden haar ouders mijn moeder even voordien naar Boedapest gestuurd, om te gaan helpen bij een gezin waarvan de twee ouders waren gestorven in een ongeval. Ze is de enige van haar familie die de oorlog overleefd heeft. Toen de Duitsers uiteindelijk Boedapest bereikten, heeft mijn moeder een tijd kunnen verzwijgen dat ze joods was. Maar de Duitsers zijn dat alsnog te weten gekomen en dus is ze moeten vluchten. Ze vond onderdak in een boerderij van een Hongaarse familie, maar nadat één van de zoons haar probeerde te verkrachten, is ze in het holst van de nacht weer weggevlucht. Ze heeft zich verschanst in een bunker en is zo uit de handen van de nazi’s gebleven.»

HUMO Uw vader had minder geluk.

HOFFMAN (knikt) «Hij was voor de oorlog al getrouwd met een joodse vrouw. Ze zijn allebei opgepakt in 1939, samen met hun vier kinderen. Mijn vader is de enige van het gezin die de concentratiekampen heeft overleefd. (Stil) In totaal hebben wij 69 familieleden verloren.

»Mijn vader heeft in de kampen van Birkenau en Mauthausen gezeten. Op het einde van de oorlog, toen de Russen en de Amerikanen nazi-Duitsland in de tang namen, hebben de kampbewakers de poorten wagenwijd opengezet. Dat was het begin van de zogenaamde dodenmarsen, waarbij de gevangenen te voet werden gedeporteerd en opgejaagd. De meesten waren natuurlijk enorm verzwakt door de jarenlange ondervoeding en de martelingen. Slechts enkelingen hebben de dodenmarsen overleefd, mijn vader was één van hen.

»Na de oorlog is hij teruggekeerd naar Hongarije en heeft hij mijn moeder leren kennen, ze zijn getrouwd. Niet veel later moesten ze opnieuw vluchten, dit keer voor de Sovjets. Zo zijn ze uiteindelijk in Parijs beland, in een kamp voor slachtoffers van de Holocaust. Daar zijn heel veel mensen gestorven, omdat de Amerikanen het verkeerde eten gaven. Als je vier jaar amper gegeten hebt, is het geen goed idee om zware kost te eten. Mijn vader was gedurende zijn hele leven veel kwader op de Amerikanen dan op de Duitsers: ze wisten al lang wat er aan de gang was en hadden al veel vroeger de spoorwegen naar de kampen kunnen bombarderen.»

HUMO Later is uw vader naar Antwerpen afgereisd.

HOFFMAN «Omdat de opperrabbijn van Jeruzalem had gezegd dat het chassidische jodendom opnieuw zou verrijzen in Antwerpen. Vóór de oorlog woonden hier ook al veel joden, maar slechts een klein percentage is teruggekeerd: 85 procent van de joden die hier vandaag leven, zijn hier na de oorlog beland.

»(Wijst naar buiten, naar de perrons van Antwerpen-Centraal) Daar is mijn vader uitgestapt, met zijn weinige bezittingen in een klein rugzakje. Hij is beginnen te stappen en heeft een joodse man aangesproken. Die heeft hem de weg gewezen naar het einde van de straat. Daar huurde mijn vader een kamer die hij moest delen met twaalf koppels. Ze hadden elk een eigen bed, dunne gordijnen moesten voor privacy zorgen.

»Mijn vader is hier opgevangen door de Centrale, een soort OCMW van de joden. De Centrale bestaat nog altijd en schiet mensen in armoede te hulp, helpt jonge mensen aan werk en organiseert bijscholingen. Vader heeft altijd geweigerd om hun geld aan te nemen, maar hij heeft wel wat aardappeltjes en ajuinen aanvaard. Die heeft hij later terugbetaald met het eerste geld dat hij zelf verdiend had: vader wilde niets voor niets krijgen. Dat heeft hij ons later ook altijd ingepeperd.

»Pas na anderhalve maand is mijn vader mijn moeder weer gaan opzoeken: ‘Inpakken, ik zie een nieuw leven voor ons in Antwerpen.’»

HUMO Uw vader en moeder hebben hier een kroostrijk gezin gesticht. U bent de achtste van elf zoons en één dochter.

HOFFMAN «Wij hebben een heel moeilijke jeugd gehad, omdat we geen familie meer hadden. Maar mijn moeder en vader hebben er altijd alles aan gedaan om ons niet bloot te stellen aan hun verdriet.»

HUMO Daarvoor was dat verdriet toch te immens?

HOFFMAN «Wonder boven wonder zijn ze er toch in geslaagd. Maar je kunt natuurlijk niet blijven vluchten voor je verleden. Het gaat niet zo goed met mijn moeder, ze is vaak verward. Alles wat ze al die jaren heeft verdrongen, komt nu naar boven. Soms wil ze plots naar Hongarije gaan om haar zus te bezoeken – die heeft de oorlog niet overleefd. Dan zeg ik: ‘We gaan morgen, moeder, de koffers zijn gepakt, maar vandaag is het sabbat en mogen we niet reizen.’ De dag nadien is ze het toch vergeten. (Denkt na) Ik had het er gisteren nog over met mijn zus: ‘Hoe hebben ze dat toch zo lang volgehouden?’»

'Ik denk dat de geschiedenis zich niet op dezelfde manier zal herhalen, maar als ik hoor hoe er over vluchtelingen wordt gepraat, maak ik me zorgen'

HUMO Wanneer hebt u voor het eerst over de Holocaust gehoord?

HOFFMAN «Als kind, ook al werd er thuis of op school niet over gesproken. Onze leraars hadden de oorlog zelf meegemaakt: ze waren getraumatiseerd en wisten geen blijf met hun gevoelens. Die mannen waren ook geobsedeerd door het idee dat ze het joodse leven moesten heropbouwen. Het kon niet streng genoeg zijn: bij het minste foutje dat wij maakten, dachten ze dat alles verloren zou gaan. Ik heb veel klop gekregen, ik was bang om naar school te gaan.»


FOTO MET MERCKX

HUMO Intussen was uw vader een viswinkel begonnen. De legende wil dat alles begon met één kabeljauw.

HOFFMAN «Dat verhaal is 100 procent waar! Op een dag stapte hij af op een man van de firma Alvi, die hier altijd met de bakfiets passeerde: ‘Mag ik voor u werken?’ Die man – wij hebben nog altijd contact met zijn achterkleinkinderen – heeft één kabeljauw aan mijn vader gegeven. Die heeft hij thuis versneden, hij wikkelde de moten in papier en ging van deur tot deur. Binnen de kortste keren had hij die vis helemaal verkocht en was hij vertrokken.

»Vader is in 1951 begonnen, maar eigenlijk liepen de zaken pas goed vanaf de jaren 70, in het begin was het krasselen. Mijn vader haalde oud brood bij de bakker, thuis schraapte hij de schimmel eraf, hij streek de korsten in met look en roosterde het goudgeel in de oven. Dat was... (gelukzalige glimlach) feest.

»We waren arm maar gelukkig, want er was veel beweging en veel vreugde in huis. Mijn ouders haalden het onderste uit de kan door slim te zijn en hard te werken. En wij sprongen bij. Toen ik 6 was, kuiste ik haring en droeg ik pakjes rond.»

HUMO Jullie handen kleurden het hele jaar door paars, door het ijs waarin de vis werd bewaard.

HOFFMAN «De winterdagen waren het ergst, dan trokken we kousen over onze handen en deden er een warme aardappel in. Als de aardappel was afgekoeld, ging die terug de pot in: dat werd dan puree of een gebakken patatje. Niets ging verloren bij ons thuis. Dat is blijven hangen: ik ben niet zuinig, maar ik hou er niet van om eten te verkwisten, ik denk dat dat typisch is voor mijn generatie.

»Maar al hadden we weinig geld, moeder zorgde ervoor dat er elke avond lekker eten op tafel stond. Stoemp met een frikadelleke, heel simpel, maar altijd heel bourgondisch. Soms legde ze ons extra in de watten. Dan sloot ze de winkel en reden we met onze ene fiets – ik klampte me vast aan de bovenbuis – naar het stadspark, waar we gingen voetballen en chocolademelk dronken.»

HUMO Hoe was het leven in deze buurt?

HOFFMAN «Fantastisch, bruisend! Deze straat was drukker dan de Meir op zaterdag. (Enthousiast) Hier, op deze plek, was een fietsenwinkel, en aan de overkant van de straat was er nog één. De twee uitbaters hadden altijd ruzie, ook al verkocht de ene enkel stadsfietsen en de andere koersfietsen. Eddy Merckx kocht er de zijne. Op een dag liet de uitbater weten dat Eddy zou langskomen – wij daarheen... Een andere buur, die een elektrowinkel had, heeft toen foto’s gemaakt. Hij heeft trouwens alle familiefoto’s uit het boek gemaakt. Zelf hadden we geen geld voor een fototoestel.»

HUMO Maar de koers volgde u wel op televisie?

HOFFMAN «Nee, want een tv-toestel hadden we ook niet. Maar een beroemdheid als Eddy Merckx kenden we natuurlijk.

»(Wijst een andere plek aan) Op die hoek lag een groot Afrikaans café, daar was het elke dag feest, tot laat in de nacht. Oe-la-la! Mijn broer zong thuis uit volle borst de liederen die we daar hoorden (lacht). En op die hoek stond de koekjesfabriek van De Beukelaer, waar ze de Petit Beurrekes maakten. Toen die fabriek werd afgebroken, hebben ze er het Switel gebouwd, het hotel waar op oudejaarsavond 1994 een verwoestende brand uitbrak. Er zijn die nacht veel mensen gestorven. Ik stond ernaar te kijken en kon niets doen: binnen de kortste keren sloegen grote vlammen door de ramen.»

HUMO U roert al meer dan dertig jaar in de potten in Hoffy’s. De knepen van het vak leerde u onder uw moeders rok.

HOFFMAN «Omdat ik de oudste van de jonge broers was, moest ik al vroeg helpen in het huishouden. Ik trok met mijn jonge broers naar de schoenlapper op de hoek, waar we een percentje kregen omdat we met zovelen waren. Later moest ik helpen in de keuken, en ik was meteen verkocht. Nog altijd trouwens: elke week koop ik kookboeken, uit alle hoeken van de wereld. Wat me er zo aan boeit? De eettafel brengt mensen bijeen. (Kamerbrede glimlach) Ik maak mensen graag blij.»

HUMO Van welk gerecht van uw moeder gaat u spontaan watertanden?

HOFFMAN «Sowieso van de gevulde koolbladeren. Maar ze maakte ook heerlijke stamppot met wittekool. (Met gedempte stem) Je moet de kool stoven op een zacht vuurtje, tot die helemaal gaar is. Dan doe je er de patatjes bij, een klein tikje look en wat gebakken ajuin. Dat ging dan allemaal door de passe-vite en ze serveerde er een goei frikadelleke bij. (Wuift de denkbeeldige dampen in zijn neusgaten) Héérlijk!»

HUMO Kookte ze de traditionele Centraal-Europese, jiddische keuken?

HOFFMAN «Karper in gelei, gefilte fisj, mierikswortel en rode biet. Het is nog altijd de basis van mijn keuken, maar gaandeweg heb ik er Spaanse, Portugese en zelfs Iraanse invloeden in gesmokkeld.»

HUMO Toen u 20 was, trok u naar de kokschool.

HOFFMAN «In vol ornaat, jaja! Ik heb mijn joodse identiteit nooit verstopt, ook op school droeg ik mijn baard, mijn peies – de pijpenkrullen – en keppeltje. De andere studenten moesten het niet in hun hoofd halen om met mij te lachen: de directie was heel blij met mij, ze namen mij altijd in bescherming. Ik zou het me niet hebben aangetrokken, maar ik ben nooit echt gepest.»

HUMO Op de kokschool trokken ze zich natuurlijk niets aan van de strenge voorschriften van de koosjere keuken: hoe hebt u dat opgelost?

HOFFMAN «Dat was geen enkel probleem: ik heb gewoon nooit geproefd (lacht).»

'Als ik op school een gerecht had leren maken, ging ik nadien snel naar huis en probeerde ik een eigen, koosjere versie te bedenken.'

HUMO Kon u dan wel een goede kok zijn?

HOFFMAN (lichtjes ontstemd) «Of ik een goede kok ben? Meneer, ik ben geen stoefer, maar ik ben de enige van mijn generatie die het heeft gehaald. De rest heeft afgehaakt. Vaak omdat de vrouw niet mee wilde: in de horeca moet je hard werken.»

HUMO Er zijn maar liefst 613 joodse spijswetten: kent u die uit het hoofd?

HOFFMAN «Nee, want dan was ik geen kok maar een rabbijn (lacht luid). En je kunt ze ook niet allemaal naleven: sommige gaan over offers in de tempel, andere hebben alleen betrekking op Israël.»

HUMO Het is bekend dat joden geen varkensvlees mogen eten, en dat er gescheiden keukens zijn voor melk- en vleesgerechten. Maar jullie mijden ook bepaalde groenten, omdat ze te ‘insectgevoelig’ zijn.

HOFFMAN «Ja, omdat bloed verboden is. Spruiten maak ik nooit klaar, je kunt ze moeilijk controleren, en van het rabbinaat mogen wij alleen Belgische aardbeien eten en geen Spaanse: onder het groene blaadje zitten vaak van die kleine witte beestjes. We mogen ook alleen Belgische asperges eten, en alleen het grootste formaat, triple A.»

HUMO Elke dag kijkt iemand van het rabbinaat mee over de schouders wanneer u staat te koken.

HOFFMAN «De opzichter controleert of ik de juiste ingrediënten gebruik en of er geen bloedpropjes in de eieren zitten. Ik heb de spijswetten nooit als hinderlijk ervaren. Integendeel: ze dwingen mij om creatief te zijn. Als ik op school een gerecht had leren maken, ging ik nadien snel naar huis en probeerde ik een eigen, koosjere versie te bedenken. Ik mag geen gelatine of room gebruiken om een saus te binden, maar ik heb geëxperimenteerd tot ik een eigen alternatief had gevonden: ik bind mijn sauzen met een klein beetje maïzena en een klein beetje olie, waarna ik het geheel heel zachtjes opwarm.»

HUMO Komt u nooit in de verleiding om eens stiekem te proeven van wat verboden is?

HOFFMAN «Ik kom niet in de verleiding, maar ik ben soms wel nieuwsgierig natuurlijk. Wanneer ik op vakantie met mijn vrouw voorbij een restaurant wandel, bijvoorbeeld, en de heerlijkste geuren door de ramen van de keuken waaien. En als ik op De Keyserlei voorbij die hamburgerrestaurants wandel, zie ik affiches met cheeseburgers die ik nooit zal eten. Toen Jeroen Meus zijn hotdogrestaurant opende, ben ik het lintje gaan doorknippen. Toen de pers vertrokken was, drong hij aan: ‘Allee, proef nu toch eens, niemand kijkt!’ (lacht) Ik heb het niet gedaan.»

HUMO Het moet toch frustrerend zijn dat u als kok nooit zult weten hoe kreeft smaakt?

HOFFMAN «Ik ben eerlijk gezegd meer nieuwsgierig naar de smaak van mosselen (lacht). Ik heb het nog nooit gegeten, ik weet niet wat ik mis.»

HUMO Waren er al veel koosjere restaurants toen u Hoffy’s opende?

HOFFMAN «Veel meer dan vandaag, maar ze waren niet zichtbaar. Het waren geen zaken waar je als niet-jood zomaar binnenstapte. Wij zijn het enige restaurant waar niet-joodse mensen zich 100 procent thuis voelen. Dat maakt me trots.»

HUMO U hebt de deur naar de buitenwereld altijd wijd opengezet.

HOFFMAN «Daarom heb ik ook dit boek geschreven: onbekend is onbemind. Maar er is nog een tweede reden: ik wilde tonen dat je als vluchteling of kind van vluchtelingen niet bij de pakken mag blijven zitten. Zeker in een stad als Antwerpen kan iedereen het maken. Er zijn zoveel opportuniteiten, zoveel kansen.»


EEN BEETJE FOEFELEN

HUMO Begrijpt u dat buitenstaanders de Antwerpse joden beschouwen als een gesloten, in zichzelf gekeerde gemeenschap?

HOFFMAN «Natuurlijk begrijp ik dat. Het klopt dat de oudere generaties de rangen gesloten houden en sommigen van hun kinderen ook, maar de familie Hoffman probeert het elke dag anders te doen.»

HUMO Jullie zijn vedettes.

HOFFMAN «Ambassadeurs noemen ze ons ook. Dat doet me plezier. Niet vanwege de titel, maar omdat ik wil dat de mensen onze manier van leven beter begrijpen. Dat komt me trouwens soms op kritiek te staan binnen de eigen gemeenschap. De cover van mijn boek is bijvoorbeeld gemodelleerd naar de talmud, met de blauwe-gouden bedrukking en de kandelaren: sommige mensen hadden het daar moeilijk mee. (Minzaam) Dat is niet erg: soms is kritiek goed.»

HUMO Uw broer vertelde me daarnet dat er geregeld scholen bij jullie over de vloer komen. Dikwijls zitten daar moslimkindjes tussen.

HOFFMAN «Meneer, er komen zelfs imams bij ons eten.»

HUMO En gewone moslims?

HOFFMAN «Dat gebeurt niet dikwijls, maar het valt voor dat een groepje van drie, vier gesluierde moslima’s komt eten. Ik kan u zeggen dat ze zonder complexen weer vertrekken.»

HUMO In Frankrijk is het aantal gevallen van antisemitische agressie de laatste tijd geëxplodeerd.

HOFFMAN «Wij hebben dat niet. Toch niet op straat.»

HUMO Waar dan wel?

HOFFMAN (aarzelend) «Dat kan ik niet zeggen. Ik weet ook niet of het antisemitisme is.»

HUMO Antizionisme dan?

HOFFMAN (aarzelend) «Nee, want ik heb niks te maken met het zionisme (de ideologie en beweging die een joodse staat ondersteunt in Israël en Palestina, red.). Ik praat over onze rituele slacht.»

HUMO U bedoelt dat u tegenkanting krijgt van dierenrechtenactivisten?

HOFFMAN «Ja, wij mogen niet meer ritueel slachten, ik heb moeite om aan vlees te geraken. (Sust) Maar we moeten hier niet te lang over praten.»

HUMO Hebt u het boek ‘Mazzel tov’ van Margot Vanderstraeten gelezen, waarin ze het leven beschrijft in de Antwerpse joodse buurt?

HOFFMAN (lacht) «Margot is een goede vriendin! Ze is al jaren kind aan huis. Ik herken de familie waarover ze schrijft, maar het zijn niet de Hoffmans.»

HUMO Margot Vanderstraeten werkte jaren als oppas bij een orthodox gezin. Bij haar sollicitatiegesprek werd haar op het hart gedrukt: ‘Wij zijn niet zoals iedereen.’

HOFFMAN «Ik denk dat ze bedoelden dat ze verwachtten dat ze zich deftig kleedt als ze bij een orthodox gezin terechtkomt.»

'Elke dag controleert een opzichter van het rabbinaat of ik de juiste ingrediënten gebruik en of er geen bloedpropjes in de eieren zitten.'

HUMO Jullie kledij oogt indrukwekkend: de grote hoeden, de zwarte mantels, de witte kousen.

HOFFMAN «Zie je die soldaten daar lopen? Die dragen een uniform. Wij ook, wij zijn soldaten van onze religie. Het is zelfs geen echt voorschrift, maar een symbolische keuze voor soberheid. Het keppeltje is natuurlijk wel een religieus kledingstuk, de hoeden die we erbovenop dragen, zijn typisch voor chassidische joden.»

HUMO Wat is nog meer typisch voor chassidische joden?

HOFFMAN «We zijn strenger in de leer, we go the extra mile (lacht). Als een jood vlees heeft gegeten, moet hij vier uur wachten voor hij zuivel mag eten. Dan is het vlees verteerd. Wij wachten zes in plaats van vier uur. Nu moet ik wel zeggen dat ik soms een beetje foefel: dan drink ik al na vijf uur en vijf minuten een koffie met melk. Dan is het zesde uur al begonnen (lacht).»

HUMO Helpt ook om te foefelen: de eroev, een draad die op zes meter hoogte rond de stad is gespannen. Tijdens de sabbat mag u buitenshuis slechts een beperkt aantal stappen zetten, maar dankzij de eroev gelden in de hele stad dezelfde regels als binnenshuis en bent u vrijer.

HOFFMAN «Meneer, dat is uniek in Europa, je kunt dat niet geloven!

»(Mijmert) Herinnert u zich de betogingen die elke week door de stad trokken? Voor de… ozon?»

HUMO De klimaatbetogingen?

HOFFMAN «Ja. Tijdens één van die betogingen stapten drie reporters mijn restaurant binnen: ‘Mogen wij een vraag stellen, meneer Hoffman?’ Ik zei: ‘Je mag er twee stellen voor de prijs van één.’ (lacht) Ze wilden weten waarom er nooit joodse mensen meelopen in de betogingen. Ik heb hun uitgelegd dat niemand meer doet voor het klimaat dan wij: van vrijdagmiddag tot zaterdagavond gebruiken wij geen elektriciteit en rijden wij niet met de auto. En dat al tweeduizend jaar. Wie doet even goed?»

HUMO Leeft het klimaatdebat binnen de joodse gemeenschap?

HOFFMAN «Nee, eerlijk gezegd niet. Over de politiek maken wij ons ook niet druk. Behalve als we zelf het onderwerp zijn, zoals die keer dat er wat problemen waren met de scholen hier in de buurt.»


Zelfspot

HUMO De onderwijsinspectie maakt zich grote zorgen over de kwaliteit van het onderwijs in sommige joodse scholen, omdat seksuele opvoeding en de evolutieleer er grote taboes zijn.

HOFFMAN «Ik denk niet dat onze kinderen achterlopen op dat vlak. In de synagoge wordt ook vaak over seksualiteit gesproken. U weet dat wij elke week een ander fragment uit de Thora lezen? Deze week nog hebben we een tekst over Abraham en Sara gelezen, die pas op heel hoge leeftijd kinderen kregen. Seksualiteit en voortplanting zijn bespreekbaar, maar wel op latere leeftijd. Gisteren was er een groep échte Vlamingen – intelligente mensen – in het restaurant en zij vinden ook dat je er niet te vroeg mee mag beginnen.»

HUMO De wet verplicht scholen wel om hun leerlingen seksuele opvoeding te geven.

HOFFMAN (aarzelend) «Wij praten voortdurend met het ministerie van Onderwijs over hoe we onze standpunten kunnen rijmen met de Belgische wet. Het is altijd wat zoeken, maar wij dragen de wet hoog in het vaandel.»

HUMO Nog iets wat soms voor beroering zorgt, is dat sommige orthodoxe joden weigeren om vrouwen de hand te schudden. Zoals Aron Berger, die in Antwerpen op de kieslijst van de CD&V stond tot hij ging verkondigen dat zo’n handdruk hem 2.500 stemmen zou kosten.

HOFFMAN «Dat was niet slim van Aron Berger. Maar vergis u niet: hij heeft ook binnen de gemeenschap veel kritiek gekregen.»

HUMO U schudt vrouwen wel vrolijk de hand?

HOFFMAN «Ik wil daar niet te veel over praten, het ligt te gevoelig. Als ik groepen rondleid in het restaurant, neem ik uitgebreid de tijd om uit te leggen waarom ik het niet doe. Het is een vorm van respect tegenover mijn vrouw. Zij schudt ook geen andere mannen de hand.

»Dat gezegd zijnde: ik ken joodse mannen die vrouwen niet de hand reiken, maar hem ook niet weigeren als die vrouwen hén de hand reiken, omdat ze dat beledigend vinden.»

HUMO Is de gelijkheid van man en vrouw een thema binnen uw gemeenschap?

HOFFMAN «O ja, vroeger mochten onze vrouwen niet buitenshuis gaan werken, nu doet 85 procent dat. Ik ken architectes, boekhoudsters, verpleegsters. Ik zeg niet dat je snel een joodse vrouw op de dansvloer van een dancing zult zien, maar ze sluiten zich al lang niet meer op in de keuken.»

HUMO Hoe hebt u uw vrouw eigenlijk leren kennen?

HOFFMAN (lacht) «Dat was op mijn 21ste en het ging via een matchmaker. Mijn ouders zeiden: ‘We hebben een meisje voor je gevonden – uit Melbourne.’ Ik antwoordde: ‘Wauw, Australië! Heb je niks in Antwerpen voor mij?’ Ik kreeg een foto te zien, heb er goed over nagedacht en toegestemd om haar te ontmoeten. Zij was meteen overtuigd; iedereen wil naar Antwerpen, want daar zitten de goeien (lacht). Na de verloving is ze gebleven, en bijna veertig jaar later zijn we nog altijd gelukkig getrouwd en hebben we zes kinderen.»

'Niemand doet meer voor het klimaat dan wij: van vrijdagmiddag tot zaterdagavond gebruiken wij geen elektriciteit en rijden wij niet met de auto. En dat al tweeduizend jaar'

HUMO Ik vind de sfeer in deze buurt soms wat somber en neerslachtig, maar ik onthoud uit uw boek dat jullie ervan houden om te feesten.

HOFFMAN «Een bar mitswa, dat is muziek, vreugde, eten! Wij zijn bourgondiërs.»

HUMO Met een zeer specifiek gevoel voor humor.

HOFFMAN «Klopt: wij houden van zelfspot. Hoe overleeft iemand de concentratiekampen? Door te lachen met de eigen ellende, natuurlijk. Humor heeft ons ook geholpen om alles weer op te bouwen vanaf nul.»

HUMO Kunt u eens een typische joodse grap vertellen?

HOFFMAN «Toen Mozes van zijn berg afdaalde, ging hij langs bij alle volkeren van de wereld: ‘Zijn jullie misschien geïnteresseerd in mijn boek?’ In Egypte ving hij bot. Hij stak zelfs de oceaan over naar Amerika, maar daar stuurden ze hem ook weg: ‘Oei, nee, tien geboden en 613 spijswetten vinden wij veel te moeilijk.’ Uiteindelijk belandde hij bij de joden: ‘Is het misschien iets voor jullie?’ Waarop de joden vroegen: ‘Hoeveel moet dat kosten?’ ‘Niets, ’t is gratis,’ zei Mozes. Waarop wij: ‘Laat maar komen!’ (lacht)»

HUMO Uw joods-zijn is uw alles, schrijft u in het boek.

HOFFMAN «Ik bedoel dat ik alles te danken heb aan mijn geloof, het is een antwoord op al mijn vragen. Mijn dochter is al een tijd erg ziek – ik heb gisteren nog heel slecht nieuws gekregen – maar toch zit ik hier en kan ik lachen. Dat komt door mijn geloof. Toen ik het gisteren te kwaad kreeg, heb ik tegen mijn vrouw gezegd: ‘Ik moet even weg.’ Ik ben met iemand gaan praten – niet eens een rabbijn, maar een gewone jonge joodse man – en dat heeft me veel deugd gedaan. Wij hebben geen psychologen of pillen nodig.»

HUMO Zijn gevoelens bij alle orthodoxe joden zo gemakkelijk bespreekbaar?

HOFFMAN «Er vindt op dit moment een ware revolutie plaats. Heel veel jonge mensen spannen zich vrijwillig in om als een soort therapeuten te praten met mannen, vrouwen en kinderen. Joods zijn betekent ook dat je elke dag tussen de mensen komt in een omgeving waar je steun vindt. Vanmorgen kwam ik in de synagoge, en meteen kwamen drie jongeren naar mij toe: ‘Moshi, wat is er aan de hand? Waarom zijn je ogen zo klein?’ Ze hadden meteen gezien dat er iets scheelde.»

HUMO Welke rol speelt de jodenvervolging nog in de gemeenschap?

HOFFMAN «Ik denk er elke dag aan, ik probeer me dagelijks in te beelden wat mijn ouders me nooit hebben verteld. Want ze zijn altijd blijven zwijgen. Eén keer zijn we teruggekeerd naar Hongarije: we zouden een week blijven, maar op de tweede dag riepen ze op straat lelijke dingen naar ons. Mijn vader was helemaal ontdaan: ‘We zijn hier weg en komen nooit meer terug.’»

HUMO Wat riepen ze?

HOFFMAN (stilletjes) «Ik kan die woorden niet herhalen, het was te vernederend. Ze brachten ook de groet.»

HUMO Veel historici zeggen dat de sinistere sfeer van de jaren 30 terug is.

HOFFMAN «Bij ons zeggen ze dat ook, ja. Ik heb het een paar dagen geleden nog gehoord in de synagoge.»

HUMO De brandstichting in een toekomstig asielcentrum in Bilzen doet denken aan de donkerste episodes uit onze geschiedenis.

HOFFMAN «Ik denk dat de geschiedenis zich niet meer op dezelfde manier zal herhalen, met gaskamers en mensen die levend begraven worden, maar als ik hoor hoe er over vluchtelingen wordt gepraat, maak ik me zorgen. Die mensen zijn niet voor hun plezier gevlucht. Ze steken de Middellandse Zee over met rubberbootjes, het zijn wanhopige mensen.»

HUMO Slotvraag: wordt de Israëlische politiek hier op de voet gevolgd?

HOFFMAN «Er wordt over gepraat, maar het is geen thema dat de rest overheerst. Ik woon híér, en ik woon hier graag. Dit is mijn thuis – wat zeg ik: mijn paradijs ligt hier.»

Moshi Hoffman e.a., ‘Hoffy’s - De joodse keuken’, Kannibaal

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234