null Beeld

Mumford & Sons - Wilder Mind

Af en toe worden wij er nog eens aan herinnerd – niet in de laatste plaats door onszelf, tijdens episodes van nagelbijtende zelfverachting – dat we ‘Sigh No More’ (2009), het debuut van Mumford & Sons, ooit met drieënhalve ster bedacht hebben. Tja. ’t Zal de cadans van ‘Little Lion Man’ geweest zijn die ons in haar macht had, of het epische drama in de stem van Marcus Mumford, dat toen misschien wel van pas kwam. Emotie is emotie, zelfs al ben je de zoon van Rockefeller. Zes jaar later hebben we er niks meer mee, maar ook dat is popmuziek.

Nicolas Quaghebeur

Opvolger ‘Babel’ (2012) was een pak storender, want: poen pakken met het geluid én het gebaar die drie jaar eerder zo effectief waren gebleken, intussen als een bijziende sniper op de festivalmassa mikkend. Hoe meer de ster van de Mumfords ging rijzen, hoe vetter het aureool van de industrie zich achter hun engelenkopjes aftekende. Dat ze voor hun derde een radicale koerswijziging zouden aankondigen, konden we u vooraf op een briefje geven. Dat de Britse pers vervolgens met uitgestreken gezicht zou beweren dat het hun beste is, ook. Vinden wij dus niet.

Opener ‘Tompkins Square Park’ heeft gejaagde, melodieuze The National-drums in een song die verder helemaal het beproefde Coldplay-recept volgt, tot en met het stapsgewijs openbarstende refrein en dat een laatste keer voluit terugkeren na de bridge. Wedden dat er een lintmeter aan te pas kwam? Passons, de daaropvolgende single ‘Believe’ maakt pas echt de drakendoder in ons wakker. Hier is de aangekondigde nieuwe muzikale richting gewoon een andere kleur glazuur op ouwe koek. In elk geval iets waarvan het gebit gaat rotten.

Dan ‘The Wolf’, en weer die drums. Is het u al eens opgevallen dat de drummer van The National als twee druppels water lijkt op het tenniswonder uit ‘The Royal Tenenbaums’ van Wes Anderson dat op het eind met Gwyneth Paltrow gaat lopen? Titeltrack ‘Wilder Mind’: Mumford & Sons is dan toch een andere groep geworden, zij het niet noodzakelijk een betere. Het nachtelijke sfeertje doet hier verlangen naar de rozenvingerige dageraad. ‘Just Smoke’ heeft een goeie intro – dat is alvast een halve minuut gewonnen. ‘Monster’: komaan jongens, die beat! Die ‘Ik sta in een hoekje van de speelplaats naar m’n hippe schoenen te turen’-beat die al sinds The xx niet meer uit hippe schoenenzaken is weg te denken. London Grammar, Oscar & The Wolf, nu ook Howling... maar Mumford & Sons? Heeft er daar misschien eentje een gokverslaving te bekostigen? Next! ‘Snake Eyes’: next! ‘Broad-Shouldered Beasts’: een refrein als een bus Jehova’s getuigen die zich door je voorgevel boort. ‘It’s alright, take it out on me.’ We zijn er mee bezig, Marcus, maar zo alright is het niet.

Zou het toeval zijn dat ‘Cold Arms’ naast het beste, ook het kleinste liedje op de plaat is? En: zou hier nog ergens een aansteker liggen? ‘Ditmas’: en zeggen dat ze de formule voor Coca-Cola al meer dan honderd jaar geheim kunnen houden. ‘Only Love’ en ‘Hot Gates’ doen de deur dicht: twee panoramische ballads waarin Marcus met z’n op een schaaltje afgewogen woorden nog eens op de voorgrond mag – ‘Didn’t they say that only love will win in the end?’ En dan gáán! ‘Only Love’ heeft echt het soort finale waarmee men festivaldagen afsluit.

Vinden wij dus niet.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234