null Beeld

Move tegen pesten: 'Het is nu eindelijk oké om te zeggen dat je gepest wordt'

‘Iedereen brullie!’ Met deze catchy song – de slimmeriken snappen dat hier wordt gegoocheld met de woorden brullen en bully – wil Ketnet de kleinsten onder ons duidelijk maken dat pesten foei is. Comedian William Boeva en Ketnet-wrapster Sien Wynants zongen alvast het themalied in van deze tweejaarlijkse Move Tegen Pesten-campagne en engageerden zich om pesten een maand lang onder de aandacht te brengen.

Hanne Van Tendeloo

'Ik zette mijn pesters verbaal op hun plaats: kwamen zij met een belediging, dan verzon ik een betere' William Boeva

HUMO ‘Geen geweld, maar decibels,’ zingen jullie. Er schort wat aan het rijm, maar wat ik me vooral afvraag: hoe moet brullen helpen tegen pesten?

Sien Wynants «Bij de vorige campagne was de boodschap: ‘Word je gepest, dan moet je erover praten.’ Nu leggen we de focus niet op de pesters of de gepeste, maar op de kinderen die getuige zijn van het pesten. We willen hen aanmoedigen om in te grijpen, omdat bij hen de drempel lager ligt om aan de alarmbel te trekken.»

William Boeva «Ik weet uit ervaring: het ergste van gepest worden, is niet dat die ene persoon een gemene opmerking maakt, maar dat al de rest het daar kennelijk mee eens is. Dat maakt je zo onzeker: ‘Het zal wel kloppen, want niemand zegt dat het níét waar is.’»

Sien «Pesten is altijd een groepsgebeuren. Je doet het nooit alleen. De ergste pesters hebben niet noodzakelijk de grootste mond, maar het zijn wel de jongens of meisjes die het best in staat zijn om de zwakkere figuren rondom zich op te stoken. Zij vormen het brein. Verliezen die pesters hun grip op de anderen, dan houdt het pesten vaak gewoon op. Maar een juf of meester moet wel behoorlijk wat inzicht hebben in de groepsdynamiek van een klas, om te weten wie het brein is en wie de volgers zijn.»

HUMO Bij die volgers onderscheiden we de meelopers en de struisvogels, die hun kop in het zand stoppen.

Sien «Dan was ik zelf vroeger een struisvogel: ik zag rondom mij weleens dingen gebeuren – een pennenzak die werd weggenomen, of een belangrijke pagina uit een cursus die verdween – maar ik hield mijn mond. Uit angst. Ik ben zelf nooit gepest, maar ik was wel constant bang dat het me zou overkomen. Ik zag er nogal seutig uit: ik had een bril, een beugel én ros haar. Ik voelde: ‘Als ik hier niet genoeg van me afbijt, dan is het straks aan mij.’ Daarom gedroeg ik me op de middelbare school als een fellere versie van mezelf: ik was heel assertief. Bij wijze van verdediging had ik ook een groepje meisjes rondom me vergaard, met wie ik de hele tijd roddelde over de anderen. Het besef dat al dat geroddel niet mooi van me was, is pas veel later gekomen.»

William «Ik begrijp het wel: als kind heb je niet door dat je gedrag niet oké is, omdat iedereen het doet. We blijven kuddedieren, hè.»


Foorapen

William «Ik ben wel gepest. Ik had het geluk dat ik mijn pesters verbaal op hun plaats kon zetten. Kwamen zij met een belediging, dan kon ik er een betere verzinnen. Zo rond het vierde middelbaar had ik echt wel in de gaten dat humor een prima schild was tegen pesters. Pas op: daarmee wil ik niet zeggen dat gepeste kinderen massaal naar humor moeten grijpen en dat hun probleem daarmee is opgelost. Niet iedereen kan dat. En met een slechte mop maken ze het misschien nog erger. Heb ik dát op mijn geweten.»

HUMO Maar wat helpt dan wel?

Sien «We gaan pesten niet oplossen met een liedje en een dansje, da’s duidelijk. Maar onze Move Tegen Pesten helpt wel om het onderwerp uit de taboesfeer te trekken. Het is nu oké om te zeggen dat je gepest wordt, net zoals het oké is om te zeggen dat je een burn-out of een depressie hebt, met dank aan de openheid van mensen als Selah Sue

William «Met een campagne als deze durven kinderen het misschien sneller toe te geven. Want je moffelt het weg, je ontkent het: ‘Neenee, we zijn vrienden. Hij doet vandaag alleen wat vervelend tegen mij’ (lachje).

»Dat ik vroeger mijn mannetje kon staan, betekent niet dat het pesten me niet raakte. In de lagere school wilde iedereen mijn vriendje zijn, omdat ik anders was. Maar op de middelbare school was het plots uit met de pret. Tja, jongens van 13 tot 15 zijn nu eenmaal foorapen: tjokvol hormonen – en maar staan kloppen op hun borstkas als een bende bavianen. Op dat vlak was ik niet anders, natuurlijk.

»Het gepest zat altijd ergens op de grens tussen gemeen doen en een grap uithalen. Ze hebben me nooit vastgebonden aan een boom en volgesmeerd met choco, of zo. Het waren kleine dingen: me ergens laten staan in mijn rolstoel of de deur voor mijn neus dichthouden. Op dat moment besefte ik niet eens dat dat zo erg was – ik ben nooit huilend naar huis gegaan. Het wás gewoon zo.

»Op een bepaald moment ben ik wel drie maanden niet naar school gegaan. Ik zat toen nog op het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen. Lange tijd hadden ze een klas voor me vrijgemaakt op de benedenverdieping, maar plots kon dat niet meer en vonden al mijn lessen plaats op de víérde verdieping. Er was geen lift, dus ik maar trappen doen. Op den duur begaven mijn knieën het en moest ik thuisblijven. Geen enkele klasgenoot heeft me een bezoekje gebracht of zich afgevraagd waarom ik er niet meer was. In die drie maanden tijd heb ik er één gezien: de jongen die de opdracht had gekregen om me mijn huiswerk te brengen. Toen wist ik: ‘Dit is niet oké.’ Het voelde zelfs als treiterij van de school: de leraars vonden het kennelijk perfect normaal dat ik zo werd behandeld. Niemand van hen greep in. Ik heb dan maar een andere school gezocht. Vanaf dag één was het daar een wereld van verschil. Mijn klasgenoten hadden duidelijk de boodschap gekregen me warm te ontvangen.»

Sien «Wat William heeft meegemaakt, dat zou nu niet meer kunnen, denk ik. Ik ken geen enkele school die géén aandacht besteedt aan pesten. Daar zit de Move van Ketnet zeker voor iets tussen.»


Te lelijk voor tv

HUMO Op scholen wordt nu wel aandacht besteed aan het thema, maar als volwassenen geven we niet bepaald het beste voorbeeld.

William «Da’s waar. Ik heb mijn naam eens ingetikt op Twitter: niet mijn beste idee ooit (lacht). Het ging van ‘niet grappig’ tot ‘Kabouter Gehandicapt’. Eerst kriebelt het dan om in mijn pen te kruipen, maar ik heb me tot nu toe altijd weten te bedwingen. Uiteindelijk hebben die zure twitteraars toch maar mooi 140 tekens aan mij verspild. Dat alleen al schenkt me voldoening.»

Sien «Mijn publiek bestaat vooral uit kinderen en bij hen valt het gelukkig goed mee. Ik vind hun meningen zelfs erg genuanceerd. Dan krijg ik een brief: ‘Sien, ik vind je haar écht niet mooi, maar je bent wel grappig.’ Daar kan ik mee leven. De kritiek die volwassenen geven, is een pak harder. Eén meisje heeft me eens recht in mijn gezicht gezegd dat ik veel te lelijk ben om op tv te komen. Daar stond ik dan, totaal te verbouwereerd om iets te zeggen.

»Wat ik ook vaak te horen krijg: ‘Sien, een vriendin van me kwam je tegen op straat en je zei niet eens goeiedag. Ze vond je echt arrogant.’ Maar ik kén die vriendin van jou niet eens!»

William «Hoe? Loop jij dan niet constant naar iedereen te zwaaien? (lacht)»

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234